Verhalen van deelnemers

Herstellende van emotie-eten, faalangst, angst voor kritiek en gevoelens van minderwaardigheid.

Mijn naam is Maarten. Ik ben een dankbaar kind van God en ben herstellende van emotie-eten, faalangst, angst voor kritiek en gevoelens van minderwaardigheid.

Mijn wieg stond in het gezin van een drukke transportondernemer. Toen ik werd geboren, werd ik welkom geheten door vader, moeder, een broer van 15 en een zus van 10 jaar oud. Misschien was ik een nakomertje . Mijn vader had samen met zijn broers en andere familieleden door hard werken een bedrijf opgebouwd met ongeveer 20 man personeel. Dat was een hele verantwoordelijkheid. Wat ik me herinner als kind, was dat hij ‘s morgens al voor dag en dauw vertrok en ‘s avonds pas ergens rond 7 uur weer moe thuiskwam om te eten. Hij was een man van weinig woorden; een echte binnenvetter. Volgens mij was hij een goede werkgever, want als het personeel moeilijkheden had, was hij altijd beschikbaar. Ik denk dat hij wel van zijn kinderen hield, maar dat moeilijk tot uiting kon brengen. Mijn moeder was thuis om ons als kinderen op te voeden. Bij haar kon ik altijd terecht; daar bewaar ik goede herinneringen aan.

Ons gezin was wat je noemt onkerkelijk. Mijn vader en zijn familie hadden helemaal niets met God -of kerk- of geloof. Mijn moeder was van huis uit wel hervormd. Maar mede onder invloed van mijn vader ging zij maar af en toe naar een kerkdienst. Wat ik me wel kan herinneren was dat ik dan altijd meeging. Mijn basisschool was een openbare school; daarna ging ik naar een christelijke middelbare school.

Toen ik op de basisschool zat was mijn broer al volwassen en het huis uit en werkte hij mee in de zaak. Het was een echt familiebedrijf. Ook mijn zus was al aardig op weg naar volwassenheid toen ik op de basisschool zat. Materieel gezien kwam ik niets tekort thuis. Maar ik heb aan die periode op zijn zachtst gezegd toch gemengde herinneringen overgehouden. Mijn broer was de beoogde bedrijfsopvolger. Hij was daardoor voor mijn vader de belangrijkste van ons drieën. Naar hem ging alle aandacht en waardering uit en ook mijn zus ging meewerken in het bedrijf. En ik? Ik werd gezien als dom en ik voelde me regelmatig gekleineerd. Als ik kleine klusjes mocht doen en het lukte niet, kreeg ik verbaal de wind van voren. Ik kreeg dan de wind van voren. “Ik had geen ondernemersbloed, kon misschien zelfs geeneens bijrijder worden” in de ogen van mijn vader. Ik was maar dom, want ik kon helemaal niets. Dat beeld werd versterkt doordat ik niet mee kon komen op de basisschool. Voor mij ging alles te snel. Daarom moest ik na het eerste jaar van de basisschool overstappen naar de LOM-school. Mijn vader en mijn broer lieten niets na om het kleine beetje zelfvertrouwen dat ik had, bij me weg te nemen. Ik deed het nooit goed, het zou nooit wat met mij worden en ik deugde nergens voor.

Wat ik me nog meer kan herinneren uit die tijd was dat ik als astmapatiënt regelmatig moest vluchten naar de tuinkamer vanwege de vele sigaretten die door vader en broer gerookt werden. Ondanks dat ik soms overtuigend probeerde aan te geven dat ik soms nauwelijks kon ademhalen, kwam er geen verandering in hun rookgedrag. Alhoewel de intenties van mijn vader denk ik wel goed waren, kon hij soms de emotionele en werkdruk van het bedrijf maar nauwelijks aan. Dan greep hij naar de fles en in mijn kindertijd heb ik weleens gezien dat hij zoveel alcohol dronk dat hij dronken op de bank hing. Hetzelfde patroon zag ik ook bij een oom van vaderskant; die lustte er eigenlijk ook een paar teveel.. Dat heeft zo ‘n indruk op me gemaakt, dat ik al heel jong besloten heb dat ik in mijn latere leven nooit een druppel alcohol zou gaan drinken. En dat is iets waar ik me tot op heden aan heb gehouden en ook nooit spijt van heb gehad.

Op school werd ik niet geaccepteerd door leeftijdgenoten. Wat precies de redenen waren, kan ik me niet meer zo goed voor de geest halen. Maar wat ik me wel herinner is dat ik me toch ook wel schaamde voor mijn moeder. Zij was 42 toen ik werd geboren en ik had dus (in vergelijking met andere leeftijdgenoten) een oudere moeder. Ook kon ik eigenlijk niet meedoen met sport gezien mijn zware astma. Dat maakte waarschijnlijk dat ik mijzelf al snel achtergesteld voelde in de klas. Ik werd meer en meer een eenling, die in een sociaal en emotioneel isolement terecht kwam. Ik was achtergesteld en dat zou zo blijven. En elke fout die ik maakte had tot gevolg dat mijn broer mij gewoon op een uiterst pijnlijke manier denigreerde.

Na de basisschool zou ik naar de LTS gaan. Maar dat werd de Ito. Dat was een goede school. Daar was goed onderwijs. Daar had ik positieve ervaringen in de klas en met de andere leerlingen. En ik werd ook niet meer gepest. Alhoewel het zeker niet gemakkelijk voor me was, heb ik me ook door de vierjarige ITO heen geworsteld. En achteraf gezien denk ik dat ik dat heb gered dankzij goede motivatie, want ik wilde mezelf toch bewijzen. Uiteindelijk wilde ik graag de zogenaamde chauffeursschool gaan doen. Maar daarvoor moest je Mavo niveau hebben. En dat had ik niet. Na het afronden van de middelbare school (ITO) mocht ik toch naar de chauffeursschool. De reden was dat ik een oom had die consulent was op de chauffeursschool en die mij min of meer heeft geholpen om toch binnen te mogen komen. En op mijn 20e kwam ik bijna automatisch bij mijn vader in de zaak. Ik kreeg de oudste rammelende bakwagen om mee te gaan rijden; want naar de overtuiging van mijn vader en broer was ik toch niet meer waard. Al snel werd mijn moeder ernstig ziek. En toen ik 23 was, overleed zij aan de gevolgen van maagkanker. Dat was in de periode dat ik op mezelf ging wonen. Dat mijn moeder overleed raakte mij heel diep. Zij had een moeilijk leven gehad en toch ook wel een moeilijk huwelijk, denk ik. Ik ben er zeker van dat mijn moeder het als heel lastig heeft ervaren dat mijn vader zo anti-kerk en anti-geloof was. Maar ze had een vriendelijk karakter en was altijd zorgend naar haar omgeving. Haar houding werd echter ook gekenmerkt door tobben en piekeren. Die zwaarmoedige houding kenmerkte ook in de laatste fase van haar leven. Ze was bezorgd over van alles en nog wat en ook over het welzijn van haar kinderen. En dat ondanks dat wij als kinderen inmiddels volwassen waren.

Aan mijn vader heb ik ook wel een paar goede herinneringen overgehouden. Een hele enkele keer gingen we op zondagochtend samen ergens naartoe. Gewoon om een ijsje te eten of zo. Dat waren de zeer schaarse momenten waarin ik wel iets proefde van zijn liefde voor mij. Hij heeft het echter nooit op een andere manier kunnen duidelijk maken en was waarschijnlijk ook sterk beïnvloed door de omgeving waarin hij zelf was opgegroeid.

Toen ik na militaire dienst besloot op mezelf te gaan wonen (ergens rond mijn 23e ) was ik inmiddels in een behoorlijke identiteitscrisis belandt. Ik was ondertussen enorm angstig geworden om te falen. Ik had een angst om bekritiseerd te worden, neergesabeld te worden, afgewezen te worden. Als ik tegen moeilijke dingen aan liep, durfde ik aan anderen geen vragen te stellen maar probeerde ik het zelf op te lossen. Anders zou ik toch weer bestempeld worden als ‘die domme jongen’. Dat is overigens nog steeds iets wat ik niet gemakkelijk vind. Een beroep op een ander doen voor advies of ondersteuning is voor mij nog steeds een hoge drempel. Uiteindelijk was ik geneigd om moeilijke zaken voor mij uit te schuiven en bleef ik piekeren, piekeren en nog eens piekeren. Afgezien van de contacten op mijn werk was ik in die tijd best eenzaam. Om het gebrek aan liefde en warme relaties te compenseren en om de emotionele pijn te verzachten, begon ik te eten zonder limieten of grenzen. Het zogenaamde emo-eten.

Even een stapje terug in de tijd. Toen ik nog thuis woonde, kregen we een nieuwe buurman. Het was een gezinnetje met drie kleine kinderen en de man was predikant. Hij heette Benno. Er ontstonden goede relaties met dit echtpaar. Ik mocht regelmatig op hun kinderen passen. Met hem heb ik eigenlijk de eerste diepgaande gesprekken gevoerd over God en geloof. De warme contacten die we hadden resulteerden soms in het feit dat ik hem op zondag naar een spreekbeurt reed als hij ver weg moest preken. Hij gaf mij dieper inzicht in wie God is en hielp me de weg vinden naar de Hervormde kerk. Ik vertel dit maar met twee zinnetjes, maar ik denk daar nog steeds met diepe dankbaarheid aan terug. Want hij en zijn vrouw hebben in mijn leven de basis gelegd voor een relatie met God. Toen ik later in mijn eigen flat woonde, is hij nog diverse keren langs geweest voor persoonlijke gesprekken over God. Het leidde ertoe dat ik ook regelmatig naar de kerk ging en me ook aansloot bij een kring van de kerk. In 1998 deed ik de Alpha cursus en in 1999 legde ik geloofsbelijdenis af in mijn kerk. Dat was het begin van mijn geloofsavontuur. Ten diepste heb ik daar mijn leven overgeven aan Jezus Christus, maar ik wist nog niet wat dat precies allemaal zou gaan betekenen.

Hoewel ik werkte in het familiebedrijf, had ik een slechte relatie met mijn vader en mijn broer. Je zou kunnen zeggen dat er gewapende vrede was. Maar ik voelde me continu gekleineerd door hen. Denigrerende opmerkingen maakten dat ik nogal eens in mijn schulp kroop. Toen er twee nieuwe vrachtwagens werden gekocht mochten de chauffeurs die daarop zouden gaan rijden hun wensen voor de inrichting en accessoires kenbaar maken en die werden gehonoreerd. Ik kreeg één van de afdankertjes. En toen ik vroeg of daar wat aan mocht worden verbeterd, werd me gezegd dat ik die aanpassingen dan maar uit eigen zak moest betalen.

Toen mijn moeder was gestorven, zakte gevoelsmatig de grond onder mijn voeten weg. De verbindende kracht was er niet meer. Het verdriet kon niet worden gedeeld. Er was geen mogelijkheid voor tranen en emoties. Dat paste gevoelsmatig niet in de cultuur van ons gezin. We gingen na de crematie weer over tot de orde van de dag. En hoewel ik dagelijks mensen ontmoette op de zaak en tijdens mijn werk, had ik in die periode soms het gevoel dat ik alleen op de wereld was. Inwendig was ik boos. Soms was ik ook boos op God. Waarom ging het zo beroerd in mijn leven? Zulke depressieve perioden werden dan weer afgewisseld met een fase van berusting. Waren er dan helemaal geen lichtpuntjes? Ja, de man van mijn zus die ook in het familiebedrijf werkte gaf mij wel kansen op mijn werk en was heel wat menselijker in zijn benadering naar mij. Maar ook in de kerk en op de kring van de kerk, kon ik voor mijn gevoel mijn hart niet delen. Achteraf gezien heeft dat waarschijnlijk ook aan mijzelf gelegen. Uit zelfbescherming had ik me afgesloten en flinke muren om mijn hart geplaatst.

Drie jaar na het overlijden van mijn moeder, overleed ook mijn vader. Ik was toen 27. Het ouderlijk huis was gevoelsmatig nu helemaal weg. Ik was een wees. En zo voelde ik me ook. De afwikkeling van de erfenis van onze ouders ging op zijn zachtst gezegd niet erg soepel. Het versterkte de kloof die er al was tussen mijn broer en mij. En het versterkte ook de gedachte dat ik het derde wiel aan de wagen was.

Op 27 jarige leeftijd kreeg ik te maken met de voortekenen van een burn-out. Met de dag verminderde mijn zin om naar het werk te gaan. Mijn concentratie ging stapje voor stapje achteruit. En ik was altijd moe, mijn energie niveau was tot het nulpunt gedaald. Werken, (te veel) eten, in mijn schaarse vrije tijd voor de televisie hangen, nauwelijks sociale contacten. Dat was in grote lijnen mijn dag- invulling. In 1998 moest ik stoppen met werken als gevolg van een volledige burn-out. Natuurlijk was er geen begrip in de familie. Hoe kon uitgerekend ik nu een burn-out krijgen? Ik had naast mijn werk immers nauwelijks verplichtingen, dan kan zoiets toch niet? Dat was dus nog meer reden om mezelf schuldig en waardeloos te voelen. En eigenlijk voelde ik me ook wel een beetje slachtoffer. De escapes versterkten zich. Eten en apathisch naar de tv kijken. Daar vulde ik mijn dagen mee. Mijn wekelijkse gang naar de kerk leed er ook onder: mijn kerkgang en het bezoek aan de kring werd steeds onregelmatiger. En als alleengaande zonder partner ging ik in deze periode ook mijn leefpatroon omdraaien. Lange periodes gedurende de dag bracht ik lusteloos in bed door en ‘s avonds en ‘s nachts zat ik vele uren door op de bank achter de televisie. Wat ik in die periode ook deed was ‘emotie kopen’. Gewoon om mezelf een beetje gelukkiger te voelen, kocht ik allerlei (soms dure) elektronica, die ik niet nodig had. Kortom: ik probeerde mezelf een beetje te verwennen.

Ik kreeg van de GGZ wel wat hulp. Een assertiviteitstraining, een psychiater en later ook groepstherapie. Dat beviel eigenlijk niet zo goed. Ofschoon God eigenlijk niet meer op de eerste plaats stond in mijn leven gedurende die periode, had ik er wel veel moeite mee dat de begeleider van de groepstherapie een echte New-Ager was. Hij was van mening dat Boeddha, Allah en God toch eigenlijk allemaal hetzelfde waren. Dat ging voor mij een brug te ver, daarom ben ik daar afgehaakt. Na enige tijd ben ik verder gegaan met therapie bij de christelijke GGZ. Dat heette toen Gliagg en nu Elios. Zij hebben me geholpen zo goed ze konden en ik volgde daar onder andere een assertiviteitstraining. Zij legden de basis dat ik nu minder introvert ben dan voorheen. Dat introvert-zijn heeft me overigens ook altijd verhinderd om langdurige relaties met vrouwen aan te gaan. Op één of andere manier heb ik wel wat pogingen gedaan, maar de dames met wie ik probeerde een relatie aan te knopen, waren zo mogelijk nog introverter dan ik. Dat ging dus niet werken.

Zo rond de eeuwwisseling (na anderhalf jaar niet gewerkt te hebben) kon ik weer op therapeutische basis aan de slag bij een taxibedrijf. Na een paar jaar kwam ik in contact met Arie en Louise; een wat ouder echtpaar met wie het bijzonder goed klikte. Arie en Louise waren toegewijde christenen die richting hun pensioen gingen toen ik hen leerde kennen. Ze nodigden me uit om eens naar hun kerk te komen. Dat was ‘de Bron’; een kleine evangelische gemeente in Gorinchem. Nu 13 jaar geleden kwam ik daar voor het eerst. En het voelde als thuiskomen. Niet alleen vanwege de goede bijbelstudies en de goede preken. Maar zeker ook vanwege het feit dat ik het gevoel had dat ik hier terecht kon met mijn vragen. En dat er oprechte interesse en warme belangstelling was voor iedere bezoeker en lid. Dat had ik voor een deel toch wel gemist in mijn kerk. Arie en Louise werden gevoelsmatig een beetje mijn tweede vader en moeder. En bij hen maakte ik een inhaalslag. Zij gaven me wat ik thuis eigenlijk nauwelijks had ontvangen; liefde, betrokkenheid, aandacht en ondersteuning. Met Arie heb ik onnoemelijk veel uren gepraat over allerlei zaken in het leven. Die soms nachtelijke uren hebben veel voor mij betekent. Zij waren de basis voor een betere relatie met God en ook een voorzichtige start van de ontwikkeling van mijn zelfvertrouwen.

En toen begon Celebrate Recovery in Gorinchem. Op de uitnodiging kwam ik diverse dingen tegen die ervoor zorgden dat ik besloot om daaraan deel te gaan nemen. Want “samen met God en met elkaar op weg naar herstel” , dat wilde ik wel! Op de allereerste avond was dominee Kees van Velzen aanwezig. Zijn toespraak gaf de doorslag. Wat ik fijn vond, was dat ik eerst een poosje de kat uit de boom mocht kijken. Er zijn twee dingen die me uit het begin zijn bijgebleven. Het eerste was dat ik daar ook warmte en belangstelling kreeg en dat de bijbel open ging en ik nieuwe inzichten kreeg die precies van toepassing waren op mijn situatie. Maar er was ook een andere kant: ik vond het loodzwaar. De rol van de deelnemersboekjes was me niet precies duidelijk, evenmin als de samenhang tussen de lessen, de map met uittreksels, de gesprekken, de Celebrate Recovery bijbel en de coach. De lessen vond ik wel erg goed. Met name de Powerpoints van de lessen en het bijbehorende uittreksel mapje. Ik zat tijdens de lessen voortdurend aantekeningen te maken. Ik ben erg visueel ingesteld, dus goede Powerpoints met goede uittreksels helpen mij om dingen te begrijpen en toe te passen. Om dezelfde reden vind ik het fijn Powerpoints en een goede hand-out te hebben tijdens een preek.

Ondertussen liep ik nog steeds bij de psychiater. Eigenlijk met steeds grotere onvrede. Hij heeft me nooit gediagnosticeerd, maar gaf me wel medicijnen om de emotiepieken en -dalen af te vlakken. Het zou me ook moeten helpen om beter om te gaan met kritiek. Want ook dat was best wel zorgelijk in mijn leven. Ik leefde in continue in angst om op mijn falie te krijgen. Dat was niet alleen thuis zo geweest, maar ook bij de volgende werkgevers waar ik werkte als taxichauffeur, vrachtwagenchauffeur of buschauffeur. Nog steeds ben ik erg gevoelig voor kritiek. Mijn ervaring is dat ik door terechte of onterechte kritiek veel sneller krasjes krijg op mijn ziel, dan andere mensen. Ik ervaar dan afwijzing en het minderwaardigheidsgevoel komt dan weer bovendrijven.

Toen ik bij CR kwam, kreeg ik stapje voor stapje meer zicht op mijn eigen problematiek. In één van de deelnemersboekjes heb ik opgeschreven dat ik probeerde mijn identiteit te vinden in mijn werk en mijn prestaties. Ik ontdekte toen dat ik al vele jaren naar de buitenwereld een masker had gedragen. En ik zorgde er wel voor dat niemand te dichtbij kwam, want ik wilde me absoluut niet kwetsbaar opstellen. Stel je voor; ik kon mezelf toch wel redden? Langzamerhand liet ik in de veilige omgeving van de opendeelgroep mijn masker zakken. Voorzichtig deelde ik steeds meer dingen uit mijn leven waar ik mee worstelde. Ik probeerde te veranderen… maar het bleef in eerste instantie bij pogingen. Achteraf gezien omdat ik het in eigen kracht probeerde. Want ik had ook moeite om de controle over mijn eigen leven los te laten en mezelf helemaal over te geven aan Jezus Christus.

Wat het voor mij ook wel lastig maakte, was dat ik bij CR veel informatie in korte tijd kreeg. Dat kon ik niet allemaal zo snel verwerken en toepassen. Uiteindelijk heb ik bijna drie jaar bij CR als deelnemer mogen meelopen en elke ronde deed ik nieuwe ontdekkingen. Mijn wekelijkse CR bijeenkomst verzuimde ik vrijwel nooit. En eerlijk gezegd gingen mijn luiken steeds verder open. Soms heb ik op de avonden een feest van herkenning beleeft. En ik heb daar ook ontdekt dat ik niet de enige was, die worstelde met deze problematieken. De lessen waren heel duidelijk. Soms een beetje, maar soms ook 100% toegesneden op mijn eigen situatie. Na een aantal maanden begon ik ook voorzichtig mee te praten in de opendeelgroep. Mijn relatie met de Heer werd sterker tijdens CR. En ik begon ook weer opnieuw te bidden. Tijdens CR moest ik anderen gaan vergeven, maar ook leren om mezelf te vergeven. Ik was immers ook zelf medeverantwoordelijk voor de situatie waarin ik terecht was gekomen. Ik had immers niet altijd verstandige keuzes in mijn leven gemaakt.

Wat ik soms nog best heftig vind, zijn de Persoonlijke Verhalen van oud deelnemers van CR. (Ik had nooit gedacht dat ik het een voorrecht zou gaan vinden om mijn PV te mogen delen met anderen). Ik snapte wel dat mensen een uitlaatklep zoeken als ze pijn lijden. Mijn pijn werd veroorzaakt door afwijzing, continue kritiek, minderwaardigheidsgevoelens en faalangst. En mijn uitlaatklep was emotie-eten, tv-kijken en mezelf verwennen door dingen te kopen die ik helemaal niet nodig had. Andere hadden gekozen voor uitlaatkleppen als gamen, alcohol, seks, sigaretten of zelfmedelijden. Maar in feite zijn het dezelfde soort escapes. Tijdens de tijd van aanbidding binnen de CR bijeenkomsten, raakten de liederen me soms heel diep. Tijdens het zingen van ‘Tienduizend redenen’, of, “Stil, mijn ziel wees stil” kwam God soms heel dichtbij.

Waar ik verder met heel positieve gevoelens aan terug denk, is dat ik veel mensen heb leren kennen en met een aantal van hen een familiegevoel heb gekregen. Gastvrijheid, een warm welkom, af en toe een gezamenlijke maaltijd of een mooie film ertussendoor, maken dat ik me echt thuis voel bij CR. God is daar echt aan het werk met alle deelnemers. Niet dat het altijd even gemakkelijk was. Bij Stap 4 over inventarisatie heb ik soms best wel een aantal keer moeten slikken. Soms was ik zelfs geneigd om maar te stoppen. Wat ben ik nu dankbaar dat God me steeds de kracht heeft gegeven om door te gaan. Anders was ik nooit bij Stap 12 terecht gekomen. Ik zou dan ook heel graag tegen iedere deelnemer willen zeggen: “Geef God een kans; Hij gaat binnen het CR-programma echt met je aan de slag”! En als je aarzelt om verder te gaan als deelnemer: hou dan vol! Ik heb er geen seconde spijt van gehad. “

Door omstandigheden heb ik drie coaches gehad. De eerste was Arie. Hij is twee jaar geleden naar de Heer gegaan. Mijn volgende coach moest ook door ziekte afhaken. Mijn derde coach heeft me ondersteund tijdens het laatste stukje van 12 stappen. Ik ben dit P.V. heel bewust begonnen met te vermelden dat ik herstellende ben. Dat betekent dus nog niet helemaal hersteld. Het emotie-eten (ik noem het liever ‘troost-eten’) en het voor de tv hangen zijn nog niet helemaal uit mijn leven gebannen. Hetzelfde geldt voor de faalangst , de angst voor kritiek en het minderwaardigheidsgevoel. Soms steekt het zomaar ineens de kop weer op. Ik zou het fijn vinden als God die angst en negatieve emoties bij mij weg zou willen nemen. Zover is het nu nog niet helemaal, maar bij CR heb ik mogen ontdekken, dat ik als kind van God in de overwinning mag staan. En heb ik ook geleerd dat ik er mag zijn en dat ik dankzij het verlossende werk van Jezus Christus een geliefd kind van God ben. Ook zou ik graag nog twee andere dingen met jullie willen delen. Sinds een half jaar werk ik bij een groot transportbedrijf. Voor het eerst in mijn leven heeft God mij de kracht gegeven om niet weg te lopen of in mijn schulp te kruipen voor kritiek. Ook heb ik eindelijk op een eerlijke manier mijn eigen grenzen durven aangegeven voor wat betreft het soort werk en de bereidheid om over te werken. Dat zou ik vroeger nooit gedurfd hebben. En inmiddels heb ik ook mijn roepnaam veranderd. In mijn paspoort staan de namen Maarten Johannes. Dat werd door iedereen altijd afgekort tot Majo. Daar werd ik niet erg blij van. Sinds ruim een jaar heb ik gekozen om mijzelf Maarten te laten noemen. Ook als een soort markeringspunt van het nieuwe leven dat God in mij is begonnen. Soms hoor ik van mensen om mij heen dat zij de veranderingen in mijn leven bemerken. Hij gaat door met het bewerken van positieve veranderingen terwijl ikzelf soms niet eens gemotiveerd was om door te gaan. Hij gaf me een andere kijk op mezelf en heeft CR en andere gelovigen gebruikt, om mij sterker te maken. Vroeger dacht ik wel eens dat God mij als gevolg van mijn stommiteiten volledig in de steek had gelaten, nu weet ik dat Hij dat nooit zal doen.

Het is verbazingwekkend wat God in mijn leven heeft gedaan. Een deel van de pijn in mijn leven is veroorzaakt door wat anderen mij hebben aangedaan. Een ander deel is het gevolg van mijn eigen foute keuzes. Ik weet dat God weliswaar verdriet heeft gehad van mijn verkeerde keuzes, maar dat Hij mij niet veroordeelt. Ik mag weten dat Hij mij op basis van het volbrachte werk van de Here Jezus mijn fouten heeft vergeven. Toen ik ooit belijdenis van mijn geloof deed in de kerk, kreeg ik als persoonlijke tekst mee: Ik ben ervan overtuigd dat Hij die dit goede werk begonnen is, dat ook zal voltooien op de dag van Jezus Christus. (Filippenzen 1:6) Wat ik nog graag zou willen leren is om niet af en toe, maar regelmatig stille tijd te houden. En op regelmatige basis ook een goed boek te lezen voor mijn verdere vorming. In mijn eigen leven heb ik ontdekt dat discipel van Jezus Christus zijn, ook veel te maken heeft met discipline. Het ‘gebed van innerlijke rust’ is dan ook erg belangrijk voor mij. Want ik realiseer me dat ik zelf moet veranderen wat ik kan veranderen, en al het andere moet overgeven in de handen van God. En dat ik dag voor dag uit genade mag leven. Ook ik mag inmiddels duidelijk de verschillen zien met vroeger. Dat maakte heel dankbaar! Ik weet nu dat ik niet meer de fout moet maken om opnieuw in mijn werk te vluchten of opnieuw mijn neiging tot perfectionisme ruimte moet geven. Maar tegelijkertijd besef ik, dat ik ook nog veel te leren heb. Maar God is nog niet klaar met mijn leven; ik strek me uit naar meer van Zijn kracht en zijn invloed. Ik wil graag de klei zijn in de hand van de pottenbakker en weet dat Hij het goede met mij voor heeft!

Nu ik dankzij Gods genade Stap 12 heb bereikt, wil ik verder gaan groeien in het volgen van Jezus. Ik mag nu assistent open-deelgroepleider worden en ga beginnen met de deelnemers gidsen 5-8. De deelnemers boekjes hebben mij praktische handvaten gegeven om inzicht te krijgen en langzamerhand ook laten zien hoe ik mijn gedrag, samen met Jezus Christus, kan veranderen.

Dank je wel dat ik mijn persoonlijk verhaal met jullie mocht delen!!


Herstellende van seksueel misbruik, een echtscheiding en van mijzelf pijn doen.

Goede(morgen) , mijn naam is Jenny en ik ben herstellende van seksueel misbruik, van een echtscheiding en van mijzelf pijn doen.

Ik ben geboren in een katholiek gezin. Ik heb een oudere broer. Hij is verstandelijk gehandicapt en kreeg heel veel aandacht. Daardoor voelde ik mij vaak alleen en heb ik weleens uitgeroepen: “He ik ben er ook nog” Mijn vader is niet zo’n prater en hij zegt alleen het hoognodige. Mijn moeder hield wel veel van praten en ze was dan ook duidelijk aanwezig. Ook kon ze, als ze het ergens niet mee eens was, nogal boos worden en dan gooide ze uit frustratie spullen in het rond. Omdat ik het thuis niet fijn vond, heb ik zelfs gedurende een bepaalde periode rondgelopen met de gedachte dat ik geadopteerd was. En dat ik ergens anders lievere ouders had.

Wel hadden we een huis vol dieren o.a. met kleine zoogdieren zoals: konijnen, cavia’s marmotten en een poes. Daarnaast hadden we goudvissen en kleine vogels Ik vond het vooral leuk om een poes te hebben, want daar kon ik lekker mee knuffelen en daar ontving ik ook liefde van.

Op school werd ik gepest. Ik werd uitgescholden en ik werd geschopt en geslagen. Ook werd ik nogal eens buitengesloten en met gym werd ik ook altijd als laatste gekozen. Ik werd gepest omdat mijn broer anders is en omdat ik niet voldeed aan wat zij belangrijk vonden. Ik vond het niet leuk en het zorgde ervoor dat ik niet naar school en ook niet naar huis durfde te gaan. Ik voelde me dus nergens thuis. Aangezien we tussen de middag warm aten, kwam het nogal eens voor dat mijn vader mij kwam ophalen, want anders werd het eten koud. Toen ik in de 6e klas zat, moest iemand mij tijdens een gym-oefening opvangen. Maar die persoon had daar (denk ik) geen zin in en toen viel ik met als gevolg dat mijn arm brak.

Om die redenen wilde ik graag dood. Ondanks dat ik gepest werd had ik wel vriendinnen. Een daarvan was Sandra en soms speelden we samen dat we dood waren. Toen we 8 jaar oud waren, heeft zij een ernstig ongeluk gekregen.
Ze is wel blijven leven. Maar heeft lange tijd in coma gelegen. Waarom weet ik eigenlijk niet maar ik heb haar nooit bezocht en ook geen contact meer met haar ouders gehad.
Later hoorde ik dat ze mentaal de leeftijd van een baby had toen ze weer uit coma ontwaakte.

Na vijf jaar zag ik haar weer voor het eerst. Ondanks dat ze ouder was geworden, herkende ik haar direct. Ik schrok enorm toen ik haar zo zielig in haar rolstoel zag zitten. Vlak daarvoor had ik nog een vervelende ervaring over Sandra gehad. Ik zat inmiddels op de middelbare school en zij was verhuisd naar een ander dorp en er waren meisjes van mijn klas die ook in dat dorp woonden. Die meisjes uit dat dorp spraken met elkaar op een negatieve manier over haar. Aangezien ik ook gepest werd door die meisjes, durfde ik niet te zeggen dat ik vriendin met Sandra was geweest.

Vele jaren later kwam bij mij de vraag bovendrijven of Sandra wel een echt ongeluk had gekregen of gewoon een zelfmoordpoging had ondernomen. Het ongeluk had plaats gevonden op een wat raadselachtige manier. Helaas heb ik nooit een antwoord op die vraag gekregen en daar heb ik het soms nog best moeilijk mee.

Ik had ook nog een andere vriendin die Diana heette. Ik heb haar leren kennen toen ik 3 was en zij is lange tijd mijn vriendin geweest. Ik kwam graag bij haar thuis, want ik zag daar dan dat het ook anders kon. Vaak kwamen er op zondagmiddag een heleboel gezinnen met kinderen bij hen thuis. Dan speelden Diana en haar zus met al die kinderen buiten en ik mocht dan ook meedoen. Dat was een fijne tijd.

We gingen als gezin naar de katholieke kerk en ik vond het bij de zondagsschool erg leuk. Tot mijn 14e woonde ik in Noord-Holland. In dat jaar gingen mijn ouders scheiden.
Ik dacht dat ik de oorzaak daarvan was en dat ik niet aardig genoeg was geweest. Ook voelde ik mij eenzaam en in de steek gelaten.

Omdat mijn vader ergens anders ging wonen, had hij een busje geregeld en hij was bezig om zijn spulletjes in het busje te laden.
Toen hij daarmee bezig was liep een meisje dat ik kende, voorbij.
Ze zei:” je ouders gaan toch scheiden?” en ik antwoordde: ”nee hoor mijn ouders gaan niet scheiden”. Ik weigerde de realiteit te aanvaarden, terwijl het toch duidelijk was dat mijn vader niet maar voor een paar dagen wegging.

Wat de meisjes betreft die nogal eens negatief over Sandra spraken, heb ik later ontdekt dat God van iets negatiefs iets moois kon maken alleen wist ik dat toen nog niet.
Het pesten op school en de scheiding van mijn ouders zorgden ervoor dat al mijn levenslust verdwenen was
Aangezien ik toen nog niet wist wat zelfmoord was, besloot ik om weg te lopen. Ik ging met de bus naar het dorp waar Sandra woonde. Eerst om haar op te zoeken. Om daarna te proberen met de trein verder te reizen, want in dat dorp was het dichtstbijzijnde treinstation. Eerst ging ik dus op zoek naar Sandra, maar ik heb haar niet gevonden.

Wel zag ik die meisjes uit mijn klas. Blijkbaar gingen ze ook buiten schooltijd met elkaar om en ze vroegen aan mij waarom ik daar was. Ik gaf daar eerlijk antwoord op en ik heb het ook over Sandra gehad. Ze waren tot mijn verbazing toen erg aardig en begripvol. Daarna zijn we met zijn allen met een van de meisjes naar haar huis gegaan en ik heb een hele leuke middag gehad. Ik heb wel moeten beloven om gelijk weer naar huis te gaan en dat heb ik gedaan en mijn moeder heeft toen niet geweten dat ik van plan was om weg te lopen.

Mijn verstandelijk gehandicapte broer woonde op dat moment in een tehuis. Ik bleef bij mijn moeder wonen en zij wilde graag terug naar haar geboorteplaats in Friesland. Ik vond dat geen goed idee, want ik kende daar, behalve mijn moeders familie, niemand en met die familie had ik geen klik. Verhuizen zou bovendien betekenen dat ik mijn beste vriendin Diana moest achterlaten. Ondanks dat we niet naar dezelfde kerk en daardoor ook niet naar dezelfde school gingen, is ze vele jaren mijn beste en soms ook mijn enige vriendin geweest.

Helaas kon ik niet bij mijn vader blijven wonen, want hij had maar één kamer tot zijn beschikking en daarom was ik wel verplicht om met mijn moeder mee te gaan. Na de verhuizing heb ik mijn vader 9 jaar niet gezien omdat mijn moeder dat niet wilde. Mijn vader zocht mij ook niet op en dat vond ik echt verschrikkelijk. Vanaf de scheiding ging mijn moeder niet meer naar de katholieke kerk. Ik ging ook niet meer. Toch liet ik God niet los en Hij mij ook niet, maar dat heb ik pas later ontdekt.

Door de scheiding raakte ik ook het contact met mijn vaders familie kwijt. Daar had ik een aardige opa en oma en ook met mijn ooms en tantes (mijn vader is 1 van de 9) en hun kinderen had ik het altijd goed kunnen vinden. Ik logeerde nogal eens bij mijn opa en oma en ook bij een oom en tante omdat ik een goede klik had met hun oudste dochter.

Toen we net In Friesland woonden, moest ik als gevolg van de keuzes van mijn moeder regelmatig bij familie van haar logeren. Dat vond ik niet leuk; met hen had ik geen enkele klik. Zelfs niet met hun kinderen die leeftijdsgenoten van mij waren. Toen mijn broer weer bij mijn moeder ging wonen, kwam ik ook weer bij mijn moeder terug.

Ik kwam na verloop van tijd op een christelijke middelbare school terecht. Eén van de vakken die we daar kregen was godsdienst en dat vond ik een heel leuk vak.

Toen ik 16 jaar was, zag ik een advertentie in de krant staan. Daarin werd een zomervakantie week aangekondigd. Samen met andere tieners zouden ze een week gaan varen. Ik wilde graag mee en mijn moeder stemde toe dat ik meeging. Het begon met een informatiebijeenkomst. Daar ontdekte ik dat het een christelijk initiatief was en dat het uitging van een evangelische gemeente (ik noem het vanaf nu EG). Ik proefde daar iets van de positieve sfeer die daar heerste. Ik wist niet precies wat het was, maar ik wilde het ook hebben. Nu weet ik dat daar de geur van Christus werd verspreid.

Vanaf dat moment had ik dus een plek waar ik mij thuis voelde.
Ik had een fantastische week. Na afloop vroegen ze of ik ook naar de tienerclub van de EG wilde komen en dat wilde ik wel.

Ik ging na de zomervakantie dus naar de club en ik sloeg bijna nooit een bijeenkomst over. Op een gegeven moment ging het thema over vriendschap; en daar werd verteld dat als je geen vrienden hebt, dan kun je toch een vriend van Jezus zijn..

In die periode was ik de enige tiener van de club, die nog niet de zondagse samenkomsten van de EG bezocht. Veel gesprekken tijdens de koffiepauzes van de club gingen over wat er in de diensten van de EG was gebeurd.

Ongeveer een jaar later werd er een baby opgedragen. Het betrof de baby van het echtpaar dat leiding gaf aan de tienerclub. Zij nodigden ook mij uit voor de dienst. Ik was best wel nieuwsgierig geworden en ik besloot om er ook naar toe te gaan. Maar dat viel een beetje tegen. Eerlijk gezegd vond ik het maar niets, want het duurde nogal lang en ik irriteerde me aan die handen die tijdens het zingen omhoog gingen. Ik ging naar huis met de gedachte: ik kom hier nooit weer tenzij ik mee mag werken met de zondagschool. Toch ben ik daarna nog 2 keer naar de EG gegaan omdat ik door anderen was uitgenodigd.

Ongeveer een jaar nadat ik voor de eerste keer naar de samenkomst was gegaan, groeide toch het verlangen om vaker te gaan. Ik kwam daar op een bepaald moment binnen en iemand die ik kende begroette me met de woorden: ”Wat ben ik blij dat God je heeft gebracht” . Die taal kende ik nog niet en ik reageerde verbaasd: “Nee hoor, ik ben zelf komen lopen”. Ik begreep toen nog niet dat God je hart ergens klaar voor kan maken.

Toen ging ik naar de zaal waar de samenkomst was en ik kwam erachter dat de volwassenen eigenlijk precies hetzelfde gingen doen als de kinderen. Ik dacht terug aan wat ik ongeveer een jaar daarvoor uit overtuiging had besloten, namelijk dat ik alleen terug zou komen als ik naar de zondagsschool zou kunnen gaan. Toen wist ik zeker dat God deze gedachte had bewaard en mij had overtuigd. Ik voelde mij echt thuis en ik voel mij daar nog steeds thuis. Vanaf dat moment ging ik regelmatiger naar de samenkomsten van de EG en later ben ik ook lid geworden.

Op zondag 18 september 1988 ging de preek over het thema verkeerde dingen doen en zondigen. Ik begreep het niet helemaal, maar toen er een oproep werd gedaan om je hart en je leven aan de Heer te geven heb ik dat van harte gedaan.

Ik dacht ook terug aan de bijbeltekst die in Johannes 14: 6 staat:
Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door mij. Die tekst had ik toen ik 8 jaar was voor de allereerste keer gehoord en gedurende al die jaren was die tekst nooit uit mijn gedachten geweest.
En toen pas begreep ik, wat er eigenlijk mee bedoeld werd. Ik ontdekte dat het om Jezus gaat en dat Hij voor mij gestorven is en dat je door Hem bij God kunt komen.

Diezelfde middag gebeurde er meer. Er was ondanks de blijdschap over het feit dat ik mijn hart aan de Heer had gegeven, iets wat anders was dan anders. Dat had met eten te maken, want ik kreeg het gevoel dat mijn maag op slot zat. Ik wilde wel eten, maar ik durfde niet, want ik was bang dat het ergens vast ging zitten. Ik moest natuurlijk wel eten, maar ik zag tegen elke maaltijd op als een berg. En zelfs als ik dan net met moeite de ene maaltijd op had, dan dacht ik al “O, over zoveel uur moet ik weer eten”. Voor iemand die er nooit mee te maken heeft gehad is het bijna onvoorstelbaar. Ik was er eigenlijk continu mee bezig, ook als ik niet aan tafel zat en niet hoefde te eten. Ik kwam in die periode niet in de samenkomsten van de EG.

Mijn moeder maakte zich na verloop van tijd ook zorgen over mijn eetgedrag. Zij wilde graag weten wat ik mankeerde. Daarom heb ik vele uren in het ziekenhuis doorgebracht voor de nodige onderzoeken en het stellen van een diagnose. Al die onderzoeken hadden geen enkel resultaat: er kwam geen enkele lichamelijke afwijking aan het licht. Toen las ik een keer in de Libelle over de eetstoornis Anorexia. Ik herinner me dat ik toen heb gebeden: “Heer ik wil dat niet hebben”.

Op 1e Kerstdag (ik zou het zelf niet bedacht hebben) werd ik wakker en mijn maag begon te knorren en dat was iets wat ik al die maanden ondanks het weinige eten niet meer had gehoord. Vanaf dat moment ging ik langzaam weer meer eten. Uiteindelijk is het met mijn eetprobleem en gewicht weer goed gekomen.

In de loop van het nieuwe jaar ging ik opnieuw weer naar de EG. Ook ging ik weer naar de tienerclub waar ik inmiddels een leidinggevende taak had gekregen.
Doordat ik eerder eetproblemen had gehad, raakte ik ontmoedigd wat mijn geloof betrof. Toen zag ik overal een kruis in, waar ik ook maar in of naar keek zoals: spiegels, bakstenen, huishoudelijke apparaten en nog meer. Ik heb toen opnieuw een keuze voor de Heer gemaakt en daarna was dat meteen over.

Ook maakte ik de keuze voor de volwassen doop en op zondag 26 november 1989 was het zover. Mijn getuigenis was alleen: “Ik wil de Heer volgen”. Mijn dooptekst staat in Romeinen 8:35:Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus! Tegenspoed, ellende en vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard?. In Romeinen 8:38 staat het antwoord, want daar staat dat niets ons kan scheiden van de liefde van God door Jezus onze Heer!

Toen ik bijna 21 jaar was wilde mijn moeder dat ik een vriend zou zoeken, want zo zei ze: “ Als je geen vriend hebt, krijg je geen verkering en als je geen verkering hebt, ga je je niet verloven en als je je niet verlooft ga je niet trouwen en als je niet trouwt krijg je geen kind en als je geen kind krijgt, wordt ik geen oma”. Ik heb toen nog wel de gedachte gehad: “O, maar om een kind te krijgen hoef je toch niet te trouwen”?.

Ik ging toch maar op zoek naar een man en zo kwam ik terecht bij de christelijke correspondentie club. Eerst heb ik met een paar mannen geschreven. Eén van die mannen (ik noem hem maar even JB) vroeg nadat we anderhalf jaar met elkaar geschreven hadden of hij langs mocht komen om eens nader kennis te maken. Daar stemde ik in toe. Daarna bleven we contact houden en na 3 maanden hebben we ons verloofd. Eigenlijk ging het daarna al heel snel mis. Zo had ik mij voorgenomen om geen seks voor het huwelijk te willen, maar dat heb ik dus wel gedaan.

Ondanks vele waarschuwingen van verschillende mensen, ben ik in 1992 toch met JB getrouwd. Hij heeft mij seksueel misbruikt en ik heb dingen gedaan waarvan ik nog nooit gehoord had en waarvan ik ook gewild zou hebben dat dat zo gebleven was. Ook heeft mij geslagen en met woorden vernederd. Ik werd heel erg gecontroleerd en ik moest voor bijna iedere stap die ik deed, toestemming vragen en verantwoording afleggen. Tijdens mijn huwelijk schakelde ik steeds vaker mijn emoties uit. Het was mijn manier om te overleven. Ik voelde niets meer en ook dacht ik niet meer diep na over de dingen die mij overkwamen. Ik zat langzamerhand gevoelsmatig gevangen en werd wanhopig. In die periode kwam opnieuw de gedachte bij me op om een einde aan mijn leven te maken.

Toen we 9 maanden getrouwd waren, heb ik alle pillen (en dat waren er heel veel) die in huis waren, in één keer ingenomen. Ik was eerst op bed gaan liggen, maar toch durfde ik niet dood te gaan. JB was ook thuis en ik heb hem geroepen met als gevolg dat ik daarna snel naar het ziekenhuis werd gebracht. Daarna heb ik geen nieuwe pogingen meer gedaan. De belangrijkste reden was dat ik bang ben voor de dood en ik ook niet zeker wist of je dan wel naar God gaat en dat wil ik toch wel heel graag.

Vervolgens gingen mijn gedachten een andere kant op. Ik ging nadenken over hoe ik JB zou kunnen vermoorden. Natuurlijk realiseerde ik me dat als ik dat zou doen, ik in de gevangenis terecht zou komen. Want ik was wel van plan om na die daad mijzelf direct aan te geven bij de politie. Maar zelfs in de echte gevangenis zou ik gevoelsmatig toch vrij zijn.

Ik ben eerlijk gezegd niet getrouwd omdat ik zoveel van JB hield, maar om het huwelijk zelf. Ik wilde niet de enige zijn die niet getrouwd was en ook ben ik getrouwd om mijn moeder tevreden te stellen.

In 1995 kregen we een dochter. Laat ik haar Julia noemen. Het seksueel misbruik stopte abrupt vanaf de dag dat we wisten dat ik in verwachting was. Maar alle andere mishandelingen bleven wel doorgaan. Samen hadden we toen al gesprekken bij het RIAGG. En omdat JB mij overal de schuld van gaf, kreeg ik via de EG een pastoraal medewerkster om gesprekken mee te voeren.

Toen Julia een baby van ongeveer 8 maanden was, werd het zomervakantie en omdat mijn pastorale hulp op vakantie ging, kreeg ik tijdelijk een andere pastorale medewerkster. Zij zag meteen dat er iets niet klopte en signaleerde dat ik angstig werd op het moment dat JB thuis kwam uit zijn werk. Zij was ervan overtuigd dat zij externe hulp moest inschakelen en ze wist ook dat ze niet met ons kon overleggen. Toen heeft zij zonder overleg met ons en zonder ons medeweten met de raad van de kinderbescherming gebeld en de volgende dag werd Julia uit huis gehaald en in een pleeggezin geplaatst. Ik heb het gewoon laten gebeuren, want ik had mijn emoties en gevoel uitgeschakeld.

Ook werd JB verplicht om gedurende drie weken ergens anders te gaan slapen. Julia had via pleegzorg een begeleidster en zij heeft ervoor gezorgd dat JB na 3 weken op zoek ging naar een andere plaats om te slapen. Hij is later nog wel eens bij mij geweest, maar hij heeft nooit meer bij mij geslapen. Julia is 4 maanden in een pleeggezin geweest en daarna is ze weer bij mij teruggekomen.

Ik heb later nog wel geprobeerd om de relatie met JB te herstellen en tot iets goeds te maken, maar uiteindelijk bleek dat toch niet haalbaar te zijn. Daarom heb ik toch een echtscheiding aangevraagd. Nu zijn we ruim 15 jaar gescheiden. Later was ik dankbaar voor deze ontwikkelingen, want ik weet nu dat scheiden beter is dan iemand vermoorden.

Eind 1990 ben ik er mee begonnen om mijzelf pijn te doen en wel om de volgende redenen:
Het seksuele misbruik achtervolgde mij en ik wilde de emotionele pijn die ik van binnen voelde, niet langer voelen maar ik wilde in plaats daarvan echte, fysieke pijn voelen.
Het was steeds een ander geweest die bepaalde wanneer het misbruik begon en wanneer het weer stopte. Nu wilde ik zelf de controle hebben wanneer ik zou beginnen en weer stoppen.

Ook dacht ik dat ik niet goed genoeg was en dat ik straf verdiend had. Omdat een ander mij niet langer pijn deed, besloot ik om mezelf pijn te gaan doen.
In mijn gedachten ging ik ook God beschuldigen van alles wat er gebeurd was. Waarom had Hij de ander geen halt toe geroepen? Waarom had Hij niet beter op mij gepast?.

Ik leidde een dubbelleven, want op zondag ging ik naar de kerk en zei ik vol overtuiging dat het allemaal goed ging. Maar op doordeweekse dagen deed ik mezelf pijn en ik had dus regelmatig een terugval.
Iedere keer als ik het weer gedaan had, voelde ik mij ook schuldig en ik schaamde mij dan ook naar God toe.

Ik had een keer een gedicht voor iemand geschreven over hoe je als christen zou moeten leven. Toen ik erover nadacht vroeg ik mijzelf af of mijn eigen leven er wel zo uitzag als ik voor die ander had geschreven? Tot mijn teleurstelling en verdriet moest ik vaststellen dat dat niet zo was; het was een mooi plaatje maar helaas niet van toepassing op mijn eigen leven. Straks aan het einde lees ik het betreffende gedicht voor.

Ongeveer 8 jaar geleden heb ik JB vergeven, maar ik worstelde nog steeds met schuld en schaamte gevoelens en ik bleef mijzelf pijn doen.

Ongeveer 6 jaar geleden hoorde ik over Celebrate Recovery
Mijn eerste gedachte was dat CR vast iets was voor ‘zielige mensen’. Dat beeld moest ik snel bijstellen nadat ik positieve verhalen over CR had gehoord van andere mensen.
Toen heb ik besloten om mee te gaan doen. CR zou hier in deze kerk gaan starten en ik was de eerste om te melden dat ik mee zou gaan doen. De eerste zijn; dat past eigenlijk niet zo bij mij. Maar achteraf gezien was het een goede keuze.
Eventjes was ik bang dat ik de enige zou zijn. Maar al snel bleken er meer mensen te zijn die ook de moed hadden om mee te gaan doen.

Ik had mijzelf moed ingepraat en zo ging ik dus vol goede moed naar de eerste CR bijeenkomst. Ik was die avond best wel zenuwachtig en gespannen. Dat was omdat ik niet precies wist wat ik moest verwachten. Ook wist ik niet wie ik daar verder zou ontmoeten. Met verbazing zag ik dat er best veel mensen waren. De eerste bijeenkomst was een informatieavond over wat je kon verwachten als je deel zou gaan nemen en ook wat er van jou werd verwacht.

Ook werd ons gevraagd of je op een briefje wilde schrijven aan welke doelen je wilde gaan werken. Omdat er heel veel vrouwen waren, gingen de medewerkers daarna bekijken wie in welke groep kwam. Ondanks dat ik nog een week moest wachten voordat ik wist in welke groep ik kwam, ben ik toch niet meer zenuwachtig geweest.

Eerst zag ik er wel tegenop omdat er elke week een bijeenkomst is en dat je in principe elke 2 weken een persoonlijk gesprek met je coach moest hebben.
Ook vond ik het moeilijk om iemand te vragen om mijn coach te zijn. Uiteindelijk heb ik toch de stap gezet en de tweede die ik vroeg, reageerde meteen positief. Ik wilde haar nog bedenktijd geven en vertellen dat ze er best even over na mocht denken. Maar haar antwoord was dat zij die morgen al had besloten dat ze mijn coach wilde zijn.

Het kostte me geen moeite om elke week naar CR te gaan en om regelmatige gesprekken met mijn coach te hebben.
Het was fijn en bemoedigend om te ervaren dat ik door andere vrouwen werd geaccepteerd zoals ik ben en dat ik herkenning vond.

Ondertussen zijn mijn gedachten over Celebrate Recovery behoorlijk veranderd. Ik weet nu dat CR juist niet voor zielige mensen is, maar dat het een programma is dat bestemd is voor moedige mensen, die de stap durven zetten om te willen veranderen. Mensen die samen met God en anderen willen werken aan Zijn plan voor hun leven.

Wel vond ik het soms moeilijk om in de open-deelgroep aan de andere vrouwen te vertellen wat ik voelde en wat ik dacht.

De stap die voor mij het moeilijkst was, was om te stoppen met mijzelf pijn te doen. Ik bleef in mijn gedachten maar herhalen dat ik straf had verdiend.

Soms zat ik in de algemene CR samenkomst en dan dacht ik: het klinkt allemaal zo mooi, de woorden over God, maar het is toch niet voor mij. Op sommige avonden wilde ik zelfs heel hard naar huis terug rennen om mijzelf thuis pijn te gaan doen. Maar gelukkig was er dan de onzichtbare hand van God, die mij tegen hield. Hij liet aan mij weten dat het ook voor mij is. Dus dan bleef ik zitten en ging ik ook naar de open deelgroep en daarna pas naar huis en dan deed ik mezelf dus geen pijn meer.

Ik overlegde regelmatig met mijn coach en vertelde haar dan dat ik mijzelf pijn deed. Zij bleef dan herhalen dat Jezus ook voor mij gestorven is en dat Hij daardoor mijn straf gedragen had. Ook wist ze mij te overtuigen dat je niet de ene dag God kunt prijzen en de andere dag jezelf pijn kunt doen.

Ongeveer drieënhalf jaar geleden kwam er een ommekeer en sindsdien heb ik mijzelf geen pijn meer gedaan.
Die ommekeer werd veroorzaakt door Stap 4. Daar staat: Onder Gods leiding onderzoek ik mijn leven op een open en eerlijke manier. Ik realiseerde mij toen dat alle fouten kunnen worden vergeven en dat het is een leugen dat het misbruik mijn schuld was en die waarheid is mijn nieuwe realiteit geworden. Ik weet het zeker: het is niet mijn schuld.

Ook kwam ik tot de ontdekking dat het niet mogelijk is om alles onder controle te hebben en dat je je leven moet laten leiden door God, want dan is het goed.
God houdt van je zoals je bent, maar Hij houdt teveel van je om je zo te laten als je bent!
Ik heb een lieve Hemelse Vader en een fijne Vriend Jezus.
Toch vind ik het soms nog moeilijk om te geloven dat God van mij houdt, maar keer op keer overtuigt Hij mij, dat het wel zo is.

Ongeveer 3 jaar geleden ben ik verhuisd en toen kwam ik erachter dat ik een hele leuke buurvrouw heb. Lang geleden zaten we bij elkaar in de klas en toen heeft zij mij gepest. Een aantal jaar daarvoor heeft zij mij daar al voor om vergeving gevraagd. Dat heb ik als heel bijzonder ervaren. Sindsdien hebben we al een paar keer met elkaar gesproken.

Ik heb de laatste jaren een goed contact met mijn moeder gekregen en we zagen elkaar toen regelmatig. Dat duurde tot 2 jaar geleden, want toen is zij overleden.
Met mijn vader en mijn broer heb ik ook nog af en toe contact.
Mijn opa’s en oma’ zijn inmiddels overleden.
Met sommige van mijn ooms en tantes van mijn vaders kant heb ik ook af en toe weer contact en ook met de nicht bij wie ik vroeger nogal eens logeerde.
Ondanks dat ik heel veel mensen ken o.a. via de EG en mijn vrijwilligerswerk, heb ik nog steeds niet zoveel vrienden.
Ik ben nog steeds alleen, want een nieuwe relatie met een man aangaan, vindt ik toch best wel spannend.

Ik ben wel dichter naar God gegroeid en ik laat Hem ook steeds meer toe in mijn leven. Er was lange tijd een muur tussen God en mij en die is nu weg. Ik laat ook meer Gods liefde toe in mijn leven. Eerst was ik altijd bang dat als ik dat zou doen, ik dan zou gaan huilen. Nu zou ik het niet meer erg vinden als er tranen zouden opkomen. Ik heb ook de keuze gemaakt om voluit te willen leven; dus de gedachte om er zelf een einde aan te maken is ook verleden tijd.

Nog steeds ga ik verder met mijn herstel en nog steeds ben ik bezig met Stap 12. en ik ben nu medewerker bij CR en ik ben bij het ondersteunende gebedsteam. Ik vind het fijn dat ik op die manier anderen mag dienen en ondersteunen in hun weg naar herstel.

Zoals beloofd is hierbij mijn gedicht:

Weet dat God alles maakte en ook jou
dus wees Hem altijd trouw
Weet dat God heel veel om jou geeft
en dat Hij Zijn Zoon voor jou gegeven heeft
Weet dat God van je houdt
Ook al maak je wel eens een fout
Weet dat je met alles naar Hem toe kunt gaan
en dat Hij altijd naast je zal staan
Weet dat je kunt vertrouwen op Hem
en kan luisteren naar Zijn stem
Weet dat Hij je dan altijd leidt
op de weg die Hij van tevoren heeft bereidt.

Dank je wel dat ik mijn Persoonlijk Verhaal met jullie mocht delen!

Hersteld van pesten, emotionele blokkades, onzekerheid en machogedrag

Mijn naam is Bob en ik ben hersteld van de gevolgen van pesten en emotionele blokkades. Ook heb ik te maken gehad met onzekerheid en machogedrag. Ik ben getrouwd met Tineke en wij hebben twee kinderen. Ik ben pas op latere leeftijd tot geloof gekomen en daarvoor kwam ik zelden in een kerk.

Ik ben geboren in Veenendaal en ben opgegroeid in een niet-christelijk gezin. Ik heb wel op een christelijke basisschool gezeten en zo enig bijbel onderwijs meegekregen. Zo rond mijn zesde jaar verhuisden wij naar Harderwijk.

Ik was vroeger een heel klein, witblond, mager mannetje met een brilletje op en ik ben in mijn jeugd heel veel gepest. Dit begon op de basisschool in Harderwijk en toen ik later naar de middelbare school ging bleef het doorgaan. Ik weet niet meer hoe vaak ik wel niet onder ben getuft, groepjes medeleerlingen mij op stonden te wachten om mij te grazen te nemen, mijn fiets in elkaar werd getrapt. Ik werd altijd als laatste gekozen in de gymzaal en heb ervaren dat ik op verschillende manieren ben vernederd.

Mijn ouders vonden het pijnlijk en hebben geprobeerd er met de beste wil van de wereld iets aan te doen. Maar dit leidde alleen maar tot nog grotere problemen voor mij. Uiteindelijk besloot ik om maar de schijn op te gaan houden en niks meer met wie dan ook te delen. Laat staan dat ik aan mijn klasgenoten liet merken wat het pesten met mij deed. Ik werd een erg gesloten jongen.

Zo rond mijn 15e jaar kreeg ik een groeispurt en daarna werd het pesten geleidelijk minder.
Mijn vader was altijd aan het werk om geld te verdienen zodat ons gezin het hoofd boven water kon houden. Dus hij was weinig thuis. Het is overigens wel een hele lieve man met het hart op de goede plaats. Ook heb ik een lieve/ goede moeder, maar zij heeft wel een passief karakter.

Er werd bij ons thuis niet geknuffeld, weinig gesproken over gevoelens, laat staan dat ik gecoacht werd om mij op mijn toekomst voor te bereiden of dat er waardering werd uitgesproken als ik iets goed deed.

Ook al die jaren dat ik gepest ben, hebben mijn vader en moeder er nooit eens goed met mij over gesproken, laat staan professionele hulp voor mij gezocht.

Meerdere malen heb ik erover nagedacht om mijzelf van het leven te beroven. Maar ik was toen en ben nog steeds een vechter. Dus ik bleef mijzelf er toe zetten om door te gaan, ook al wist ik wat mij te wachten stond als ik naar school ging.

Deze jaren op school hebben bij mij diepe sporen achtergelaten. Ik had een emotionele blokkade ontwikkeld, en iedereen was voor mij (of diegene het nou kwaad bedoelde of niet) een potentiële vijand geworden. Dit uitte zich in mijn pubertijd in vervelend gedrag zoals drankgebruik, roken en grof taalgebruik richting mijn omgeving. In mijn vrije tijd ging ik allerlei rottigheid uithalen.

Na mijn school en studie kreeg ik een kans om een eigen bedrijf te starten en ben ik als zelfstandig ondernemer aan de slag gegaan.

Dag en nacht was ik bezig om mijn bedrijf op te bouwen en dit lukte heel goed. Maar ongemerkt gaf het mij de mogelijkheid om alles wat ik in mijn jeugd had meegemaakt te verdrukken en dit te compenseren met allerlei andere zaken.

Want ik kreeg nu ineens aanzien, verdiende veel geld, reed een mooie auto en had altijd dure kleding aan. Elk weekend vertoefde ik in nachtclubs en had veel vrienden en ook bij de dames deed ik het niet slecht.

Ik werd daarin nog eens extra bevestigd toen ik werd uitgenodigd voor een schoolreünie en mijn oude klasgenoten van de basisschool een compleet nieuwe Bob voor zich zagen staan. Een ogenschijnlijk zelfverzekerde jongeman die het in zijn leven voor elkaar had. De reacties en blikken die ik toen kreeg zijn mij lang bijgebleven...

Voor mijn idee was ik als winnaar uit de strijd gekomen…., had ik alles wat ik had meegemaakt overwonnen en er was er helemaal niks meer met mij aan de hand. Problemen voorbij … dacht ik…

…….Ik spoel nu vooruit naar het jaar 2003…..

Ik had steeds vaker last van gevoelens van onvrede, last van spontane woede uitbarstingen en ook voelde ik mij vaak van het ene op het andere moment zomaar ineens diep ongelukkig en depressief.

De drijfveren zoals kleding, auto’s, gadgets, maar ook de heftige nachten stappen in combinatie met drank en allerlei andere zaken waren hun effect kwijt geraakt.

Ik kwam tot de ontdekking dat ik jaren in een schemerwereld had geleefd en ik besloot dat het tijd was om mijn leven weer op orde te gaan brengen. Een periode van ontwenning, afstand nemen van mijn oude “vrienden”, niet meer stappen en thuis op de bank zitten, brak aan.

Begin 2004 kregen Tineke en ik een relatie. Tineke had van huis uit een katholieke achtergrond en zij was al een aantal jaren op zoek naar haar identiteit. Ik wist dat een goede vriend van mij christen was, dus ik heb Tineke en hem op een gegeven moment aan elkaar voorgesteld en dit resulteerde uiteindelijk in een uitnodiging voor een dienst in wat nu ‘onze kerk’ is geworden.

Ik had dit nog nooit zo meegekregen en ook nog nooit opwekkingsliederen gehoord…., laat staan gezongen. Maar wat misschien nog wel het meest verbazing bij me opriep en niet te bevatten was, was dat er ook een God van liefde en vergeving bestond in plaats van alleen maar een God van veroordeling.

Want God was in mijn ogen een God van toorn en wij waren allemaal zondaars en we zouden linea recta naar de hel gaan! Dus waarom al die moeite doen om je op zondag in de kerk in de put te laten praten?

Naar een jaar van regelmatige bezoeken aan de zondagse samenkomsten besloten wij om de introductiecursus te gaan doen. Zo “radicaal” als ik altijd was geweest in mijn standpunten TEGEN het geloof, zo “radicaal” werd ik er van overtuigt dat Jezus ook van mij houdt en Hij aan het kruis stierf voor mijn verschrikkelijke zonden!

En uiteindelijk heb ik dan mijn hart opengesteld voor de Heer Jezus en ben ik niet lang daarna gedoopt.

Ik vertelde u net dat het in deze periode al niet goed met mij ging. Maar dankzij de introductiecursus binnen onze kerk, de prachtige weg richting mijn bekering en doop was ik ook echt veranderd. En dit begonnen de mensen in mijn omgeving ook waar te nemen!!!

Er begon een periode aan te breken waarin ik Jezus meer en meer ging toelaten te werken aan allerlei facetten van mijn leven.. Ook in de eerste periode na mijn doop bleef het goed gaan.

Maar terwijl ik eigenlijk nooit tegenslagen in mijn leven had gehad, stapelden die zich nu ineens op. Tegenslag op tegenslag. En ondanks dat ik enthousiast en overtuigt aan mijn “Reis” was begonnen, verdwenen mede daardoor mijn Geestelijk Basis van dagelijks gebed en bijbel lezen. Langzamerhand maakten bidden en Bijbellezen steeds minder deel uit van mijn leven.

Na 10 jaar hard werken was ik genoodzaakt om mijn onderneming failliet te laten verklaren. Alles wat ik had opgebouwd en waar ik keihard voor had gewerkt was in één klap weg. Dan ben je voor je gevoel echt ‘terug bij af’!

Tineke en ik kwamen in een relatiecrisis terecht. Ik had nooit leren communiceren, laat staan gevoelens te uiten of te delen. Beide gelegenheden dat Tineke haar emoties/ gevoelens met mij deelde, ervoer ik dat vaak als een persoonlijke aanval. Dit resulteerde dan in een heftige explosie van boosheid van mijn kant, en dat is iets waar ik haar erg veel pijn mee heb gedaan. Zonder het te willen en vaak ook zonder me dat op dat moment bewust te zijn.

Tineke komt uit een gezin met een vader die zijn kinderen angst inboezemde, waardoor er thuis altijd een zekere mate van spanning was. En dankzij mij kwam die spanning van vroeger nu ineens tussen ons in te staan als we ruzie kregen.

Het was echt een “bijzondere” mix van de twee meest tegenstrijdige karakters die bij elkaar waren gebracht in een liefdesrelatie. Uit elkaar gaan was voor ons op dat moment geen optie. We besloten om met pastorale hulp en een relatietherapeut voor onze relatie te gaan knokken.

Wij wilden graag een gezin stichten met kinderen maar we raakten niet zwanger. Er was geen duidelijke medische reden te vinden voor het uitblijven van een zwangerschap. We besloten om medische hulp te zoeken en vele jaren van consultaties, onderzoeken en gesprekken volgden. En ja, wij hebben inmiddels twee prachtige kinderen van Hem gekregen.

Maar het hele proces van meer dan 5 jaar onzekerheid, het gevoel van “waarom overkomt dit ons?”, elke keer weer de spanning of het dan eindelijk deze keer gelukt was, dat hakte er emotioneel behoorlijk diep in.

Ook de onvrede die ik ervoer over mijn failliete onderneming bleef aanhouden. Ik had voor mijn gevoel gefaald. Hoe het voor mijn relatie met Tineke was zonder alle ruzies en alle materiële zaken die ik niet meer bezat, dat bleef maar aan mij trekken. Ik zocht allerlei uitvluchten door me in allerlei hobby’s te storten. Daar ging veel tijd en geld in zitten, maar het was een prima manier om mijn gevoelens van onrust te onderdrukken.

Ook kon ik maar niet aarden als werknemer bij een bedrijf. Ik was immers gewend om zelf de lijnen uit te zetten in plaats van orders te krijgen. Bij ieder bedrijf waar ik ging werken liep ik tegen van alles aan. Ik leerde heel snel, maar ik was ook weer snel uitgekeken en als de uitdaging weg was, dan werd ik weer rusteloos. Ik “hopte” dus van baan naar baan. Tot overmaat van ramp raakte ik binnen een jaar twee keer mijn baan kwijt door gedwongen ontslag. Dat knaagde nogal en ik voelde me eigenlijk wel mislukt.

En ongemerkt zat er steeds vaker iemand in mijn oor fluisteren: “Bob, ben jij wel een goede Christen?”.

En zo kwam ik uit bij een punt dat ik de controle volledig kwijt was, ik werd erg onzeker, durfde mij helemaal niet meer te uiten tegen mensen, ik was boos op alles en iedereen, en ik had zelfs de neiging om God de rug toe te keren. Ik wist simpelweg niet meer wie ik was…….

Ik moet eerlijk bekennen dat ik met lood in mijn schoenen een keer bij CR bent binnengelopen. CR was toch iets voor ‘losers’, watjes en zielige mensen? Het zal je duidelijk worden dat ik daar ondertussen wat anders over denk. Maar wat God in dat jaar voor mij heeft gedaan heeft tot rijke zegen geleid.

Ik heb langere tijd lief en leed gedeeld met een geweldige groep mannen. We hebben naar elkaar geluisterd, elkaar bemoedigd, soms elkaar ook gescherpt en met elkaar gebeden. En God heeft in die periode bij mij voor herstel gezorgd. En ik mocht ook waarnemen dat God zijn herstel werk deed in de levens van andere mensen… Het was genieten!

Ik heb tijdens het stappenproces in alle eerlijkheid mijn leven tegen het licht gehouden. Levens-inventarisatie noemen ze dat bij CR. En het was behoorlijk confronterend om alles wat ik al die jaren had weggestopt weer naar boven te halen.

Toen ik met CR begon, dacht ik dat mijn “pestverleden” de reden was van alle ontsporingen en blokkades. Maar na de enkele lessen over ontkenning en machteloosheid, kwam ik er achter dat het pesten niet de reden, maar juist de oorzaak was, waardoor er van alles in mijn leven verkeerd was gegaan. Het beeld wat ik had over mijn CR periode heb ik toen behoorlijk bij moeten stellen.

Het onderdeel “overgave” was voor mij een grote uitdaging. Want ik was een “trots” en “zelfstandig” individu . Ik had een flink ego. Waarom zou ik , iemand die zijn hele leven voor zichzelf had gezorgd, me er toe zetten om “het stuur” van mijn leven over te geven aan Jezus? Maar toen deze stap aan de orde was, was ik er helemaal klaar voor!

Dankzij CR heb ik in alle eerlijkheid, openheid en zonder schaamte durven kijken naar mijzelf. Alles heb ik uit mijn donkerste kamers gehaald om aan Jezus te laten zien en Hem de kans gegeven om mij te helpen met mijn herstel.

In de gesprekken die ik met mijn coach heb gehad, hebben we gesproken over mijn jeugd en over hoe het pesten mij gehard had en welk negatief effect dit had op mijn dagelijks leven.

En ja, natuurlijk als ik aan mijn jeugd terug denk ervaar ik nog steeds onprettige gevoelens. Want dat is en zal altijd een vervelende periode van mijn leven blijven. Maar ik heb mogen leren, dat ik vanuit genade leef in het hier en nu.

God is mij echt genadig geweest…. want Hij heeft mij de ruimte gegeven om mijn verleden te leren accepteren, die pestkoppen te vergeven en vooruit te kijken. Bovendien liet hij mij zien dat Hij mij wil gebruiken voor de toekomst. Mijn pijnlijke en negatieve ervaringen wil HIJ inzetten voor het doel wat HIJ voor ogen heeft met mijn leven. Dat is stap 12 van het programma, waar ik nu volop mee bezig ben.

Wat ik ook echt als een zegen ervaar is dat ik dankzij CR “sensoren” heb gekregen waardoor ik nu direct in de gaten heb wanneer het weer verkeerd dreigt te gaan. Want mijn herstelproces zal waarschijnlijk mijn hele leven gaan duren. Ik ervaar dit echt als een cadeautje van God waarmee ik mijzelf scherp kan houden. Dat had ik echt nodig!

Dankzij CR kunnen Tineke en ik eindelijk praten met elkaar zonder dat ik mij direct aangevallen voel en we kunnen nu gesprekken van hart tot hart met elkaar voeren. Het afgelopen jaar zijn we ook voor het eerst mee geweest als leiding tijdens een jonggehuwden weekend van onze kerk. Dus wij (die zoveel problemen hebben gehad) mogen nu met anderen delen vanuit onze ervaringen en wat er wellicht aan bijdraagt dat problemen in het huwelijk van een ander worden voorkomen.

In mijn werk en in de persoonlijke omgang met mensen heb ik dankzij CR meer rust gevonden. Waar ik voorheen altijd achterdochtig was als mensen met mij wilden praten, durf ik nu meer open en transparant te zijn. En ja, natuurlijk komt het nog wel eens voor dat ik een discussie heb. Maar in tegenstelling tot vroeger durf ik nu wel achteraf naar diegene toe te gaan en het uit te praten in plaats van mijn “trots” te laten bepalen wat ik doe.

Dus ja, mijn gevoel van minderwaardigheid, persoonlijk aangevallen voelen en de onzekerheid komen soms weer naar boven en dat is niet fijn. Maar ik heb nu de hulpmiddelen in handen die mij altijd kunnen helpen op die momenten als het wat minder met mij gaat.

Ter afsluiting wil ik een vers uit het bijbelboek Spreuken met jullie delen wat in een enkele zin samen vat waar mijn CR periode voor een groot deel om draaide.

Het is Spreuken 28 vers 13 en daar staat:

“Wie zijn fouten verbergt, zal geen voorspoed kennen, maar wie ze toegeeft en vermijdt, krijgt vergeving”.

Na mijn CR periode heeft onze coördinator mij gevraagd of ik CR- gespreksleider wilde worden. Van alles wat ik heb geleerd in mijn CR-periode zijn er twee dingen die ik graag met u wil delen en waar ik “mijn mannen” ook altijd toe uitdaag:

Als eerste: “Houd vol en betrek God in iedere stap die je neemt.
Als tweede: “Lees dagelijks Zijn Woord en wees trouw in je gebeden”.

Herstellen doe je niet eventjes; CR is geen marathon. Het gaat stapje voor stapje. Toen ik het zwaar had, heb ik zelfs op het punt gestaan om op te willen geven. En toen zei één van mijn open-deelgroepleiders tegen mij: “Bob, in het dal daar groeien de mooiste bloemen” en deze woorden heb ik voor altijd in mijn geheugen gegrift.
Want juist wanneer je het zwaar hebt geeft dit, wanneer je het toelaat, God de mogelijkheid om je te vormen en te veranderen naar het beeld wat Hij met jou voor ogen heeft.
Dank u dat u naar mijn Persoonlijk Verhaal hebt willen luisteren en aan Hem alle eer.

Herstellende van pestgedrag, pijn, verdriet, afwijzing en angst.

Mijn naam is Tamara*. De meesten kennen mij nu zo langzamer hand wel.
Ik ben opgegroeid in een disfunctioneel gezin en ben herstellende van pestgedrag, pijn, verdriet, afwijzing en angst.

Mijn kinderen leerde ik om dingen waar ze mee zaten niet in een dekenkist te gooien er op te gaan zitten.
Want er komt een moment dat je moet plassen. En dan ga je van de dekenkist af, floep open…. Nnneeee, nee alles er weer gauw in en er gauw weer op zitten.
Maar je wil er toch wel eens vanaf: om iets moois te zien en te ontspannen.
Tja.. en dat wil dan niet! Maar ondertussen zat ik zelf op die dekenkist en bleef er zelf nog wel het meest op zitten.

Als kind ben ik op de lagere school echt heel veel gepest. Ik werd vaak aan een boom vast gebonden en mijn rug werd blauw geslagen. Ik had geen vriendinnen en verjaardagsfeestjes waren voor mij niet weg gelegd. Daardoor werd ik een einzelgänger en voelde me afgewezen. Ik ben niks, ik zie er niet leuk uit, ik kan niks en ga zo maar door.
Die overtuiging beïnvloedde ook mijn school keuze…….

Tussen mijn ouders ging de relatie ook niet meer al te best. Ik werd tussen hen beiden als spreekbuis ingezet en liep van het hok(vader) naar de keuken (moeder) en weer terug.
Voor mij was flauwvallen de makkelijkste optie om aandacht te trekken. Mijn ouders waren dan lief voor elkaar en alle zorg en liefde was voor mij. (al deed ik dit toen der tijd zeker niet bewust)
Mijn moeder liet mij opnemen en ik belandde in de daaropvolgende jaren in diverse tehuizen, heb nachten in een isoleercel doorgebracht. Daar was het koud, stil en leeg.
Ik voelde me afgewezen door mijn moeder, weg gestopt.
Uiteindelijk heb ik mijn school niet afgemaakt. Opnieuw een bevestiging dat ik waardeloos was. Zie je wel, ik kan toch niks!
Ik verlegde mijn pijn en liet mij (achteraf) verleiden door valse liefde.

In mijn verkeringstijd ging ik dingen doen die ik voor mijn gevoel gemist had.
Ik dacht dat het bij het leven hoorde. Je moet het allemaal meegemaakt hebben.
Deze Liefde bestond uit seks, mannen en geld toe, hoe simpel kan het zijn.
Maar dit was valse liefde. Ik verloor mijn eigenwaarde steeds meer en meer.
Ik hield er andere normen en waarden op na, dan die ik diep van binnen had en van huis uit had meegekregen.
Inmiddels waren er kinderen en ik voelde me smerig.
Ik stopte met mijn activiteiten en verlegde weer mijn pijn, maar het hielp niet.

Wat een narigheid had ik mee gemaakt, dat waren Boek delen…… .
Ik ging op zoek naar ….. Naar iets…. God…. Er was voor mijn gevoel maar één weg: Bidden,…. God.
Ik kreeg een vriendin, kwam weer in de kerk, liet me dopen ..… en ging aarzelend naar Celebrate Recovery
Dit vond ik wel moeilijk, omdat ik wist dat er dan wat zou gebeuren. Als ik daaraan deel zou gaan nemen zou ik gaan veranderen was mijn overtuiging. (Die bleek later te kloppen )
Wilde ik dat wel; was het niet beter om alles weg te stoppen?
Maar toen….. wat was kinderen opvoeden moeilijk. Ik wilde ook mijn kinderen wegstoppen, ze waren onhandelbaar. Laat een ander het maar doen. Ik kan het niet.
Ik voelde weer wat ik vroeger voelde. Bang dat ik zou falen,….. Angst…. om afgewezen te worden… Steeds maar weer handelen uit angst…… En eigenlijk geen beslissingen durven te nemen. Bang dat het de verkeerde beslissingen zouden zijn.

Hoe moeilijk het ook was, ik koos er voor om mijn kinderen niet af te wijzen. Maar ze lief te hebben in voor- en tegenspoed en ze groot brengen samen met God, met God als Vader.
Soms als er iets mis ging met de kinderen (niet op bed willen)… dan bad ik tot God en zei ik: Heer:.. Treed u eens even op. Geef ze een schop onder de kont.. doe iets. Het moet nu gebeurd zijn…. En dan draaide ik me om en liet het aan God over. Niet zelden was het 10 minuten later stil; God trad op! . Wauww….Hij bestaat echt, hier kan ik niet tegen op.
Ik ben God hier heel dankbaar voor.

De kinderen die vroeger bij mij in de klas zaten, herken ik niet meer nu ze volwassen zijn. Ik heb ze verbannen uit mijn leven. Velen zijn nu ook vader en moeder en hebben zelfs kinderen op de school waar mijn kinderen naar school gaan. Ik loop ze straal voorbij, ik ken ze niet meer.
Kent u het programma nog: wie is mijn pester….(of zo iets……)
Nou, is niet voor mij weg gelegd… mooi niet.. Maar ik heb wel gebeden: God, waarom… ik begrijp het niet… … waarom,… waarom…. Zeiden ze maar sorry…..
Op een dag ben ik op de boerderij bij de paarden. Er komt een mevrouw met dochter binnen lopen. Haar dochtertje behoorde tot de poetsdames van de boerderij. De mevrouw was duidelijk haar moeder, die mij schaapachtig aan zat te kijken.
Ik klets honderd uit, ben spontaan…. niets vermoedend… Tot ze zei, wie ze was ……… ik stond stijf aan de grond genageld…… Slik…. Ik zei niks meer… en ging door met mijn werk.
Haar dochtertje mocht even pony rijden en ik hield toezicht….dus ging ik daar op een bankje zitten langs de bakrand. De moeder kwam naast me zitten….
Deze moeder had vroeger bij mij in de klas gezeten en was één van mijn voormalige pesters.
Ze zei:….... Het spijt mij zo voor wat wij jou hebben aangedaan…. Ik reageerde heel nors: Nou dank je wel…. Door jullie toedoen ben ik naar een verkeerde school gegaan. Jullie hebben mij ongekend pijn gedaan, wat ik nooit heb begrepen.
Ze vertelde haar verhaal : hoe dit tot stand was gekomen en hoe het van kwaad tot erger werd. En de hele klas ging hier in mee, bang voor die ene jongen.
Alles was te doen om mijn naam: …… Ze hadden me nog niet eens gezien, wisten niet wie ik was….. Maar de grondslag was gelegd. Ze vertelde ook dat ze mij wel eens bespioneerde als ik naar een paard ging.. Ze was jaloers, dat ik dat soort dingen deed. Ik had dit nooit gemerkt. Ze zag me later veel bij school staan en vertelde me dat er meer ouders bij stonden uit diezelfde periode. Ik zei haar die niet meer te herkennen. Ze vertelde me ook hoeveel verdriet zij hier van heeft gehad en dat ze bang was, mij dit nooit te kunnen vertellen. We hebben samen gehuild en ik heb haar een knuffel gegeven, en vertelt dat deze woorden mij zo goed doen, dat het voor alle anderen er niet meer toe doet en ik heb het haar vergeven.
Terwijl ik de principes van CR leerde, kwam ik gaandeweg verder in mijn herstel proces.
Het was niet altijd makkelijk; het invullen van de vragen in de deelnemersgidsen was emotioneel gezien soms best pittig.
En ik voelde dat ik mijn vieze kleren uit moest trekken en mijn schaamte kwijt moest raken.
Mijn pijn en verdriet, mijn afwijzing, mijn angst.
Alhoewel ik nooit mijn narigheid aan de grote klok durfde te hangen vond ik het niet moeilijk om de dingen aan God te vertellen. Ook had ik een coach gevonden waar ik mee durfde te spreken.
Maar ondanks dat, bleven er dingen op mijn lippen liggen. Die ik nog niet durfde te delen,,
Er was nog maar één persoon waar ik het aan zou durven te vertellen; mijn vriendin.
En dat heb ik gedaan. Wat heb ik jammerlijk gehuild…. Wat voelde ik opnieuw die pijn.
Het koste me een dag om mijn lippen te legen. En na afloop zei ik huilend…. Nu wil je zeker niet langer mijn vriendinnetje zijn. Maar die afwijzing kwam er gelukkig niet.
Ze was juist blij,…. En ze drukte dat met warme woorden uit: nu begrijp ik je gewoon veel beter….
Wauw, Wat een liefde heeft zij voor mij….

Ik heb mij altijd vast gehouden aan de Bijbeltekst 1 Kor 10: 13
Het gaat over beproeving en hoeveel je aan kunt:
De beproevingen die u hebt ondergaan, zijn niet ongewoon. God is trouw. Hij zal ervoor zorgen dat de beproevingen u niet te veel worden. Hij zal ook een uitweg uit de beproevingen geven, zodat u er tegen opgewassen bent.

Laatst hoorde ik een studie over Passie.
En ik kreeg het op mijn hart om meer met Coachen te gaan doen.
Paarden coachen, mensen coachen het maakt allemaal niet uit. Het komt voor een deel op het zelfde neer.
Hoe dit een invulling gaat krijgen laat ik aan God over.

Bij CR heb ik de tools geleerd, hoe ik beter met moeilijke situaties om kan gaan. Het was geen gemakkelijk proces, soms heb ik geneigd om te stoppen. Maar wat ben ik blij dat ik dat niet heb gedaan. Het zou me opnieuw tot een looser hebben gemaakt. En nu merk ik, dat ik verder kan met mijn leven. Ik leef vanuit Gods Kracht en wil dienen vanuit mijn ervaring.
Dat is de laatste van de 12 stappen…

Laatst las ik ergens iets waarbij het coachen opnieuw volop aan bod kwam
Het leek wel een bevestiging. Ik wil dan ook graag een coach zijn voor nieuwe deelnemers aan CR. Ik ben dankbaar dat ik deze genade van God mag ontvangen.
Mijn blijdschap, mijn vreugde, mijn geluk, dat is allemaal gebaseerd op Gods passie voor mij!

Ik wil iedereen bedanken die dit CR programma mogelijk hebben gemaakt.
Ik wil mijn Coach bedanken voor het geduld en liefde die ze voor mij had tijdens dit proces.

En ik wil eindigen met een zelfbedachte vraag zoals ook elk hoofdstuk in de uittrekselmap eindigt: Ik heb zelf ontdekt, wanneer ik niet meer kan, dat God het dan overneemt. Hoe ervaren jullie dat?

*Tamara is een gefingeerde naam

Hersteld van een game verslaving, schuld- en schaamtegevoelens, perfectionisme en codependency

Hallo, ik ben Carla,
Ik ben een kind van God en ik ben hersteld van een game verslaving, schuld- en schaamtegevoelens, perfectionisme en codependency.

Ik heb het programma van Celebrate Recovery zelfs twee keer doorlopen. De eerste keer was in 2013 en daar vertel ik straks wat meer over. De tweede keer was in 2015-2016. De aanleiding om voor de tweede keer naar CR te gaan was mijn verslaving aan een online spel. Ik speelde dat spel van 2011 tot halverwege 2016. Het was eigenlijk niet alleen een spel; het was ook een community waar je met elkaar kon chatten en je in groepen kon verenigen. Ik heb daar veel vrienden gemaakt. Soms bracht ik wel 5 uur per dag online door met chatten met deze virtuele vrienden. Ik leidde zelf ook een chatgroep. Maar ik ging hoe langer hoe duidelijker voelen dat ik dit spel gebruikte om weg te lopen voor de realiteit van het echte leven. De verslaving aan dit spel was niet het echte probleem. Het was meer een symptoom. Een manier van omgaan met - en proberen te vermijden van- dieperliggende pijn.

Toen ik twee jaar was kwam mijn moeder tot geloof. Sindsdien ben ik christelijk opgevoed. Daar ben ik nog altijd dankbaar voor. Toen ik acht jaar was heb ik zelf mijn hart aan de Heer gegeven.

Ik ben opgegroeid in een emotioneel instabiel gezin. Zowel in mijn eigen gezin als in mijn familie komen veel mensen voor die kampen met psychiatrische problemen. Daarnaast was er in voorgaande generaties sprake van seksueel misbruik en mishandeling. Ook hebben familieleden zich ingelaten met de occulte wereld. Het fijne weet ik daar niet precies van, maar ik heb het wel van meerdere kanten gehoord. Deze voorgeschiedenis heeft mij opgezadeld met een kwetsbaarheid voor seksuele en occulte problemen. We hebben het hier over hetzelfde mechanisme waardoor wij allemaal leven in een gebroken schepping. De consequenties van de zonde van Adam zijn tot op de dag van vandaag zichtbaar in ons leven. De consequenties van de fouten die mijn familie maakten op seksueel en occult gebied, hebben mij extra kwetsbaar gemaakt. Juist op deze terreinen was ik gevoelig voor misleiding en ben ik daarom ook gevallen voor de zonde. Bijvoorbeeld: Toen ik een jaar of negen was heb ik drie keer hardop aan satan gevraagd om over mij te komen. Ik schrok me rot en direct daarna zei ik: “Jezus, nee!, Dit wil ik niet”. Maar ik heb me van jongsaf aan altijd aangetrokken gevoeld tot de duisternis en was erdoor gefascineerd. Ik besefte heel goed dat het gevaarlijk was om me daarmee in te laten. Ik was er bang voor en hield me er dus verre van. Ik zat ook vast in seksuele zelfbevrediging en voelde me aangetrokken door seks, seksueel geweld en mishandeling. Dit alles maakte dat ik me altijd schuldig en vies voelde.

De instabiliteit in mijn ouderlijk huis uitte zich in veelvuldige en langdurige ruzies in huis waar ik getuige van was. Talloze keren zat ik op mijn kamer en luisterde naar het geschreeuw. Ik probeerde me altijd zo goed mogelijk te gedragen, zodat ik niet zelf in eindeloze ruzies terechtkwam. Ik ontwikkelde een zeer sterk normbesef, geweten en intuïtie. Uiteindelijk werd ik totaal afhankelijk van de goedkeuring van mijn moeder. Dat was dus echt codependent gedrag. Maar de eerlijkheid gebiedt me ook te zeggen dat er toch ook veel liefde was in ons ouderlijk huis. Mijn ouders hebben ook heel veel dingen wel goed gedaan. Maar de stemming kon zomaar omslaan. Ik leerde daarop te anticiperen en ik liep vaak op mijn tenen, letterlijk en figuurlijk.

Zo lang ik me kan herinneren had ik last van schuldgevoelens. Ik had altijd wel iets in gedachten wat ik verkeerd had gedaan en waarvan ik vond dat ik het in orde moest maken. Ik voelde me dan gedrongen tegen de betreffende persoon te gaan vertellen wat ik gedaan had. Bijvoorbeeld als ik onaardig was geweest of als ik een seksuele gedachte had gehad over iemand. Dat 'in orde maken' voelde als een enorm zware last en dus probeerde ik om kost wat kost te vermijden dat ik ergens schuld aan had. Dit resulteerde in extreem perfectionistisch gedrag en in afhankelijkheid van anderen. De mensen om mij heen moesten mij dan gerust stellen dat ik echt niets verkeerd had gedaan, of dat het niet zo erg was, of dat het begrijpelijk was dat ik dat gedaan had. Ik ging steeds meer bevestiging vragen en werd onrustig en bang als ik die niet kreeg.

Maar de geruststelling was altijd maar van korte duur. Elke keer opnieuw bleven er nieuwe dingen in mijn gedachten komen die ik niet goed had gedaan. In mijn tienertijd ging ik hier zo aan onderdoor dat ik depressief werd. Natuurlijk had dit ook te maken met de emotionele instabiliteit in ons gezin die nog steeds voortduurde. Het duurde vijf jaar voordat ik hier hulp voor ging zoeken. Het heeft zo lang geduurd, omdat ik vond dat ik me niet aan moest stellen en gewoon wat beter mijn best moet doen. Andere mensen hadden immers veel ergere problemen?. Ik hield me voor dat ik al mijn problemen verzon om aandacht te vragen. Daarnaast was ik toch christen. Dan moest ik toch ook weten hoe ik daar allemaal mee om moest gaan? Ik mócht niet depressief zijn, God had mij toch immers gered? Pas toen ik huilend aan mijn moeder vertelde dat ik hoopte dat Jezus snel terug zou komen omdat ik er niet meer wilde zijn, kwam er verandering. Mijn moeder had een ingang gevonden om met me te bespreken dat ik hulp nodig had. Ook zij had al die tijd niet opgemerkt dat het met mij veel erger was, dan alleen de werkdruk op school, vermoeidheid en wat perfectionisme.

Ondanks een lang traject van gesprekken, raakte ik mijn perfectionisme niet kwijt en bleef ik zeer hoge eisen aan mezelf stellen. De gesprekken hielpen wel om een groot deel van de pijn te verwerken die ik thuis had opgelopen. Ik was in die tijd ook in staat om mijn moeder te vergeven voor de fouten in de opvoeding. Maar ik bleef dus nog steeds gebukt gaan onder gevoelens van schuld, schaamte en falen. Ik werd voortgejaagd door mijn misvormde geweten en ik was nog steeds van mening dat dit volkomen normaal was. En dat het aan mijzelf lag, dat ik daar zo onder leed. Ik was overtuigd dat er vast iets fundamenteel mis was met mij als persoon. Ik was nog steeds afhankelijk van andere mensen. Zij moesten mij continu bevestigen dat ik wél de moeite waard was en dat ik geen slecht persoon was.

Ondertussen worstelde ik mij door mijn studie geneeskunde heen. Ik was begonnen met verpleegkunde omdat ik dacht dat geneeskunde te hoog gegrepen was voor mij, maar al snel begon ik me daar te vervelen en heb ik de overstap gemaakt. Ik vond namelijk ook dat ik mijn talenten moest gebruiken. Ik vond de opleiding heerlijk, maar ook verschrikkelijk zwaar vanwege het extreme perfectionisme waar ik nog steeds mee worstelde. Maar elke keer als ik volledig dreigde vast te lopen, was het blok of de stage van dat moment weer voorbij en kon ik op een andere afdeling weer opnieuw beginnen. Na mijn opleiding ging ik aan het werk, maar al snel bleek ik niet in staat om goed te functioneren. Ik bleef maar controleren of ik alles wel goed gedaan had en ik kreeg smetvrees. Ik heb toen opnieuw hulp gezocht om nu eindelijk eens af te rekenen met dat perfectionisme. De psycholoog stelde vast dat perfectionisme niet het enige probleem was. Er bleek ook sprake te zijn van een angst/dwangstoornis. Dit is een psychiatrische aandoening waarbij je geregeerd wordt door angst en alles doet om die angst binnen de perken te houden. Je ziet verstandelijk wel in dat je angsten volledig ongegrond zijn, maar het lukt je niet om ze uit je gedachten- of gevoelsleven te bannen. Ik was bijvoorbeeld vaak bang dat ik ziek zou worden van eten of dat ik zelf een ernstige ziekte had en anderen ziek zou maken. Ik heb nog geprobeerd om aan het werk te blijven, maar dat lukte niet meer. Uiteindelijk kon ik helemaal niet meer functioneren en was de hele dag bezig om de angst binnen de perken te houden. Ik kwam totaal kapot van de stress en de angst thuis te zitten en ik werd doorverwezen naar het academisch ziekenhuis. Er volgden vier maanden dagbehandeling en ik kreeg medicatie. Dat heeft heel veel opgeleverd, omdat ik eindelijk kon accepteren dat er sprake was van een verkeerde ontwikkeling in mijn kindertijd en een disbalans van stofjes in mijn hoofd. Ik bleek gewoon ziek te zijn! Door de medicijnen en verschillende therapieën werd het mogelijk om redelijk vrij van angst en schuld te leven, maar tot op de dag van vandaag is mijn leven behoorlijk prikkelarm. Teveel druk en teveel verantwoordelijkheden maken me te kwetsbaar en laten de symptomen terugkeren. Terugkeer naar mijn werk als arts bleek niet mogelijk. Het lukte wel om ander werk te gaan doen en ik begon een bedrijfje als boekvertaler wat met vallen en opstaan best goed loopt. Ik vind het zo bijzonder om te zien hoe God me op dit werk heeft voorbereid. Hij heeft mij namelijk een voorliefde en talent gegeven voor de Engelse taal. Er gingen zoveel deuren open toen ik voorzichtig een eerste poging waagde om als vertaler aan de slag te gaan. En als ik kijk naar mijn huidige opdracht gever, zie ik hoe God daar al twintig jaar geleden de basis voor legde door mij toen boeken te laten lezen over het onderwijs dat ik nu vertaal. Daarnaast is mijn medische achtergrond ook al reden geweest voor uitgevers om juist mij te vragen voor een vertaling. Vrijwel alle boeken die ik op mijn bureau krijg, leveren een grote bijdrage aan mijn geestelijke groei als discipel en kind van God. Ik zie dit als één van mijn grootste zegeningen en bewijs van Gods liefdevolle zorg voor mij. Hij was degene die dit plan bedacht en het past helemaal bij mij.

Ik was aan het eind van mijn opleiding getrouwd en vier jaar na ons trouwen was ik zo stabiel dat we het aandurfden om kinderen te krijgen. Onze zoon werd geboren. Het leven was rustig, stabiel en hanteerbaar. Toen werd ons tweede kindje geboren en ze was nog geen twee weken oud toen onze relatie op scherp kwam te staan. Mijn man bleek gevallen te zijn voor de verleiding van internetporno. We hebben direct hulp gezocht en via onze kringleider en zorgcoördinator kwamen we terecht bij Celebrate Recovery. Ik wist al van het bestaan van dit programma en wist dus dat we hier best wel eens op onze plek zouden kunnen zijn. Want we wilden graag afrekenen met het verleden en loskomen van verslavingsachtige patronen in ons leven. Naast mijn huwelijk had ik nog een andere belangrijke relatie verwaarloosd en dat was mijn relatie met God. Sinds mijn huwelijk las ik eigenlijk geen Bijbel meer en bad ik ook niet echt meer. Ik ging wel naar de kerk, geloofde nog steeds in God en zag absoluut tekenen van Zijn aanwezigheid in mijn leven. Maar daarnaast voelde ik me meestal alleen maar schuldig naar God toe, omdat ik dus niet groeide in mijn relatie met Hem. Daarnaast nam ik Hem ook veel kwalijk. Ik had immers niet gevraagd om de problemen waar ik mee geconfronteerd werd. Wanneer ging Hij daar nu eindelijk eens wat aan doen? Riep ik soms niet hard genoeg om hulp? Ik ging deelnemen aan CR met een soort ultimatum aan God. Als U nu niets doet dan geef ik het op. Eigenlijk verwachtte ik niets. Ik hoopte alleen maar dat God nu eindelijk eens zou ingrijpen in mijn rottige leven.

In CR kwam ik eerlijk gezegd niet verder dan de eerste stap, namelijk erkennen dat ik het leven en de problemen die daar bij horen, niet in mijn eentje kan hanteren. Ik heb toen al getuigd over de enorme bevrijding die dat opleverde. Door omstandigheden heb ik CR toen niet afgemaakt. Onze dochter was nog maar vier maanden en het was gewoon teveel. Maar ik was al heel tevreden met het resultaat van Stap 1. Mijn echtgenoot maakte het af en met Gods hulp rekende hij in één klap af met zijn porno verslaving. Tot op de dag van vandaag is hij er vrij van en mijn vertrouwen in hem is daarin volledig hersteld.

Twee en een half jaar gingen voorbij. Ons huwelijk kabbelde een beetje voort en mijn relatie met God bleef eigenlijk wat het was. Maar innerlijk trok ik me steeds verder terug en bracht dus steeds meer tijd door in de virtuele wereld van het online spel, waar ik al eerder over heb gesproken. Ik chatte daar met andere spelers en langzaam maar zeker werd ik daar populair en geliefd en vond dus de bevestiging waar ik zo naar zocht. Toch voelde ik me ook al die tijd schuldig en probeerde minder tijd online te zijn, maar het lukte niet. Ook mijn relatie met God voldeed niet aan mijn eisen en verwachtingen. Uiterlijk leek het rustig, maar diep van binnen voelde ik me steeds leger en leger worden.

Eind september besloot ik dat het zo niet langer kon en dat ik mijn verslaving aan het online spel moest gaan aanpakken. Zo doorgaan was geen optie. Mijn tijdrovende verslaving ging ten koste van mijn huwelijk, mijn kinderen en andere relaties. Trillend stond ik bij het gebedsteam om te vertellen dat ik terug wilde naar CR. Ik werd gelukkig met open armen ontvangen.

Nog geen 24 uur later kwam ik in een zeer diepe depressieve episode terecht. Ik werd ontzettend wanhopig. Ineens drong tot me door hoe intens eenzaam ik was. Ik heb het uitgeschreeuwd op een christelijk forum en daar maakte iemand de volgende opmerking: Hef je lege handen op naar God en vraag aan Hem waarmee ze gevuld moeten worden. Nadat ik dat gelezen had, moest ik in de auto stappen om mijn zoon op te halen. De radio staat altijd op Groot Nieuws en de eerste zin van het eerste lied dat erop kwam was: “Ik kom met lege handen bij U. Ik heb helemaal niets te geven.” En zo ging het elke dag! Voortdurend kwamen er liedjes op de radio die precies omschreven wat ik voelde. Liedjes die precies gelijk liepen met de dingen die ik leerde en de voorzichtige stapjes die ik zette. Ik begon deze liedjes te verzamelen in een afspeellijst en luisterde daar naar zo vaak ik maar kon, maar met name voor ik ging slapen. Hierdoor en omdat er iemand was die mij voortdurend op Jezus bleef wijzen, lukte het mij om overeind te blijven. Voor het eerst begreep ik wat het betekent om je blik alleen maar op Jezus gericht te houden. Dagen gingen voorbij dat ik niets anders kon bidden dan: ‘Jezus, help mij, ik kan dit niet.’ En toen werd mij duidelijk dat God mij al die jaren niet heeft losgelaten en dat ik toch gegroeid was gedurende al die tijd. Ineens zag ik hoe Stap 1 niet alleen betekent dat ik het niet zelf hoef te kunnen. Het betekent ook dat ik het dus volledig van Hem mag verwachten. Voor het eerst stond ik mezelf toe om het totaal op te geven en tot mijn verrassing resulteerde dat niet in wanhoop, maar in een rotsvast vertrouwen dat God de controle heeft. (Dat legde de basis voor Stap drie waar ik mij opnieuw volledig overgaf aan God. Dat is overigens geen eenmalige keus. Keer op keer merk ik dat ik terug keer naar deze Stap, maar nu zonder veroordeling of schuldgevoel)

Ik bleef dus overeind, ondanks het feit dat de storm nog steeds tekeer ging. Ik besefte heel goed dat dit niet zomaar een depressieve episode was, zoals ik die wel vaker meemaak. Dit was een regelrechte aanval van satan om mij weg te houden van CR. Maar in plaats van erdoor overweldigd te worden, kwam er een diep besef dat ik dus de goede kant op ging! Satan gaat nooit zomaar zonder reden een gevecht aan. Hij zag hoe ik terugkeerde naar het kruis van Jezus en probeerde daar een stokje voor te steken. Maar het werkte averechts! Hoe heftiger de storm werd, hoe meer ik leerde dat ik werkelijk niets van mezelf of anderen kan en hoef te verwachten en ik alleen maar mijn blik op Jezus gericht hoefde te houden. Ik ervoer een enorme honger en dorst naar meer van Jezus. Alles wat ik ooit geprobeerd had op eigen houtje te doen, ging ik in dat licht zien. Alles in mij was gefocust geweest op geliefd en aanvaard worden. Ik wilde zo graag waardevol zijn. Alle manieren die ik daarvoor gebruikt heb, hoe goed en christelijk misschien ook, kregen dat niet voor elkaar. Eindelijk begreep ik tot op de bodem van mijn ziel dat Jezus echt het antwoord is. En begon in te zien dat Hij de vervulling wil zijn en kan zijn van al mijn diepste verlangens (Rom 12:2). Ik had geen idee hoe ik de volgende stappen zou moeten doen of wat God verder nog allemaal aan het licht zou gaan brengen of me zou gaan leren. Maar voor het eerst was ik daar niet bang meer voor en had ik ook niet de behoefte om dat onder controle te houden. God had een proces op gang gebracht dat echt helemaal door Hem geleid en uitgevoerd werd. Het enige dat ik hoefde te doen was mijn hart openen en Zijn Heilige Geest aan het werk te laten gaan.

Opnieuw zette ik Stap 1; maar dit keer volledig en diep doorleeft.

Ik stopte met het ontkennen en weglopen voor de pijn en begon met het erkennen van mijn machteloosheid om het zelf op te lossen.

Ik ging ontdekken dat de pijn die ik meedroeg, meerdere lagen had.

1. De pijn van mijn zondige aard waardoor ik niet in staat ben om op eigen houtje een zuiver en goed leven te leiden. Ja, ik geloofde in vergeving (Ik was immers echt een wederom geboren christen) maar gaf God geen toegang tot de schuld en de schaamte over mijn verleden en alle dingen die ik verkeerd had gedaan. Die bleef ik zélf met me meedragen en probeerde daar op allerlei manieren vanaf te komen. Dat leidde tot allemaal laagjes nieuwe pijn die bovenop dit fundament gestapeld werden.

2. Ik gebruikte namelijk allerlei ineffectieve manieren om van die basispijn af te komen, van het online spel, tot shoppen, tot mezelf terugtrekken uit belangrijke relaties of juist totaal afhankelijk maken van de goedkeuring van anderen. Allemaal leverden ze hun eigen pijn en moeite op, Niet alleen voor mij maar ook voor anderen. Ik deed hen pijn met mijn falende overlevingsmechanismen.

3. Daarnaast maakten anderen mensen in mijn leven armzalige keuzes waardoor ik pijn ondervond. Ja - ik had die mensen vergeven - , maar wéér had ik God nooit toegelaten om de pijn echt te genezen. Ik heb al die tijd geprobeerd om dat zelf te hanteren en een plekje te geven. Ik dacht dat ik faalde als ik hier pijn van ervoer. Ik was toch immers christen, dan weet je toch perfect hoe je daarmee om moet gaan?

4. Tot slot moest ik leven met de pijn en de last van de depressie en de dwangstoornis. Ze zijn het gevolg van de gebroken schepping en wat heb ik het daar moeilijk mee gehad!

De pijn was helder, tot aan de allerdiepste wortel en ik loop er niet meer voor weg. Mijn onmacht is helder en ik heb het opgegeven om het zelf (dus zonder God) te proberen op te lossen. Ik dacht altijd dat ik dit zelf moest kunnen, nu zie ik dat ik dat helemaal niet kan en dat het ook nooit de bedoeling is geweest dat ik dat in mijn eentje doe. Het is geen falen, het is de realiteit! Ik hoef het niet zelf te doen.

Stap 2 zegt dat ik oprecht geloof dat God bestaat en echt in mij geïnteresseerd is en de kracht heeft om mijn leven te veranderen.

Ik begon te beseffen dat hier het één en ander aan schortte en dat ik daarom eigenlijk nooit meer verder gegroeid was in mijn geloof. Al die jaren heb ik met mijn verstand geloofd dat God van me houdt. Met mijn mond heb ik beleden wat de kern van het Evangelie is, maar ineens ging ik zien dat het nooit tot op de bodem van mijn hart was doorgedrongen of dat ik dat besef volledig was kwijtgeraakt. Eigenlijk wist ik al heel lang hoe dat kwam. De banden uit voorgaande generaties en de fouten die ik op die gebieden zelf ook gemaakt had (occult en seksueel) stonden in de weg. Ik besloot om daar eindelijk voor eens en voor altijd mee af te rekenen. Ik ben naar onze zorgcoördinator gegaan en samen hebben we deze banden met het verleden verbroken die mij het zicht op Gods liefde ontnamen.

Daarnaast bracht God aan het licht dat ik Zijn genade eigenlijk nooit volledig begrepen heb en om stap 3 (Totale overgave aan God) echt te kunnen zetten, wilde ik daar meer over weten en schafte cursus materiaal aan dat helemaal gericht is op het doorgronden van Gods genade. Alles wat ik daarin lees, heb ik inderdaad altijd met mijn verstand geweten en beleden, maar nooit volledig met mijn hart omarmd. Ik ontdekte dat schuld een term uit de rechtspraak is. Schuld gaat over je daden en schuldgevoel dus ook. – Ja- ik heb fouten gemaakt en – ja- ik stond dus inderdaad schuldig tegenover God, maar op het moment dat Christus stierf , heeft Hij de hele straf voldaan. Daarmee werd ik onschuldig verklaard en was er dus geen reden meer om mij schuldig te voelen over mijn fouten. Vergeven is vergeven en echt helemaal weg. Het bestaat niet meer. Precies één van de dingen waar ik dus zo hevig naar verlangde.

Bleef de schaamte over. Ik leerde dat schaamte iets zegt over wie je bent als persoon (en niet zozeer wat je gedaan hebt). Het is het gevoel dat er iets fundamenteels mis is, met mij als persoon. Maar Christus bleef niet dood, hij werd weer levend. Ik ben met Hem gestorven (eind van de schuld) maar ook met hem opgestaan. En niet zomaar opgestaan, maar als een compleet nieuw mens met een compleet nieuwe identiteit. Helemaal zonder gebreken en met de identiteit van Christus. Helemaal niets op aan te merken! En dus helemaal niets om je voor te schamen. In een klap beide kernpunten van mijn aller diepste pijn volledig weggevaagd!

Dit is waar ik nu ben en ik ben totaal verbijsterd over het proces dat God op gang gebracht heeft en de rust en de vrede die ik ervaar. Het enige dat ik deed was tot op de bodem van mijn bestaan bereid zijn om Hem het werk te laten doen en Hij doet het!

Mijn grootste angst was Stap 4. Het opmaken van de balans van je leven en vaststellen waar je het eventueel met anderen in orde moet maken. Doodeng vond ik dat. Dat was immers wat ik mijn hele leven al had proberen te vermijden. Maar nu zie ik het juist als een belofte van nog meer herstel en ik ben niet meer bang, God heeft immers alles onder controle.

God is aan het werk op het diepste niveau van mijn pijn en eenzaamheid en nu al heeft het effect op alle lagen erboven! Maar eerst moest ik volledig teruggeworpen worden op Jezus zelf en leren om in Hem ten diepste de vervulling van elk hartsverlangen te zoeken. De wanhopige fase van depressie waarin ik geen coach had en me niet mocht vastklampen aan mijn tijdelijke coach (het was een man) hebben me dit geleerd. Ik had nooit verwacht dat ik het ooit zou zeggen, maar wanhoop kan echt een godsgeschenk zijn!

Langzaam maar zeker begin ik een juist Vaderbeeld van God te ontwikkelen.
Langzaam begin ik alle leugens die ik geloofd heb te doorzien en te vervangen door Gods waarheid.

Langzaam begint zich een totaal nieuw zelfbeeld te vormen waarbij ik niet meer afhankelijk ben van de goedkeuring of geruststelling van anderen. Ik hoef niet mijn uiterste best te doen om positiever over mijn oude ik te denken, ik mag gaan leven vanuit mijn nieuwe identiteit.

Er was een zin in de CR boekjes die mij erdoorheen heeft gesleept en dat is deze:
‘Don’t stop untill the miracle happens’. Dat betekent: stop nooit voordat je het wonder ziet gebeuren!

Dank je wel dat ik mijn verhaal met jullie mocht delen!

Hersteld van de worsteling met afwijzing, de gevolgen van opgroeien in een disfunctioneel gezin en seksueel misbruik

Hallo, ik ben Jordy; een gelovige die is hersteld van de worsteling met afwijzing, de gevolgen van opgroeien in een disfunctioneel gezin en seksueel misbruik. Ik vind het fijn om mijn verhaal met jullie te mogen delen.
Ik ben geboren in 1961 en groeide op in Bunschoten Spakenburg, in een nieuwbouwwijk van dit uitermate christelijke dorp. Ik ben geboren als oudste van 3 kinderen. Mijn ouders kregen daarna nog twee jongens. Dat betekent dus dat ik twee broers heb. Ik denk dat je als kind altijd de situatie thuis ‘normaal’ vind. Je hebt immers geen ander referentiekader. Ik was me er op dat moment dus niet van bewust dat wij niet zo normaal waren. Maar achteraf bleek ik deel uit te maken van toch wel een hele bijzondere, misschien zelfs wel rare familie. Om het in formele termen te zeggen: het was een disfunctioneel gezin.
Mijn vroegste herinneringen aan mijn kindertijd zijn dat ik me niet erg gelukkig voelde. Mijn moeder was een gokverslaafde. Niet dat ze in casino’s zat, of uren achter de computer. Ook dat niet, want een computer hadden we niet. Maar ook in die tijd was er lotto, Toto, staatsloterij en kon je al bij de sigarenboer lootjes kopen voor van alles en nog wat. Daar ging heel wat geld in zitten, maar dat realiseerde ik me toen nog niet. Ik denk achteraf dat mijn vader daar ook niet gelukkig mee was, maar er was eigenlijk ook nooit ruzie over. Mijn vader wilde eigenlijk zo rustig mogelijk leven en hij trok zich terug uit het gezin. Hij had een rustig karakter, en was zeer regelmatig. Wat ik me kan herinneren was dat hij bijna elke avond zo rond 21:00 uur het huis uitstapte om (zoals hij zei) een gezellig potje bier te drinken in de kroeg. Mijn positieve herinneringen over mijn vader betreffen die keren dat ik op zijn knie mocht zitten als hij mij voorlas uit een kinderboekje. Dan fluisterde hij mij ook wel eens in: ik hou van je, mijn kleine jongen. Zulke positieve en liefdevolle woorden heb ik mijn moeder nooit horen zeggen. Ik kan me niet herinneren dat zij ooit haar liefde voor mij heeft uitgesproken. Wat ik wel kan herinneren was dat ze er in een boze bui eens heeft uitgegooid dat ze eigenlijk nooit kinderen had gewild. Mijn oma vertelde me dan ook vele malen dat we de kinderen van mijn vader waren. Ik denk dat ik toen de betekenis daarvan nog niet zo goed begreep. Dat was toch iedereen? Later begon ik te begrijpen en te ontdekken dat ze daarmee bedoelde dat ik eigenlijk ten diepste één ouder had en dat was mijn vader. Maar ook in die tijd zorgde het wel voor een stukje verwarring en pijn.

Als ik iets verkeerd gedaan had strafte mijn moeder mij, in mijn beleving, buitensporig hard. Ik denk dat ouders die dat nu zouden doen waarschijnlijk uit hun ouderlijke macht zouden worden ontheven wegens kindermishandeling. Ik werd ook emotioneel mishandeld. Woorden die ik hier niet wil herhalen, vielen mij regelmatig ten deel. En ik wist eigenlijk niet wat ik daarmee aan moest. Moeder had in mijn kindertijd ook bovenmatig veel belangstelling voor de inhoud van mijn onderbroek. Tot aan het einde van de basisschool kwam ze regelmatig in de douche controleren of ik me wel goed waste. En dan werden de intieme delen extra goed gecontroleerd. Achteraf denk ik dat ze daarmee door is gegaan tot ik in haar bijzijn mijn eerste zaadlozing had. Toen stopte het langzamerhand. Ik denk dat ik toen 11 of bijna 12 jaar was. Was het seksueel misbruik? Ik weet het niet maar ik denk dat het wel van negatieve invloed is geweest op mijn emotionele- en mijn gevoelsleven.
Zowel het verbale geweld als het fysieke misbruik vond altijd plaats op het moment dat mijn vader aan het werk was. Ik vertelde hem er eigenlijk nooit over. En liet alles gelaten over me heen komen.
Al rond mijn zevende/achtste levensjaar moet ik verplicht allerlei taken in huis doen: schoonmaken, eenvoudige boodschappen op de hoek van de straat, huishoudelijk werk. Op zich niks mis mee, maar de wijze waarop zij dat aan mij opdrong, heb ik als bedreigend ervaren. Ik was achteraf gezien altijd onbewust aan het uitzoeken in wat voor soort stemming ze was. Meestal was dat een negatieve stemming. Ik kan me nauwelijks herinneren dat ik ook maar één keer waardering of een compliment van haar heb gekregen. Haar standaard reactie was bijna altijd dat ik het niet goed had gedaan. Afwijzing dus.
Mijn broers en ik schelen allemaal anderhalf jaar. Mijn jongste broer is dus drie jaar jonger dan ik. Toen zij seksuele spelletjes begonnen te ontdekken, dwongen ze mij om mee te spelen. Misschien klinkt het gek dat je als oudste broer wordt gedwongen door je twee jongere broertjes, maar zo was het nou eenmaal. Misschien was dat in die tijd ook wel een probleem van mij: ik liet heel veel dingen gelaten over me heen komen. Ik was apathisch en toen kende ik het woord assertief nog niet, maar als ik het wel gekend zou hebben, zou ik wel durven hebben vaststellen dat ik dat totaal niet was.
Omdat ik niet mijn eigen grenzen durfde te stellen (had ik eigenlijk wel grenzen?) werd ik het doel van hun seksuele spelletjes. Het ging van kwaad tot erger toen één van mijn broers me verraadde door kinderen in zijn klas te vertellen wat we met elkaar deden. Dat was al gauw “het geheim van het schoolplein”. Ik begon me goedkoop en vies te voelen !! Ik werd een schichtig, verlegen jongetje wat zich het liefst op de achtergrond bewoog. Geen aandacht trekken. Ik vertrouwde eigenlijk niemand meer. Niet binnen ons gezin en ook niet daarbuiten.

Eén van mijn broers werd op een bepaald moment bij een vriendje waar hij speelde, naar huis teruggestuurd. Hij mocht daar nooit meer binnenkomen in het huis van die vriend. Hij was toen nog maar acht of negen jaar. Ik kreeg te horen dat de reden was dat hij in dat huis niet meer te hanteren was. De moeder van die vriend had hem diverse keren gewaarschuwd, maar hij wilde niet luisteren. Wat hij gedaan had weet ik niet, daar kan ik alleen maar naar raden. Ik werd angstig. En ik leefde in voortdurende angst dat ik ook weggestuurd zou worden. Door wie, dat wist ik eigenlijk niet. Maar langzamerhand begon ik wel te ontdekken dat wat er in ons huis gebeurde in ieder geval niet de goedkeuring kon hebben van de buitenwereld. Of mijn vader weet heeft gehad van het seksueel misbruik ben ik nooit te weten gekomen. Hij is redelijk jong gestorven.

Het was in die tijd wel zo dat mijn moeder steeds een appel deed op mijn zwijgzaamheid. Denk erom dat je nooit spreekt over wat er hier in huis gebeurt. Denk altijd na over wat de buren zouden kunnen zeggen over ons. Mijn moeder benadrukte dat we naar buiten toe zoveel mogelijk een normaal gezinnetje moesten lijken. We mochten niet praten over het chronische geldgebrek en de spelletjes die in huis gespeeld werden. Masker opzetten dus! Alles wat daaronder zat moest zoveel mogelijk onzichtbaar zijn. Bij Celebrate Recovery heb ik vaak gehoord : “we zijn zo ziek, als onze geheimen zijn”. Nou…. geheimen om te verbergen naar de buitenwereld waren er bij ons meer dan genoeg.

Mijn façade heb ik goed ontwikkeld, maar desondanks werd ik voor mijn gevoel afgewezen en verworpen door mijn school, mijn lokale vrienden, mijn broers en moeder. Vader was eigenlijk de grote afwezige die we elke dag wel een uurtje zagen, maar zelden of nooit inhoudelijk een gesprek mee hadden.

Toen was het alsof er een bom insloeg. Ik zat in de zesde klas, zoals dat toen nog heette. De hoogste klas van de basisschool. Mijn moeder arriveerde in het voorjaar op een gewone vrijdagmiddag op school en haalde mij uit de klas. Mijn moeder was eigenlijk al die jaren nauwelijks op school geweest, ook niet voor ouderavonden. En nu dit, waarom eigenlijk? Wat was er aan de hand. Terwijl ik naast haar naar huis liep vertelde ze dat ze mijn vader zou verlaten en dat ze mij mee wilde nemen. Honderden vragen bestormden mij, maar wat ik mijn moeder ook vroeg: ik kreeg geen antwoord.

We stapten zonder te betalen met 2 koffers op de bus en we kwamen aan in Utrecht, geen geld en geen huisvesting. Waar zouden we naartoe gaan? Hoe het precies is gegaan weet ik niet, maar uiteindelijk konden we een kamer huren in het huis van een voor mij onbekend gezin. Wat ik wel weet is dat mijn moeder aan de lopende band loog over haar situatie en meelij opwekte bij de mensen waar we waren ingetrokken. Waar waren mijn broertjes? Hoe was het met mijn vader? Ik kreeg als twaalfjarige geen antwoord. Voor mij waren de mensen waar we waren ingetrokken, vreemden en mijn nachtmerrie begon.
Omdat we maar één kamer hadden sliepen we allebei in dezelfde kamer. Al na een week vroeg mijn moeder seksuele handelingen van mij. Nog een paar weken later kwam de man van het huis zich daar ook mee bemoeien. Omdat ik ondertussen seksueel als man functioneerde moest ik me onderwerpen aan zijn grillen op dat terrein. Ondertussen had mijn moeder ervoor gezorgd dat ik wel weer naar een school kon gaan, maar had daar geen enkele aansluiting met wie dan ook. Het was al voorjaar, dus enkele maanden later zou ik deze school alweer verlaten om naar een middelbare school te gaan. Toen bleek dat er door de overgang van de ene school uit Bunschoten naar de andere school in Utrecht geen enkele actie was ondernomen naar welke middelbare school ik toe zou gaan. Daar had niemand aan gedacht. De onderwijzeres riep mij bij zich en informeerde vriendelijk hoe het met me ging en of ik het een beetje naar mijn zin had op school en naar welke school ik volgend jaar zou willen gaan. Ik wist van niets. Misschien was het wel haar vriendelijkheid die ervoor zorgde dat ik in huilen uitbarstte. Liefde en vriendelijkheid was ik niet gewend. Wat er toen is gebeurd weet ik niet meer precies. Maar misschien ben ik wel helemaal leeggelopen en heb ik bijna alles wat mij overkomen was, aan haar verteld. Alle instructies en regels over geheimhouding, niet vertellen etc. had ik nu verbroken. Het enige wat ik niet vertelde aan de onderwijzeres was de rol van mijn moeder in dit hele proces. Achteraf denk ik dat ik dat niet heb gedurfd. In mijn onderbewustzijn was ik misschien bang om ook haar kwijt te raken. Dan zou ik niemand meer hebben..

Zo kwam het dat wel de politie werd ingeschakeld en de man bij wie we onderdak hadden gevonden werd gearresteerd. Ik weet zelfs nu nog niet hoe mijn moeder en deze man elkaar hadden leren kennen. Dat heeft ze nooit willen vertellen.

Wonderlijk genoeg gingen we na een half jaar weer terug naar mijn vader. Die woonde nog steeds in Bunschoten in hetzelfde huis. Mijn twee broertjes woonden ook nog bij hem. Wat ik wel vreemd vond was dat mijn moeder niet meer bij mijn vader wilde slapen maar op dezelfde kamer als ik. Mijn vader tekende geen bezwaar aan voor zover ik weet.

Ik was diep in mijn hart wanhopig op zoek naar liefde, genegenheid en aanvaarding. Ondertussen was ik in de puberteit terechtgekomen. Mijn seksuele gevoelens begonnen te ontluiken. Maar hoe moest ik daarmee omgaan? Ik raakte verslaafd aan liefde en romantische gevoelens. Innerlijk had ik tegenstrijdige gevoelens. Mijn ene stem zei: pak alles wat je pakken kan. Mijn andere stem die ik diep verborgen had, fluisterde dat er meer was dan oppervlakkige seks. Ik begon promiscue (losbandig) te worden. Dat ging door tot ik was getrouwd.

Tijdens mijn tijd op de middelbare school raakte ik bevriend met een meisje die Sandra (niet haar echte naam) heette en die me op een weekendje-weg uitnodigde. Ze zou samen met haar vrienden een weekend op een boerderij doorbrengen. Ik was 16 en gaf thuis aan dat ik mee zou gaan met een vriendenweekend van schoolvrienden. Ik noemde thuis de plaats waar we naartoe gingen en met wie ik weg zou gaan. Dat weekend verliep wat anders dan ik had gedacht. Sandra was 16, maar haar vrienden bleken van allerlei leeftijden te zijn. Variërend van 14-25. Op vrijdagavond begonnen we met een spelletje strippoker. Het bleek een seksweekend te zijn. Waar ik ook aan mee deed. Met opnieuw gemengde gevoelens. Enerzijds was het spannend en avontuurlijk. Maar ik voelde aan dat wat er gebeurde, toch eigenlijk ook niet goed was. Er waren meer meiden dan jongens. Ik ga niet uitweiden. Maar ik stond samen met de vijf andere aanwezige jongens in het midden van de belangstelling van de meiden. Aan het einde van het weekend was ik moe, leeg en ging met een schuldgevoel huiswaarts. Eén van de ouders bleek na afloop aangifte te hebben gedaan bij de politie. Het waren immers grotendeels minderjarigen die aanwezig waren geweest. De twee meerderjarigen bleken degenen geweest te zijn die de boerderij hadden gehuurd voor het betreffende weekend. Voor de tweede keer in mijn leven was ik betrokken bij een politieonderzoek. Er kwam een verslag in de regionale krant en al snel was in mijn omgeving bekend dat ik daar ook bij geweest was. Schaamte en vernedering bleven me achtervolgen. Wat zouden de buren zeggen? Ik was zo boos en gekwetst. Niemand bood steun of liefde aan. Iedereen plakte een etiketje op me. Ik werd boos, boos op alles en iedereen.

Wat moet ik nou? Ik was de bonte hond. Wat me nog het meest stak, was dat de betrokkenen uit de kerk in de schaduw bleven. Maar mijn naam bleef negatief circuleren in de dorpsgemeenschap. Was het dan echt mijn eigen schuld. Achteraf gezien was het duidelijk: ik had nee moeten zeggen. Maar wist ik vooraf wat er zou gebeuren?

Ik begon mezelf te verwijten: het moet je eigen schuld zijn dat al deze dingen gebeuren. Dat mensen zo negatief over je zijn. En ik ontdekte dat ik langzamerhand probeerde om extra aardig en extra vriendelijk te zijn, zodat mensen mij zouden gaan accepteren en aanvaarden. Ik heb altijd geloofd in God en wist diep in mijn hart dat Hij echt was.
Ik werd ondertussen een erg onzeker, boos, emotioneel individu. Ik begon codependent te worden. Mijn broers zochten ondertussen hun afleiding in drank en drugs.
In plaats van drugs of drank, had ik mijn eigen verslavingen: goedkeuring van mensen. Ik moest acceptatie vinden. Ik moest aardig gevonden worden.

Net na mijn 17e verjaardag overleed mijn moeder plotseling. Ze was 39.
Ik kwam in de jaren daarna in een verdovende situatie terecht.. Ik realiseerde me dat ik eigenlijk tegen haar had willen zeggen dat ik van haar hield, ondanks wat ze mij allemaal had aangedaan. Ik kwam van het één in het ander terecht, maakte kennis met spiritisme en werd in mijn gevoelsleven heen en weer geslingerd tussen allerlei gedachten, ervaringen en overtuigingen. Af en toe kwam ik een meisje tegen wat ik aardig vond. Maar na een vluchtig contact was het dan weer over.

Ondertussen trouwde ik. Anderhalf jaar na de huwelijksdatum werd onze zoon Paul geboren. Maar ook toen bleef mijn leven nog een puinhoop. Met mijn broers is het niet goed afgelopen. Mijn oudste broer pleegde twee weken voor zijn bruiloft zelfmoord. Hij was toen nog geen 22 jaar. Een jaar later overleed mijn jongste broer door een overdosis drugs. Ik was compleet verdoofd door al deze gebeurtenissen. Ik werd continu achtervolgd door gevoelens van afwijzing, een honger naar liefde, een honger naar acceptatie en ook het gevoel van onmacht.

Door een Alpha cursus kwam ik tot geloof. Eind goed, al goed? Vergeet het maar. Nu nog niet in ieder geval. Ik had echt mijn leven aan Jezus gegeven. Zonder zelf ook maar iets van theologie te weten, werd mij duidelijk gemaakt dat als Jezus in je leven is, al je problemen voorbij zijn. Jezus was in mijn leven gekomen. Daar was ik zeker van en daar ben ik zeker van. Maar ik had zoveel bagage in mijn huwelijksrelatie meegenomen dat van enige stabiliteit geen sprake kon zijn… Ruzies met mijn vrouw, onzekerheid, boosheid naar God toe. Van binnen was het alsof er continu een orkaan woedde.

Maar ik hield mijn masker aardig overeind, want de buitenwereld merkte weinig of niets. In die tijd had ik een gewone baan, leidde een ogenschijnlijk normaal leven met mijn vrouw en ons zoontje. En mijn vrouw, die ook tot geloof gekomen was, zorgde ervoor dat we eigenlijk elke week wel in de kerk zaten. Later hoorde ik wel eens dat sommige mensen in de omgeving ons als voorbeeld hadden genomen: een ideaal stel. Tja, de buitenkant ziet er soms aardig anders uit dan de binnenkant. Maar ik had sterke muren gebouwd. Daar braken mensen echt niet zomaar doorheen. Ik had geleerd om bepaalde antwoorden te geven op lastige vragen. Die lastige vragen kon ik op die manier handig ontwijken. En eigenlijk trapte iedereen erin. Als je me in die tijd gevraagd dat wie mijn Heer was, had ik zonder aarzelen geantwoord: Jezus Christus. Maar ondertussen was ik het slachtoffer van het fysieke, verbale, emotionele en seksuele misbruik. Mijn vrouw zei in een ruziënde bui wel eens dat ik verknipt was. Achteraf gezien denk ik dat ze misschien ook wel gelijk had. In het jaar 2000 stierf mijn vader na een korte ziekte. Ik was toen net 40 geworden.

Ik had geen rust in mijn leven; Ik was kritisch over alles en iedereen en erg eenzaam. Er was niets meer wat ik onder controle had. Ik leefde als een leugenaar en eigenlijk wist niemand anders dan God, wat er echt gebeurd was in mijn leven. In die tijd ging ik nadenken over het beëindigen van mijn leven. Dat was in mijn ogen de enige manier om verlost te worden van de voortdurende strijd in mijn geest en in mijn hart. De kerk….. Dat waren immers ook maar hypocriete mensen. En toen kwam Celebrate Recovery bij ons in de stad. Weliswaar in een andere kerk dan de onze; maar er werd wel reclame voor gemaakt in het folderrek van de kerk. Ik was sceptisch. Misschien moest ik maar de raad opvolgen die iemand mij ooit eens gegeven had om naar een goede psycholoog te gaan. Ik had vriendelijk gereageerd en geglimlacht. Dat was niets voor mij. Ik was niet meer te herstellen, te repareren, te genezen. Thuis functioneerde ik ook al niet meer; mijn vrouw vergeleek mij een keer met een zombie.

Toch maar eens gaan kijken bij CR. Ik viel neer op de achterste bank; klaar om gelijk weg te vluchten als er iets zou worden gezegd of gedaan wat mij niet beviel. Tot mijn verrassing was er die avond een levensverhaal van iemand op video. En waren er een paar regels die werden voorgelezen. Die eerste regel vergeet ik nooit meer : Ik erken dat ik zelf niet bij machte ben om mijn pijn, frustraties en verkeerde gewoonten onder controle te krijgen. Ik ben namelijk God niet. Er ging een wereld voor me open die avond. Ik was verward. Mede ook vanwege het feit dat de mensen die hier waren, voor mijn gevoel niet hypocriet waren. Zij voerden geen goed nieuws show op. In de pauze ben ik naar huis gegaan, niet wetend of ik weer terug zou gaan. Want zo erg als met mij, zo erg zou het met de andere mensen niet zijn. Toch ging ik terug, en weer terug.

Uiteindelijk besloot ik aan te haken en ging ik meedoen in de opendeelgroep. Opnieuw een verrassing. De mannen met wie ik aan tafel zat beloofden elkaar 100% geheimhouding. Maar dit was een andere geheimhouding dan die ik thuis had moeten betrachten. Hier ging het om veiligheid en vertrouwen in plaats van onveiligheid en wantrouwen. Langzamerhand begon ik ook te vertellen wat mijn probleem was, waar ik mee worstelde. Dat was niet makkelijk. Maar wat had ik eigenlijk te verliezen; zelfmoord kon ik altijd nog plegen, toch?

Ondertussen had ik de deelnemersboekjes gekocht en moest ik een coach zoeken. Zou ik iemand kunnen vinden? God leidt alle dingen. Dat wist ik toen nog niet maar daar ben ik later wel achter gekomen. Mijn vrouw had op een andere kerkelijke bijeenkomst iemand ontmoet, die zijn levensverhaal had verteld. Zij was al langere tijd aan het bidden voor mij, wetend dat het niet goed met me ging. Toen ik thuis voorzichtig vertelde dat ik voortaan elke woensdagavond wel naar Celebrate recovery zou gaan, maar ook nog op zoek moest naar een coach, zei ze in eerste instantie niets. Later suggereerde zij dat ik misschien eens aan deze man kon vragen wat hij voor mij zou kunnen betekenen. Deze man is mijn coach geworden. Hij is anderhalf jaar jonger dan ik en ik beschouw hem als mijn broer. Biologische broers heb ik niet meer, maar God heeft mij deze man gegeven om samen mee op te trekken. Stap 4 van het programma was een hele moeilijke voor mij: Ik belijd open en eerlijk mijn fouten tegenover mijzelf, tegenover God en tegenover iemand die ik vertrouw. Dat had ik immers nooit gedaan. Maar samen kwamen we eruit. Alles wat gebeurd was, ging ik identificeren, benoemen en uiteindelijk ook belijden.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik over dat proces van Stap 4 wel een half jaar heb gedaan. Maar gelukkig mag je CR in je eigen tempo volgen. Sommigen gingen sneller, anderen gingen langzamer dan ik. God raakte de diepere niveaus van mijn pijn en mijn angsten aan. Hij was de perfecte psycholoog die in mij aan het werk was. Als ik terugkijk ben ik onder de indruk van Gods psychologie. Hij had mij op een plaats gebracht waar ik geaccepteerd en geliefd werd. Een veilige omgeving waar ik steeds meer naar uit ging zien. Met fantastische mensen die echt waren. Ik accepteerde de realiteit van het leven en realiseerde me dat ik ook een aantal foute keuzes had gemaakt. Ik begon vergeving te vragen aan mijn vrouw voor de wijze waarop ik met haar was omgegaan. Ons zoontje had ik verwaarloosd gedurende een bepaalde tijd. Hij was nog te jong om alles te begrijpen maar ik heb hem duidelijk gemaakt (en maak hem nog steeds elke dag duidelijk) dat ik heel veel van hem hou.

In die tijd kwam er een bijzondere bijbeltekst op mijn pad. Jes. 51:6: Kijk omhoog naar de hemel, kijk naar de aarde beneden: al vervliegt de hemel als rook, al valt de aarde uiteen als een oud gewaad en sterven haar bewoners als muggen, de redding die ik breng, zal voor altijd blijven en mijn recht zal geen einde hebben. Die tekst heb ik uit laten vergroten en hangt nu boven mijn bureau in huis.

Was het altijd makkelijk? Nee! Soms dacht ik er wel eens over om ermee te stoppen. Een groot deel was nu toch immers opgelost. Ik was toch in het reine gekomen met mijn verleden? Ik had toch mijn fouten al beleden? Gelukkig heeft mijn coach me er van kunnen weerhouden om na driekwart jaar te stoppen. Nu sta ik hier als iemand wiens wonden vrijwel genezen zijn. Ik begrijp nu wat christelijke liefde is. God is op nummer één gekomen in mijn leven. Mijn vrouw en mijn gezin op nummer twee. Jezus is mijn beste vriend geworden en ik twijfel nooit meer aan Zijn liefde voor mij.
Stap 6 luidt: Ik geef God de ruimte om mij te bevrijden van mijn verkeerde denk- en gedragspatronen.
Dat is een stap waar ik eigenlijk nog steeds mee bezig ben. Want je denken laten vernieuwen kost tijd. Dat is in mijn leven wel duidelijk geworden. Toch heb ik ook hier een tekst gekregen van God die mijn leven heeft veranderd en vernieuwd Jesaja 40:31:
maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen, zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden, zij zullen snel lopen en niet afgemat worden, zij zullen lopen en niet moe worden.
Stap 9 van het programma heeft me geleerd om te vergeven en hoe ik mezelf en anderen kan vergeven. Ik heb ervaren dat ik bevrijd ben van alles waaronder ik gebukt ging. God helpt me om mezelf te accepteren en te houden van mezelf; zodat ook mijn liefde voor andere mensen kan groeien. Regelmatig ontmoet ik nu mensen in de kerk en vertellen ze iets van hun pijn en frustratie. Dan denk ik: ga alsjeblieft naar CR . Er is hoop; ook voor jou. Als ik dat soms wel eens suggereer bij zo iemand krijg ik helaas niet altijd positieve respons. Ik zit al jaren in de hulpverlening vertelde iemand mij niet zo lang geleden. Op mijn vraag wat het effect tot nog toe was, kwam er een vaag antwoord. Ga eens kijken bij CR om af te tasten . Geef het niet op. Ik wil God en mijn vrouw en mijn coach vanuit het diepst van mijn hart danken. En alle mannen die ik daar heb mogen leren kennen.. Ik noem ze “echte Mannen” .

Het CR-programma was een perfect hulpmiddel voor mij en dat zal het ook voor jou kunnen zijn. Mijn coach heeft me laten zien wat echte vriendschap is, en zonder zijn liefde, steun en gebeden had ik het nooit afgemaakt. Lisa, lieve vrouw, dank je wel dat je me niet in de steek hebt gelaten . Ik had het kunnen begrijpen als je het wel gedaan had, maar jij was een voortdurende bron van aanmoediging en voorbeeld van Gods genade en barmhartigheid.

En nu ben ik eindelijk aangekomen bij stap 12. Ik had nooit gedacht dat ik mijn levensverhaal zou kunnen en willen delen met mensen die mij niet kennen. Maar ik heb ontdekt dat ik niet de enige ben met zulke ervaringen. Dat ik niet de enige ben met zo’n verleden. Mijn enige motivatie om hier te staan, is dan ook dat ik hoop dat iemand die dit hoort of leest ook zal besluiten om de eerste stap te zetten op weg naar hoop, herstel en zegen. God heeft het CR programma in mijn leven gebruikt om zijn liefde te ontvouwen en mij een heel nieuw leven te geven. Dat wil Hij ook voor jou doen..

Hartelijk dank dat ik mijn verhaal met jullie mocht delen.

Note websitebeheerder: Namen en woonplaatsen in dit verhaal zijn gewijzigd


Herstellende van faalangst, angst voor afwijzing en een negatief zelfbeeld

Mijn naam is Kirsten, ik ben 32 jaar. Dankzij God ben ik aan het herstellen van faalangst, angst voor afwijzing en een negatief zelfbeeld. Vandaag mag ik iets vertellen over wat God heeft gedaan en doet in mijn leven.
Een aantal jaren geleden heb ik een ommekeer ervaren. Het was een hele lastige periode en het ging heel geleidelijk. Ik heb ervaren dat ik daar op een goede manier ben uitgekomen, maar wil alle eer aan God geven. Hij heeft me gesterkt en verder gevormd als persoon.

Van jongsaf aan zou je mij kunnen typeren als een onzeker en verlegen persoon. Het liefst hield ik mij op de achtergrond en niet in de schijnwerpers. En onbewust was ik altijd bezig met wat anderen van mij zouden vinden. Ik was dus echt codependent in mijn gedrag en houding. Ik ben iemand die van nature veel denkt, en ben snel geneigd om te piekeren. Daarnaast heb ik eigenlijk nooit geleerd om mijn gevoelens te uiten. In mijn jonge jaren heb ik mij eigenlijk onbewust laten leiden door mijn gevoelens en gedachten. Die waren vaak somber; ik was bepaald niet positief over mezelf.
Dat gevoel en die gedachten over mezelf waren eigenlijk niet te rijmen met de situatie in mijn ouderlijk huis. Want ik heb een goede jeugd gehad, maakte deel uit van een liefdevol gezin waar het altijd gezellig druk was. Ik denk dat ik alleen wat meer bevestiging nodig heb gehad in wie ik was als persoon en met de gevoelens die ik had. Het geloof heb ik ook van jongsaf aan meegekregen. We gingen iedere week naar de kerk en ik zat op een reformatorische basisschool. Daarnaast ging ik regelmatig naar een clubmiddag in een evangelische gemeente. Hier heb ik goede herinneringen aan en ervoer ik meer van Gods liefde en warmte.
Na de basisschool ging ik over naar een 'gewone christelijke' middelbare school. Dat was een totaal andere wereld voor mij in vergelijking met mijn reformatorische basisschool. Eigenlijk kun je die overgang wel een soort cultuurschok noemen. Ik kwam in een hele andere wereld terecht en voelde mij erg anders. Daardoor werd ik onzeker en had het gevoel dat ik nooit echt bij de groep hoorde. Ik kon mijn plekje niet vinden en wist eigenlijk niet wie ik nou echt was. Ik kon mij ook niet echt uiten en deed mee met alles. Net zoals iedere andere tiener van mijn leeftijd, alleen van binnen overheerste meestal dat sombere gevoel.
Na de middelbare school begon ik aan een opleiding in Utrecht. Ik was nog maar 16 en tijdens een avondje stappen, leerde ik Wilco, mijn huidige man, kennen. Hij studeerde en woonde ook op kamers in Utrecht en ik ging op mijn 18e bij hem wonen.
Achteraf was dit eigenlijk een veel te impulsief besluit. Al snel kwam ik tot de ontdekking dat ik veel moeite had om ineens die veilige plek van thuis kwijt te zijn en in de stad te wonen met zijn tweeën. Deze gevoelens uitte ik niet, maar negeerde ze. Het gevolg was dat ik mij vaak neerslachtig voelde. Wanneer we uitgingen in het weekend, had ik de neiging om vooral veel alcohol te drinken en me te focussen op de harde muziek, ik voelde me dan zo anders. Mijn gedachten en mijn gedrag in die tijd waren niet om trots op te zijn. Het voelde als een soort vlucht, een soort opstandigheid. Ik was altijd zo meegaand en aardig geweest en deed en durfde nooit iets te doen dat niet mocht. In die periode wist niemand wat er eigenlijk in mij omging.
Veel met het geloof waren we ook niet meer bezig. We focusten ons op het hier en het nu; dat was belangrijk geworden. Maar ondertussen knaagde het van binnen. Ik heb altijd een heel sterke overtuiging gehad. Diep van binnen wist ik dat ik niet goed bezig was. God en het geloof had ik dan wel op een zijspoor gezet, maar ik wist diep in mijn hart, dat ik dat eigenlijk niet wilde. Ik ben daarom ook heel dankbaar voor die basis die ik heb meegekregen. We zochten na verloop van tijd toch een kerk op waar we af en toe heen gingen. Het was een dubbel gevoel, want we gingen niet uit overtuiging. We deden het vooral ‘omdat het zo hoorde’ en ik me anders schuldig voelde.
Toen ik 21 was, trouwden we en verhuisden we naar Woerden, waar ik vandaan kwam. Op mijn 23e kregen we onze zoon en bijna twee jaar later onze dochter, ze zijn nu bijna 9 en net 7 jaar. We leefden ondertussen volgens de regeltjes van 'hoe het hoort' en deden belijdenis van ons geloof toen onze zoon werd gedoopt.

Vanaf die periode ging het bergafwaarts met mij, en is er veel gebeurd. Misschien ook door het moeder worden en de donkere wolk die ik toen ervoer, maar ik raakte emotioneel gedesoriënteerd. Ik raakte mezelf helemaal kwijt. De enige manier hoe ik het destijds kon omschrijven is dat ik gewoon niet meer wist wie ik was. Fundamentele levensvragen drongen zich aan me op: wie ben ik eigenlijk? Wat is het doel van mijn leven? Een echte identiteitscrisis dus.
Ik zat helemaal in de knoop met mezelf. Ik was het helemaal zo ontzettend zat om te leven en doen 'zoals het hoort', dat ik mijn grenzen uit het oog verloor. Ik herkende mezelf niet meer. Ik heb toen grote fouten gemaakt. Ik verschool me daarbij eigenlijk achter mijn onzekerheid: ik kon er toch zelf niets aan doen want ik voelde me nu eenmaal zo rot. Dat alles had uiteraard ook invloed op onze relatie. Ons huwelijk stond op klappen en we hadden een jong gezin dat veel energie van mij vroeg. Die periode was een heel groot dieptepunt in mijn leven.
Vanaf een bepaald moment kon ik geen enkele reden bedenken waarom we nog verder zouden gaan met elkaar. In die tijd ben ik begonnen met gesprekken bij een christelijke psycholoog. Ik dacht nog dat hij het vast belachelijk vond dat ik kwam voor hulp en dat ik me aanstelde. Dat bleek gelukkig anders en uiteindelijk ben ik 1.5 jaar bij hem geweest.
De crisis was zeker niet direct voorbij. Onze dochter was 3 maanden oud toen ik voor een aantal maanden de avonden en nachten naar een andere plek ben gegaan om tijd en ruimte voor mezelf te creëren. Achteraf een bizarre tijd waarvan ik me nog wel eens af vraag hoe we dit volhielden. Tijdens mijn gesprekken met de psycholoog leek er niet heel veel hoop te zijn. Mijn gedachten en gevoelens hadden zich inmiddels helemaal gekeerd tegen mijn huidige leven en mijn man. Ik wilde het allerliefst wegrennen en niet meer terugkomen. Ik voelde me erg alleen en kon het aan niemand uitleggen. Ik had het gevoel dat ik in een soort cocon had geleefd, me altijd had aangepast. En dat ik dus eigenlijk had geleefd ‘zoals het hoorde’; zoals anderen het van mij verwachtten.
Maar wat was mijn eigen mening eigenlijk? Ik ontdekte langzamerhand dat ik eigenlijk geen eigen mening had. Ik had geleerd om mijn oordeel altijd te baseren op de mening van de mensen in mijn omgeving. Ik wist gewoon niet wat ik zelf vond. Ik had geen flauw idee. En ik was er zo klaar mee. Mijn eigen wil die nu ineens tot uiting kwam, was heel sterk. Het leek wel of er van alles uit mij kwam dat ik wilde doen, en vooral niet verder wandelen op het paadje zoals het ‘hoort’; zoals anderen van mij verwachtten. Ik moest gaan ontdekken wie ik zelf was en wist niet hoe ik verder moest. Ik kon gewoon niet meer kiezen voor mijn huwelijk. Toch was Wilco er voor mij, en liet mij niet in de steek. Hij maakte duidelijk dat hij er nog steeds voor wilde gaan, ondanks de emotionele pijn die ik hem had aangedaan. Ik begreep er niets van. Tegelijkertijd is er altijd iets geweest, diep van binnen, waardoor ik de knoop niet kón doorhakken om uit elkaar te gaan, terwijl alles in mij dat wel wilde. Dat was een hele vreemde gewaarwording. Achteraf weet ik zeker dat dit de bescherming van God is geweest.

Op een bepaald moment kwam de ommekeer. Ik kan mijn vinger er niet goed op leggen wat het was, en juist daarom ben ik ervan overtuigd dat God het was, die iets heeft veranderd in mij. Het kwam door een opmerking van mijn moeder. Zo tussen neus en lippen door vertelde ze dat je soms met je verstand een keuze maakt naar de wil van God, ook al is dat niet jouw wil, maar dat Hij het dan ten goede kan keren. Die uitspraak zette zich vast in mijn gedachten. Toen ik thuiskwam heb ik tegen mijn man gezegd, met mijn verstand, dat ik onze relatie toch nog een kans wilde geven.
Dit was ook voor hem een bijzondere situatie. Hij had juist die avond naar God geroepen dat hij nu echt niet meer kon en als ik dan echt niet meer wilde, hij de knoop maar door zou hakken. Vervolgens kwam ik binnen met mijn opmerking. Dit hebben wij, achteraf gezien, ervaren als Gods leiding.
Wat voor mij hierin een groot en heel moeilijk leerpunt was, is dat ik mijn eigen wil en gevoelens heb moeten onderwerpen aan de wil van God. Ik moest me overgeven en wilde me uiteindelijk ook overgeven aan Hem en Hem gaan vertrouwen. Herkenbaar in principe 3 van CR. Want heel diep van binnen wist ik dat het Gods wil niet kon zijn dat wij uit elkaar zouden gaan, alleen wilde ik dat eigenlijk nog niet erkennen omdat het zo sterk tegen mijn gevoel in ging. Ik wist niet beter dan mijn gevoel te volgen, dat was ik immers altijd gewend. Tegen mijn gevoel in, en dus verstandelijk die keuze maken, was echt enorm moeilijk. Zeker omdat de omstandigheden niet direct veranderen als gevolg van die keuze. We hadden nog een lange weg te gaan, die zeker niet altijd makkelijk en leuk was. Wel kan ik met overtuiging zeggen dat God het ten goede heeft gekeerd. En dat geeft zo veel hoop! Ik ben gaan leren om met mijn gevoelens om te gaan en deze te gaan delen met mensen uit mijn omgeving. Heel langzaam aan veranderden mijn gevoel en gedachten en met hulp van mijn psycholoog en gezamenlijke gesprekken met Wilco kwamen we langzaam uit het dal.
Sindsdien is mijn geloof in God levend geworden en gaan groeien. Ik ervaar een diepe dankbaarheid voor Zijn genade en vergeving en liefde voor mij.
In die tijd ontstond ook onze nieuwe kerkelijke gemeente en hier gingen we naartoe. We ervoeren voor het eerst een soort thuiskomen-gevoel. Na een tijd kwam ik in contact met iemand van het pastorale team waarmee ik meer ging leren over God en hoe Hij werkt, over zijn liefde voor mij en mijn identiteit in Hem.
Toen nog weer een tijd later het CR programma ging starten binnen onze gemeente, leek mij dit iets dat mooi aansloot bij het proces waar ik eigenlijk al mee bezig was. Het was bijzonder hoe ik sommige stappen die in CR beschreven staan, eigenlijk al had doorlopen. Ik leerde binnen de veilige omgeving van CR om biddend en eerlijk naar mezelf te kijken en mijn fouten te erkennen (God bracht de dingen zelf naar boven merkte ik) en te belijden. Ook dus naar een ander. Om dat in de praktijk te brengen, was in het begin best moeilijk.
Maar het was zeer bemoedigend om te ervaren dat dit in vertrouwen kon met mijn coach. Zij was liefdevol en zonder veroordeling. Dat vind ik sterk en mooi aan CR. Dat er veiligheid en vertrouwen is. In de eigen groep beloven we elkaar elke avond 100% geheimhouding. Dat is erg waardevol.
CR is een hulpmiddel geweest om mij bewust te maken dat God vol liefde is. En dat dat dus ook is hoe God wil dat wij met elkaar omgaan. Het is zo mooi om te merken dat je langzaam verandert in je manier van denken. Dat was Stap 6: ik geef God de ruimte om mij te bevrijden van mijn verkeerde denk- en gedragspatronen.

Zo’n drie jaar geleden merkte ik dat ook op andere terreinen mijn denken aan het veranderen was.
Ineens kwam regelmatig de vraag bovendrijven: ‘Is dit nu hoe God mijn rol als moeder en vrouw heeft bedoeld?’ Want ik was constant aan het jagen vanwege de drukte in ons gezin en ons werk. Het voelde een beetje alsof alles langs ons heen ging. We waren ons nauwelijks bewust van wat we eigenlijk deden en of we de kinderen wel gaven wat zij nodig hadden.
Deze vragen vond ik eigenlijk wel apart want ik had nooit op die manier nagedacht. Het ging gewoon zoals het ging en iedereen doet dit toch zo? Het leven gaat zijn gangetje ….Ik begon hier over na te denken en het zat me niet lekker. Daarbij moest ik ook langzamerhand concluderen dat ik op mijn werk een beetje vast begon te lopen. Ik zat niet meer op de goede plek. Maar zomaar iets veranderen of ingrijpende beslissingen nemen wilde ik niet. Ik heb anderhalf jaar hierover gepiekerd en geworsteld met God over hoe dan verder. Ook dat was een nieuwe ervaring. Zou ik vroeger dat denkproces alleen doorlopen hebben, nu deed ik het voor het eerst in mijn leven samen met God. In plaats van altijd maar zelf de dingen te bedenken en beslissen, ging ik Hem steeds meer vertrouwen. Hierdoor heb ik juist weer veel geleerd over God. De tekst in Spreuken 3 vers 5 en 6 ging echt leven voor mij. Vertrouw op de Heer met heel je hart en steun niet op je eigen inzicht. Denk aan Hem bij alles wat je doet, dan zal hij je paden rechtmaken. Dit heb ik vaak gebeden, hardop uitgesproken recht vanuit mijn hart. Op die manier kon ik steeds meer mijn beslissingen echt aan God gaan geven. En zelf de controle meer gaan loslaten. Centraal stond daarbij steeds de vraag: Maar wat zijn nu je eigen verlangens en wil, en wat is Gods verlangen en weg voor mij?
Ik vond het erg lastig om daarin een weg te vinden, maar toch is die zoektocht voor mij wel nodig geweest om te kunnen ontdekken hoe dit dan werkt tussen God en mij. Vooral ook heb ik geleerd dat bepaalde verlangens die in mijn hart ontstonden in combinatie met de rust en vrede die ik daarbij ervaar, een manier kan zijn waarop God mij leidt.

Tegelijk met dit proces waren wij samen op een punt gekomen dat we nog een wens hadden voor gezinsuitbreiding. Maar dit keer niet op basis van onze wens; alleen als het ook Gods wil zou zijn voor ons gezin.
Ook hierin heb ik geleerd om mijn worstelingen en gedachten aan God over te geven. Ik wilde Hem vertrouwen en geloofde dat Hij het beste voorheeft voor ons. Ook als dat betekende dat ons gezin nu al compleet zou zijn. Mijn gebed werd vooral dat Gods verlangen voor mij ook mijn eigen verlangen zou worden. En als mijn eigen verlangens niet Gods verlangens waren, of hij ze dan weg wilde nemen uit mijn hart.
Op mijn werk ben ik uiteindelijk gesprekken aangegaan en dit bleek prettig, en haalde veel druk weg. Uiteindelijk ben ik, in goede afstemming met mijn leidinggevenden, gestopt met mijn baan. Deels omdat ik meer thuis wilde zijn om in de rust te kunnen nadenken over hoe verder, en deels omdat ik helemaal niet meer op mijn plek zat. Achteraf zag ik dat God hierin dingen heeft gedaan en geleid, die ik vooraf absoluut niet had kunnen bedenken. Maar ik moest het wel eerst aan God overgeven, Hem vertrouwen om die stap te zetten. Wat een rust en vrede ervoer ik daarna, en alles viel op zijn plek. Het was mooi want precies op het moment dat ik ben gestopt met werken, ben ik zwanger geworden van ons 3e kind. Wat is het enorm bemoedigend om God te gaan ervaren in mijn leven. Ik heb ook hierin wel echt moeten leren om zelf, biddend en in vertrouwen, stapjes te zetten. Anders gebeurt er niets en kan God me ook nergens heen leiden. En om dus de neiging, om vanwege angst, niets te durven doen, niet te laten heersen.
Ik wil verder leren meer te leven met Hem en Zijn wil voor mijn leven ontdekken. Dat vind ik ook vaak nog lastig en ik ‘vergeet’ de dingen soms met God te doen. Voor ik het doorheb, zit ik weer zelf alles uit te denken en te plannen. Terwijl ik zoveel meer rust ervaar, als ik de dingen in mijn leven samen MET God doe. En bij elke keuze overleg met Hem.

God blijft aan het werk in mijn leven. Tien maanden geleden is ons derde kindje geboren en wat viel ook dat op zijn plek. Ik kan genieten van haar en ons gezin als nooit eerder. Ik ben een jaar thuis geweest en heb innerlijke rust gevonden.
In dat jaar heb ik ook met een loopbaancoach een traject gevolgd om meer te ontdekken over mijzelf als persoon, mijn doelen in het leven en welk werk het beste bij mij zou passen.
Ik kon me soms best angstig voelen als ik naar vacatures keek. Het onbekende maakte me wat onzeker en dat maakte dat ik eigenlijk niet wilde gaan solliciteren. Tot ik me er weer bewust van werd dat ik HEM wilde volgen. En als Hij mij wel naar een baan zou leiden, dan mag ik toch weten dat die plek ook goed zou zijn voor mij en mijn gezin, voor dat moment? En als ik niets tegen kwam, ook prima. Weer dat loslaten. Dat gaf rust. Op enig moment kwam er ineens iets op mijn pad. Mijn eerste reactie was schrikken: ik zag vooral alleen maar de onmogelijkheden in deze vacature. Ik heb voor mezelf ook echt de avond voor dat eerste gesprek mijn angst en onzekerheid opzij moeten zetten, wat eigenlijk gewoon niet echt lukte. Maar als ik dat negatieve gevoel had gevolgd, dan had ik nu die baan niet gehad. Wonderlijk genoeg bleek toen vanaf het eerste oriënterende gesprek dat stap voor stap de mogelijkheden vanzelf kwamen. Qua werkuren, werkdagen, opvang van onze kinderen, men kwam mij zo tegemoet! Ik kon er echt niet omheen dat God hierin aan het werk was. Ik kreeg uiteindelijk dan ook de baan. En ik voel me er op mijn plek, het past goed qua balans met ons gezin. Bijna tegelijkertijd vond mijn man ook een nieuwe baan, die ook zoveel meer past bij hem en ons gezin. Dit scenario voor wat betreft ons werk en de zorg voor ons gezin, hadden we zelf nooit kunnen bedenken. Dat maakt me zo dankbaar. Soms snap ik het nog steeds niet. Wat geeft het een blijdschap om God zo te ervaren, na zo oprecht zoekend met God te zijn geweest.
Ik denk weleens dat God onze basis en stabiliteit van ons als gezin aan het vormen is, zodat we daarna ook verder kunnen groeien op andere gebieden. Daar is eerst die rust voor nodig.

Ik zie vooral telkens achteraf wat God deed en hoe hij mij leidde. De keus in mijn verstand makend dat ik Hem vertrouw, hoe het dan ook loopt. Ben ik oprecht in mijn hart naar God toe. Dat verlangen wat ik ben gaan voelen in mijn hart, dat wil ik volgen, daar wil ik wat mee. Dat heeft Hij daar gelegd, het is wat me vooruit krijgt. Daar moet ik ook bewust iedere keer naar terug. Ik leer mijn valkuilen kennen. De omstandigheden waardoor ik, zonder dat ik het haast door heb, weer afdwaal, signaleer ik nu wel eerder. Maar ik moet ook eerlijk zijn: vooral in drukke periodes van mijn leven en in ons gezin lukt het mij niet altijd om tijd met God te reserveren. Dat is ook mijn strijd. Ik ben dus eigenlijk ook nog steeds met Stap 11 van het CR programma bezig: “Ik zoek manieren om mijn persoonlijke relatie met God te verdiepen door bidden en bijbellezen, om zo Zijn wil te leren kennen en om kracht te krijgen om Zijn wil te doen.” Wanneer ik met God en het geloof bezig ben, dan voel ik dat verlangen, die vreugde en dat enthousiasme, dan wil ik het wel uitroepen. Dat is niet van mezelf. Ik heb ontdekt dat op zulke momenten er soms vanzelf een glimlach op mijn gezicht komt, zonder dat ik het doorheb. Terwijl als het niet goed lukt om bij God te zijn of stille tijd te hebben, of ik veel met andere dingen bezig ben, dan voel ik die vreugde niet, dan voel ik me veel flauwer. Ik leer langzaamaan wat de gedragspatronen zijn die voor mij helpen om iedere keer weer terug dicht bij God te komen. Ik leer daardoor mezelf beter kennen, en hoe ik op mijn manier kan groeien in mijn relatie met God. Ik wil geen lauwe christen meer zijn, waarbij God en de bijbel er een beetje bij hangt. Ik wil niet langer mijn eigen leven bepalen, maar het graag aan Hem overlaten om mijn leven te besturen.
Je zou kunnen zeggen dat dat de consequenties zijn van Stap 3: Ik besluit om mijn leven en mijn wil over te geven aan Gods leiding en zorg”
Het verlangen om te groeien, om te leren, om meer van Hem te ontdekken, Hem te volgen, om dienstbaar te worden is nu echt aan het groeien. Ik heb behoefte aan diepgang, aan het tot de kern komen, aan echtheid. Het is een diepe voldoening en zingeving in mijn leven geworden, die de innerlijke leegte heeft opgevuld.
Wat dat betreft ben ik dus ook gaan begrijpen waarom CR ten diepste een discipelschapsprogramma is waarin je leert om in de voetsporen van Jezus te treden.

Het eerste hoofdstuk uit de deelnemersgids vond ik meteen ook een confronterende. Die vragen over controle, die je juist wél of niet denkt te hebben over onderdelen in je leven, en over het benoemen van dingen die je nog ontkent. Ik vond het een helder beeld dat zolang je dingen diep van binnen niet wilt zien of voelen, en dus in de ontkenningfase blijft, dat dát stukje van je leven dan in het duister blijft. Toen ik mijn problemen en worstelingen ging erkennen en benoemen veranderde er iets. Het kwam in het licht te staan en dat gaf me een enorme vrijheid. Ik ben er mee naar God toe gegaan en naar mijn coach en daar heb ik geen spijt van. En het heeft ook mijn visie op mijn eigen situatie en mijn omgeving veranderd.
Wat dat betreft is het meteen een start die aan het nadenken zet, en tot actie aanzet. De tweede Stap ging hier mooi op door en het geeft rust om te gaan accepteren DAT je de controle niet hebt, DAT je machteloos staat. Ik heb geleerd en probeer steeds meer de gebeurtenissen in mijn leven bij God te brengen en te proberen ze vervolgens zelf los te laten. Dat is nog niet zo makkelijk, maar het er bewust van zijn is de eerste stap. Het haalt de kramp er zo van af. Ik had eigenlijk al een coach voor ik aan CR begon, vanwege het contact met diegene van het pastoraat, en ik heb ervaren dat dit zo belangrijk is. Dat er iemand is die je verder kan helpen groeien, je kan bemoedigen als het even helemaal niet lukt of als je ergens mee zit. Ik ben er achter gekomen dat ik het helemaal niet alleen kan. Dat ik andere gelovigen nodig heb. Dat is ook het waardevolle van CR: je werkt samen aan herstel en draagt elkanders lasten. Ik ben iemand die van nature best vaak in zichzelf gekeerd is, ik kom dan in de vicieuze cirkel terecht met mijn gedachten. En het typische is dat ik, door de tijd heen, steeds meer ga merken hoe fijn het juist is om wel te delen met anderen. Het helpt me verder.
Een mooie treffende tekst over wat ik heb meegemaakt vind ik het begin van Romeinen 12. Daar staat: ‘u moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en Hem welgevallig is’. Dat vind ik zo mooi en zo herkenbaar. Het is alsof ergens onderweg mijn ogen ineens zijn opengegaan. Alsof ik ineens dingen zo scherp zie en gebeurtenissen in een ander daglicht komen te staan. Gods daglicht! Het maakt me enorm gepassioneerd.

Inmiddels heb ik ook de laatste hoofdstukken van CR afgerond in de deelnemers gidsen. Dat is ook de reden dat ik nu mijn persoonlijk verhaal met jullie mag delen! Die laatste hoofdstukken zijn meer gericht op de toekomst, in plaats van op het verleden. Hoe ga je verder? Hoe kun je alert blijven dat je niet terugzakt in oude gewoontes. Hoe kun je verder groeien naar geestelijke volwassenheid en steeds meer gaan leven voor God en een levenshouding ontwikkelen waarin je je richt op de leiding van de Heilige Geest in je leven. Ik word er blij van, en ik wil graag gaan ontdekken hoe verder.
God; de relatie met Hem is echt mijn doel in het leven geworden, het is waar ik voor wil gaan, en het geeft houvast en hoop om deze zekerheid te hebben.

Bedankt dat ik mijn verhaal met jullie mocht delen.

Hersteld van depressiviteit, perfectionisme, minderwaardigheidsgevoelens en een eetstoornis.

Hallo, mijn naam is Birgitte. Ik ben een christen die is hersteld van depressiviteit, perfectionisme, minderwaardigheidsgevoelens en een eetstoornis. Daarnaast was ik zeer inefficiënt in het omgaan met mijn tijd: het was een continue chaos in mijn leven.

Vóórdat mijn herstelproces begon was ik geregeld depressief en had dan vaak de gedachte ‘was ik maar dood’. Mijn leven was het leven eigenlijk niet waard. Ik voegde immers niks toe aan de maatschappij, aan mijn familie of aan wie dan ook. Die gevoelens van nutteloos zijn en waardeloos zijn probeerde ik een beetje te verdoven. Mijn escape was eten, eten en nog eens eten. Ik at niet, maar ik vrat soms. Ongelimiteerd lekkere dingen kopen en als je je rot voelt, dan ga je naar de koelkast of naar de chips en dan dan ga je los. Ongezond eten, teveel eten. Alleen maar om dat nare gevoel een klein beetje weg te kunnen stoppen. Het ging van kwaad tot erger. Natuurlijk vlogen de kilo’s eraan. Ik werd veel en veel te dik. En het logische gevolg was gezondheidsproblemen. Gek genoeg was ik daarna weer gemotiveerd om op dieet te gaan en te lijnen. Dat hield ik dan weer een paar weken vol en dan sloeg de balans weer helemaal over naar de andere kant. Normaal eten om mijn lichaam te onderhouden zoals andere mensen deden, kende ik eigenlijk niet. Ontspannen lukte helemaal niet; ik was eigenlijk altijd in de stress en dacht altijd veel te veel en te diep na over datgene wat er met mij en in mijn omgeving gebeurde. Een andere eigenschap waar ik onder leed was perfectionisme. Alles wat ik deed moest 100% goed zijn. Als dat niet lukte kwamen de zelfverwijten boven. Natuurlijk was nooit iets perfect genoeg. Dat versterkte de negatieve spiraal van de depressie weer. Alle problemen bij elkaar leken een negatieve spiraal die ik eigenlijk niet kon doorbreken. Ik probeerde het wel, en soms lukte het om mijn gedrag, en mijn gedachten een poosje te sturen. Maar nooit voor lang. Meestal was er binnen enkele weken weer een terugval in het oude patroon.

Ik was ergens op een seculiere lotgenotengroep terechtgekomen. Het enige voordeel was dat ik daar ontdekte dat ik niet de enige was die met deze problemen worstelde. Iedereen had wel wat en er was altijd wel wat herkenning. Ach, het was gezellig, het schaadde niet, maar eerlijk gezegd baatte het ook niet. Ik ben daar een poos geweest maar er veranderde het niets wezenlijks in mijn leven. Achteraf denk ik wel dat ik juist ook door dat lotgenoten contact weerhouden ben mijn fantasieën over zelfdoding uit te voeren.

Toen ik jong was compenseerde ik mijn eetbuien bijna dagelijks met niet-eten of extreem veel te fietsen, te hardlopen, te wandelen, te laxeren en allerlei grondoefeningen te doen. Je zou kunnen zeggen dat ik eigenlijk nooit normaal gefunctioneerd heb. Mijn gedrag was altijd extreem, buitensporig en ik kon dus ook niet verbergen dat ik erg ongelukkig was. Heimelijk merkte ik dat veel mensen meelij met me hadden, maar tegelijkertijd eigenlijk ook niet wisten hoe ze met mij moesten omgaan. Gedurende de middelbare school tijd heb ik eens een tijdje psychologische hulp gehad. Het was een aardige vrouw , en ze was eigenlijk best in staat om het probleem waar ik mee worstelde te analyseren. Haar adviezen waren misschien zelfs goed, maar ik stond er niet voor open. Waarom zou ik? Ik was immers waardeloos! Gevolg was dat ik als tiener eigenlijk ook niet echt mijn best deed. Achteraf gezien kun je zeggen dat ik onder presteerde, want er was niks mis met mijn intelligentie. Maar wat wel speelde was een negatief zelfbeeld en een houding die de situatie waarin ik verkeerde, volkomen accepteerde. Ik was nu eenmaal een mislukkeling en dat zou ik ook mijn hele leven blijven. Geen hoop op verandering, geen motivatie om ook maar een stap te zetten.

Na mijn middelbare school te hebben afgerond werden de depressies sterker. Mijn omgeving vreesde voor mijn leven. Toen ik een keertje vergeten was om thuis te melden dat ik weg zou gaan en pas laat in de avond thuis zou komen, was er paniek. In die tijd waren er nog geen mobiele telefoons, althans niet zoals nu. De vrees dat ik mezelf wat aan gedaan zou hebben leidde ertoe dat er een politie melding werd gedaan. Men vreesde het ergste. Mijn ouders waren helemaal radeloos. Uiteindelijk werd ik opgenomen in een zogenaamde PAAZ-afdeling op een zogenaamde open unit. Daar zat ik als cliënt, patiënt, hopeloos geval. Niet meer wetend wat ik zou doen. Ik kreeg een folder. Daarin stond: In overleg met de psychiater is besloten tot opname. De psychiater draagt de eindverantwoordelijkheid voor uw behandeling. Hij (of de arts-assistent) onderzoekt en behandelt uw psychische problemen en beoordeelt in hoeverre deze samen kunnen hangen met uw lichamelijke gesteldheid. Aan het begin van uw opname stelt de psychiater een behandelplan op. Hierin staat hoe uw behandeling eruit zal zien. In overleg met u schakelt hij indien nodig andere specialisten in zoals b.v. een internist. Als uw psychiater medicijnen voorschrijft of uw medicijngebruik aanpast, zal hij dit altijd met u bespreken.

Die woorden kende ik na verloop van tijd bijna helemaal uit mijn hoofd. Ik ben daar drie maanden geweest en toen ging het wel weer. Achteraf gezien kan ik eigenlijk niet begrijpen waarom ik in die periode nooit iets heb gedeeld over mijn eetstoornis. Het ging puur over de depressies en het kwam kennelijk niet bij de psychiater op om te vragen naar mijn eetpatroon. Vreemd..

Daarna ging ik werken in een verpleeghuis en deed mijn opleiding tot bejaardenverzorgende. Qua intelligentie had ik wellicht veel meer gekund maar de motivatie was totaal afwezig. Ik kon mijn werk best wel aan. Maar eerlijk gezegd schaamde ik me weleens voor sommige mensen in mijn omgeving dat ik "maar" bejaardenverzorgster was. Ik had zoveel meer gekund als ik dat stomme eetprobleem niet had gehad. Als ik maar niet depressief was geworden, als ik mijn leven maar beter in de hand had gehad. Voordat ik ging ontsporen functioneerde ik namelijk prima. Na de lagere school was ik vanuit de brugklas naar het atheneum gegaan en haalde tot en met groep drie hoge cijfers. Daarna was het bergafwaarts gegaan en ben ik steeds dieper in de vicieuze cirkel terecht gekomen. Zo ging ik naar de HAVO en haalde die met de hakken over de sloot.

Ik kreeg een baan en trouwde met Theo en het leven kabbelde verder. De vraag wat het leven voor zin had had ik eigenlijk een beetje op de achtergrond gedrukt. Af en toe was er een periode dat het ook beter ging. Soms was er zelfs een periode waarin ik het eten behoorlijk in de hand had en al gauw enkele tientallen kilo’s kwijtraakte. Geen dramatische ontwikkelingen, maar zeker ook geen leven waar ik van genoot. En zeker ook geen leven zoals God het had bedoeld.

Bij tijd en wijle hoorde ik in mijn omgeving mensen over God praten. Dat waren zeker geen sombere gesprekken, maar wat ik ontdekte, was dat God iets heel speciaals voor deze mensen betekende. Ik was niet opgegroeid met God. Voor mij was die religie iets wat niet zo nodig hoefde. Alleen maar lastig, en het kostte nog geld ook om lid van een kerk te zijn. Maar de wijze waarop deze mensen met elkaar spraken over wie God is en wat hij in hun leven betekende, dat raakte me wel. Ze voldeden niet aan mijn stereotype beeld over kerk en religie. Deze mensen spraken over iemand die zij kenden. En dat raakte me eigenlijk wel een beetje. Diep in mijn hart dacht ik wel eens dat ik zoiets ook wel zou willen hebben. Maar ik hield me altijd afzijdig, bang dat ze me zouden willen bekeren.

Ondertussen zag ik wel dat zij er blij van werden en uit nieuwsgierigheid had ik een bijbeltje gekocht. Maar wat ik daarin las, daar begreep ik niet zoveel van. Ik was ongeduldig. En hield er snel mee op. Bovendien gaf het geen verbetering in mijn levensomstandigheden. Dus vooruit dan maar; religie en God zullen voor mij waarschijnlijk niet werken.

Na 10 jaar huwelijk liep ons huwelijk op de klippen. We waren helemaal uit elkaar gegroeid en waren elk ons eigen leven gaan leiden. De liefde was uitgedoofd, we hadden elkaar weinig meer te vertellen. Langzamerhand begonnen de irritaties toe te nemen en uiteindelijk besloten we samen dat ‘de koek op was’. Kinderen hadden we niet dus de scheiding was relatief snel te regelen. Ook financieel verdienden we allebei ongeveer evenveel, dus ook de alimentatie berekening was snel gemaakt. En toen was ik weer alleen.

Eerst was ik blij en opgelucht. Ik hoefde geen verantwoording af te leggen en ging al gauw allerlei relaties met mannen aan. Bij voorkeur alleenwonende mannen met een huis of appartement. Zo’n relatie duurde dan 3 maanden of zo. Soms was het een vent met humor of een knap uiterlijk. Soms zat er iemand bij die veel verdiende en mij in de watten legde. En laat ik het maar eerlijk zeggen: soms mocht ik extra genieten tussen de lakens. Maar het eindigde altijd hetzelfde: ik ging weer op zoek naar de volgende en nam daar mijn intrek. Toch gaf deze periode wel verandering: ik besloot de opleiding tot A-verpleegkundige te gaan starten. Ik was ongeveer 'n 1/2 jaar gelukkig en hyperactief. Toen vond ik zelf een appartement om in te gaan wonen. Daarna kwamen de eetbuien weer.....Ik stopte met mijn opleiding na 9 maanden, kon het weer niet combineren met m’n eetgedrag.

Ondertussen probeerde ik ook nog twee andere studies. Maar uiteindelijk sneuvelden ook die. Het was opnieuw chaos in mijn leven. En zo sukkelde ik door: het was meer óverleven dan leven!

In die begintijd in mijn appartement kwam een van mijn vriendinnen wel eens langs. Zij was net tot geloof gekomen en vertelde erover en wilde dolgraag dat ik die weg ook zou gaan. Ondanks haar enthousiasme deed het mij niet zoveel. Eigenlijk dacht ik toen dat het een bevlieging was en dat ze wel weer met beide voeten op de grond zou komen te staan. Ik vertelde haar dus dat ik blij was voor haarzelf en ook blij dat het zo goed met haar ging. Maar dat ik niet zo nodig hoefde.

Op gegeven moment leerde ik tijdens 'n vakantie in de bergen weer 'n prettige man kennen, daar heb ik ongeveer 2 jaar 'n relatie mee gehad. Voor hem kon en wilde ik mijn eetstoornis niet meer verbergen. Hij had het goede met mij voor en adviseerde mij om er wat aan te gaan doen. Hij wilde echt dat ik hulp zou gaan zoeken. Ik besloot daar maar aan toe te geven. Eerst ging ik toen naar 'n cursus over maaghonger en hoofdhonger en de eventuele achtergronden. Ik doorliep de cursus, maar het werd er niet beter op. Misschien wist ik nu in theorie wel wat de verschillen waren tussen hoofd-honger en maag-honger, maar dat loste het probleem niet op. Ik werd er wanhopig van. Toen ontmoette ik daar iemand die mij vertelde dat ze naar een psycholoog was gegaan die gespecialiseerd was in eetstoornissen. Daar moest ik ook naartoe, want dat zou echt helpen verzekerde ze mij. En dus ging ik. Niet zozeer omdat ik gemotiveerd was maar een alternatief had ik ook niet.

Het ging echter bergafwaarts met me. Ook die dure psycholoog kon me niet helpen en ik kwam echt in een crisis terecht. Uiteindelijk ben ik opgenomen in een kliniek voor eetstoornissen, ik wist eigenlijk niet eens dat ze bestonden. Daar ben ik 9 maanden opgenomen geweest. Ik heb er veel geleerd, en binnen de muren van de kliniek ging het wel wat beter. Maar eenmaal weer thuis ging het snel weer bergafwaarts. Na die opname tijd kwam ik nog wel regelmatig in de kliniek voor na controle, maar de neerwaartse spiraal had ik weer snel te pakken.

Als het goed ging, dan was het nooit voor lang; ik heb toen nog 2 x dagbehandelingen gehad (1X 6 mnd. en 1x 9 mnd.). Opnieuw leerde ik weer van alles, maar er veranderde eigenlijk niets. Inmidels was ik verhuisd naar 'n andere stad en volgde ik 'n alternatieve therapie, hopelijk zou dat echt gaan helpen. Mijn hond mocht ik meenemen, ik bleef daar 2 nachten slapen. Die therapie werkte vanuit het boedisme. Wat dat precies inhield interesseerde me eigenlijk niet zoveel. Even was ik er erg blij mee, maar dat was van korte duur. Al na enkele dagen kreeg mijn hond ruzie met 'n andere hond en ik kon geen opvang vinden. Toen ben ik daar ook weer weggegaan. Ik ving ook honden op voor 'n stichting, nam de hele club honden dan mee naar de volkstuin, en zo leerde ik een jongere man kennen uit mijn buurt. Oh, wat werd ik vreselijk verliefd op hem. Maar het was niet wederzijds en dat vond ik heel erg. Toen het na 'n half jaar wat gezakt was ging ik bewust op zoek naar 'n levenspartner; die verliefdheid kon toch niet voor niets geweest zijn.....

Op die manier heb ik uiteindelijk mijn huidige partner ontmoet, waar ik nu al bijna 7 jaren mee ben getrouwd. En hij was en is 'n christen.

Diezelfde vriendin, die vroeger al graag wilde dat ik zou gaan geloven, deed haar verhaal weer. Deze keer luisterde ik aandachtig. Ik was veel meer geïnteresseerd dan de keer daarvoor. Wat was dat dan met die God en die Jezus? Soms ging ik naar een kerk en probeerde te doen wat me geadviseerd werd. Te bidden en praten met God. Dan zat ik in mijn bijbel te lezen en probeerde me aan te kleden met de wapenrusting van God. Maar hoe doe je dat eigenlijk? En waar haal je zo’n wapenrusting vandaan? Maar geregeld raakte ik ook weer in de ban van zoveel andere dingen te "moeten" en ging ik ook weer twijfelen aan het bestaan van God. Er waren ook wel momenten dat ik wel geloofde in Hem, maar andere momenten dat ik het eigenlijk maar liever van me af schoof. Maar God liet me deze keer eigenlijk niet meer los.

Als kind was ik opgegroeid in een gezin dat een binding had met de katholieke kerk. Ik geloofde eigenlijk toch wel in God en in Jezus en in de Heilige Geest. Maar dan meer als een soort ‘het zal wel waar zijn‘ Tijdens mijn puberjaren nam ik niet langer genoegen met de antwoorden van mijn ouders "Geloof het nou maar". Ik wilde antwoorden op allerlei vragen die ik had nadat we in de kerk waren geweest. Die antwoorden hadden mijn ouders ook niet paraat. En ik was te verlegen om de pastoor die vragen te stellen. Ook op de katholieke school heb ik dat eigenlijk nooit gedurfd.

Dat maakte dat ik zo ergens tussen mijn 12e en mijn 14e eigenlijk niet meer naar de kerk ging. In plaats daarvan ging ik vaak een stukje fietsen. En dat had dus tot gevolg dat ik steeds minder betekenis was gaan hechten aan de bijbel. Ik was er eigenlijk op een gegeven moment wel mee klaar en dacht dat mensen de bijbel hadden verzonnen. Eigenlijk wel bijzonder als je er later op terug kijkt. Want aan de andere kant bleef ik toch ook wel geloven in het bestaan van God. Het was een stukje strijd tussen erkenning en ontkenning, waarin ik jaren had geleefd. Ik kon wel goed met andere mensen omgaan, maar het is heel lang zo geweest dat ik van de ander uit ging. Wat dacht ik dat de ander wilde horen of wat had de ander nodig? Dat maakte dat ik contacten erg vermoeiend vond en mijn vrije tijd niet teveel wilde praten en ik had het gevoel dat wat ik zei nooit goed was. Als ik beter in mijn vel zat gingen de contacten gemakkelijker en kon ik er zelfs van genieten, vooral nieuwe contacten. Ik heb heel veel mensen gekend in mijn leven, maar na 'n tijd van 1 of een aantal jaren liet ik die contacten dan weer verwateren omdat ik me niet meer op mijn gemak voelde.

Uiteindelijk ben ik helemaal vastgelopen. Ik had zoveel geprobeerd om me beter te voelen en van mijn eetstoornis af te komen en het lukte me maar niet; zelfs niet toen ik met vallen en opstaan meer in God geloven ging. Zo voelde het.

Toen kwam de Alpha cursus in beeld. Eind 2014 ben ik aangehaakt bij zo’n Buurtinitiatief. Zo leerde ik God echt kennen. Ten diepste kwam ik daar tot bekering en werd mij duidelijk hoe God wilde dat ik leefde. In die periode werd psalm 139 voor mij een hele grote troost

"Heer, U weet alles van mij, u kent mij.
U weet waar ik ben, en U weet waar ik heen ga.
U weet wat ik denk, ook al bent U ver weg.
U ziet me als ik thuis ben en U ziet me onderweg.
U ziet alles wat ik doe”

Heel Psalm 139 vind ik prachtig, behalve vers 21 en 22. Vijanden van God zou ik liever willen bekeren, maar dat heb ik niet in mijn macht.
Ondertussen had ik ook een kerk gevonden waarbij we ons gingen aansluiten.

Alhoewel ik wel tot geloof gekomen was, waren mijn problemen nog niet voorbij. Er waren zeker een aantal problemen opgelost, maar mijn eetstoornis absoluut niet. Ik ging regelmatig naar de kerk, was met bijbelteksten bezig en af en toe zelfs met Bijbelstudie. Maar het was eerlijk gezegd een beetje onregelmatig; het lukte me niet om de continuïteit erin te brengen. Integendeel! Moest ik weer de hulpverlening in?

Toen wees iemand mij op het Celebrate Recovery programma. Nadat ik de website had bestudeerd, was mijn eerste indruk eigenlijk niet positief. Moest ik daar naartoe gaan? Moest ik tussen de drank- en drugsverslaafden gaan zitten? Ik… die al duizenden euro’s armer was door eigen bijdragen aan allerlei hulp van psychologen, psychiaters? En dit waren niet eens professionals? Dat kon toch niks zijn? Mijn vriendin was heel wijs. Ze zei alleen maar; “waarom zou je God geen kans geven? Wat heb je eigenlijk te verliezen?” Die woorden blijven hangen in mijn gedachten. En ik besloot toch maar eens te gaan kijken. Een beetje nieuwsgierig, maar ook een beetje angstig, stapte ik binnen. Het waren hele gewone mensen zoals ik, die ik daar ontmoette. Viel dat even mee. Het zal goddelijke leiding zijn geweest dat juist op de eerste avond een zogenaamde persoonlijk verhaal avond was. En laat nu de betreffende persoon getuigen van het feit dat ze was hersteld van een eetstoornis. Het was alsof God een pijl had afgeschoten die mij direct in het hart had getroffen. Een pijl die uiteindelijk niet dodelijk was maar nieuw leven bracht. Terwijl mijn leven nog steeds draaide rondom de chaos van ijsjes, patat, depressiviteit, minderwaardigheidsgevoelens en waardeloosheid, zag ik op de video iemand die vertelde hoe dat God het CR programma had gebruikt om haar te herstellen. Is dat toeval? Dat kan ik niet geloven. Naar nog een paar keer gesnuffeld te hebben, besloot ik echt aan te haken. En dus ook mee te doen met het gedeelte na de pauze. Het zingen ontroerde me de eerste tijd vaak hevig en de uitleg over de lessen met de persoonlijke voorbeelden raakten me diep. Maar gaandeweg voelde ik me gekend door God. Ik durfde het aan om een maagverkleiningstraject in te gaan. Eeerst de screening, dan het voortraject en de operatie. Veel mensen waar mee ik het er over had gehad in de loop van de jaren hadden me dat traject ontraden en ik had naar hen geluisterd en me dus laten weerhouden van deze operatie. Ik voelde dat ik zonder zo'n krachtig hulpmiddel niet van mijn eetstoornis af zou komen. Die stoornis had me ook afgehouden van de groei in geloof en het het had me ook steeds verder van God verwijderd. Bij-CR moest ik erkennen dat ik een probleem had wat ik zelf niet kon oplossen. En stap twee vertelt dat God bestaat en dat er hoop is. Ik ben heel dankbaar dat ik deze operatie heb mogen ondergaan en dat alles goed ging. Ik kan me al vaker focussen op mijn relatie met God, er is meer ruimte in mijn hoofd.

Het CR programma was voor de pauze altijd erg bemoedigend. In de groep na de pauze vond ik het soms wel moeilijk. Dan hoorde ik ook de moeilijkheden van de andere deelnemers. Maar werd ik ook geconfronteerd met mijn eigen problemen. Mijn levens inventarisatie had ik nooit kunnen afmaken zonder mijn geweldige coach. - Dank je wel Karin, voor wat je voor mij betekent hebt en nog steeds betekent - In theorie wist ik al veel langer dat ik mijn problemen aan God moest overgeven; maar bij CR heb ik geleerd om dat ook in de praktijk te doen. En bleken dus geen drank- en drugsverslaafden te zijn in onze groep. En eerlijk gezegd: als ze er wel waren geweest had het me ook niks meer uitgemaakt. Net zoals ik met een probleem had te kampen, hebben zij dat ook. De deelnemers gidsen heb ik eerst afstandelijk bekeken. Maar al snel ontdekte ik dat juist het opschrijven van de antwoorden weliswaar moeizaam was, maar juist ook heel goed hielp om dingen onder woorden te brengen. Ze staan nu vol met allerlei opmerkingen en aantekeningen. En ik grijp er eigenlijk nog regelmatig naar terug. De Celebrate recovery bijbel was een openbaring voor me. Ik vond daar heel veel structuur en had eigenlijk nooit beseft dat er zoveel biografieën in de bijbel staan van mensen die ook geworsteld hebben met problemen. Ik was me nooit bewust geweest van het feit dat er ook in de bijbel gewone mensen waren met hun problemen. En de ene keer heb ik daar meer last van dan de andere keer. Mijn herstel proces was zeker geen successtory. Zo af en toe viel ik weer terug in mijn oude gedachte patroon en dus ook in mijn perfectionisme, mijn gevoelens van waardeloosheid en soms ook in een eetstoornis.

Maar het was de moeite waard. Ik heb er geen seconde spijt van gehad dat ik “God een kans heb gegeven”. Hij stelt niet teleur. Langzamerhand begon ik me op CR steeds vrijer te voelen. Het feit dat er absolute geheimhouding was en we dat elke avond weer opnieuw aan elkaar beloofden, werkte op mij bevrijdend. Want het had tot gevolg dat we onze maskers durfden af te zetten, eerlijk durfde te zijn over onze tekortkomingen, onze zonden en wat ons was overkomen. Het was puur, authentiek en ik begon steeds meer naar de CR avonden te verlangen. We kregen een band met elkaar, ik zag groepsgenoten ook groeien en dat bemoedigde me weer.

Van de stappen vind ik Stap 1 nog steeds 'n hele belangrijke voor mezelf. Daar begint het mee. En ik kom tot de ontdekking dat, nu ik besloten heb om openlijk te delen waar ik mee geworsteld heb, mensen naar me toekomen om me te feliciteren. Ooit heb ik eens gelezen dat CR deelnemers de helden van de kerk zijn omdat zij de problemen waar ze mee worstelen durven onderkennen en ze vervolgens aanpakken door ze aan God over te geven. Toen ik dat voor de eerste keer hoorde vond ik dat overdreven. Maar nu kom ik tot de ontdekking dat het misschien toch wel een kern van waarheid bevat, want ik heb al van een aantal mensen begrepen dat ze eigenlijk ook wel zouden willen deelnemen, maar de eerste Stap niet durven nemen.

Hoe ben ik nu?
Ik denk dat ik verdraagzamer naar mijn man ben geworden en in het algemeen wat minder veroordelend naar andere mensen. Ik wilde in principe niet veroordelen, maar deed dat soms wel, ook naar mezelf toe. Want ik was immers niet goed genoeg? Ik ben in gedachten milder naar en over mensen gaan denken door de liefde van God.
Ik heb geen eetbuien meer, soms snoep ik nog wel eens vanuit onrust, maar kan dan niet veel op of wordt er ziek van. Dat geeft zoveel rust en ruimte.
Hap - snap naar de kerk gaan is er niet meer bij. Ik ga nu steevast iedere week. God heeft een senioren - echtpaar op mijn pad gebracht; die ik nu iedere week ophaal voor de kerkdienst. Midden in de nacht naar bed gaan is voorbij en op de bank slapen vanwege mijn zware gesnurk is ook over. Wat ben ik blij. Dank U wel Heer!!! Ik heb meer vertrouwen gekregen in God, dat Hij me vast zal blijven houden, maar vooral ook, dat ik Hem zal en wil blijven vasthouden, wat er ook gebeurt. Dat het zal gaan lukken om me meer in Zijn Woord te verdiepen en langzaam maar zeker Hem meer te kunnen gaan dienen; hoe en wat weet ik nog niet, maar de tijd zal het leren.
De wekelijkse kerkgang vind ik 'n geweldige verrijking, met al die andere mensen de ontmoeting met God.

Voor mij is de wekelijkse continuïteit een groot voordeel van het Celebrate Recovery programma. Iedere week gaat het weer verder. De ene keer een les, de volgende keer een persoonlijk verhaal. En alhoewel er thema’s aan het orde komen waar ik helemaal nooit mee te maken heb gehad, zitten er in ieder persoonlijk verhaal wel elementen waarin ik mezelf herken. Het is met elkaar en voor elkaar met God, dat is fijn. De positiviteit en het geloof in God en het volgen en hardop uitspreken van de principes en de stappen bemoedigt elke keer weer opnieuw. Wat helemaal fijn is, is dat niemand wordt opgejaagd. Iedereen mag het programma in eigen tempo volgen. En als er iemand weer iemand aanhaakt, dan bid ik in stilte of hij/zij hetzelfde zal mogen gaan ervaren als ik: bevrijding en herstel!
Ik wil hier in jullie midden vergeving aan God vragen dat ik denigrerend heb gedacht en gesproken over CR voordat ik er zelf aan ben begonnen. Want ik was oprecht van mening dat ik alleen hulp zou kunnen verwachten van professionals. Maar jullie hebben voor mij, maar ook voor alle andere deelnemers, gebeden. En jullie waren hier elke week. Dank je wel. En ik wil erkennen dat er wel degelijk een professional is bij CR. Dat is een Professional met een hoofdletter P.
Tot slot nog twee adviezen:

1. eef God een kans; Hij kon mij en Hij kan jou werkelijk veranderen.
2. Als je eenmaal mee gaat doen, hou dan vol! Want veranderingen kosten tijd. Bij mij duurde het een paar maanden voordat ik de eerste signalen opving dat God werkelijk in mijn leven aan de slag was gegaan.

Hartelijk dank dat ik mijn verhaal met jullie mocht delen! Ik doe het met een dankbaar hart!


Hersteld van gebrek aan zelfvertrouwen, gevoelens van eenzaamheid en boosheid

Mijn naam is Victoria. Ik ben een Christen die hersteld is van gebrek aan zelfvertrouwen, gevoelens van eenzaamheid en boosheid. Die problemen hadden verschillende oorzaken. Om te beginnen: Mijn ouders kregen te maken met het overlijden van mijn oudste broer toen hij 3 maanden oud was. Mijn ouders hebben mij daarna meteen verwekt zonder eerst het overlijden van mijn broer te verwerken. Ik ben geboren met een schildklierafwijking. Ik weet niet of er een verband is geweest, maar ik heb mij steeds afgewezen gevoeld in mijn jonge jaren, en dat terwijl mijn vader steeds vertelde dat ik het meest gewenste kind ter wereld was. Mijn ouders zijn destijds zelfs speciaal vanuit Chili naar Nederland gevlogen waar zij toen woonden, om te zorgen dat mijn geboorte goed afliep.

Mijn vader had een goede internationale baan, maar daardoor moest ik 9 keer verhuizen van land tot land. Gedurende de eerste vijf jaar van mijn leven kregen mijn ouders nog twee jongens en een meisje erbij. Ik heb dus twee broers en een zus.

Toen ik naar school ging kreeg ik het moeilijk met andere leerlingen. Ik was een ‘buitenbeentje’ zoals dat heet. Want in de ogen van anderen was ik te klein en te langzaam en ik had bovendien nog huiduitslag in mijn gezicht. Verder vonden ze dat ik maar een hele zachte stem had en ook stonk. Zij noemden mij in het Engels 'Pip squeak'. Wat zo ongeveer betekent: achtergesteld, zwak en dus niet-belangrijk.

Ik had daar veel verdriet over en vertelde dat aan mijn ouders. Ze luisterden wel, maar deden er niets mee. Voor mijn gevoel duurde het heel erg lang voordat ze actie gingen ondernemen. Waarschijnlijk wisten ze niet wat ze ermee aan moesten of hoe ze het probleem moesten oplossen.

Zij hebben toen overlegd met een Poolse professor, die ook de specialist was voor mijn schildklier afwijking. Ze hebben onder andere mijn leercapaciteit getoetst,en deze was normaal. Verder gebeurde er niets. Maar ik ging letterlijk gebukt onder nare gevoelens van eenzaamheid en verlatenheid.

Toen kwam ik in contact met een dansleraar die probeerde mij rechtop te laten lopen; ik liep namelijk altijd enigszins gebukt. Hij leerde mij een nieuw lied. Het refrein van dat lied was: "Sometimes, I feel like a motherless child". En alhoewel mijn moeder zeker niet slecht voor was gaven die woorden aardig weer hoe ik mij toen voelde.

Als mijn moeder merkte dat ik dat lied bij haar thuis zong, wilde ze het niet horen. Mijn moeder zei dat ik God moest volgen, maar wat dat betekende begreep ik eigenlijk niet. Iedere avond baden we een vast gebed in het Duits. Mijn ouders hadden geen persoonlijke relatie met God, ze hadden een kerkelijke achtergrond maar het was allemaal erg theoretisch. Maar we gingen wel 1 keer per jaar met de kerst naar de kerk. Dat was eigenlijk mijn enige contact met de kerk in die tijd, want ik ging ook niet naar een Christelijke school. Ik ben naar een particuliere meisjesschool geweest. Ik voelde me opnieuw verlaten en ik vond het er zo naar en vervelend: ik gooide al mijn boeken van mijn bureau om aandacht te krijgen. Helaas heeft dit weinig geholpen. Er was niemand die reageerde of aandacht schonk.

Daarna zijn we (mijn broer en zus) naar een school in Rome gegaan. Ik moest presteren en wilde ook presteren. Ik deed zo ontzettend mijn best en heb daar toen een prijs ontvangen voor 'Het meeste “mijn best doen” in de klas".

Andere hoogtepunten waren; meedoen met toneelstukken, 'Joan of Arc en Alice in Wonderland'.

Daarna ging ik naar een kostschool in Engeland. Ook daar moesten we goed presteren voor een betere toekomst. De reputatie van de school speelde ook een rol: we moesten de eer van de school hooghouden door ons maximaal in te zetten. Ik wilde zelf het liefste in de verpleging gaan, maar door mijn mentoren werd me geadviseerd om naar de Universiteit te gaan. Waar ik in die tijd het meest van genoot was het aanleren om dwarsfluit te spelen en de deelname aan 2 musicals: 'The Gondoliers en My fair Lady'.

Er waren toen wel verschillende christenen in mijn omgeving. Zij probeerden steeds iets te vertellen over het christelijk geloof en over Jezus. Maar ik had geen echte interesse. Dat was namelijk niet zo belangrijk in mijn ogen. Mijn prioriteiten lagen bij de studie, want ik vond dat ik moest slagen op de school en universiteit.

Na mijn studie heb ik verschillende banen aangenomen in Cardiff en Londen, maar ik voelde mij nergens thuis omdat ik een buitenlandse naam had en een buitenlands accent. Ik had andere omgangsvormen. Bijvoorbeeld: ik was eerlijk, ik voelde mij meer een Europese, ik vond het niet prettig om op een eiland te wonen. Ook nu had ik weer dat gevoel van een buitenbeentje te zijn.

Vanuit Londen solliciteerde ik naar een baan in Noord Holland. Ik werd aangenomen bij een watertransport maatschappij . Het was best een verantwoordelijke baan. Het was een baan op niveau: deze baan sloot aan bij waarvoor ik was opgeleid. Ik moest dus verhuizen van Engeland naar Nederland. Hier zou ik mij eindelijk thuis voelen, althans dat dacht ik en dat hoopte ik. Helaas had ik niet genoeg werkervaring om gelijk een vaste aanstelling te krijgen en daarom kreeg ik een proeftijd van 1 jaar. Al snel bleek dat ik niet kon opschieten met mijn chef en collega's vanwege mijn achtergrond. Volgens hen kwam ik hoogmoedig over, ik was in hun ogen te hoog opgeleid en paste niet in het team. Daarnaast had ik problemen met de Nederlandse taal. Ik had weinig woordenkennis en moeite met dingen uitleggen. Mijn vocabulaire was erg beperkt. Dat onderkende ik zelf ook wel en daarom probeerde ik mijn best te doen en aan te passen. Maar dat lukte maar ten dele.

In die tijd was ik eenzaam, had weinig vrienden en al mijn familie was ver weg. Eigenlijk zat ik opnieuw op een eiland, maar nu niet letterlijk maar figuurlijk. Ik leerde wel een Engelse buurvrouw kennen; zij was een christen. Zij deelden met mij vol overgave het evangelie. Maar opnieuw nam ik het voor kennisgeving aan, het raakte mijn hart niet. Geen interesse dus…totdat ik overspannen raakte. Ik werd ziek en kwam dus thuis te zitten. Ineens had ik tijd in overvloed. Ik kon op gesprek gaan bij Stichting "L'Abri" in Utrecht. Dit is een internationale stichting die jongeren helpt bij het ontdekken van het christelijk geloof. Er was tijd voor mij, tijd voor gesprekken, bijbellezen en cassettebandjes beluisteren. Daar gebeurde iets met mij. Ineens voelde ik mij schuldig dat Jezus Christus voor mij is gestorven en opgestaan uit de dood. Ik wilde gedoopt worden en kort daarna kreeg dat gestalte: ik liet mij dopen door onderdompeling.

Mijn dooptekst is: 2 Corinthe 5:17 : Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping - het oude is voorbijgegaan, zie het nieuwe is gekomen. Doordat ik bekeerd ben, is mijn relatie met de Heer het meest belangrijk geworden in plaats van mijn werk. Was dat het einde van alle problemen? Nee…. Helaas niet.

Ik kon na verloop van tijd mijn werkzaamheden bij de waterleidingmaatschappij deels hervatten en kreeg daarnaast twee dagen per week psychotherapie. Maar ik werd uiteindelijk toch ontslagen, want ik functioneerde niet naar behoren volgens mijn leidinggevende.

Aan de ene kant was ik blij. De werkomgeving benauwde me en nu was ik vrij. Maar later ontwikkelde zich ook een sterk schaamtegevoel. Het voelde alsof het allemaal mijn schuld was dat er zoveel fout was gegaan tijdens mijn aanstelling. Ik had een risico genomen en tegen mijzelf gezegd dat als het niet zou lukken, ik altijd nog ander werk zou kunnen zoeken. Het bedrijf had ook een risico met mij genomen. Achteraf had ik korter moeten werken voor dit bedrijf en beter kunnen kiezen voor een beroepskeuze test. Achteraf is gebleken dat hoe langer ik hier werkte, hoe meer ik beschadigd ben geraakt.

Ik vond het onterecht dat ik ontslagen was, want ik had mijn best gedaan en verdiende dat niet. Ik voelde mij opnieuw afgewezen. Ik kreeg toen het advies van de bedrijfsarts om mij helemaal te laten afkeuren. Maar het leek me niet verstandig om de rest van mijn leven nooit meer te gaan werken. Ik was toen nog maar 28 jaar. Ik heb daarom bezwaar gemaakt tegen dat advies. Maar ondanks mijn bezwaar was men ervan overtuigd dat ik niet meer geschikt was voor de arbeidsmarkt en werd uiteindelijk toch voor 80-100 procent afgekeurd.

In die tijd las ik weinig in de bijbel. Ik ging wel naar de samenkomsten op zondag. Maar ik was niet echt betrokken bij de kerk en trok mij steeds meer terug. Een isolement dus! Ik had wel contact met een paar christenen die voor mij baden. Helaas werd ik steeds depressiever en angstig. Uiteindelijk kwam ik op een punt terecht dat ik besloot om zelfmoord te plegen. Wat had het leven nog voor zin? Ik realiseerde me op dat moment dat ik de Heer helemaal was vergeten. Toen heb ik Hem gevraagd "Heer, laat mij zien dat U er bent. Verander mijn leven". Zo’n gebed had ik nog nooit gebeden. Binnen een half uur ging de deurbel en het was een christenvrouw uit de Evangelie Gemeente. Ze vertelde dat zij voelde dat er iets aan de hand was. We hadden een goed gesprek. Via haar en haar man, de huisarts en de P.A.A.Z. afdeling belandde ik in een psychiatrisch ziekenhuis. Ik kwam terecht op de psychotherapie afdeling. Daar sloeg de depressie in alle hevigheid toe: ik wilde gedurende een jaar eigenlijk niet meer verder leven. Het leven had voor mij geen zin meer. Voor wie had ik nog waarde? Daarna vulde mijn hart zich met boosheid. Ik was boos over wat mij was overkomen in mijn leven. Vooral de ervaringen bij mijn werkgever hadden er behoorlijk ingehakt. Iedereen en alles had schuld aan mijn situatie!

Achteraf gezien was het eigenlijk wel bijzonder dat ik nooit boos ben geweest op God. Later verwerkte ik mijn verdriet van wat er in mijn jeugd gebeurt was. Af en toe werd ik heel erg achterdochtig en ik ben een paar keer psychotisch geweest. Ik ben daar in dat psychiatrisch ziekenhuis gedurende 6 jaar in therapie geweest, waarvan drie en half jaar intern en de overige periode poliklinisch. Ik heb daar alles heel diep en intens gevoeld wat ik meegemaakt heb. Het was hard werken en ik wist dat ik het nodig had om verder te kunnen. Een belangrijke bijbeltekst in die periode staat in de Deut. 33:27 " onder u zijn eeuwige armen" Al die tijd is er voor mij gebeden. De Heer droeg mij op Zijn eeuwige armen zonder dat ik me op dat moment daarvan bewust was.

Na die tijd gaf de uitkeringsinstantie aan dat er toch verwacht werd dat ik weer zou gaan werken. Dat was heel apart ….Ik was immers afgekeurd voor 80-100%. Maar ik vond een baan bij een uitzendorganisatie voor eenvoudig werk. Ik werkte eerst samen met allerlei andere gehandicapten aan de lopende band in de verpakkingsindustrie. Later kom ik helpen bij het pellen van leliebollen of lampen in elkaar zetten. Daarna kwam ik terecht bij Action in het magazijn. De laatste 7 jaar werk ik in de schoonmaak bij een groot internationaal bedrijf. Hier werkte ik met een andere collega op een afdeling en er werd rekening houden met mijn tekortkomingen, vooral mijn trage werktempo.

Twee jaar na mijn behandeling in het psychiatrisch ziekenhuis raakte ik opnieuw depressief en moest helaas opnieuw medicatie gaan slikken. Er was toen helaas nog geen herstelprogramma beschikbaar dat Celebrate Recovery heette. De behandeling bij de G.G.Z. startte en ik moest opnieuw mijn verhaal vertellen. Daar zag ik erg tegenop. Naast de therapie ging ik ook naar mijn werk. Het was een moeizame tijd, waar ik geen prettige herinneringen aan bewaar. Jaren later hoorde ik over C.R. maar het trok mij niet meer. Ik had immers zoveel geleerd in therapie dat ik C.R. niet nodig vond. Het had voor mij geen toegevoegde waarde. Althans, dat meende ik toen. Op een gegeven moment hield Simon, de voorganger van de Evangelie Gemeente, een toespraak. Het zou de eerste avond van Celebrate Recovery worden en hij had als titel uitgekozen: 'Ik heb geen problemen'. Dat thema sprak mij toch wel aan en na afloop dacht ik erover na. Er kwam een unieke oplossing naar voren: ik besloot om zelf ook mee te doen met als doel om een andere deelneemster uit de gemeente te kunnen helpen. Maar dat was misschien wel goddelijke humor. Na enkele avonden de-CR bijeenkomsten bijgewoond te hebben, kwam ik tot de ontdekking dat ikzelf hier ook geholpen kon worden. Ik ontdekte dat er nog heel wat ontkenning in mijn leven was. Misschien ten diepste ook wel wat trots. Ik had al die jaren eigenlijk mijn jeugd weggestopt; mijn ervaringen met mijn broers en zus, mijn beschermde opvoeding etc. ik kwam daar ook tot de ontdekking dat ik last had van achterdocht, en een enorm gebrek aan zelfvertrouwen. Stap 1 van Celebrate Recovery kwam tot leven: Ik erken dat ik zelf niet bij machte ben om mijn pijn, frustraties en verkeerde gewoonten onder controle te krijgen. Ik ben namelijk God niet.

Door C.R. ben ik mij bewust geworden dat ik worstelde met gevoelens van achterdocht. Vanaf een bepaald moment realiseerde ik me ook dat achterdocht ten diepste een zonde is. Verder ontdekte ik dat ik mij niet schuldig hoefde te voelen dat ik in het verleden die baan bij de waterleidingmaatschappij aangenomen had. Ik had destijds een risico genomen door die baan aan te nemen en mijzelf voor te houden dat als deze baan niet zou lukken, ik altijd een andere baan zou kunnen gaan zoeken. Ik leerde dat ik mij niet hoefde te schamen dat ik ontslagen was. De procedures rondom werk en ontslag zijn in Nederland heel anders dan in Engeland. Want dat ontslag had mij destijds behoorlijk aangegrepen. Ik had zelfs meer dan 20 jaar na dat ontslag nog steeds last van nachtmerries. Bij Stap 4 gingen we aan de slag met een levensinventarisatie. Het was een behoorlijk lange waslijst van gedachten en gevoelens rondom die moeilijke periode. Daarnaast was er ook nog van alles wat ik had mee gemaakt voordat ik bij dat bedrijf ging werken.. De 12 stappen boden een goede structuur om al deze aspecten te zien in het licht van de bijbel en ze uiteindelijk te verwerken. Door C.R. te volgen kon ik vanuit Gods perspectief naar mijn leven gaan kijken. Het was alsof ik door een andere bril heen leerde kijken naar de dingen die gebeurd waren. Dit is verhelderend en het helpt mij om er open over te zijn, mijn verleden te kunnen loslaten en om verder te gaan met mijn leven.

Ik vond het moeilijk al mijn collega's te vergeven; ik heb me jarenlang de zondebok gevoeld. En zij waren immers de schuldigen? Voordat ik CR ging volgen had ik nauwelijks enige zelfkennis. In eerste instantie de therapie en in tweede instantie Celebrate Recovery, hielpen mij een gezond beeld van mijzelf te ontwikkelen. Eén van de stappen gaat over vergeving. Daar leerde ik dat ik God om vergeving moest vragen voor mijn fouten. Maar ook dat ik anderen en mijzelf moest vergeven voor datgene wat gebeurd was en wat niet goed was. Dit moeizame proces werd uitstekend begeleid binnen de context van Celebrate Recovery en ook door het feit dat ik langzamerhand geestelijk groeide in mijn persoonlijke relatie met God. Gedurende mijn periode bij CR raakte ik mijn gevoelens van boosheid kwijt en merkte ik dat mijn relatie met God steeds sterker werd. Ik voelde me een bevrijdt mens.

Omgaan met pijn heeft mij steeds bezig gehouden. In de maatschappij waarin wij leven wordt pijn vaak als nutteloos beschouwd en mensen die pijn hebben kunnen van nut zijn voor anderen. Bij CR heb ik wat anders geleerd. Mijn emotionele pijn was een nare ervaring. Maar God heeft mij hersteld en genezen en ik mag nu, met wat ik toen zelf heb meegemaakt, van betekenis zijn voor anderen. Toen ik mij realiseerde dat niemand zo veel pijn heeft geleden als Jezus Christus aan het kruis, troostte mij dat enorm. Ik ontdekte dat mijn leven toch de moeite waard is: mijn ervaringen zijn nu een unieke bron om anderen te kunnen bijstaan en te kunnen helpen. Ook nu voelen nog veel mensen zich eenzaam en verlaten. Ik wil hen graag vertellen over Jezus Christus. Ik voel me niet langer minderwaardig; God houdt van mij zoals ik ben. Soms heb ik nog steeds last van achterdocht. Maar ik bespeur dat het vernieuwen van mijn denken (zoals dat beschreven staat in Romeinen 12 vers 2 ) nog steeds doorgaat. Ik voel mij veilig, vooral als ik de bijbel lees. Dan voel me dicht bij God. Ik heb mijn familie vergeven en heb inmiddels een goede band met hen opgebouwd. Ik ben blij als ik ze ontmoet. Ik heb christen vrienden die mij door dik en dun steunen. Dat is allemaal dank zij de Heer. Hij heeft me inmiddels weer een nieuwe baan gegeven en ook een splinternieuw huis. Dat ervaar ik als een echte zegen!

C.R. is voor iedereen - niet alleen voor mensen die therapie hebben gedaan zoals ik. Het programma zit goed in elkaar en C.R. wordt aangestuurd door christenen die zelf bidden voor het team en de deelnemers. Er is ook een apart gebedsteam voor de deelnemers - desnoods incognito. Elke C.R. bijeenkomst begint met een aantal aanbiddingsliederen, gevolgd door een studie of een Persoonlijk Verhaal dat heel opbouwend is. Je moeilijkheden kun je delen in de groep. En wat zo wonderlijk is: iedereen belooft daar geheimhouding. En iedereen houdt zich daar ook aan. Dat heb ik als opbouwend en verhelderend ervaren; je staat er niet alleen voor. Voor meer persoonlijke zaken en het doorwerken van de deelnemers gidsen kon ik terecht bij mijn coach. Zij steunde mij, zij bemoedigde mij en af en toe kreeg ik de nodige corrigerende kanttekeningen te horen. Ik durfde haar alles te vertellen wat ik moeilijk vond. Ze stond naast mij en ze begreep mij altijd. Wellicht heb je al begrepen dat ik dus zowel wereldse therapie heb gehad als het Bijbelse CR programma heb doorlopen. Het grote verschil tussen wereldse therapie en dit programma is, dat bij CR de Heer centraal staat bij het herstel proces. Binnen CR heb ik mensen ontmoet met levenservaring die ook hebben geleerd hoe ze praktisch als christenen moeten leven. Er zaten mensen bij die dezelfde ervaring hadden als ik; ze hebben me echt kunnen helpen. De Heer wordt er ook bij betrokken door middel van gebed. In de wereldse therapie kreeg ik vaak te maken met andere cliënten die meestal niet gelovig waren. Soms moest ik wennen aan hun gedrag en uitspraken. Soms had ik er ook moeite mee. Bij CR voelde ik me thuis; het was een geweldige ervaring

God heeft CR in mijn leven gebruikt om tot inzicht te komen hoe Hij wil dat ik ga leven. Dat heb ik mogen ontdekken en nu mag ik het stap voor stap in de praktijk brengen.

Hartelijk dank dat ik dit met jullie mocht delen.

Herstellende van verslaving aan zelfbevrediging

Mijn naam is Freek en ik ben een geliefd kind van God, herstellende van mijn verslaving aan zelfbevrediging en op zoek naar meer van God in mijn dagelijks leven.
Ik ben opgegroeid in een gereformeerd gezin. Mijn vader was een kruidenierszoon en mijn moeder is als dochter van een Rotterdamse tramconducteur geboren. Zij is na de tweede wereldoorlog, met haar ouders en zussen naar Dordrecht, mijn geboortestad, verhuisd. Mijn moeder is een heilsoldate van het Leger des Heils, en heeft zich, voor haar huwelijk met mijn vader, gereformeerd laten dopen. Ik groeide op tussen een oudere zus en jongere zus.
Mijn vader werd, na een bedrijfsongeval, afgekeurd en wij wisten niet beter dan dat mijn vader ‘zenuwziek’ was. Pas veel later hoorden we termen als manisch-depressief. We wisten dat hij zware medicijnen slikte als Lithium en allerlei andere medicatie tegen de bijwerkingen daarvan.
Zijn ziekte legde een zware claim op het gezin en met name op mijn moeder. Er was veel ruzie en soms ook uitbarstingen van gewelddadigheid van de kant van mijn vader.

Ik weet niet meer precies hoe oud ik was, ik vermoed een jaar of tien, maar in ieder geval was ik nog maar een knulletje van de Lagere school (nu basis school) dat nog niets met seks had.
In de zomer dat mijn ouders met mijn tante en oom op vakantie waren, logeerde ik bij de overburen. Mensen die wij goed kenden. Ome Dirk en Tante Rina. Geen echte oom en tante, want Tante Rina was gewoon een vriendin van mijn moeder, de tweelingdochters waren vriendinnen van mijn zus en het gezin ging naar dezelfde kerk als wij. De jongste van de drie kinderen was een zoon. Een aantal jaren ouder dan ik en iemand waar ik tegenop keek omdat hij in mijn ogen goed kon volleyballen, goed en snel kon rekenen en muziek draaide van Exception. Een andere reden waarom ik tegen hem op zag was dat hij mij nogal eens in bescherming nam als ik ruzie had met jongens uit de buurt.

Tijdens die logeerpartij sliep ik bij hem op de kamer. Hij was duidelijk verder in zijn seksuele ontwikkeling dan ik. Als we in bed lagen stimuleerde hij mij om sensuele fantasieën over meisjes van zijn leeftijd uit onze kerk te vertellen. En terwijl ik dat deed, bevredigde hij zichzelf. Hij vroeg mij dan om hetzelfde te doen. Na een aantal dagen vroeg hij mij om het bij hem te gaan doen. Als reden gaf hij daarvoor op: “Dat het altijd fijner is als een ander het bij je doet". Ik heb dat toen een aantal malen op zijn verzoek gedaan. Niets vermoedend. ‘Een beetje raar, maar niet heel erg verkeerd’, dacht ik. Toch wist ik ergens wel dat het niet klopte. Waarom weet ik niet precies. Mijn moeder waarschuwde ons wel om niet met vreemde mannen mee te gaan die ons daartoe probeerden te verleiden, want dat waren geen goede mannen. En op onze vragen ‘waarom niet?’ werd door haar wel uitgelegd dat deze mannen erop uit waren om lichamelijke dingen te doen die niet hoorden. Ik denk dat ik daardoor wel begreep dat wat ik bij mijn overbuurjongen deed, niet helemaal in de haak was. Maar ja, hij was geen vreemde man. Ik heb het dan ook pas jaren daarna tegen mijn moeder verteld.

Pas veel later besefte ik dat ik op een te jonge leeftijd met deze vorm van seksualiteit in aanraking ben gekomen. Of dát de oorzaak en het begin van mijn verslaving was, durf ik niet zo keihard te stellen. In ieder geval is daar wel de zelfbevrediging begonnen. Ik was nog zo jong dat ik al wel een soort van orgasme/fijn gevoel had op het hoogtepunt van de masturbatie, maar nog geen zaadlozing. Later hoorde ik daar jongens op school soms in bedekte termen over praten en vroeg me af of dit hetzelfde was als ik bij de overbuurjongen had gezien. Bij mijn moeder kon ik voor een groot deel met vragen daarover terecht. Er rustte geen taboe op het onderwerp seks, hoewel ik merkte dat er wel een bepaalde onwennigheid was wanneer het ter sprake kwam. Maar we hoefden het als kinderen in ieder geval niet uit boekjes te halen. En opgevoed met twee zussen kwam het onderwerp menstruatie ook geregeld aan bod en vond ik het bijvoorbeeld heel normaal dat ik soms maandverband moest halen. Waarmee ik aan wil geven dat het praten daarover door ons niet als gek of raar werd bevonden. Waarom ik dan toch zolang gewacht heb met het vertellen van wat er gebeurd was tijdens de logeerpartij, kwam denk ik toch voort uit de gedachte en gevoel dat het verkeerd was, dat ik/we hadden gedaan en uit een soort van loyaliteitsconflict. Het was ten slotte de zoon van de vrienden van mijn ouders en de broer van de vriendinnen van mijn zus. Hoe mijn moeder reageerde toen ik het haar vertelde, weet ik niet meer precies. Mij staat bij dat ze het woordelijk een beetje vergoelijkte maar dat haar non-verbale houding iets anders zei liet zien. Maar nogmaals, ik weet dat niet meer zo goed.

Toen ik in de pubertijd zat en ongeveer 15 jaar was, ging mijn moeder mij steeds meer als praatpaal gebruiken. Zij deelde met mij dingen over de scheefgroei in de relatie met mijn vader en zijn gedrag jegens mijn moeder en ons. Zaken die, zo denk ik nu, eigenlijk niet voor jonge jongensoren bestemd waren. Ik ging me meer en meer verantwoordelijk voelen voor het welzijn van mijn moeder. Want zoals ik al vertelde waren er, door de psychische ziekte van mijn vader, veel spanningen en ruzies in ons gezin. Ik denk dat ik met zelfbevrediging, die gepaard ging met rijke fantasieën over meisjes, een stukje positieve (lichamelijke) aandacht voor mezelf vond. En ik, zoals het met de meeste verslaafden is begonnen, wilde ontvluchten uit de werkelijkheid, wilde verdoven dat wat pijn deed en moeilijk was. Of dat ook precies de uitleg is die een psychiater of andere deskundige hieraan zou geven, weet ik niet, maar zo kijk ik er in ieder geval op terug.

Na de LTS ging ik naar de Luchtmacht en tekende voor 6 jaar als hulp-lanceerder in het buitenland. In een weekend dat ik thuis was ging het mis. Mijn vader liep tijdens de zoveelste ruzie met mijn moeder agressief schreeuwend en scheldend op mijn moeder af. Ik sprong er tussen en toen mijn vader niet wilde stoppen, gaf ik hem zo’n harde stomp in zijn ribben dat hij met veel pijn een paar meter verder op de grond viel. Ik denk dat al mijn opgekropte woede richting mijn vader er op dat moment uit kwam. Ik vluchtte het huis uit naar mijn oom en tante een paar straten verderop. Enige tijd daarvoor hadden mijn moeder en mijn zusje me al eens tegen moeten houden toen mijn vader mijn oudste zus aan de haren door haar slaapkamer trok omdat ze die avond contact had gehad met een in scheiding liggende man. Ongeveer een jaar daarna is mijn moeder bij mijn vader weggegaan.

In het buitenland bracht ik veel eenzame uurtjes door op de kazerne en daarbuiten. Zelfbevrediging nam een plaats in mijn leven in en was een vast onderdeel van mijn leven geworden, alsof het er gewoon bij hoorde. Ik zocht plaatjes op van mooie vrouwen met weinig of sexy kleding die me opwonden en had in gedachten seks met hen. In de zes jaren dat ik bij de Nederlandse luchtmacht in het buitenland zat kreeg ik ook te maken met pornofilms en boekjes. Ik merkte dat dit me wel op kon winden, maar dat ik er niet echt iets mee had. Voor mij waren de lingerie en badmodepagina's van de Wehkamp en de Neckermanngids spannender dan pornofilms waarin alle details zichtbaar waren. Als vrijgezel en inmiddels van God los, had ik ook meerdere korte relaties met vrouwen waarbij seks op de eerste plaats stond. Bijna iedere relatie verseksualiseerde ik. Ik zeg bijna, omdat er gelukkig ook een paar langdurige verkeringen waren die dieper gingen dan alleen seksualiteit. Ik heb voor mijn gevoel lang gepuberd. Misschien, eenmaal los van thuis, een soort van uitgestelde pubertijd, omdat mijn moeder al vroeg een volwassen claim op me legde door mij als vertrouwenspersoon te gebruiken. Rond mijn 22ste werd ik wat volwassener en ging me ook als zodanig gedragen.

Na de zes jaar Luchtmacht wachtte de politieschool. Daar leerde ik mijn eerste vrouw kennen. Maar voor ze mijn vrouw werd, ging er nog wel wat aan vooraf.
Seksualiteit nam in eerste instantie ook in deze relatie de belangrijkste plaats in. Na ongeveer twee jaar verkering verloofden we ons. Kort daarna leerde mijn verloofde een andere man kennen en verbrak onze relatie. Ik kwam in een zwart gat terecht. Nu achteraf denk ik dat ik mijn geluk, mijn welzijn, veel te veel afhankelijk liet zijn van deze relatie. Ik zag totaal geen uitkomst meer en dacht er zelfs over na om mijn dienstpistool mee naar huis te nemen en er maar een eind aan te maken. Ik woonde op dat moment in Roosendaal in het zuidwesten van Brabant, alwaar ik bij de politie werkte. Ik ging in die zwarte periode voor het eerst weer eens op de knieën en bad tot God. Ik verontschuldigde me naar hem dat ik al die tijd niets van Hem heb had willen weten en nu ik het niet meer zag zitten weer bij Hem kwam. Ik huilde hevig, totdat ik een hand op mijn schouder voelde en het leek of er Iemand naast mij stond die tegen me zei: “Rustig maar, rustig maar, het komt goed. Het komt goed.” Mijn verdriet en huilen hield direct op. Ik bad: “Here God als U dit bent Die dit tegen mij zegt, beloof ik U, dat als het weer goed komt tussen haar en mij, ik weer zal gaan bidden en uit de Bijbel zal gaan lezen.” Nog zo’n soort moment heb ik meegemaakt in de auto op terugweg van mijn moeders woning, die inmiddels hertrouwd was met een lieve man, naar mijn flat in Roosendaal. Ook toen ging het huilen in diep verdriet over in lachen en vreugde. Hele bijzondere ervaringen die ik maar moeilijk onder woorden kan brengen.

Op het moment dat mijn ex-verloofde weer bij mij terugkwam heb ik haar ook direct meegedeeld dat God daar de hand in heeft gehad, in het feit dat zij bij mij terug is gekomen, dat dit door God is gedaan. Zij was niet met het geloof opgevoed en vond het prima dat ik dat geloofde, maar had daar zelf niets mee. Ook ben ik, zoals ik had beloofd, weer gaan bidden en gaan bijbellezen. Na onze breuk van een aantal maanden, kwam seksualiteit op een meer gezondere plaats in onze relatie te staan. In 1988 ben ik naar de politie Amersfoort overgestapt en zijn mijn verloofde en ik in Harderwijk samen gaan wonen omdat zij in Zwolle bij de politie zat. Omdat ik in Amersfoort christen-collega’s leerde kennen, die één keer in de zoveel tijd bij elkaar kwamen als een soort van kring, ging ik me daar ook steeds meer voor openstellen. Ik ging mee naar de kringavonden en mijn verloofde ging ook af en toe mee. We baden, zongen, luisterden, huilden en lachten samen. Fantastische avonden die de honger naar meer losmaakte en ons samen deed zoeken naar een kerk waar we ons thuis zouden voelen en waar we konden trouwen. Dit werd in eerste instantie de gereformeerde kerk in Harderwijk. Daar zijn we getrouwd, maar we voelden er ons niet echt thuis.
Uiteindelijk kwamen we terecht in een evangelische gemeente. Daar gingen we bijbelstudie volgen, werd ons eerste kindje opgedragen, kwam ik en daarna ook mijn vrouw tot bekering, werden we gedoopt en werd ook ons tweede kindje opgedragen. De hang naar zelfbevrediging bleef echter. Tot ver in mijn eerste huwelijk bleef dat zo. Niet alle dagen, maar soms ook wel drie of vier keer per dag. Het beheerste me. Ik was er wel open over naar mijn vrouw. Ze wist dat ik het deed en dat het niets te maken had met de seksualiteit tussen ons. Ik maakte mezelf wijs dat ik gewoon meer behoefte had aan seksualiteit dan zij en dat ik daarvoor lingerie pagina's e.d. gebruikte. Ik deed dat omdat ik mijn eigen vrouw tijdens de zelfbevrediging, niet als lustobject wilde gebruiken.'
Later ging ik door het lezen van de Bijbel begrijpen dat Jezus heel duidelijk was over het in gedachten begeren van een andere vrouw en dit ook zag als overspel. Ik maakte daar geen geheim van en besprak dit ook met mijn vrouw en een aantal jonggelovige broeders waar ik goed contact mee had.

Om mijn geweten te sussen ging ik toen verder zonder de plaatjes maar met de gedachten aan seks met mijn vrouw. Maar ook dat voelde niet goed omdat ik vond dat ik mijn vrouw mentaal gebruikte om aan mijn buitensporige verlangen tot seksuele bevrediging tegemoet te komen. Het werden echte gevechten in en met mezelf. Op dat moment begon ik steeds meer te beseffen dat ik er aan vast zat en er niet los van kon komen. Het ging ook steeds meer tussen mij en God instaan. Omdat ik, zo kan ik nu zeggen en wat ik nog maar kortgeleden echt durfde toegeven, dat op de momenten dat ik toegaf aan dat buitensporige verlangen, mijn liefde en mijn verlangen om opgewonden te raken en tot een orgasme te komen, groter was dan mijn liefde voor God. Of eigenlijk de liefde voor mezelf groter was dan die voor mijn Schepper en Redder. Toen zag ik dat nog niet zo scherp of wilde het niet zien, wilde het niet aan mezelf toegeven. Wat ik wel toe kon geven aan God is dat het me uit eigen kracht niet lukte om eraf te komen en toch wilde ik er oprecht van af. Toen kwam er een moment dat ik onder de douche stond en weer het sterke verlangen naar bevrediging in mij op voelde komen en met heel mijn hart en ziel uitschreeuwde naar God dat ik het niet meer wilde, maar dat het me niet lukte om te stoppen. Ik volgde toen nog geen CR, maar besef nu dat dit eigenlijk de eerste stap van CR is: Ik geef toe dat ik machteloos sta tegenover mijn pijn, verslavingen en verkeerde gewoonten en dat ik deze niet meer in de hand heb.

Na die schreeuw naar God was het van de één op de andere dag over. Geen verlangen meer, geen behoefte meer, niets meer... klaar. Dat heeft jaren geduurd: een echte bevrijding.
Maar helaas kwam aan die periode, tegen al mijn hoop en verwachtingen in, een einde. In 2007 kwam mijn vrouw terecht in een zwarte en zeer moeilijke periode van haar leven. Zoals ze het zelf omschreef, was ze zichzelf soms helemaal kwijt. En meer en meer verloor ze ook haar geloofsbeleving. Ze vroeg om ruimte, die ik haar zo goed en kwaad als het ging, zoveel mogelijk probeerde te geven. In 2008 kreeg ze echter kennis aan een andere man. Ze gaf aan dat ze niet wist of ze met hem verder wilde, maar wist wel zeker dat ze niet meer met mij verder wilde.
Onze wereld stond op zijn kop. Een groot zwart gat doemde zich voor me op. Twee kinderen in de pubertijd. Ik hield nog zoveel van mijn vrouw en wilde graag met haar opnieuw beginnen met hulp van buitenaf. God gaf me door het boek ‘Bevrijdende Liefde’ van Francine Rivers, de opdracht om te vergeven en lief te hebben, zoals Hij mij had vergeven en liefgehad. En steeds als ik daar tegenin wilde gaan liet Hij mij weten dat ik die steen uit mijn hand moest laten vallen omdat ik net als mijn vrouw schuldig was en geen poot had om op te staan. Op mijn vraag of Hij dat dan ook door mij heen wilde doen, deed Hij dat ook en kon ik mijn vrouw oprecht vergeven en om vergeving vragen daar waar ik het in onze relatie niet goed had gedaan. (ook weer zo’n stap die ook bij CR een voorname rol speelt)
Toen ik in die periode op mijn zwakst en kwetsbaarst was, labiel en eenzaam, kwam de verslaving in volle hevigheid terug en ik kon er geen weerstand aan bieden. En of het nou voortkwam uit een stuk eenzaamheid, hang naar liefde en genegenheid of weer het verdoven van de pijn en het verdriet, ik weet het niet. Wel weet ik dat er één groot verschil was met het verleden. Ik speelde geen verstoppertje meer voor God. Ik praatte het niet meer goed, verzon geen smoesjes meer en deed niet alsof God het niet zag. Want als ik dan naar de computer liep om lingerie sites te bezoeken zei ik tegen Here Jezus dat Hij er maar naast moest komen zitten. Ik wilde niet meer dat dit mijn leven weer ging beheersen, maar kon er geen weerstand aan bieden. En weer schreeuwde ik het uit naar Hem.

Ik was al lang lid van het dramateam in onze kerk en stond regelmatig op het podium, sprak af en toe bij de tieners in hun diensten. Ik zei tegen de Heer, als ik weer zwak was geweest en toegegeven had aan de zucht naar een seksbeleving: “Ik kan toch zo niet meer het podium op of spreken bij de tieners. Maar de Heer zei keer op keer tegen me. 'Ik hou toch van je en Ik je wil je toch gebruiken.' Dit was steeds een enorme troost voor me en ondersteunde de hoop die ik had, dat ik er ooit weer helemaal van af zou komen.
In die tijd had ik een enorme behoefte aan warmte en genegenheid en vooral ook erkenning van mijn 'man-zijn'. Want ik voelde me als oud vuil aan de straat gezet. 'Waardeloos als man, daar heb je niks aan, weg ermee!.” Ik wist dat het mijn gevoelens waren en ik daar mijn ex-vrouw niet voor verantwoordelijk kon houden, maar ik voelde het wel zo. Ik ging, tegen het advies van het pastoraat in, veel te snel weer op zoek naar een nieuwe relatie. Daarmee heb ik een tweetal vrouwen beschadigd die uitkeken naar een nieuwe relatie. Maar ik beschadigde er ook mijn kinderen mee, die me van harte een nieuwe relatie gunden, maar er nog helemaal niet aan toe waren.

Eind 2010 besloot ik om in april 2011 te beginnen met CR om met mijn verslavingsprobleem aan de slag te gaan. Ik was er inmiddels wel van overtuigd dat ik dit niet alleen ging redden en hulp nodig had. Ook omdat ik wist dat in de meeste reguliere zorg er op een hele andere manier naar zelfbevrediging en seksualiteit gekeken wordt en men daar meestal niet echt een probleem in ziet. Ook was mijn zelfbeeld, door alles wat er gebeurd was, vanaf de scheiding er niet echt op vooruit gegaan. Daarnaast was er een groot verlangen om Gods stem beter te gaan verstaan of beter gezegd, ik wilde meer in zijn bediening komen te staan. Ik had jaren hard gewerkt in zijn wijngaard, maar aan Hem zelf was ik vaak voorbij gegaan. Er gebeurde echter iets heel bijzonders. Toen ik in januari terug van mijn werk naar huis reed, vertelde ik in de auto tegen God dat Hij mij maar geen vrouw meer moest geven omdat het allemaal zo’n gedoe gaf. Ik was ervan overtuigd dat Hij mij waarschijnlijk beter kon gebruiken als ik alleen bleef. Juist toen ik met het zoeken wilde stoppen en dat overgaf aan Hem, leerde ik op zeer bijzondere wijze in februari 2011 mijn nieuwe vrouw kennen. Hoe dit is gegaan is al een getuigenis op zich en had ik van tevoren niet kunnen bedenken. Direct na onze eerste ontmoeting was het verlangen naar zelfbevrediging weer van de ene op de andere dag helemaal weg. Toch wilde ik het volgen van CR graag doorzetten. 1. om te leren, om bij teleurstellingen in mijn leven niet direct weer terug te vallen in oud gedrag en 2. om samen met God verder te ontdekken wat mijn bediening in Zijn Koninkrijk zou zijn.

Ik stond toen echter zeer sceptisch tegenover het begrip praatgroepen en al helemaal tegenover mannen praatgroepen. Om de tafel met al die testosteron gevulde macho’s zag ik eigenlijk niet zo zitten. Zelf denk ik wat meer vrouwelijke hormonen te hebben dan de gemiddelde man en ben nogal een emotie-kikker. Maar al die vooroordelen bleken totaal onterecht. Wat heeft het me veel gebracht en werd ik vaak gespiegeld en geconfronteerd met blinde vlekken van mezelf. Ik weet nog heel goed dat we op ongeveer tweederde van het programma zaten en ik dacht dat ik er wel zo’n beetje was en het allemaal wel weer een beetje op orde had. Totdat één van de andere mannen vertelde dat hij erachter was gekomen dat hij een zus dermate had beschadigd in het verleden en aan haar gevoel, ongevoelig voor haar beweegredenen, volledig voorbij was gegaan en dat hij daar iets mee moest. Op dat moment besefte ik dat ik ook nog wat te doen had naar de vrouwen toe, waarmee ik na de scheiding een kortstondige relatie had gehad. En dat bleek een hele juiste conclusie, want twee van hen had ik echt beschadigd. Zij dachten in mij hun toekomstige partner te zien en voelden zich in de steek gelaten. Zo schuurden en schaafden we elkaar binnen die groep. Soms stonden we recht tegenover elkaar, want we waren een heel gemêleerde groep mannen, maar aan het einde van de avond was het altijd weer goed en gingen we na het ontspannen moment met een frisdrankje en een hapje altijd weer goed uit elkaar.

Tijdens CR had ik een fijne coach. Iemand die ik kende als een wijs en integer kind van God. Mijn openheid naar hem, maakte hem ook open naar mij en zorgde voor een bijzondere band waarin hij mij vaak steunde zonder woorden. Hij was er en ik wist dat ik dag en nacht mocht bellen als dat nodig mocht zijn. Binnen CR leerde ik op een andere manier naar mijzelf (met de ogen van God) te kijken. Ik ben Zijn geliefde kind en daar kan niets of niemand tussen komen. Hij houdt onophoudelijk van mij met een onuitsprekelijke grote, niet te bevatten, zichzelf opofferende liefde. Hij wil mij als onvolmaakt mens gebruiken in Zijn Koninkrijk. Ben ik helemaal vrij van de verslaving? Nee, na een tijdje is het toch weer teruggekomen. Op momenten dat ik niet goed in mijn vel zit, me eenzaam voel als mijn vrouw niet thuis is, of als ik in een drukke periode met veel stress verkeer. Dan kan het nog enorm aan me trekken en val ik af en toe nog terug. Ik maak daar geen geheim van. Maar ik ben blij dat de periodes tussen de terugvallen steeds langer worden en de frequentie steeds meer afneemt. Het is nu veel meer een proces dan een wonderlijke (tijdelijke) genezing.

Ik ben inmiddels zelf twee keer gespreksleider geweest, heb nu een wat meer organisatorische functie binnen CR en ben een aantal malen coach geweest van verschillende mannen. Ik heb samen met een andere gespreksleider, die aan porno verslaafd was, afgesproken dat als het weer begint te trekken, zo sluipend als dat kan gaan, we elkaar zullen bellen en samen zullen bidden. Dat helpt enorm. Het feit dat ik hem dan moet bellen werkt ook psychologisch door. Ik wil hem niet hoeven te bellen, maar het is fijn dat het kan als het nodig is. De laatste stap, stap 12, is een stap die ik de rest van mijn leven zal moeten blijven zetten, het delen van mijn ervaringen met anderen. Ik moet dan altijd denken aan Romeinen 8 vers 28. Dat God alles ten goede laat meewerken voor hen die Hem liefhebben en overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn. Met andere woorden populair gezegd: zelfs de shit uit mijn leven gebruikt God ten goede. En dat is zo’n enorme waarheid. Dat is stap 12. God gebruikt mij nu om mensen te begeleiden en te ondersteunen, in hun herstel, door hetgeen ikzelf heb doorgemaakt en waar ikzelf aan vastzat. God gebruikt het programma Celebrate Recovery en de mensen die Celebrate Recovery volgen of hebben gevolgd als instrumenten in Zijn handen waarmee Hij mensen kan herstellen. Want ik geloof dat er geen mens, geen christen, op deze wereld is die geen schaduwzijde of zwakheden heeft waar hij of zij last van heeft. Binnen de veilige omgeving van CR kun je die gaan bespreken en breng je ze stap voor stap in het licht van God zodat Hij kan gaan genezen. Zoals Jacobus schrijft in hoofdstuk 5 vers 16. Belijdt elkaar je overtredingen en bid voor elkaar zodat je gezond wordt, want het krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand.

Herstellende van een burn-out, mishandeling, traumatische ervaringen, financiële problemen en mishandelingen

Mijn naam is Astrid. Ik ben christen en herstellende van een burn-out, mishandeling, traumatische ervaringen en financiële problemen. Maar ik ben ook herstellende van een huwelijk waarin huiselijk geweld plaats vond.
Ik heb geworsteld met verschillende nare ervaringen die mij in het verleden zijn overkomen. Zoals geestelijke mishandelingen, aanranding en verkrachting, vernederingen, nachtmerries, angst, emotionele onbalans, oneerlijkheid en het kwijtraken van mijn eigen identiteit. Ook mijn fysieke gezondheid heeft daaronder te lijden gehad.

Ik heb ervoor gekozen om fictieve namen in mijn persoonlijk verhaal te gebruiken, om de privacy van de betrokkenen te beschermen.
Ik ben opgegroeid in een gebroken en een samengevoegd gezin. Ik heb 1 eigen broer “Robert” en ik ben de jongste van alle kinderen. Mijn ouders waren getrouwd omdat mijn moeder zwanger was van Robert. Drie jaar later werd ik geboren. Mijn ouders hadden veel ruzie. En mijn vader wees mij en mijn broer vaak af. Mijn moeder daarin tegen was liefdevol, knuffelde ons en was er altijd voor ons. Ook al waren we beiden niet gepland door mijn moeder; we waren zeer zeker wel geliefd. Op een bepaald moment zouden we wegens het werk van mijn vader naar het buitenland gaan verhuizen. Uiteindelijk gebeurde dit toch niet. Net voor het vertrek heeft mijn moeder een echtscheiding aangevraagd. En zo bleef ik samen met mijn moeder en mijn broer achter.

Ik had als meisje een lief open eerlijk en zelfstandig karakter. Zonder oordeel naar een ander. Ik maakte snel vrienden. Welke achtergrond iemand had, deed er voor mij niet veel toe. Van nature gaf ik iedereen liefde en was ik vriendelijk naar ieder medemens. Hoe ik eruitzag vond ik ook niet zo belangrijk: ik accepteerde mezelf zoals ik was.

Na een aantal jaar kreeg mijn moeder een nieuwe vriend: Egbert. Robert, mijn moeder en ik zijn toen bij hem gaan inwonen. Egbert had een zoon die daar ook inwoonde, dat was Kees. In het samengevoegde gezin veranderde alles. Het liep niet echt lekker. Kees was erg dominant en manipulatief en werd door mijn stiefvader op handen gedragen. Kees was heilig bij hem. Regelmatig was er ruzie. Dat waren ruzies die soms hoog opliepen. Ze konden zich dan niet meer beheersen en de ruzies duurden soms tot midden in de nacht . Ik had het gevoel dat iedereen in de buurt ook op de hoogte was van het feit dat er altijd bonje in ons huis was. Vaak gingen deze ruzies tussen mijn moeder en stiefvader over mij of over Kees. Mijn gevoel was dat alles wat ik deed niet goed of in ieder geval niet goed genoeg was. Ik ging mezelf steeds kleiner en minder waard voelen. Mijn stiefvader Egbert en mijn moeder dronken in die tijd ook veel alcohol. Mijn stiefvader maakte een groot verschil tussen jongens en meisjes; meisjes mochten veel minder doen dan jongens. En meisjes kregen meer huishoudelijke taken. Deze ongelijkheid vond ik oneerlijk en moeilijk om mee om te gaan. Diep in mijn hart begon ik een steeds grotere hekel aan mijn stiefvader te krijgen.

Alles wat ik leerde was niet waar en het deugde niet in de ogen van mijn stiefvader en stiefbroer. Ik had veel meer tijd nodig om iets te leren dan Kees. Hij deed VWO en ik deed alleen maar de MAVO.. Ik werd zo neergezet als dom, lelijk en dik. Langzaam aan begon ik te geloven dat het allemaal waar was wat er over mij werd gezegd. Ik was het dus ook niet waard om van te houden. Hierdoor verloor ik mijn zelfvertrouwen en geloofde ik in de leugens. Mijn eigenwaarde en positieve zelfbeeld brokkelden langzamerhand af. Mijn moeder probeerde wel voor me op te komen, maar ze was niet opgewassen tegen de negatieve sfeer die er in huis heerste.

Op mijn 23e volgde ik een studie boekhouden. Tijdens deze studie had ik een docent Nederlands die bij een instituut had gewerkt met dyslectische mensen. Zij vroeg me aan het eind van de middag bij haar te komen en sprak voor mij de verlossende woorden “je bent dyslectisch” en vertelde me wat dat betekende. Ze had geen test nodig om me te diagnosticeren: het was overduidelijk. Nog steeds kan mij dit enorm raken. Vooral omdat ik nu pas de dingen echt kan verwerken. En de pijn en verdriet nu eindelijk echt in Gods handen kan leggen. Eindelijk kan ik nu pas zeggen: zie je wel dat je niet zo dom bent. Er was altijd wel in mijn onderbewuste iets van een besef dat ik niet dom was; maar nu mag het in mijn hart en ziel landen.

Dit is niet het enige wat mijn leven getekend heeft. In mijn tiener jaren ben ik betast, aangerand en verkracht. Dit alles vond plaats binnen de huiselijke sfeer. Eén van de daders heeft vrij snel na het incident zijn excuses aangeboden en vergeving gevraagd. Die vergeving heb ik hem ook geschonken. De verkrachting had ik diep weggestopt, maar deze inbreuk in mijn intimiteit heeft me jarenlang met nachtmerries achtervolgd. Telkens waren er weer die dromen van wat er gebeurde en hoe mijn kamer er destijds uitzag. Eén van de andere daders heb ik in 2011 geconfronteerd met wat hij had gedaan. Hij kon zich er niets meer van herinneren. Toch heeft ook deze dader zijn excuses aangeboden en me om vergeving gevraagd. Ook hem heb ik toen vergeven. Ik heb ervaren dat vergeving schenken mij enorm opluchtte en mij vrij heeft gezet.

Als klein meisje geloofde ik al in God. We werden gedeeltelijk gelovig opgevoed en er werd voorgelezen uit de kinderbijbel. En we baden voor het eten. Maar we bezochten nooit een kerk of geloofsgemeenschap. God bestond wel, dat stond vast. Maar wat Hij voor ons kon en wilde betekenen werd niet verteld. Ik denk nu eigenlijk dat mijn moeder dat ook niet wist. Ondanks alle nare dingen die er in mijn jonge jaren plaats vonden, zocht ik altijd God op. Toen ik 11 jaar was liep ik op een middag naar huis en was er een stem die mij influisterde: “als je wat ouder bent zul je je laten dopen met de waterdoop”. Ik had geen flauw idee wat de waterdoop was, laat staan wat dat betekende. Een aantal jaren later liet mijn tante zich dopen door besprenkeling met water. Dat deed mij niet echt aan een waterdoop denken. Mijn tante en ik kwamen steeds vaker in gesprek over het geloof en de bijbel. Inmiddels ging ik naar het voortgezet onderwijs en kreeg ik daar Godsdienstlessen. Mijn Godsdienstleraar was een voorganger van een Evangelische gemeente en zijn dochter zat toevallig bij mij in de klas. Nu is bij God niks toevallig; het was voor mij het moment om met een leeftijd genootje over God, Jezus, de Heilige Geest en de bijbel te kunnen praten. De Godsdienstleraar liet regelmatig films zien tijdens zijn lessen en zo ontstond er een groter verlangen naar God. Het heeft nog wel een aantal jaar geduurd voor ik de stap durfde te zetten om naar de kerk te gaan (bij mij om de hoek) waar mijn Godsdienstleraar voorganger was.

Op mijn 15e kreeg ik verkering met Arnoud, een hele lieve jongen die drie jaar ouder was dan ik.. Ik was echt gek op hem. Het was meer dan een bevlieging: het was echt houden van. Toch heb ik die diepe liefde na 3 maanden beëindigd. Ik wilde hem beschermen voor de trauma's die op dat moment mijn leven bepaalden. En hem op die manier de ellende besparen die ik in onze relatie zou inbrengen. Arnoud was een vriend van mijn broer. Het was te ingewikkeld geworden. Dat zou alleen maar pijn veroorzaken. Tegelijkertijd kon ik eigenlijk ook niet geloven dat hij mij echt leuk vond. Dat hij van mij hield om wie ik was. Ik was immers een lelijk, dom en dik wicht. Dat was de mening van anderen over mij en die had ik zo vaak gehoord. Dat oordeel van anderen, was ondertussen ook mijn eigen oordeel geworden over wie ik was. Mijn liefde voor hem ging ver: ik gaf liever mijn eigen geluk op dan hem in de narigheid te brengen. Als ik het uitmaakte zou hij immers de kans krijgen om een gelukkig leven te kunnen leiden. Zonder mijn problemen. Destijds heb ik hem nooit verteld wat eigenlijk de werkelijke reden was waarom ik de relatie verbrak. In de jaren erna heb ik wel een aantal keer op het punt gestaan om opnieuw verkering aan hem te vragen. Dit heb ik toen toch niet gedurfd. Nu, jaren later, hebben we inmiddels weer contact en heb ik hem kunnen vertellen wat mijn toenmalige beweegredenen waren om het uit te maken.

In de Zomer van 1986 ging ik voor de vakantie voor het eerst naar een jeugd avond van die gemeente. Ik werd gastvrij en met open armen ontvangen; het voelde als een thuiskomen. In diezelfde zomer vakantie ben ik met mijn tante naar de zondag morgen diensten gegaan. Vanaf dat moment ging ik regelmatig naar de kerk. Eind september was er een doopdienst waar een vriendinnetje van mij werd gedoopt. Wat was het een mooie avond: verbazingwekkend en zeer emotioneel. In deze kerk hadden ze de waterdoop. 6 weken later, op 19 november 1986, ben ik gedoopt . Wat een feest voor mij. Thuis was er veel weerstand, vooral van mijn stiefvader. Elke zondag na de kerkdienst of jeugddienst wilde hij weten wat er gezegd was en alles werd bekritiseerd en als onjuist bestempeld. Veel ruzies over geloof volgden, tot ik besloot om dan maar niks meer te vertellen over de dienst of de jeugd. Het werd een nieuw mechanisme. Eerst had ik mezelf continu verdedigd, maar nu koos ik ervoor om mijn mond te houden. Nu leerde ik te zwijgen over mijn gevoelens en gedachten. Wat ik vond of wat ik dacht hield ik voor mezelf. Ik bleef naar de kerk en de jeugd bijeenkomsten gaan. Ik ging meer en meer bijbel lezen en bidden. Bidden was voor mij zeer belangrijk. Ik vertelde God ook alles: al mijn pijn en verdriet. Ik was God dankbaar voor alles wat Hij voor mij deed en gedaan had. Ik vergaf mensen in algemene zin wat ze mij aangedaan hadden, maar echte persoonlijke vergeving kon ik toen nog niet opbrengen.

Ik ging in de zomer met mijn kerk mee naar de Herstel conferenties waar ik in 1988 mijn ex-partner Daan leerde kennen. Ik was inmiddels 19 jaar. Nog steeds was ik een meisje met een groot minderwaardigheidscomplex en ik vond Daan wel charmant en aardig over komen. Mijn hart ging nog steeds uit naar Arnoud, maar deze had vlak voor deze conferentie aangegeven dat hij niks met het christelijk geloof had, maar wel geloofde in de evolutie. Wat maakte dat ik niet opnieuw verkering vroeg, ik wilde het wel maar dat stond in de weg. Ik zag de vele discussies al over tafel gaan en wilde daarom graag een gelovige man. Daan voldeed om een poging te wagen en ik stemde in met verkering. Alleen stond hij niet op de bovenste plaats. Eerst God, dan Arnoud en daarna Daan. Dit heb ik hem kenbaar gemaakt, want ik wilde daar open en duidelijk over zijn. Ik had bij Daan ook niet de neiging om hem te beschermen voor mijn familie of wat ik had mee gemaakt. Dat kon me dus in wezen niet erg veel schelen. Ik was wel bang dat er dingen uit zouden komen over mijn verleden, maar het weerhield me niet. Na een maand hadden we al seks. Tegen over God had ik wel beloofd om Daan trouw te zullen blijven. Hij was toen nog maar 17 jaar.

Bij mijn ouders was dit ook helemaal geen probleem. Bij de ouders van Daan wel. Waar ik verder wel respect voor had. Mijn ouders waren niet heel erg blij met mijn partnerkeuze, wat voor mij alleen maar een lekker puh gevoel gaf. Want ja, Daan kwam wel tijdens ruzies voor me op. En zei ze in mijn ogen soms lekker de waarheid. In 1990 zijn Daan en ik met mijn ouders mee geweest op vakantie. Tijdens de eerste week regende het veel en verbleven wij in mijn tentje waar ik dan lag te lezen. In het begin van de vakantie op klaarlichte dag terwijl ik aan het lezen was begon hij aan me te frummelen; ik wilde dat niet en gaf dit duidelijk aan. Daar nam hij geen genoegen mee en verkrachte mij. Niet wetend wat te doen, trok ik me terug in mijn schulp. Mijn houding veroorzaakte ruzie met mijn ouders waardoor ik niemand over het gebeuren in vertrouwen nam. Ik had maar besloten dat het een normaal verschijnsel was dat zoiets gebeurde. Daan mocht mij de rest van de vakantie niet meer aanraken. Zelfs niet toen het vreselijk onweerde en waar ik toen nog verschrikkelijk bang voor was. De pijn en verdriet over die verkrachting ebde langzaam weg. Je kunt beter zeggen: ik stopte het in mijn doos van Pandora net als al mijn andere nare en traumatische ervaringen. Daan begon me langzaamaan ook geestelijk te mishandelen. Hij vernederde me en ik deed steeds vaker geen goed in zijn ogen.

In 1990 ging ik op me zelf wonen en in de weekenden kwam Daan dan bij mij slapen. Nog voor we in 1992 trouwden, heeft hij mij meerdere keren seksueel misbruikt. De geestelijke mishandeling en het seksueel misbruik werd met de jaren erger. Daar kwamen financiële problemen bij. We hebben 4 kinderen gekregen waarvan één door verkrachting. Daan hielp niet of nauwelijks bij de opvoeding en deed weinig met de kinderen. 16 jaar lang stond ik ‘s nachts op om één van de kinderen te troosten, de fles te geven en medicijnen toe dienen. Dat moest soms wel 3 a 4 x per nacht gebeuren. Daan wilde me daar niet bij helpen en zo raakte ik langzaam uitgeput. Helpen in huis of klussen om de staat van het huis op orde te houden, wilde hij ook niet. Ik kreeg steeds meer lichamelijke klachten. Ik was vaak ziek, had vaak griep, maar ook alle andere soorten ongemakken kwamen voorbij. Ik deed mijn uiterste best om mijn hoofd boven water te houden. We kwamen langzamerhand financieel aan de grond te zitten. Daan raakte in 2001 zwaar depressief. Hij zag het leven niet meer zitten terwijl ik net zwanger was van onze vierde. Ik kreeg er dus spontaan een vijfde kind bij en dat is hij gebleven tot onze echtscheiding in 2011 .

Voor mij was het toen op een bepaald moment duidelijk dat ik een keuze moest maken. Kiezen voor me zelf of mezelf verliezen en onder het groene gras te verdwijnen. Mijn lichaam functioneerde steeds minder goed, ik kon steeds minder en Daan wilde nergens mee helpen. Toen ik in 2011 aangaf te willen scheiden, kon hij ineens wel alle gevraagde klusjes van de afgelopen 10 jaar doen en was hij spontaan niet langer depressief!!. Ik voelde me zwaar bedrogen. Hij hield dat gedrag drie weken vol, toen was het voorbij.

Ook was ik in mijn huwelijk langzaam aan de band met God verloren. Het bidden en bijbel lezen verdween meer en meer naar de achter grond. Ik voelde me ook helemaal geen geliefd kind meer van God. Ik was het niet waard om een kind van Hem te zijn. Ik viel in een zwart gat. En aan het eind van mijn huwelijk geloofde ik nog wel dat er een God was, maar die was er niet langer voor mij. Ik was eigenlijk bereid alles wat met God te maken had los te laten. Op een dag sprak God tegen mij. “Weet je nog van dat boekje? Dat boekje over de werkelijke waarde van een vrouw! Pak die en begin weer met lezen. Doordenk en herkauw de vragen en ontdek opnieuw wie jij mag zijn als vrouw. Zie wat jij betekent voor mij”. Ik heb dat boekje weer uit mijn kast gepakt en ben begonnen met lezen. Met de bijbel erbij en al huilend ging ik de vragen beantwoorden. Toch kon ik niet meer voelen dat ik een geliefd kind was. Uitspreken kon ik het al helemaal niet. Dit boekje heeft er wel toe bijgedragen dat ik hier nu sta. Want dat heeft ervoor gezorgd dat ik naar CR ben gegaan. Nu is CR niet het enige stappenplan waar ik gedurende de afgelopen jaren heen ben geweest. Het is wel de eerste die mijn proces van herstel echt in werking heeft gezet. Samen met mijn coach heb ik stappen in de goede richting mogen zetten en God de kans en de ruimte gegeven om me te gaan herstellen. Om weer te mogen groeien. Door de scheiding was ik werkzoekende geworden. Via via kwam ik in contact met iemand die af en toe een les verzorgde bij Celebrate Recovery.

In 2013/2014 heb ik met Daan nog een poging gewaagd om weer te gaan samenwonen. Voor hij weer bij me kwam wonen hebben we vele dingen besproken en elkaar wederzijds vergeving gevraagd voor een aantal zaken. Hij heeft toen weer een aantal maanden bij me gewoond. Langzaam aan zag ik ons weer in oude patronen terug vallen en dat wilde ik niet meer. Ik wilde geen manipulatie meer en niet langer misbruikt worden. Ik wilde helder en open worden en niet langer in het donker verkeren. Ik verhuisde in april 2014 naar mijn huurwoning. Daan zou voorlopig in de koopwoning blijven maar het huis wel in de verkoop zetten. Zodat we na jaren van financiële problemen allebei met een schone lei verder zouden kunnen. Na 2 weken in mijn huurhuis te wonen samen met de kinderen, besloot Daan het huis niet in de verkoop te zetten. En uiteindelijk moest ik vaststellen dat ik opnieuw voorgelogen was. Ik zat inmiddels in de schulden bij de gemeente omdat ik mijn uitkering terug moest betalen en Daan was lekker aan het flierefluiten. Ik kreeg en krijg nog steeds geen alimentatie en knoop de eindjes aan elkaar. Intussen heb ik mijn financiën gelukkig op de rit en goede afspraken gemaakt over afbetalingen. En samen met God heb ik de stap gezet om verder te kunnen herstellen naar geest en ziel en lichaam.

Eind 2014 heb ik besloten niet verder te gaan met Daan. Zijn woorden waren nooit in overeenstemming met zijn daden en ik kon niets bespeuren in zijn gedrag wat leek op een positief verandering. Hij heeft inmiddels ook CR gevolgd. Of dit bij hem tot verandering heeft geleid weet ik niet. Ik heb er in ieder geval nog niets van gemerkt. Zelfs niet met pastorale gesprekken of zakelijke gesprekken om afspraken te maken tot betrekking met ons huis en de kinderen. Maar ik neem nu ook geen initiatief meer om persoonlijk contact te zoeken met hem. Het heeft geen zin om met iemand afspraken te maken als de ander zijn afspraken toch niet nakomt. Ik heb besloten om vrij te worden om verder te kunnen herstellen.

Mijn coach is erg belangrijk geweest in het proces. Toen ik begon aan Celebrate Recovery had ik nog geen coach en eigenlijk wist ik ook niet goed wie ik daarvoor moest vragen. Ik heb toen een beroep gedaan op de teamleidster en gevraagd of zij mij wilde helpen. En zo kwam ik in contact met Louisa die ermee instemde om mijn coach te worden. We hebben hele middagen zitten bomen. Het ging over mijn reacties, mijn relaties, mijn grenzen, het overschrijden van die grenzen, mijn innerlijke boosheid en nog veel meer. Ik ben erg blij met mijn coach. Celebrate Recovery is voor mij het eerste stappenplan waar een coach je bijstaat in je herstel proces. En dat is voor mij heel belangrijk geweest.

De meesten van jullie kennen het gedicht van de voetstappen in het zand. Als ik achter om kijk zie ik precies waar God me gedragen heeft en waar ik het op eigen kracht mocht doen omdat ik het zelf kon. God heeft me geen moment losgelaten. God heeft me gewild. Ik ben zijn geliefde kind. En langzaamaan vind ik terug wat ik in al die jaren had verloren. Ik mag vrij zijn en genieten van de schepping van God. Ik mag Zijn liefde ervaren en kan met volle overtuiging zeggen dat Hij van mij houdt. Ik kan het niet alleen maar zeggen, ik voel het ook van binnen! En langzaam aan vind ik terug wat ik in al die jaren verloren had. Mag ik vrij zijn en genieten van het leven. Genieten van de schepping van God. Mag ik zijn liefde ervaren en kan ik met volle overtuiging zeggen dat ik een geliefd kind van God ben. Ik kan het niet alleen maar uitspreken: ik voel het ook van het puntje van mijn teen tot aan het kruintje op mijn hoofd.

In het begin van Celebrate Recovery ben ik diep van binnen geraakt toen we gingen luisteren naar het lied van Kees Kraayenoord, “God of de Moon and stars.” De tranen stroomde me over mijn wangen. Stap drie van het programma was voor mij heel bijzonder. Daar mocht ik alles (mijn leven en mijn wil) in de handen van God leggen. Dat was het begin van de lange weg naar herstel. Langzamerhand kon ik daarna alles loslaten wat me vastgehouden had. En alhoewel ik nu bezig ben met stap 12 door mijn persoonlijk verhaal met je te delen, durf ik nog niet te zeggen dat ik volledig ben genezen. Celebrate Recovery is voor mij een waardevol programma. De start van herstel samen met God en de mensen om mij heen. Met lieve geestelijke broers en zussen om mij heen, vrienden, een waardevolle coach en een geestelijke familie.

Ik ben nog steeds herstellende van mijn burn-out. En mijn verdriet van een gestrand huwelijk aan het verwerken. Mijn fysieke conditie is nog verre van optimaal. Maar ik merk nog steeds vooruitgang. Er zijn al veel dingen genezen. Mijn ziel krijgt rust en ook in mijn diepste binnenste zijn de open wonden aan het genezen. God is goed.

Mijn gebed voor de toekomst is dat God mij verder vormt en dat Hij mij maakt zoals Hij mij hebben wil. Zodat ik in de praktijk van het leven een spoor van zegen mag trekken door de duisternis van deze wereld. Ik weet zeker dat alles wat ik heb meegemaakt niet voor niets is geweest.

Hartelijk dank dat ik mijn persoonlijk verhaal met jullie mocht delen.

Hersteld van een identiteitscrisis, seksueel misbruik en een eetstoornis.

Mijn naam is Nynke en ik ben hersteld van een identiteitscrisis,
seksueel misbruik en een eetstoornis.
Ik ben getrouwd en heb 5 prachtige kinderen.

Ik ben dankbaar dat ik mijn levensverhaal mag delen met jullie, niet om te wijzen, of te beschuldigen, maar om te vertellen, hoe Groot en Machtig God is en wat God in mijn leven heeft gedaan en veranderd!!

Ik ben de 4e in de rij van 8 kinderen; mijn beide ouders leven nog.
Mijn vader is een moeilijke, dominante, narcistische man: hij had
altijd gelijk.
Hij maakte nooit fouten en was erg snel kwaad.
Dan ging hij compleet door het lint.
Hij sloeg me met wat er maar voor handen was, hij kende geen stop en ging maar door!
Ook mocht hij mij graag op intieme plekken aanraken.
Ik was altijd op mijn hoede, als hij in de buurt was.
Zijn woedeaanvallen waren onvoorspelbaar.
Emoties tonen mocht ik niet; als ik bijvoorbeeld huilde om een
aangrijpende film, dan irriteerde hem dat.
Hij werd dan zo boos dat hij mij begon te slaan en niet alleen met zijn handen…

Regelmatig kreeg ik te horen dat ik niet geboren had moeten worden;
ik was dom, dik en lelijk en had mijn taak niet volbracht.
Het ging slecht tussen mijn ouders en een kindje ( ik dus) moest hun
huwelijk redden.
Dat is mij niet gelukt, ik faalde en was daardoor, achteraf gezien, ongewenst.
Ik ben altijd bang voor mijn vader geweest, niet alleen vanwege zijn
lichamelijk geweld maar ook vanwege alle beschuldigingen en
dreigementen die hij naar mij toe uitte en zijn blik in zijn ogen, hoe hij naar mij keek.
Tijdens zijn driftbuien dreigde hij altijd zichzelf dood te rijden, stapte vervolgens in de auto en scheurde weg.
Als hij dan weer terugkwam, na uren weg te zijn geweest, voelde ik angst, spanning en een schuldgevoel.
Ik werd verplicht mijn excuses aan te bieden, die vervolgens niet werden aanvaard.
Daarna kreeg ik dan te horen hoe slecht en dom ik was, niemand zou mij ooit willen hebben als vriendin en als vrouw.

Mijn moeder was een lieve vrouw die geen weerstand kon bieden aan het gedrag van mijn vader.
Zij had haar eigenwaarde verloren, ze weersprak mijn vader nooit en als hij wegscheurde met het dreigement zichzelf van het leven te beroven, pakte ze een mes van het aanrecht en dreigde ze hetzelfde doen.
Daar stond ik toen als kind: beide ouders wilden zich doodmaken en ik
begreep er niets van, wat had ik eigenlijk gedaan, of wat had ik niet
gedaan?
Maar ik had niets gedaan, het kwam regelmatig voor dat mijn vader
kwaad uit zijn werk kwam en mij zag en dan moest ik het ontgelden.

In ons gezin werd er niet gesproken. Van elkaar houden, ik kende de betekenis van die woorden niet.
Er was altijd een concurrentie strijd, die ik bij voorbaat al verloor, omdat ik de domste was, de kleinste en de dikste was.
Mijn bijnaam werd dus kleine, domme, dikke Nynke en zo ben ik mijzelf ook gaan noemen.

Mijn oudste broer was de lieveling en omdat mijn vader een zelfstandige ondernemer was en veel weg was, kreeg mijn broer de verantwoordelijkheid om als man op te treden in huis.
Ook mijn zus was de lieveling, zij en mijn broer hadden hetzelfde karakter als mijn vader, ze hadden altijd gelijk, ze deden nooit iets
fout en kregen bijna altijd hun zin.
En wat konden ze neerbuigend en vernederend naar mij toe zijn!!
Ik kon geen goed doen in hun ogen.
Nadat ik was geboren kwamen er nog een broertje, een zusje en 2 broertjes bij, een tweeling. (waarvan de jongste van de tweeling 3 uur na de geboorte is overleden).
Ik was 12 toen mijn moeder zwanger raakte van een tweeling, plotseling werd mijn moeder opgenomen in het ziekenhuis om te bevallen.
Ons werd alleen verteld dat 1 broertje is blijven leven en 1 broertje 3 uur na de geboorte is overleden.
Mijn moeder lag nog in het ziekenhuis toen haar jongste zoontje werd begraven, ook ik mocht er ook niet bij zijn.

Het werd ons verboden om over het jongste broertje te praten, hij werd
letterlijk dood gezwegen.

Als ik terugkijk dan was mijn thuis geen veilige plaats; ik was altijd
bang en op mijn hoede.
Omdat het thuis niet vies mocht worden mocht ik niet knutselen, kleien
of verven.
Buiten spelen mocht wel, maar ik mocht niet vies worden.
Dan waren er nog die ontelbare huishoudelijke taken en mijn vader had
een grote tuin, dus daarin was ook genoeg te doen.
Vriendinnen had ik niet, want niemand mocht met mij spelen, want ik
was de dochter van…juist die vreselijke familie,
Mijn vader was absoluut niet geliefd in ons dorp en door hem werden wij ook niet geaccepteerd.
Maar goed, al zou ik wel vriendinnen hebben gehad, dan mocht ik toch niet met hen spelen, want er was in huis en in de tuin genoeg te doen.
Mijn broer en zus waren daarvan vrijgesteld, want die waren lief in de
ogen van mijn ouders.
Mijn andere broer hoefde ook niet, want die was herstellende van een ernstig ongeluk en mijn broertjes en zusje waren te jong.
Maar mijn oudste broer en zus kregen het op de een of ander manier altijd klaar dat zij de complimenten kregen voor het werk dat ik had gedaan.

Ik voelde mij erg eenzaam, ik wilde ook lief gevonden worden en
waardering ontvangen voor het werk wat ik had gedaan.
Daardoor werd ik een kind die liefde zocht en daar heeft mijn broer
handig op ingespeeld.
Hij heeft mij jarenlang sexueel misbruikt, mijn andere broer ontdekte
het, maar hij werd zo gemanipuleerd, dat hij uiteindelijk ging meedoen.
Hij vertelde het weer aan zijn vrienden en zo werd dit mij leven, ik werd een speelbal tussen broers en vrienden, waarbij ik bij de vrienden allerlei sexuele spelletjes moest ondergaan.
Lange tijd heb ik gedacht dat het mijn eigen schuld was, had ik maar….. had ik maar niet…..ik zocht het op…. ik had nee moeten zeggen….., niet mee moeten gaan…. en nog veel meer van die gedachten!!
Wat voelde ik mezelf een vieze hoer… een slet… een jongensgek…
En zo voelde ik mij niet alleen, zo werd ik ook genoemd!!
Mijn enige excuus was, dat ik ontzettend bang was en geen nee durfde te zeggen !!

Toen mijn zusje 4 jaar oud werd en de leeftijd kreeg waarop het seksueel misbruik bij mij was begonnen, heb ik mijn ervaringen tegen mijn moeder verteld.
Ik was toen 14 jaar, maar mijn moeder geloofde mij niet en mijn broer
ontkende alles. Toen kreeg ik er nog een naam bij: Nynke de leugenaar.
Deze bijnaam krijg ik tot op de dag vandaag nog steeds te horen binnen de familie.

Ik kon gevoelsmatig niet op tegen mijn familie.
Mijn leven bestond uit gemanipuleerd worden, concurreren, faalangst, vernederingen, incest, mishandeling, angst, falen, bitterheid en minderwaardigheidsgevoelens.
Ik werd altijd vergeleken met mijn broer en zus en kreeg dan altijd het verwijt dat ik ook niets kon en ook nooit iets zou kunnen betekenen in de toekomst.
Bij een voorstelronde werd ik overgeslagen, net of ik niet bestond.
De schuld krijgen, sorry zeggen, alles doen voor mijn broers en zus,
dat was een normaal patroon. Ik wist niet beter, wat ik ook deed, het
was nooit goed genoeg, het kon altijd beter.

Zo werd ik een bange, verlegen, onzekere tiener, die wist dat ze niet
gewenst was en dacht dat ze alles fout deed, niet goed kon leren, maar
wel goed genoeg was voor het aanrecht, zoals mijn vader altijd zei.
Ik wilde niet meer leven, wat heb ik vaak gewenst dat mijn jongste broertje was blijven leven en ik dood was gegaan.
Ik heb vaak aan zelfmoord gedacht maar dat durfde ik niet, want waar
moest ik naar toe?
God wilde mij ook niet en naar de hel wilde ik niet, dus ik besloot iedere keer om door te gaan.
Voor de buitenwereld had onze familie twee gezichten.
We gingen altijd twee keer naar de kerk.
Maar aan de andere kant wisten ook veel mensen van de situatie achter de voordeur.
Mijn vader was een kei in het misbruiken van de Bijbel.
‘Eer uw vader en moeder’ ; ‘Wie zijn kinderen liefheeft, kastijd ze’.
Met die teksten veroorloofden ze zich dus een opvoeding met zeer harde hand.

Tijdens het gebed kreeg ik te horen wat ik allemaal fout had
gedaan, hoe slecht ik wel niet was.
God was dan ook voor mij, net zoals mijn aardse vader een boosaardige man, waar ik mijn fouten voor moest belijden.
Ik was ervan overtuigd dat ik veel te veel fouten had gemaakt die
nooit meer goedgemaakt konden worden.
Ik was niet gewenst, niet door mijn vader, en God zou mij ook wel niet willen.
Eén en al afwijzing!

Ik ben gestopt met gaan voelen en ben onbewust in een soort
overlevingsstand gaan staan.
Vervolgens ben ik gaan zorgen voor mijn jongere broertjes en zusje.
Ik ving hun klappen op en nam de schuld van hun fouten op mij, ik was
er zelfs van overtuigd dat ik ook echt schuldig was.

Toen kreeg ik een vriend, hij werd al snel mijn hoop op een beter leven.
Maar mijn vader kreeg gelijk, zijn ouders waren niet blij met mij, want ik was immers een dochter van dat vreselijke gezin.
Ook van mijn schoonouders kreeg ik altijd de schuld als er dingen mis gingen. Aan mijn vriend lag het niet, hij maakte immers geen fouten, zo werd hij ook opgevoed. Later kwam ik erachter dat het ook zijn denkpatroon was, het ligt aan Nynke, niet aan mij!
Weer die afwijzing!

Mijn hoop vervloog en ik ging mij helemaal aanpassen, in de hoop dat
ik lief werd gevonden. Maar die hoop werd geen realiteit.
Na 6 jaar verkering te hebben gehad, gingen we trouwen.
Eenmaal getrouwd raakte ik in een burn-out, ik was moe, doodmoe, ik
sliep hele dagen en nachten. Omdat ik ontzettend veel sliep en daardoor weinig at viel ik af, dat voelde goed, hier had ik zelf de controle over, ik werd slanker, maar toch nog altijd dik, hoeveel ik ook afviel ik bleef mijzelf dik vinden. En zo ontwikkelde ik anorexia in combinatie met boulimie. Dat was een goede dekmantel, althans dat dacht ik.
Na 2 maanden opgenomen in het ziekenhuis te zijn geweest, waar ik
sondevoeding had gekregen, kwam ik weer thuis.
Maar mijn psychische problemen waren niet opgelost.

Het ging zo slecht met mij, dat ik voor een jaar opgenomen ben in
een opvangtehuis in Emmeloord, daar ben ik voorzichtig gaan praten
over mijn ervaringen.
Af en toe werd ik opgenomen in het ziekenhuis in Emmeloord om sonde voeding te krijgen, zodat ik weer wat groeide.

Na dat jaar kwam ik weer thuis, bij mijn man wonen. Mijn man en ik leefden ieder op een eilandje, hij zijn werk en hobby’s en ik mijn gesprekken, bij de huisarts en maatschappelijke werkster.
Praten met elkaar deden we niet, mijn man was geen prater.
Hij kreeg wel hulp aangeboden, maar vond dat hij geen probleem had.
Alleen ik had hulp nodig was zijn mening..
Tijdens mijn huwelijk, kwam ik er achter dat mijn man in veel
opzichten leek op mijn vader.
Hij heeft me gelukkig nooit geslagen, maar zijn wil was wet, hij had altijd gelijk en als er iets verkeerd was gegaan, dan was het mijn schuld.
Voor de buiten wereld gedroeg hij zich als een attente man, vroeg hij mijn mening en was lief voor mij, maar binnen de muren van ons huis voelde ik me niet veilig bij hem. Ik had niet is te brengen, niets te zeggen of te willen. Ook voor hem was ik “domme Nynke”.
En de buiten wereld?
Die geloofde mijn niet, hij was immers zo,n aardige lieve man?
Ons seksuele leven stond in het teken van zijn behoeften en hij hield absoluut geen rekening met de gevolgen van mijn incestverleden.
Mijn schoonmoeder was van mening dat ik niet goed voor hem zorgde. Zij bracht elke dag 1 portie eten; precies genoeg voor mijn man.
Wat deed dat pijn, weer die afwijzing, weer niet goed genoeg.
Wat heb ik vaak naar God uitgeroepen: “Waarom moest ik geboren worden… niemand wil mij… niemand is blij met mij… wat doe
ik hier… waar kan ik heen, waar ben ik veilig!!!

Na verloop van tijd werd ik weer opgenomen in de psychiatrie, omdat ik weer enorm was afgevallen en ging weer aan de sondevoeding.
Wat vond ik dat zwaar, het voelde zo onveilig, ook hier hadden ze macht over mij en konden met mij doen wat ze wilden.
Ik kwam in een kamertje waarin alles wit was geverfd, er stond alleen een bed en verder niets, de gootsteen was afgeplakt, de wc-deur op slot.
Het bleek dat ik alles moest verdienen, als mijn gewicht zou toenemen,
mocht mijn man op bezoek komen, een week later als ik verder
aangekomen was, mocht ik post ontvangen, daarna bezoek en ga zomaar door.
Ging ik naar de wc of douche, dan er stond altijd iemand bij mij.
Tijdens deze opname werd mij duidelijk gemaakt, dat ik wellicht levenslang zou worden opgenomen.
Het had geen zin om energie in mij te steken want ik was een hopeloos geval! Op de een of ander manier is het mij toch gelukt om weer naar huis te gaan, met de afspraak dat ik daarna poliklinische behandelingen zou krijgen.
Die heb ik dan ook een tijd lang gehad.

Tot mijn verrassing raakte ik zwanger, medisch gezien was dit
onmogelijk omdat ik van de pubertijd eigenlijk gelijk de overgang ben
ingegaan.
Helemaal enthousiast vertelde ik het aan mijn psychiater: er was toch
iets wat ik kon! En dat was zwanger worden!
Wat de psychiater toen antwoordde raakte mij diep en deed ontzettend pijn.
Hij zei: “Kijk Nynke, jij was niets… bent niets… en zal ook nooit iets
worden!” En een kind opvoeden kan je al helemaal niet, mijn advies is het weg te laten halen.
Wat kwam dat oordeel hard aan.
Maar ik dacht, ik zorg misschien niet goed voor mijzelf, maar zeker wel voor dit kind. Hoe? … Ik heb geen idee!
Ik weet alleen hoe het niet moet en niet hoe het wel moet, maar hoe
dan ook ik zal goed zijn voor mijn kind, ik zal het liefde geven en
alles wat ik zelf niet had gekregen.
En zo werd kinderen opvoeden mijn levensdoel.
Hoe ik bij de psychiater weg ben gegaan en hoe ik thuis ben gekomen
weet ik niet meer, wel weet ik dat ik hem daarna nooit meer heb bezocht.

Onze eerste kind werd geboren en ik deed mijn uiterste best om het op goed op te voeden. Ik leefde voor mijn kinderen , niet voor mijn man en zeker niet voor mijzelf.
Mijn man en ik gingen ieder ons eigen weg, langzaam groeiden we uit elkaar.
Toen raakte mijn man werkeloos door reorganisatie bij het bedrijf
waar hij werkte.
Hij besloot verder te gaan als zelfstandige ondernemer en nam een cafetaria over. Maar dit werd echter èèn groot drama!
We kregen een mobilisatieteam toegewezen die voor ons uitrekende welke inkomsten we konden verwachten.
Maar zij hebben een enorme rekenfout gemaakt, er bleek een heel groot gat te zitten tussen de daadwerkelijke inkomsten en hun voorberekende inkomsten. We starten dus al met verlies.
In het dorp waar we het cafetaria overnamen, waren we buitenstaanders.
We werden niet geaccepteerd, we kwamen niet uit dat dorp.
De bewoners bleven massaal weg, terwijl we ze zo nodig hadden.
Om een faillissement te voorkomen, hebben we het cafetaria weer verkocht. Mensen en het mobilisatieteam op wie we dachten te kunnen rekenen, keerden ons plotseling de rug toe.
Daar sta je dan, niemand die je helpt; geen geld, geen baan, geen inkomen, maar wel financiële verplichtingen waaraan we moesten voldoen en de belasting die ineens van alles van je wil.

Weer een afwijzing, weer iemand, of in dit geval een heel dorp dat je
afwijst. En nu, wat moest ik doen?
Mij man wil niet praten, wie helpt ons….. mij?
Wanneer houd het nu eens op, met wie kan ik praten, wie gelooft mij,
waar ben ik wel goed voor en… ten diepste…..God waar bent u?
Al die gedachten schoten door mij heen…. ik was radeloos!

Op een zondagochtend in de kerk ben ik werkelijk ingestort, kon
tijdens de dienst alleen maar huilen.
Ik zat naast mijn vriendin, met haar heb ik na de dienst heel lang gezeten, veel gepraat en ontzettend gehuild.
Zij vertelde mij dat ze CR ging doen en dat het goed was voor mij om
dat programma ook te gaan volgen.
Ik zag het eigenlijk helemaal niet zitten, wilde helemaal niet.
Niet weer een instantie waar ik heen moest, ik had er al zoveel gehad.
Ze geloven me toch niet, ik zal voor hen ook wel weer een hopeloos
geval zijn, net zoals bij de vorige instanties.
Maar als people pleaser durfde ik geen ‘nee’ te zeggen. Ik was ten einde raad. Maar omdat dit een programma was met God, ben ik overstag gegaan.
Schoorvoetend ben ik met haar mee gegaan naar CR.

Twee jaar lang ben ik naar CR gegaan, het eerst jaar had ik nog geen
coach en ben ik aan de slag gegaan met de feiten, over hoe het ging met het cafetaria en hoe ik daar mee om moest gaan.
Ik wilde niet te diep gaan en mijn gevoel buiten schot laten.
God wilde ik op een afstandje laten, lekker veilig en daar ben ik aardig
doorheen gehobbeld.
Na een jaar stopte ik omdat ik dacht dat het wel goed met mij ging.

Nadat ik gestopt was ging mijn man ook CR doen, omdat het erg slecht
tussen ons ging en een scheiding al in zicht was.
Omdat hij ook geen coach kon vinden, vroeg ik aan diegene die het
aanspreekpunt was van C.R., of zij een coach wist voor mijn man.
Haar antwoord heel anders dan ik verwachtte: “Ik denk dat het goed is
dat we eens met zijn drieën gaan afspreken.”
Daar schrok ik toch wel van en vroeg me af waar dat goed voor was, ik
was immers al klaar en hersteld; dit gaat niet meer om mij, maar om
mijn man.
Maar ik durfde gewoon geen nee te zeggen,daarom stemde ik er mee in!
Ondertussen dacht ik dat het een eenmalig gesprek zou zijn.
Maar de realiteit werd anders.
Wat er gebeurde tijdens het eerste gesprek weet ik niet meer, maar het was de start van reeks ontmoetingen. Dus zo had ik ineens elke week een persoonlijk gesprek met mijn coach, af en toe samen met mijn man.
Het was heel bijzonder want voor het eerst ging ik vertellen, echt
alles vertellen.
Het was zo heel anders dan ik gewend was, ik voelde mij veilig en
vooral serieus genomen door mijn coach, de betrokkenheid was echt
en….er was hoop voor mij!!
Mijn coach zag mij en niet mijn familie, ik werd niet op voorhand
afgewezen, ik kreeg een kans, er werd in mij geloofd!

Er gebeurde van alles bij mij, ik raakte compleet de weg kwijt, alles
ging mis. Veel ruzies met mijn man, ik kon alleen maar huilen, ik voelde mij eenzaam, ik voelde mij onbegrepen, zo intens ongelukkig en onrustig, zo ontzettend onrustig!!

Ik vloog letterlijk tegen de muren op, zoveel onrust in mijn lichaam
en mijn hoofd en ik was moe, doodmoe en slapen?? Ik wist niet meer wat dat was.
Daar waar God was, daar rende ik het liefst zo hard mogelijk vandaan, heel erg ver vandaan!!
Als ik in de kerk zat, wilde ik het liefst vluchten!
Ook bij de avonden van CR, daar rende ik het liefst zo ver mogelijk
van weg, die onrust was echt afschuwelijk en dan die gedachten!
Ik hield me steeds maar bezig met de gedachte welk recht ik had, om
daar naar toe te gaan?
Telkens bekropen mij gedachten zoals “Jij hoort daar niet, jij bent
hopeloos, jij bent niets waard, God wil jou niet, jij bent er veel te
dom voor, jij met je vieze dikke lijf, jij die hoer bent, jij, jij, jij en ga zo maar door”. Wat een gevecht, wat een strijd!

Ik wilde dat allemaal niet nog een keer opnieuw gaan voelen en nam weer een houding aan waarin ik mijn gevoelens uitschakelde.
Ik kreeg naar mijn toe man een koele en kille houding, waar ik hem veel pijn mee heb gedaan. Zo ging alles bergafwaarts.
Ik kon het nergens vinden, slapen deed ik niet, mijn man en ik spraken
niet met meer elkaar en onze relatie belandde op een dood spoor.
Hij had geen werk, ik had geen werk, geld hadden we niet, hem kon ik
niet vertrouwen en God, waar was God eigenlijk?
Hij was zo dicht bij geweest maar nu toch weer zo ver weg.

Ik had zo'n hekel aan mijzelf gekregen en mijn liefde voor mijn man
was weg, waar leefde ik eigenlijk voor?
Gelukkig had ik een coach waarbij ik altijd terecht kon, die voor mij
bad, met mij sprak, die mij bemoedigde en adviezen gaf.
Het bleek dat ik enorm gebonden was aan veel gebeurtenissen uit mijn
leven en aan uitspraken die over mij waren uitgesproken.
Ik had niet geboren moeten worden, ik was dom, lelijk en dik, was
niet lief, deed nooit iets goed’ etc.
Het kon altijd beter, macht, manipuleren, vernederingen, incest, mishandeling, angst, falen, bitterheid, minderwaardigheidsgevoel, afwijzing, eetstoornissen, zelfbeschadiging, verkrachting en afwijzing hadden mijn leven getekend en mijn ziel beschadigd, ik wilde zelfs niet meer leven.
Afwijzing in mijn opvoeding, afwijzing in mijn huwelijk, afwijzing in
de hulpverlening en vooral …..afwijzing van mijzelf!!!

10 september 2013….. De dag… het begin van verandering!!!
Er is met mij gebeden, mijn banden met afwijzing, bitterheid,
minderwaardigheid, eeststoornissen, alles werd verbroken, alle leugens
werden weggebeden.
Wat heeft het gestormd in mijn gedachten en lichaam!
Na het bidden kwam er rust in mijn lichaam en ik dacht.. oké, alles is
weg, een nieuw begin, het is klaar, afgelopen….. maar het tegendeel
was waar.
Toen moest ik aan het werk, met Gods hulp, mijn coach en bij mijn vriendin bij wie ik allebei altijd terecht kon.
Ik moest de stappen van CR volgen, het onderwijs, de persoonlijke verhalen en de samenkomsten in de groep zijn erg belangrijk geweest.

In het begin werd ik alleen maar bestormd met afwijzing, door negatieve gedachten, mijn gedachten tolden in het rond, ik bleef onrustig en alles herbeleefde ik weer, gedachten kwamen terug, slapen lukte niet, enz.
In de groep vond ik het eerst vreselijk moeilijk om over mezelf te
praten, ik vertrouwde niemand; maar belangrijker voor mij, ik zou
toch wel niet worden geloofd.

In die periode heb ik God heel veel brieven geschreven, brieven van
verdriet, pijn, radeloosheid, uitgeschreeuwd naar God om hulp dat alles eindelijk eens stopte.
Maar ook hoe boos ik op God, mijn man en mijn familie was.
En vragen had van waarom?
Door te schrijven vertelde ik alles, hield niets verborgen voor God en dat is wat Hij wil, Hij wilde alles en daardoor kon Hij aan het werk!!
Ook heb ik brieven geschreven naar mijn man en ouders.
Dit heeft mij erg goed gedaan, zo kon ik al mijn gevoelens kwijt.
Mijn man heb ik die brief wel gegeven, de brief aan mijn ouders niet!
Ik ben een gesprek aangegaan met mijn ouders.
Mijn coach heeft al die tijd gebeden voor mij, ik heb mijn ouders vertelt wat... de impact van hun woorden en gedrag is geweest.
Mijn moeder huilde en heeft vergeving gevraagd, mijn vader ontkende alles, zijn mening was en bleef dat ik het had verdiend.

En op mijn vraag of ik echt niet gewenst was, kreeg ik opnieuw een
‘ja’ te horen.

Wat zo bijzonder is dat gelijk na dat antwoord… je bent niet gewenst…
de pijn en verdriet verdwenen en er een intens gevoel van medelijden
over mij heen kwam voor mijn ouders

Ondanks de innerlijke strijd ging ik trouw naar CR.
In de groep kon ik heel goed luisteren, praten deed ik niet, want dat
recht had ik niet, want ik was daar toch te dom voor.
Althans dat geloofde ik nog steeds….
Mijn coach legde mij uit dat satan aan het werk was, ik leefde met God
en ging een weg in, om hersteld te worden en dat wil de satan niet,
dus al die negatieve gedachten kwamen van hem.
Maar door de gesprekken en op aanmoedigen van mijn coach ben ik toch langzamerhand gaan praten en delen over de situatie waarin ik me
bevond. Dat heb ik later als waardevol ervaren.
Wat daar vertelt wordt, is veilig, je wordt niet veroordeeld, ze geven om je en alles blijft binnen die vier muren.

Maar in het begin was de angst zo groot, dat ik niet geloofd zou worden en het was zo nieuw en eng, dat ik de neiging had om daarvoor op de vlucht te slaan.
Maar gelukkig heb ik dat niet gedaan en werd de groep mijn veilige haven. Zo heb ik geleerd welke gedachten van de satan komen en welke gedachten van God.
Ik kan de satan nu weg sturen, elke keer als de satan mij aanklaagde ging ik bidden, bemoedigingliederen zingen, zocht ik teksten op en ging ik die hardop proclameren.
Dit hielp mij, om mijn gedachten… de leugens …om te zetten in Gods gedachten. Want ik ben gekocht en betaald door het bloed van Jezus…Jezus, is ook voor mij aan het kruis is gegaan!!
Vanuit die genade mag ik leven, ik ben het waard om van te houden en
ik mag ook van mijzelf houden!

Wat heb ik geworsteld met God!!
Door mijn aardse vader had ik een heel verkeerd beeld van God gekregen!
Mijn aardse vader hield niet van mij; voor hem was ik en ben ik nog
steeds niet gewenst.
Daardoor dacht ik dat God ook niet van mij hield en dat Hij mij ook
niet wilde. Ik begreep God niet…als Hij mij zo graag wilde waarom werd ik dan juist in dat gezin geplaatst?
Juist daar op een plek waar ik niet welkom was en ben?
Als er bij CR werd gezongen of gelezen ‘je bent in de moederschoot
geweven’, dan begreep ik God niet, wat deed dit pijn, waarom was ik
niet in een ander gezin geboren?
Nu weet ik dat God mij daar gewild heeft!
Hij heeft mijn ouders het vertrouwen en de keuze gegeven om ook goed voor mij te zorgen, maar dat hebben ze helaas niet gedaan

Door de gesprekken en de stappen van CR kwam ik er achter dat ik
wel veel mee had gemaakt en slachtoffer was geweest, maar dat ik mijn slachtofferrol nu zelf in stand hield, ik moest aan het werk!!
Ik moest mijn gedachten en gevoelens gaan veranderen en mijzelf gaan zien….. zoals God mij ziet!!

Stap 6: was voor mij een belangijke stap:
Ik geef God de ruimte om mij te bevrijden van mijn verkeerde denk- en gedragspatronen, dit ben ik gaan toepassen!!
Ik heb vervolgens een wilsbesluit genomen en ik ben van daaruit verder gegaan. Ik ben gestopt met te denken vanuit mijn gevoel, erg moeilijk, want wat was mijn gevoel sterkt!
Toch moest ik het op deze manier doen, door het verstandelijke te benaderen zorgde dit ervoor, dat langzamerhand mijn gevoelens ook gingen veranderen.

Ik zal dit illustreren door te vertellen wat er gebeurde voor de spiegel?
Omdat ik zo enorm van mijzelf walgde vond ik kleding kopen vreselijk, want dan moest je in de spiegel kijken.
Als ik ging shoppen met een vriendin en ik kleding ging passen, dan deed ik of ik in de spiegel keek.
Hier was ik heel goed in, doen of je kijkt, maar ik keek absoluut niet naar mezelf, want ik walgde van mijzelf!!

Eenmaal thuis vroeg ik dan aan mijn dochters of ze het mooi vonden en
of het mij stond. Zo voorkwam ik dat ik niet voor schut liep.

Omdat mijn coach hiervan op de hoogte was, moest ik een spiegel kopen waarin stond, “ je bent geliefd”.

Dit heb ik gedaan, eerst lag de spiegel op de kast en zei ik hardop “Je bent geliefd”!!
Mijn gevoel kwam dan enorm in opstand en er kwamen allemaal andere gedachten/ leugens in mij!
Deze leugens sprak ik keer op keer tegen, ik ging in Gods waarheid staan! Daar ging ik mee door tot ik het gevoel kon negeren en mijn gedachten de overhand kreeg!!
Na verloop van tijd zette ik de spiegel rechtop en stond er schuin
voor en herhaalde mijn uitspraak.
Zo ging ik in de loop van de tijd steeds dichter bij de spiegel staan,
bleef het herhalen, totdat ik er uiteindelijk recht voor durfde te
staan en naar mijzelf durfde te kijken.

Mijn gevoelens over mezelf waren erg negatief, maar door dit te
negeren en keer op keer als ik die gedachte had het tegen te spreken, draaide mijn gevoel ook bij en weet ik mij nu geliefd en kan ik nu zeggen: ‘ik hou van mijzelf!!’
Zo pakte ik al mijn negatieve gedachten en leugens èèn voor èèn aan.
Eerst vanuit verstand, maar mijn gevoel ging het langzamerhand overnemen.
Langzaam veranderde ik en heb ik stappen ondernomen die vreselijk
moeilijk waren, maar ze waren zo goed en het maakte mij los en vrij!!

Ik heb een gesprek gehad met mijn ouders, vergeving gevraagd aan hun en ook aan de rest van mijn familie!
Ook al is het niet een happy end geworden, toch ben ik God dankbaar
dat ik heb gedaan.
Zo kwam er steeds weer kwam er iets nieuws naar boven, gebeurtenissen die ik diep had weggestopt.
Gelukkig kwamen ze èèn voor èèn naar boven en zo kon ik dat verwerken en aanpakken.
Ik ben nu de waarde gaan inzien om alles in het licht te brengen, het
hardop uit te spreken, bij de naam te noemen en te belijden.
Zodra ik dat had gedaan, zette het mij vrij en kreeg ik rust.

Stap 3: was ook een belangrijke stap voor mij:
Ik besluit om mijn leven en mijn wil over te geven aan Gods leiding en zorg.
Dit betekende voor mij…. volledige overgave.
Dat heb ik gedaan bij de overgave avond bij CR:
Dat was een heel belangrijk onderdeel van mijn herstel!!
Ik heb een brief aan God geschreven.
Ik heb alles opgeschreven: mijn pijn, mijn strijd, mijn verdriet, mijn moeilijkheden, maar ook mijn eigen fouten.
Deze brief heb ik hardop voorgelezen! Ik wilde alles hardop belijden, alles benoemen.
Niet alleen alles wat mij was aangedaan, maar ook, en dat was voor mij heel erg belangrijk, wat ik een ander had aangedaan.
Niet alleen vergeving schenken, maar ook vergeving vragen was voor
mij de sleutel tot bevrijding.
Nadat ik de brief aan het kruis had gespijkerd, hebben mijn
groepsleidsters voor mij gebeden.
Wat vond ik dit bijzonder om te doen, symbolisch geef je het over aan God!
In het eerste jaar vroeg ik vergeving aan God en anderen voor alles
wat ik fout had gedaan, ik hield het toen algemeen, nu heb ik alles
het benoemt..
Niet gemakkelijk, maar wel de enige weg voor mij, want het heeft
bevrijding en rust gebracht.

Steeds wanneer er iets naar boven kwam, waar ik tegenop zag en er het liefst erg hard voor weg wilde rennen, overtuigde mijn coach mij met de woorden: Het probleem voor je is nooit zo groot als de kracht
(Gods kracht) achter je!
Wat is dat waar, want ik ervaar Gods kracht!!
Ik hoef het niet alleen te doen!! Hij is bij mij, ik mag er voor bidden, aan God geven en het loslaten!!

Nu kan ik zien en voelen dat ik Gods kind ben, Hij houd van mij, in
Zijn ogen ben ik waardevol en zo mag ik ook naar mijzelf gaan kijken.
Het gaat nu heel goed met mij, alhoewel er nog dingen zijn waar ik aan
moet werken.
Afwijzing daar ben ik erg gevoelig voor, maar gelukkig kan ik mij dan
herpakken en ga ik in Gods waarheid staan, alleen kan ik het niet,
maar samen met God kan ik het aan.

De relatie tussen mijn man en mij gaat beter, doordat ook mijn man CR heeft gevolg, is er van een scheiding geen sprake meer.

Is het goed en een happy end?
Nee absoluut niet!!
Financieel zitten we nog steeds in zwaar weer!!
Gezinsleden willen mij nog steeds niet zien en kennen!!
Willen ze mijn spijt betuiging en vergeving aanvaarden…. Nee!!
Ben ik nog steeds de leugenaar, ja!!!
Hier moet ik nog dagelijks mee leven, de macht, en manipulatie gaat gewoon door!! Doet het pijn..ja absoluut!!!

Maar wat ben ik dankbaar dat ik voor Gods troon mag neerleggen.
Met hem kan ik het aan, ik voel Zijn liefde, God is zo dichtbij en in Zijn kracht sta ik sterk!!

De volgende tekst uit Filippenzen 4: 6 en 7 betekent heel veel voor mij!!
Maak u nergens zorgen over, maar bid voor alles!!
Vertel God al uw problemen en verlangens en vergeet vooral niet Hem te danken voor alles wat Hij doet!!
Dan zult u de vrede van God ervaren, een vrede die ons menselijk
besef te boven gaat en die de wacht houdt over uw hart en gedachten,
omdat u in Christus Jezus bent.

Deze tekst zegt voldoende en betekend veel voor mij.
Als ik terug kijk dan denk ik vaak: wat is er veel gebeurd en
veranderd, zou ik alles over willen doen?
De pijn zou ik niet opnieuw willen voelen, maar alles heeft mij wel
gevormd en gemaakt zoals ik nu ben en daar ben ik God erg dankbaar voor.
Ik ben erg veranderd, het leven heeft mij zoveel gebracht, zoveel is
mij duidelijker geworden en nog steeds leer ik elke dag.
Ik heb geleerd om te kijken in mogelijkheden, de knipogen te zien die
je ontvangen mag, een regenboog die aan de lucht verschijnt ; een
compliment van iemand, een knuffel, enz. want ze zijn er elke dag!
God had en heeft een plan met mij, soms zo heel anders dan ik zelf in
gedachten had of heb.
Het gaat niet om mijn wil maar om Gods wil, Hij weet wat goed is voor
mij en Zijn hand maakt af, waaraan Hij is begonnen, ik hoef alleen
maar te vragen wat Hij wil.
Zo heel langzaam aan ga ik begrijpen wat Gods plan is met mij en dat
is heel iets anders dan dat ik zelf altijd heb gedacht
Wat hebben we een bijzondere, grote en liefdevolle God!!
Hartelijk dank dat ik mijn Verhaal met jullie mocht delen.

Hersteld van de gevolgen van het opgroeien in een disfunctioneel gezin, traumatische jeugdervaringen en een laag zelfbeeld.

Ik ben Carola de Graaf, ik ben door de genade van de Here Jezus een kind van God. Zijn geliefde dochter. Dat is mijn identiteit, wat er ook gebeurt.

Ik ben hersteld van de gevolgen van het opgroeien in een disfunctioneel gezin, traumatische jeugdervaringen en een laag zelfbeeld.

Mijn wieg stond in Heemstede en ik ben 46 jaar oud, getrouwd met Peter en we hebben een dochtertje van 9: Michelle.
Thuis was ik de jongste; ik heb 2 zussen en een broer boven mij. Mijn moeder is overleden toen ik 16 was en mijn vader is 2 keer hertrouwd. Uit het 2e huwelijk heb ik nog 2 halfbroers van inmiddels 26 en 25.
In mijn kindertijd besefte ik al vroeg dat er iets niet klopte in ons gezin. Eén van mijn eerste angstige herinneringen is dat ik bij het hek van de kleuterschool stond. Ik werd zenuwachtig want alle kinderen waren al opgehaald en ik bleef achter met de juf op het plein. Mijn moeder was te laat. Dat overkomt elke moeder wel eens, maar ik was op dat moment bang dat ze mij daar zou achterlaten, omdat ik haar tot last was.
Met hulp van een therapeut uit onze gemeente, ben ik erachter gekomen, dat ik emotioneel verwaarloosd ben. In zijn diagnose staat, dat ik mijn identiteit niet heb kunnen ontwikkelen. Het ontbrak mij aan de basisbehoeften voor identiteitsontwikkeling: Geen warmte, goedkeuring, bevestiging, veiligheid en geborgenheid.

Er was in ons gezin veel angst voor mijn vader. Ook mijn moeder was bang voor hem. Hij was een man die geen “nee” kon accepteren. Mijn moeder was vaak afwezig, soms lijfelijk, maar vooral emotioneel. Het voelde alsof wij als kinderen onszelf maar moesten redden.
Op de lagere school ging ik ’s ochtends alleen naar beneden en smeerde mijn brood. Ik had een sleutel van het huis met een oranje touwtje. Die deed ik dan om mijn nek en ging de deur uit.

Uit school ging ik meestal met mijn beste vriendin Saskia mee naar huis. Zij woonde op een boerderij en ze hadden daar paarden en puppies. We bouwden hutten en stookten fikkie op een oude vuilnisbelt.
Op woensdagmiddag gingen we dan wel eens naar een kinderbijbelclub van de fam. de Groot, de buren van Saskia. We kregen een kleurplaat en ranja, en bij het liedje de B-IJ-B-E-L mocht ik ook een letter vasthouden. Daar ervoer ik warmte en veiligheid. Wat ik daar heb geleerd is dat het bij Jezus veilig is. Ik stond open voor elke positieve input, ook van de moeder van Saskia. Als ik daar bleef slapen zong ze het liedje “Ik ga slapen, ik ben moe…” en tot mijn verbazing kwam dan mijn naam in het liedje voor. Als een droge spons zoog ik dat in me op.

Op de Mavo werd ik veel gepest, maar heb me daar doorheen geslagen. Ik had het gevoel dat ons gezin anders was dan iedereen. Sinterklaas werd bijv. bij ons niet gevierd, dus als er op school naar gevraagd werd, verzon ik cadeautjes die ik had gekregen.
We woonden in een hoekwoning van een rijtjeshuis, en hadden 4 ganzen in de tuin, konijnen, 2 honden, altijd een kat, muizen, cavia’s en wandelende takken. Als kind heb ik ervaren dat we de uitzondering waren. Een beetje asociaal.
Maar ik voelde ook de bewondering van de kinderen uit de buurt, die met ons meeliepen als ik met mijn broer onze ganzen naar de vijver in de nieuwbouw bracht. Het was een dubbel gevoel van schaamte en trots.

Toen ik op de Mavo zat, deed ik een bijzondere ervaring op. Op weg naar school haalde ik een vriendin op en omdat ze nog niet klaar was, werd ik even binnen gevraagd. Ik wist niet wat ik zag… Haar moeder was ook al uit bed en vlocht haar haar, en vertelde dat ze de gym-tas al had klaargezet op de trap. Ik was stomverbaasd… Zoiets had mijn moeder nog nooit gedaan.

Waarom waren mijn ouders dan zo afwezig? Ik vertelde al dat mijn vader een dominante man was. Hij was een schipperszoon en had altijd graag schipper willen worden. Dat was niet gelukt door kleurenblindheid. Hij compenseerde deze teleurstelling door via zijn werk grote staalplaten te kopen waarvan hij zelf 13 plezierjachten in elkaar heeft gelast. Dat waren boten van 12 meter. Mijn broer hielp hem daarbij elk uurtje dat hij vrij had en ook mijn moeder liep in overall en korte haren. Deze 13 boten werden gebouwd over de rug van het gezin en ten koste van het budget voor de boodschappen.
De laatste boot was voor onszelf. Mijn vader was de enige die daarvan met volle teugen genoot.
Mijn moeder onderging alles lijdzaam. En wij maakten er het beste van.

Rond mijn 14e werd mijn moeder ziek. Ik had mij als kind vaak gedistantieerd van ons gezin en had zo mijn leventje met Saskia, maar ik begreep wel dat het de verkeerde kant op ging. Mijn vader ging met mijn moeder naar de huisarts en ze kwam thuis met een slakom vol pillen. Ook liep ze een keer verdwaasd en overstuur weg van huis. Uiteindelijk werd ze depressief met als gevolg dat ze alleen nog maar op bed lag. Het huishouden lag stil. Ik herinner me goed het rekje bij de trap waar we altijd de was overheen moesten hangen. Op een gegeven moment kon ik er niks meer bovenop leggen, omdat het te hoog voor me was geworden.

Ik vermaakte me met een koffiezetapparaatje op mijn kamer, wat muziek erbij en breien. Zo bracht ik mijn middagen door, terwijl mijn moeder op bed lag. Totdat ze opgenomen werd voor een slaapkuur. Dit hield in dat ze met behulp van slaapmedicatie in een soort comateuze toestand werd gehouden, in de hoop dat ze zou uitrusten en dan het leven weer aan zou kunnen.
Ondanks de verdrietige situatie vond ik het fijn dat er gedurende die periode iemand van thuiszorg bij ons kwam. Als ik thuiskwam had zij de thee klaar en vroeg hoe mijn dag was geweest. Als een droge spons nam ik die aandacht op.

Hoewel ik nog maar 15 was, besefte ik dat mijn vader de situatie niet serieus nam. Want hoewel de dokter volgens mij een goede diagnose stelde en zinvolle adviezen gaf rondom het ziekbed van mijn moeder, deed mijn vader daar niks mee. Zodra hij buiten was stak hij de draak met de uitspraken van de dokter. De dokter vertelde eens tegen mij, dat mijn moeder niet te genezen was, omdat mijn vader eigenlijk de patiënt was. Dat snapte ik!
Op een dag wilde mijn moeder het ziekenhuis verlaten en naar huis gaan, hoewel ze slaapdronken was. Ze ondertekende een formulier dat ze tegen advies van de artsen naar huis ging. Ze kon niet op haar benen staan, maar ondersteund door mijn broer en vader is ze meegegaan.

En toen werd het 23 januari 1986. Ik was 16. Ik had gewacht op Saskia en we fietsten samen naar huis. De avond ervoor had mijn moeder mij wat persoonlijke dingen verteld: “of ik wel wist dat ze mandoline had gespeeld en ze in een naaiatelier had gewerkt.” Ik kon het bijna niet geloven, maar ik dacht dat ik eindelijk aandacht zou krijgen. En ik was opgetogen. Ik dacht: “mijn moeder wordt beter!!!”
Ik deed de achterdeur open met mijn sleutel aan het oranje koordje en zette het gas aan voor een ketel water. Mijn moeder zou vast zin in thee hebben. Maar toen ik boven kwam om haar te roepen, was haar bed leeg. Dus ik liep naar de zolder. Bovenaan de trap begreep ik niet wat ik zag en ik bleef maar roepen naar mijn moeder.
Tot ik van schrik in 1 seconde beneden was, de helderheid had om de dokter te bellen en het gas uit te doen. Daarna zijn we naar de buren gerend, en daar heb ik gehuild tot er geen tranen meer over waren. - Toen ik dit opschreef beefde ik van binnen, maar het luchtte me ook zo op, dat ik het überhaupt heb kunnen opschrijven -.
Er brak een tijd van verwarring aan. Ik zou moeten rouwen, maar wist helemaal niet wat dat was. En - schrik niet- er was voor mij eigenlijk niet veel veranderd. Ik was iemand kwijt, maar iemand die er daarvoor ook al niet echt was en die ik ook niet echt had gekend. Ik voelde geen verdriet en wist helemaal niet wat ik moest voelen. Ik spijbelde van school en ging naar het strand. Mijn oudere broer was mijn toeziend voogd en tekende al mijn absentie briefjes.

Nog geen maand later, kwam er thuis al een foto van een andere vrouw op het orgel te staan.
Op 1 april datzelfde jaar…dus nog geen 2 ½ maand na de dood van mijn moeder, werden we uitgenodigd om op haar verjaardag te komen. Mijn vader liet er geen gras over groeien. Maar ik had hem wel goed te pakken, even een anekdote tussendoor. Saskia en ik hadden ons haar kort geschoren. Ik leek wel een skinhead. Mijn broer en ik gingen op de motor naar de verjaardag, waar ook al haar familie was. De helm ging natuurlijk pas af in de hal. Wat had ik mijn vader tuk. Hij schaamde zich voor mij tegenover zijn nieuwe vriendin en haar familie.

Een jaar later was ik al een halfbroer rijker. En toen mijn vader aankondigde dat ik nog een broertje of zusje zou krijgen, zei ik dat ik het zinkende schip zou gaan verlaten. Het werd herfstvakantie en mijn vader vroeg of ik gezellig mee ging op vakantie in een huisje. Stel je voor : ik zou meegaan met 2 tortelduiven en een baby…nou, het werd me gevraagd, dus ik veronderstelde dat ik een keuze had. Dat verbaasde mij eigenlijk, want normaal gesproken werd er voor mij en over mij beslist. Ik wilde natuurlijk niet mee en zocht daarvoor steun bij mijn stiefmoeder. Toen bleek ik, zoals ik al verwachtte, toch geen eigen keuze te mogen maken. Ik kreeg te verstaan dat ik dan maar het huis uit moest gaan. Ik schreeuwde dat ik niets liever wilde. Zo’n reactie had mijn vader niet verwacht en hij suste de boel wat.

Maar gedurende die vakantie besprak ik met de moeder van Saskia een plan om weg te lopen van huis. Ik zag geen andere manier om eruit te breken. Op een avond dat ik naar de theorieles van mijn rijexamen zou gaan, propte ik mijn tas vol met kleding in plaats van de boeken en ging ik met bonzend hart op weg. De moeder van Saskia bracht me naar een echtpaar, dat ik niet kende. Dus mijn vader zou me daar met geen mogelijkheid kunnen vinden. Want dat hij me zou gaan zoeken als een bloedhond, daar was ik van overtuigd. Mijn zwager regelde intussen wat meer permanent onderdak in Bennebroek bij een collega van hem.
Na een aantal maanden werd alles weer iets normaler. Ik fietste al iets vrijer door Heemstede naar mijn nieuwe onderdak in Bennebroek. Tot ik op een dag wat minder alert was en vergat dat mijn vader middagdienst had. Toen ik hem zag (ik was inmiddels 18) plaste ik van angst in mijn broek. Hij schudde aan mijn stuur, zodat ik de fiets aan de kant moest zetten en ik kreeg een scheldkanonnade over me heen. Hij zei dat ik zijn nieuwe vrouw overstuur had gemaakt en wilde dat ik het goed zou maken.
De rest van de reis naar Bennebroek heb ik meer achterstevoren op de fiets gezeten dan goed-om. Ik kreeg migraine aanvallen en was non-stop bang dat mijn vader voor de deur zou staan.

Aan het einde van het schooljaar waarin mijn moeder was overleden, bleef ik zitten, want met 2-en en 3-en schijn je niet over te gaan. Hoe God dingen ten goede kan gebruiken….
Een meisje dat ook was blijven zitten, vroeg of ik naast haar wilde zitten. We werden vriendinnen en op een podiumavond van school speelden we samen een lied van U2 “in the name of love”. Daar komen de woorden “one kiss” in voor. Zij legde mij uit dat die “ene kus” te maken had met het verraden van de Here Jezus. De naam Jezus klonk meteen vertrouwd en ik vroeg haar over de slechte dingen, het occulte waar ik wel eens mee geconfronteerd was geweest. Zonder doekjes erom te winden, legde ze uit dat God een vijand heeft en ik begreep direct wat ze daarmee bedoelde.
Er woonde een meisje bij hun in huis die zong in een bandje dat “First Choice” heette. Of ik mee wilde naar een optreden. Dat wilde ik wel. Ik zag die avond de bandleden, heel stoer met zwarte hoeden terwijl ze aan het bidden waren voor het optreden.
Het maakte indruk op mij. Na het optreden kwam de uitnodiging of je Jezus ook als “First Choice” in je leven wilde. Dat wilde ik wel. Bij deze club wilde ik wel horen. Op een zondagochtend in de kerk ontmoette ik de zoon van de familie de Groot, de familie van de kinderbijbelclub. Ik zat dus goed!

De zangeres zei dat ik ook mooi kon zingen en al gauw kreeg ik bij het koor een microfoon in handen. Van een eenzaam meisje dat gepest werd, was ik nu lid van een jeugdgroep waar iedereen aardig was. Ik voelde me veilig. Deze mensen zouden nooit iemand pesten. Jeugdweekenden, gitaar spelen op de jeugdavonden. Het waren jeugdleiders met een gouden hart, waar ik heel wat uurtjes mee heb zitten praten op het dakterras bij de tuinkachel.

In die tijd deelde ik alles met God, elke gedachte, en ik zong wat af met mijn gitaar erbij. Maar ik had een zwarte kant aan mezelf, die maar niet weg wilde gaan. Een gezin van de kerk vroeg me een poosje bij hen te komen wonen en daar stemde ik mee in. Maar vreemd genoeg hadden ze weinig begrip en meeleven voor mijn verleden. Dat verwarde mij. Ik kreeg te horen dat ik het verleden niet mocht koesteren en niet steeds zo in een dalletje moest zitten. Het was ongeveer 5 jaar later en ze waren van mening dat ik het verdriet rondom het overlijden van mijn moeder nu wel achter me kon laten. Heel verwarrend want achteraf ontdekte ik dat ik nog niet eens aan verwerken was begonnen.

Na de Havo, begon ik aan de HBOV, maar na 2 jaar HBOV switchte ik naar SPH. Dat leek me veiliger. Als je als verpleegkundige iets verkeerd deed met een infuus zou dat grote gevolgen hebben. Ik kon maar beter een vak beoefenen waar fouten niet meteen opvielen. Onbewust was ik behoorlijk onzeker geworden .
Het ging wel goed met me. Ik kon mijn sombere kant aardig negeren en slecht één keer per maand had ik een fikse huilbui. In de kerk was ik lekker druk als backing vocal en als zangeres bij de band. Tot ik, door verkeerd stemgebruik, mijn stem forceerde. Het was tegelijk met het moment dat ik me afvroeg waarom IK niet was uitgenodigd met kerst te zingen….er waren opeens andere meiden met mooiere stemmen die al gevraagd waren. Ik heb het ervaren alsof God me van het podium afhaalde. Hij vond dat het tijd werd dat ik niet langer bij de club hoorde, maar bij Hem.
Tijdens een preek vroeg de pianist naast mij…ken je deze psalm? En hij wees naar psalm 131. Wat ik las raakte me diep: Psalm 131

Kinderlijk vertrouwen
Heere, mijn hart is niet hoogmoedig, mijn ogen zijn niet trots, ook wandel ik niet in dingen die te groot en te wonderlijk voor mij zijn.
Voorwaar, ik heb mijn ziel tot rust en tot stilte gebracht bij U, als een gespeend kind. Als een gespeend kind is mijn ziel in mij.

Ik vertelde al dat ik als kind een mix van trots en schaamte had ervaren. Dat was nooit veranderd. En een gespeend kind, dat kende ik niet. Dat riep een diep verlangen in me op. God wilde me dicht bij Hem, veilig en geborgen en daar kon ik niet mee omgaan. Maar ik ervoer dat God duidelijk maakte wat Zijn doel was voor de komende tijd: Eerst dicht aan Zijn hart.

De SPH in Amsterdam deed ik op mijn sloffen. Tot het derde jaar. Daar moest iedereen zijn eigen socialisatieverhaal schrijven, je plek in het gezin, hoe je je ouders ervaren had…enz. Eén van de lessen heette “de roulerende rekening door de generaties”. Ik realiseerde me dat de zoektocht van mijn vader naar goedkeuring van zijn ouders, het gezin had beschadigd, mij had beschadigd. Ik besloot dat de generatie na mij niet opgezadeld zou worden met de rekening. Ik wilde geestelijk en emotioneel gezond worden. Het socialisatieverhaal kreeg ik niet voor elkaar. Na een bezoek aan de decaan stopte ik met de opleiding.

Ik besloot naar een Rehabilitatiecentrum te gaan van “In de ruimte”. Daar heb ik een geweldige tijd gehad. Met 12 jongelui in een landhuis, samen zwemmen, hout bewerken en natuurlijk muziek maken en zingen. Altijd mijn gitaar bij de hand.
In die periode kwam er een belangrijke doorbraak, want ik vertelde daar voor het eerst aan de groep dat mijn moeder zelfmoord had gepleegd. Dat maakte dat het grote geheim dat ik altijd bij me had gedragen zijn kracht verloor.
Ook had ik een bijzondere ervaring met God. Ik mopperde op mijn omstandigheden en zei dat ik niet begreep waarom Hij mij niet met 1 knip van Zijn vinger, wilde genezen. Eén omarming van Hem en het zou klaar zijn. Toen ik klaar was met mopperen kreeg ik een sterke gedachte die zei: “mag Ik nu ook antwoord geven?” Oh ja Heer. Sorry.” God zei: “Je kunt het niet aan. Eén knipoog van mij en je bent een maand uit je doen.” God had het wel gekund, maar ik kon toen nog niet met liefde en acceptatie omgaan. Na 14 maanden was het tijd om uit te vliegen.

Ik had inmiddels een kamer in Hoofddorp en heb daar een goede tijd gehad. ’s Avonds heerlijk achter het schuurtje genieten met een bak koffie van de zonsondergang, uitkijkend over de landerijen. Zolang mijn sombere kant zich maar stil hield, had ik een leuk leven. Ja, toch nog steeds die sombere kant, want met de therapiegesprekken in het Rehabilitatiecentrum was ik niet veel opgeschoten.
Zoveel jaren kan het duren voordat je eraan toe bent te gaan verwerken wat je hebt meegemaakt.

Ik besloot mijn SPH studie af te maken, en dat begon met een jaarstage bij de Jellinek, een verslavingskliniek in Amsterdam. Ik vertelde tijdens de sollicitatie heel eerlijk dat ik nog maar net zelf uit therapie was gekomen. Op een bepaald moment werd me gevraagd of ik een gesprek wilde doen met een cliënt. Hij bleek angsten te hebben over zijn zoon die met zelfmoordplannen rond liep. Ik had niet meer de neiging om bij het woord zelfmoord naar de wc te vluchten om op adem te komen. In plaats daarvan was een blik van verstandhouding met mijn stagebegeleider genoeg om het gesprek te kunnen voortzetten. Ik kreeg uiteindelijk een 9 voor dat stagejaar. Dat gaf me wat zelfvertrouwen dat ik het vak misschien toch wel aankon.
Maar mijn overlevingsstrategieën waren onveranderd gebleven. Ik was sterk en stoer, kon de hele wereld aan. Ik had niemand nodig en liet mensen emotioneel niet dichtbij komen.

Langzamerhand werd mijn behoefte aan een serieuze relatie sterker. Ik was inmiddels 34 en begon een desperate single te worden. Ik ontmoette Peter en wist dat hij het voor mij was. Ik voel(de) me bij hem veilig. Onbewust dacht ik dat als ik eenmaal getrouwd was, ik voortaan als een normaal, gezond mens door het leven zou kunnen gaan. Dat het verleden dan voorgoed voorbij zou zijn. Maar ik nam natuurlijk mijn verleden en mijn overlevingsstrategieën mee in het huwelijk.

We verhuisden naar Emmen, omdat Peter daar woonde. De verhuizing naar de andere kant van het land was voor mij een aardverschuiving. Ik dacht dat ik met mijn spontane babbel zo weer nieuwe vrienden zou maken, maar dat viel vies tegen. Ik was zo gewend geraakt aan het feit dat iedereen afwist van mijn verleden. Dat was voor mij een vanzelfsprekendheid en daarmee een onderdeel van mijn identiteit geworden. Maar hier was ik gewoon Carola…niet het meisje dat ooit in het zwart de kerk binnen kwam, bekeerd uit de wereld. Nee, ik was een gewone gemiddelde volwassene, en net als een heleboel andere stellen, pas getrouwd en verhuisd.
Ik zag me voor een onbekende taak gesteld. Contacten aangaan op basis van hobby’s en interesses. Maar die had ik niet…ik was aan het overleven geweest in plaats van aan het genieten van sport en hobby’s. Het hielp ook niet erg, dat we in het begin van ons huwelijk nog 4 miskramen te verstouwen kregen. Het was geen gemakkelijke tijd.

Ik sprak over mijn moeiten met een vriendin en zij suggereerde: “waarom ga je niet eens praten met de therapeut in onze gemeente?” Dat bleek het lot uit de loterij. Tot dan toe had ik alle gebeurtenissen uit mijn jeugd met droge ogen vertelt als een soort opsomming van feiten. En bleef het begrip voor mijn ouders op de voorgrond. En de overtuiging dat het allemaal wel meegevallen was. Dat wat mij was overkomen, ach…dat stelde toch eigenlijk niet zoveel voor.

Maar ik leerde bij deze hulpverlener dat ik mijn gevoel had weggestopt achter een grote muur. Ik heb toen weer leren huilen, zonder angst voor zelfmedelijden of schuldgevoelens over het koesteren van het verleden.
Hij zei: “We gaan die sombere Carola achter het muurtje weghalen. Ze mag erbij horen. Ze is welkom!” En laat haar maar vertellen wat haar pijn heeft gedaan.

Ik wil heel in het kort proberen uit te leggen hoe het proces is gegaan. Hoe de muur in mij, waar het kind van vroeger met al haar emoties achter verstopt moest zitten, afbrokkelde en werd tot een grens om mij heen.

Het proces was dat als het kind achter de muur “getriggerd” werd door situaties, ik met haar in gesprek kon gaan. Er kon iets gebeuren waar ik zoveel emoties bij ervoer, dat ik niet meer goed kon functioneren. Dat kon zijn op de kring, waar ik me uitgelachen voelde als ik mijn mening had gegeven. Ik merkte dan een verdriet op van binnen, die als een sluis voelde. Ik moest de deur goed dichthouden, want als ik op dat moment eraan toe zou geven, zou een vreselijke huilbui kunnen losbarsten. Dus de rest van de avond sloot ik me af.
Eenmaal thuis zocht ik dan een plek op, waar ik niet gestoord kon worden. Ik vroeg mijn gevoelens dan waardoor ze zo gekwetst waren. Dan vertelde mijn gekwetste gevoel me hoe ze als 14 jarige gepest was. Dat ze zich zo alleen had gevoeld op de mavo. Dat ze er zo graag bij had gehoord, geaccepteerd. Dat ze zo haar best daarvoor had gedaan. Ik kon haar dan laten weten dat ik dat heel erg voor haar vond. Dat ze zich nooit veilig had gevoeld en niet geaccepteerd was. Het was een intense huilbui en ik vroeg haar dan of ze samen met mij naar God wilde gaan. Dan stonden ik en mijn gevoel in gedachten samen hand in hand voor de troon van God. Ik vroeg haar ook vergeving dat ik haar zo lang achter de muur het zwijgen op had gelegd, maar dat ze vanaf nu welkom was, erbij mocht horen. En gaandeweg werd ik steeds minder bang voor wat ik achter de muur zou ontdekken.
Het was een intensief jaar en niet gemakkelijk voor mijn man, maar het is mijn uiteindelijke genezing geweest.
Ik leerde mezelf accepteren en er ontstond ruimte in mijn leven voor wat ik leuk vond, zwemmen, skaten, hobby’s! Ik ontdekte dat ik mijn wensen kenbaar mocht maken. Ik begon ruimte in te nemen.

Toen ik hoorde van Celebrate Recovery had ik niet de moed daar naar toe te gaan, maar Janneke (een vrouw uit onze gemeente) vroeg of ik voor de liedjes wilde zorgen. God heeft zo Zijn grappige manieren om je te krijgen waar Hij je hebben wil.
Vanaf het begin wilde ik ook deelnemen aan de Open Deelgroep en zo pikte ik heel wat graantjes mee. In het eerste jaar kreeg ik de bevestiging waar ik God om had gevraagd, of dit de plek was waar Hij me wilde hebben. Ik wilde niet opnieuw met trots op een podium staan. Het CR-team voelde als een warm nest. Er was begrip, gelijkgestemdheid, humor.
Al op één van de eerste CR avonden zat ik in de auto te luisteren naar een CD van Hillsong over levende stenen, die gebruikt worden voor het bouwwerk van God. Ze zongen: “I know where I belong”. Ik moest erg huilen, maar van binnen jubelde mijn hart.
Ik voelde me eindelijk een beetje thuiskomen, na 10 jaar in Emmen.

Door de gesprekken in de Open Deelgroep, leerde ik dingen te bespreken, waar ik me erg voor schaamde. Zo was ik toch ook deelnemer geworden. Ik durfde mijn geheimen te benoemen, zoals het wegduiken achter de computer, als het huishouden me overspoelde. Les 1 en 2 waren daarin heel verhelderend voor mij. Ik herkende dat ik op dit gebied nog in ontkenning leefde en durfde in stap 2 mijn machteloosheid hierin toe te geven. Ik kon het gaan zien als datgene wat ik zelf nooit zou kunnen veranderen. Alleen al het toegeven dat je een probleem hebt op dat gebied, luchtte me zo op. Ik ontdekte dat God het me niet kwalijk neemt, maar me erbij wil helpen.

Ook was er een avond dat een Celebrate Recovery medewerkster uit Veendam kwam vertellen over het vaderhart van God. Ik herkende me in haar verhaal. Je gedragen als een slaaf, terwijl je Gods geliefde kind bent. Nog steeds proberen Hem ervan te overtuigen dat je goed bent, terwijl Hij je al lang aanvaardt. Ik denk dat dat de belangrijkste verandering is, dat ik me nu een geliefd kind van God voel. Niet met mijn verstand alleen, maar ook echt met mijn gevoel. Eindelijk dichter bij Hem. Ik kan eindelijk omgaan met Zijn goedkeuring en nabijheid. Misschien wel als een gespeend kind.

Ik denk dat iedereen van ons heerlijk zou kunnen functioneren als we ondergedompeld worden in warmte, goedkeuring, bevestiging, veiligheid en geborgenheid. De basisbehoeften voor identiteitsontwikkeling. Dat gun ik jullie. God heeft in mijn leven daarin voorzien, mede voor een belangrijk deel door de deelnemers en teamleden van Celebrate Recovery!

Tot slot;
Ik heb eens op een avond met het thema “Overwinning” deze zonnebloem laten zien
Zonnebloem

Een vriend van mij deelde deze foto’s op Facebook. Deze zonnebloem was geknakt geweest

Zonnebloem geknakt maar hij had niet de behoefte gehad hem weg te gooien.

En wat bleek;

Zonnebloem lus de steel was genezen en met een lus weer verder gegroeid.

Mijn vriend schreef erbij: De lus werkt als een soort veer, waardoor hij soepel met de wind heen en weer kan bewegen.
De steel was lang, maar hij is gaan bloeien. Opeens zag ik in een notedop mijn leven…geknakt, genezen, een lange weg…maar tijdens die lange weg heeft God voorzien in warmte, goedkeuring, bevestiging, veiligheid en geborgenheid en eindelijk kan ik zeggen, na 30 jaar: Ik bloei!
Stap 12 van het programma zegt:
“Het gevolg van deze stappen is dat ik als persoon veranderd ben. Ik probeer deze boodschap van herstel aan anderen door te geven en deze principes in mijn doen en laten in de praktijk te brengen.”

Dat is voor mij de motivatie om mijn Persoonlijk Verhaal met jullie te delen.


Herstellende van hoogmoed, controledrang, prestatiedrang en emotionele geslotenheid

Mijn naam is Johanna, ik ben herstellende van hoogmoed, controledrang, prestatiedrang en emotionele geslotenheid. Johanna bekent: ‘God is genadig’ en God IS ook echt genadig geweest in heel mijn leven en nog elke dag.

Ik ben geboren in een positief christelijk gezin. Mijn ouders hadden beiden diepgelovige ouders. Zij vreesden de Heere, maar lieten ook Zijn liefde zien. Dit zie ik ook in mijn eigen ouders. Ik ben het tweede kind in een rij van vijf.

Als ik terugkijk, hebben mijn ouders mij zelfstandig opgevoed, met veel vrijheid en veel eigen verantwoordelijkheid. Ik was een eigenzinnig kind, vol initiatieven en met heel veel energie. Al heel jong voelde ik mij “Een sterke held” en mijn omgeving gaf mij ook dat gevoel. Ik kon veel, ik wist veel, ik durfde veel en ik trok er op uit….. en was niet bang.
Eén van mijn vroegste herinneringen is de dag dat ik als driejarig meisje een glas terpentine inschonk en dit opdronk. Ik moest met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis, waardoor er niemand op dat moment met mij mee kon. Vervolgens heb ik een tijd in het ziekenhuis gelegen. Mijn maag moest worden leeg gepompt en ik mocht niet uit bed, maar aangezien ik persé zelf naar de wc wilde, ging ik toch uit bed. Vervolgens kreeg ik een tuigje aan en een luier om, omdat ik stil moest liggen. Ik was opstandig en ik maakte mijn tuigje los, deed mijn luier uit en ging toch zelf naar de wc……Dit kenmerkt mijn kinder- en tienertijd: dingen zelf bepalen,“recht op jezelf” hebben, doelgericht en onafhankelijk zijn. Ik denk dat ik in deze tijd als peuter al onbewust heb besloten om mijn eenzaamheid en kwetsbaarheid niet te laten zien en besloten heb om nooit meer te huilen…..

Mijn basisschooltijd verliep voorspoedig, ik was een talentvolle leerling, creatief, actief, sportief en muzikaal. Ik hield van uitdagingen, wedstrijden en presteren . Ik wilde graag de beste zijn en dacht vaak ook dat ik dat was. Ik onderbouwde mijn mening al toen ik heel jong was en gelijk krijgen was belangrijk voor mij. Op de camping liep ik ’s nachts zelf naar de wc door het donker, of hield ik in het onweer de stokken van de tent vast. Hoe jong ik ook was, dit was allemaal heel vanzelfsprekend. Tijdens deze kinderjaren had ik al een groot verlangen naar God en wilde alles over hem weten. Ik heb veel van God geleerd in de kerk, op de club en vooral thuis van mijn ouders.

Op mijn 11e ging ik al naar het VWO en startte ik met muzieklessen, ook daarin was ik bijzonder prestatiegericht, hetgeen thuis werd aangemoedigd. Ik floot bij de muziekvereniging, waar ik in die tijd het eerste meisje was tussen allemaal mannen. Een voorbeeld van hoe mijn ouders hiermee omgingen: zij lieten mij zelf afspraken maken, een dwarsfluit regelen, de dwarsfluit ophalen en ik ging overal alléén op af.

Er waren in die tijd heel wat leugens in mijn leven, waar ik in geloofde, zoals:
  • Ik weet zelf wat goed voor mij is
  • Ik weet wat goed voor een ander is
  • Ik kan alles zelf bepalen, ik heb het recht op mezelf
  • problemen zijn oplosbaar
  • het leven is maakbaar
  • het leven is rechtvaardig en zo niet, dan zorg ik er zelf voor
  • kennis en wetenschap zijn ‘eindig’ , als je hard en veel leert kan je alles leren
  • alles is verklaarbaar, alles moet je uit kunnen leggen en kunnen onderbouwen
  • door hard werken, kan je ‘volledig zijn’
  • alles is controleerbaar
  • andere mensen zijn vaak tot last, ik heb ze niet nodig
  • sterke mensen kennen geen emoties, alleen kracht

Dit waren leugens waaruit ik leefde, ik wist niet beter…. Ik geef een voorbeeld over ‘volledig en compleet willen zijn’: Ik spaarde schelpen en dacht: als ik maar lang genoeg zoek en spaar en koop en verzamel, dan komt er een moment dat ik alle soorten schelpen van de wereld heb. Ik maakte kaartjes met namen en had een enorme tentoonstelling op mijn kamer. Toen ik bemerkte dat het niet haalbaar was, heb ik de kaartjes en later de schelpen weggegooid.


Hoewel ik van binnen best arrogant was, was ik geliefd, ontplooide mij, hielp overal waar ik helpen kon , studiegenoten kregen mijn uittreksels en aantekeningen. Ik maakte liedjes, gedichten, schreef cabaret en werd gezien…


Op de muziekvereniging had ik een jongen leren kennen, ik had al verschillende vriendjes gehad en raakte in de war omdat ik echt niet wist wie mijn ware liefde zou zijn. Dat maakte mij van binnen onzeker, terwijl ik nooit echt onzeker was. Dat was althans de buitenkant, want dat soort dingen kon ik uiteraard zeer camoufleren. Hij zat toentertijd in een crisis en vroeg één dag na mijn 17e verjaardag of ik verkering met hem wilde….. Ik heb toen gebeden dat ik geloof dat God leiden wil en ik had afgesproken met God: ik geef mijn dagboekje aan hem en als hij het wil lezen en er vervolgens iets inschrijft over het geloof, dan zie ik dat als teken dat ik met deze jongen ga trouwen. Dit werd mijn 1e Godservaring, met grote gevolgen. Hij schreef namelijk vier kantjes in mijn dagboekje en het was één gebed naar God. Toen ik het las, was is totaal overrompeld door Gods leiding, zijn Grootheid, maar ook Zijn betrokkenheid met mij . Ik nam een besluit: met deze jongen ga ik trouwen, ik blijf altijd bij hem, want dit is Gods wil. Ik heb daar altijd aan vastgehouden en deze blaadjes ook bewaard. Maar echt verliefd op P. was ik niet en hij ook niet op mij, hij had hulp nodig en ik gaf alles wat hij nodig had, dacht ik toen. We waren meer broer en zus. Deze ervaring heeft mij altijd de zekerheid gegeven dat God ons voor elkaar heeft bestemd. Nooit heb ik daar aan getwijfeld.


Ik ging naar de Pedagogische academie. Ik ging van de ene afspraak naar de andere en had het altijd druk en was weinig thuis. Ik nodigde P. altijd uit om mee te gaan, maar hij zag dat niet zo zitten. Ik hield nauwelijks rekening met hem, iets waar ik me nu wel voor schaam…..


Als ik dan bij hem was, wilde ik juist heel veel geven en zorgen, omdat ik wel wilde dat hij het goed zou hebben. Dit werd het begin van teveel zorgen en onbewust proberen zijn leven te regeren. Pijnlijk en vernederend voor hem als ik dit nu zo zeg…..


Toen ik 20 was stond ik voor de klas. Mijn plan om het conservatorium te gaan doen of door te gaan voor wiskundelerares was verdwenen. P. en ik hadden trouwplannen en een goede mogelijkheid om een huis te kopen en ik keek ernaar uit om bij mijn ouders weg te zijn en helemaal zelf alles te regelen.


Ook in deze jaren bleef er een verlangen naar God en wilde ik alles over hem weten en leren. Ik stelde veel kritische vragen en er waren altijd mensen om mij heen die mij serieus namen. Daardoor voelde ik mij door God serieus genomen. P. en ik deden Belijdenis, ik was actief bij de clubs, ik speelde fluit bij een gospelgroep en we schreven in die tijd met onze jeugdgroep een eigen musical, die we in veel kerken mochten opvoeren.

Jan. 1987 trouwden wij in de Gereformeerde kerk, Ik was toen 22 jaar en onze trouwtekst was
Jozua 1:9 “Ja, wees sterk en moedig. Ban angst en twijfel uit je hart. Onthoud dat de Here uw God, je overal terzijde zal staan.”

Deze tekst had de dominee uitgezocht en ik vond dit bijzonder…. Ik was immers al sterk en moedig… Later besefte ik dat het een hele diepe geestelijke betekenis zou hebben in de geestelijke wereld.

In die tijd kon ik geen vast werk vinden en werd ik van de ene school op de andere geplaatst en kwam terecht in het speciaal onderwijs in de eindgroep. Ik dacht toen de hele wereld aan te kunnen , maar toen brak er voor het eerst in mijn leven een heel, heel zware tijd aan. De kinderen stelden mij op de proef en zogen mij helemaal leeg…. Mijn waarheden begonnen te wankelen: er waren geen oplossingen, het leven was niet maakbaar, niet rechtvaardig, ik had geen overzicht meer en wist ook niet meer wat goed voor mij was…… ik knokte, knokte om boven water te blijven…. Op mijn verstand en wilskracht probeerde ik staande te blijven, maar het was zo zwaar dat ik ’s avonds om 11 uur vaak zei: P, stuur jij me morgen naar school, anders ga ik nooit meer voor de klas… Ik voelde me verloren en machteloos, gevoelens die ik niet kende. Af en toe voelde ik verdriet en pijn, maar dat kwam er totaal niet uit. Een enkel traantje van boosheid is er gerold, maar mijn emotionele kanaal zat volledig dicht ook al had ik dat toen nog niet door. P. probeerde mij te steunen, maar ik wilde totaal geen hulp en steun en troost van een ander. Ik sloot mij af voor P., voor vrienden en familie (de meesten wisten niets van mijn strijd). Ik probeerde zelf mijn problemen op te lossen en voelde me heel eenzaam.

Ik kreeg in die periode een paar kaartjes die mij wezen naar God. En zo is mijn persoonlijke relatie met de Here Jezus langzaam op gang gekomen en is er een besef ontstaan dat Hij heel anders is dan ik altijd had gedacht. Bij God dacht ik alleen aan macht, kracht en sterkte. In deze periode realiseerde ik me dat er ergens een kwetsbare, zachte kant moest zijn, die te maken heeft met lijden, pijn en verdriet. Ik had wel erg veel moeite om Hem te bereiken en soms gingen daar weken of maanden overheen voordat het lukte om contact met God te hebben.

Ik kwam terecht bij een bijbelstudiegroep. Ik hield me vast aan alle beloften van God, terwijl het op school heel moeilijk was en thuis verliep het ook niet soepel tussen P. en mij.

Maar ik was wilskrachtig en volhardend. Naar P. toe dacht ik het vaak beter te weten, ik bepaalde de koers en vond het tegelijk heel zwaar om dat te doen. Op school had ik een overwinningsgevoel toen het in een volgende groep langzaam beter ging.

Toen werd onze zoon geboren en na een paar maanden werd hij ziek, noodgedwongen stopte ik met werken om voor hem te zorgen. Ik begon me vast te klampen aan God, ik wilde mijn leven begrijpen. Ik groeide in geloof, maar P. en ik groeiden verder uit elkaar. Twee jaar later werd onze tweede zoon geboren . P. wisselde veel van baan, er was steeds onzekerheid over de financiën, maar ik hield mij vastbesloten vast aan God. Het is de tijd waarin we een zolderclub zijn gestart voor de kinderen. Na een paar jaar werd onze dochter geboren.

Inmiddels was ik voorzitter van de KND geworden, hadden we plannen om een combo op te richten in de kerk en toen gebeurde er iets dat heel apart was….. en wat ik helemaal niet leuk vond. P. kreeg steeds hoofdpijn als we naar de kerk zouden gaan. Dit was heel heftig en serieus en hij bleef weken op zondag thuis. Ik ging alleen met de kinderen naar de kerk. Door omstandigheden gingen we een keer naar een andere gemeente en als we daar waren, bleef zijn hoofdpijn weg, zelfs in de dagen erna. We konden het allebei niet geloven en gingen het uit proberen. Het leek erop dat God ons iets te zeggen had… Ik was eigenlijk heel boos en gefrustreerd dat ik uit al mijn organisaties moest en dat God werkte via mijn man en niet via mij!! Toch zijn we gegaan. Onze ouders vonden dit verschrikkelijk moeilijk en ikzelf ook. Ik snapte er niets van, maar ik heb de stap naar een andere gemeente wel duidelijk als Gods leiding ervaren.

Ik ontving van God deze tekst…

Joh. 15:16 “Niet gij hebt Mij, maar Ik heb jou, uitgekozen en aangewezen ,opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven”.

Langzaam werd mij duidelijk dat ik het leven van mijn man probeerde te bepalen, dat ik altijd een weerwoord had. Ook was ik oordelend naar hem op het terrein van werk, opvoeding, relaties enz. Onze communicatie verliep moeizaam en mijn verwachtingen van P. waren erg hoog.

We bezochten huwelijksavonden, deden een cursus en voerden pastorale gesprekken op mijn aandringen en mijn initiatief (hij heeft dat achteraf als vreselijk ervaren). Dit alles verbeterde onze relatie echter niet. Daarnaast moest P meerdere keren noodgedwongen van baan veranderen, had hij lichamelijke ongemakken en verloren we verschillende vriendenstellen o.a. door echtscheidingen. Ik deed in deze jaren invalwerk op verschillende scholen, mijn eenzaamheid groeide.

Na de zomervakantie van 2002 kreeg ik drie confronterende teksten:

1 Sam. “Wie met de Here twisten worden gebroken, over hen dondert Hij in de hemel.”
Job 39:35 “Wil de bediller twisten met de Almachtige?”
Jes. 45:9-14 “Wee hem, die met zijn Formeerder twist….”

Ik vroeg advies aan anderen wat ik hiermee moest, ik kreeg angst en die angst groeide. Ik was aan het twisten met God en voelde dat ik moest gaan erkennen dat alleen God mijn leven kon leiden. (stap 1 en 2 in Celebrate). Ik heb geworsteld. Op dinsdag 5 nov. 2002 ging ik op mijn knieën zitten en dacht: ik ga alles aan Jezus geven..Maar….. toen lukte het niet meer om de naam van de Here Jezus uit te spreken, wel in mijn hoofd, maar niet meer hardop.

Mijn mond gehoorzaamde mij niet, het was heel erg beangstigend . Ik wist niet wat ik moest doen, voelde paniek opkomen en ik ging de oudste bellen. Ik wist zeker dat God wilde helpen. Door de telefoon ging hij voor mij bidden of ik de naam van Jezus uit zou spreken, maar iets in mij weigerde volkomen om dit te doen, terwijl Gods Geest in mij sprak: zet door! Dit was heel heftig…..die enorme strijd in mijzelf en demonen die zichzelf door mij heen lieten horen….. Door veel weerstand heen en met hulp van gebed, kon ik uiteindelijk de naam van Jezus uitspreken.

Achteraf kan ik zeggen dat dit het begin was van verschillende bevrijdingen. De tekst die ik kreeg was 1 Kor. 2:5 “Opdat jouw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen , maar op kracht van God”.

Ik ben weken leeg en moe geweest, verdrietig en ik was mezelf kwijt. Ik was niet meer doortastend en vond mezelf een twijfelaar… Na maanden begon ik iets te ervaren van Gods Geest in mij .
In die leegte begonnen ook gevoelens op te komen die ik heel vervelend vond: pijn, bitterheid over niet uitgekomen verwachtingen in ons huwelijk. Toen P begin 2003 zijn baan opzegde, was dat een dieptepunt voor ons gezin. Ik voelde me ontgoocheld en was ten einde raad. We hadden drie kinderen, geen inkomsten en een schuld. Ik ging met twee bidmaatjes bidden en ik heb toen heel concreet tegen God gezegd: Uw wil geschiedde. Als ik kostwinnaar moet worden, geef dan een fulltime plaats op een Christelijke school in onze woonplaats. Diezelfde week stond er een advertentie in de krant, een maand later op 1 maart 2003 stond ik fulltime voor de klas en was P. huisman geworden…. Het was opnieuw heel concreet Gods leiding en ik schreeuwde het in mijn hart uit, omdat ik dit eigenlijk helemaal niet wilde.

Er brak voor ons in maart 2003 een hele moeilijke tijd aan: De rolwissel had enorme gevolgen. Alles werd anders: onze taken, onze relaties , indeling van vrije tijd, inzet in de gemeente en de manier van opvoeden. Onze oudste zoon startte op de middelbare school, de tweede zoon zat in groep 7 en onze dochter ging naar groep 3. Zij huilde alle dagen als ik vertrok naar school. Daarnaast kreeg ik de aller moeilijkste groep die ik ooit heb gehad en ik kwam na 12 jaar invalwerk in een onderwijswereld terecht waar ik erg veel van de ontwikkelingen had gemist. Ik voelde me onzeker, angstig, had geen controle meer over thuis, vond dat P. alles anders moest doen en ik voelde me verlaten. Ik voelde pijn, maar kon geen emoties uiten. Een periode van strijd, innerlijke kou, lusteloosheid en leegte. Ik verlangde naar echtheid, genieten en blijdschap.

De hele situatie greep mij letterlijk naar de keel : controle willen houden, perfectionisme, beheersing, regelen…en heel, heel hard werken. Ik werd enigszins dwangmatig: ik werkte lijstjes af, gaf mezelf opdrachten, maakte lijstjes voor P. Dat was mijn manier geworden van overleven.

In aug. 2004 moest ik voor mijn keel naar logopedie en mijn keel zat zo vast, dat ik fysiotherapie voor mijn strottenhoofd kreeg… Ook had ik pastorale gesprekken en omdat ik mij zo rot voelde ging ik naar de huisarts die het woord ‘depressief’ liet vallen en mij verwees naar maatschappelijk werk. De mensen om mij heen zagen een sterke vrouw. En ik was nauwelijks in staat om iemand toe te laten in mijn strijd en kwetsbaarheid, dat lukte mij gewoonweg niet….

Ik voelde een strop om mijn keel en een steen op mijn maag… dit was dus depressief-zijn….Ik moest mijn emoties gaan benoemen maar erg zichtbaar werden ze niet. Mijn masker functioneerde prima.. Helaas.

Omdat er lichamelijk en geestelijk nauwelijks iets verbeterde en omdat onze relatie er ook niet beter op werd, ben ik in november 2005 gestart met gesprekken bij een Christen Psycholoog.
Na een aantal gesprekken stelde hij de vraag: Wanneer heb je besloten om niet meer te huilen? Ik kon me echt niet herinneren dat ik ooit echt gehuild had en we kwamen uit bij de opname in het ziekenhuis toen ik drie jaar was. Ik heb waarschijnlijk onbewust als heel klein kind dit besluit genomen. En hij vroeg: Wil je dit besluit herroepen? Hardop heb ik naar God uitgesproken:
Ik kies ervoor om mijn emoties te laten zien. Dat was een nieuw keerpunt…

Ook heb ik veel gesproken over mijn opvoeding, het gezin, mijn ouders… met als sleutelwoord ‘vergeving’, vooral ook naar mijn vader. Mijn vader was altijd mijn voorbeeld geweest en ik hield hem verantwoordelijk voor de manier waarop ik opgegroeid was en voor de persoon die ik geworden was. (Evalueren van mijn relaties en vergeven, stap 6)

In 2006 ging ik met mijn vriendin naar de drie daagse conferentie ‘ Nieuw leven in willen, voelen, denken en doen’. Ik werd geconfronteerd met mijn eigen manipulatieve gedrag. Met mijn tong en kritiek duwde ik de ander weg en in het bijzonder P. Toen ik dit met veel moeite ging benoemen bij de nazorg (schuld belijden, stap 4 bij CR) was het gevolg een explosie van boosheid, teleurstelling, pijn en zelfhaat . Alle emotionele dammen braken door….

Het was ook een explosie van verdriet en hopeloosheid. Ik zat zo verschrikkelijk vast in alles en ik voelde me zo rot. Ik voelde me ook lelijk, mijn lichaam, overal worstelde ik mee. Gelukkig duurde die conferentie drie dagen. Uiteindelijk kwam ik tot rust en kwam ik tot de erkenning dat God weet wat goed is. Hij is mijn SCHEPPER. Mijn gebed was: ik wil niet overleven, maar LEVEN….
Een paar maanden later liep ik weer vast en mijn psycholoog vertelde: Je put uit de verkeerde bron…. Hij stelde voor dat ik voor me zou laten bidden en ik wist niet precies waarom, wat was die verkeerde bron? Ik heb een afspraak gemaakt met drie lieve zussen uit de gemeente (ik had inmiddels ontdekt dat ik het alleen echt niet kon…) en die zijn gaan bidden, dat was bijzonder. God liet mij zien dat mijn kracht uit mezelf kwam. Mijn wilskracht moest ik bij het kruis brengen, ik moest een radicale keuze voor God maken (stap 3 in Celebrate) .Ik wilde dat niet en ik wilde het wel. Het is één van de zwaarste momenten in mijn leven geweest. Uiteindelijk heb ik uitgesproken dat mijn wil ondergeschikt is aan Gods wil. Ik voelde me gebroken, maar voelde ook Gods vrede.

Toen ik eenmaal deze stap had gezet, kon ik mij ook verder overgeven aan Gods bevrijding en herstel. Zo werd ik bevrijd van de drang tot redenatie en bevrijd van de macht van manipulatie en zelfhandhaving. Ik zeg het in één zin, maar steeds het nederig worden en erkennen dat er zonde is in je leven, en dan toelaten dat God daarbij komt, dat was zwaar. Mijn perfectionisme werd ook minder en ik kon stapje voor stapje meer los gaan laten. De leugens uit mijn kindertijd begonnen plaats te maken voor de Waarheid! Maar die leugens lagen en liggen wel op de loer en ik vind het nog steeds lastig om in afhankelijkheid en overgave te leven, dat moet ik steeds opnieuw en opnieuw belijden.

Eindelijk kwam er op een conferentie opnieuw een doorbraak van emoties, maar nu in positieve zin. Ik voelde Gods liefdevolle Aanraking: Zijn liefdevolle omhelzing…. En ik heb heel veel gehuild. Soms dacht ik dat het niet meer stopte….. Ook thuis heb ik heel veel gehuild, als ik alleen was. Ik vond en vind het nog steeds heel moeilijk om dit te delen en heel moeilijk om iets te ontvangen.

Nadat God in mijn leven aan het werk ging, heb ik ook geworsteld. Wie ben ik nou eigenlijk? Ik schaamde mij voor wie ik was, ook mijn uiterlijk en mijn lichaam, alles….. ik was angstig, voelde me steeds tekortschieten, ik begreep Gods plan niet. Een bemoedigende tekst was voor mij:

Wanneer we met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met Hem zullen leven.

In 2012 waren we 25 jaar getrouwd. We vierden het o.a. in de gemeente en het was goed, God was erbij. Ons huwelijk liep en loopt niet altijd op rolletjes en met name de communicatie en intimiteit geven veel moeite. Toen hebben we een hele dappere stap gedaan en super, die hebben we sámen genomen. We zijn samen naar een christelijke coach gegaan. Niet eenvoudig maar echt confronterend en zwaar….. Een rode draad was dat we teveel zorgen en invullen voor elkaar: voor de ander denken, voor de ander doen, omdat je denkt dat je weet wat goed is voor die ander. We hebben daarin allebei geworsteld om te groeien in wie we echt zijn, zoals God het geeft bedoeld. (toelaten van Gods wil, stap 5) We hebben emoties kunnen delen, van hoofd naar hart. Wij hebben dit allebei als een heel intensief, maar gezegend proces ervaren.

Tijdens dit proces bij onze coach heeft P. de stap genomen om opnieuw naar een andere gemeente te gaan. Dit raakte mij en ik wist er geen raad mee. Toen kwam ik op het punt dat ik uit heb gesproken: Ik kan niet voor het geluk van mijn man zorgen, ik ben niet God, maar ik ben een mens. En dat voelt heel heftig. die pijn gaat bijna nog dieper dan mijn eigen pijn. Toen we verkering kregen was ik 17 jaar en ben ik in die leugen gaan geloven dat ik hem gelukkig kon maken en na ruim 30 jaar, is door de naam van Jezus de leugen ontkracht.

God leert mij de laatste twee jaar om er gewoon te ‘zijn’ . Ik begin me eindelijk geliefd te voelen om wie ik ben, niet om wat ik allemaal doe, maar dat blijft lastig voor mij.

Een jaar na P. werd ik door God ook naar die nieuwe gemeente geleid. Het lied waarmee ik afscheid nam was:

‘In U alleen kunnen wij vallen en weer opstaan. Door U alleen staan wij sterk!

Het lied werd ook gespeeld op mijn allereerste zondag in de nieuwe gemeente. In dezelfde maand werd ik gevraagd mee te doen met Celebrate Recovery. Hier werd ik aangemoedigd om stukjes van mijn proces te delen en mijn emoties te laten zien. Het is een echt wonder dat ik me zo snel veilig voelde binnen het team van CR en dat ik mijn gevoelens durf te benoemen en te laten zien. Soms denk ik wel eens: was CR maar eerder op mijn pad gekomen.

Ik ben nu 50 jaar en de bijbel noemt dit een ‘Jubeljaar’. Ik heb regelmatig last van prestatiedrang, controle en een kritische houding. Het voelt tegenstrijdig als ik merk hoe mensen soms op mij reageren, dan gaat het om mijn eigen kracht terwijl het juist gaat om Gods kracht, en Zijn kracht zie je juist in kwetsbaarheid. Ik wil graag leven tot Zijn eer.
Maar ik jubel om mijn kinderen, ik ben dankbaar voor mijn relatie , omdat God dit (ondanks strijd) gebruikt om ons te vormen tot zijn beeld. Vanuit Gods liefde ben ik veel van P. gaan houden. Ik ben dankbaar voor mijn plek in de gemeente en voor alle broers en zussen in Gods Gemeente.
Ik kan zeggen: ik ben herstellende van hoogmoed en emotionele geslotenheid, ik leer kwetsbaar te zijn. Johanna betekent: ‘God is genadig’ en God IS ook werkelijk genadig geweest in heel mijn leven en is dit nog steeds elke dag. Hartelijk dank dat ik mijn Persoonlijk Verhaal met jullie mocht delen.

Opw. 760 Wie vrees ik nog https://www.youtube.com/watch?v=KIpPx3SVKOw

Hersteld van het opgroeien in een disfunctioneel gezin, van seksueel misbruik, van betrokkenheid bij prostitutie, boulimia, anorexia en criminele activiteiten..

Hallo, ik ben Ingrid, een dankbare gelovige die is hersteld van het opgroeien in een disfunctioneel gezin, van seksueel misbruik, van betrokkenheid bij prostitutie, boulimia, anorexia en criminele activiteiten..

Ik ben opgegroeid in een bijzonder disfunctioneel gezin. Mijn moeder heeft 10 kinderen, die op enkele na, allemaal verschillende vaders hebben. Al mijn broers en zussen hebben diepgewortelde problemen. Aan de buitenkant leek er op ons gezin niet zoveel aan te merken. We waren netjes gekleed en moesten oudere mensen met ‘u’ aanspreken. Maar binnen het gezin waren er altijd problemen. Mijn moeder lag vaak overhoop met de mannen met wie zij op dat moment samenleefde. Er waren veel ruzie en ergernissen.

De vader van mijn moeder was een heel gelovige man, maar stierf erg jong. Mijn oma was ook gelovig, maar scheen ook met meerdere mannen te hebben samengeleefd.
Sommige ervaringen die mijn moeder met mijn oma heeft meegemaakt kon zij maar moeilijk verwerken. Zo hebben wij onlangs gehoord dat zij op twaalf jarige leeftijd iets heel ergs heeft meegemaakt. Ook werd mijn moeder op achttien jarige leeftijd zomaar in een tehuis gedumpt toen zij niet op tijd thuis kwam na een avondje uit. Ook haar twee zussen hebben later op oudere leeftijd allebei te kampen gehad met zware psychische problemen. Er moeten dus in de opvoeding dingen gebeurd zijn, die diepe sporen hebben getrokken in hun emotionele leven. Ook haar broer had soms last van woede aanvallen.

Mijn moeders wil, was wet! Haar mening was de enig juiste, en met haar gedrag ging ze vaak over de grenzen van andere mensen heen. In haar omgeving waren dan ook veel mensen op een bepaalde manier bang voor haar. Ook haar man (mijn vader dus) was bevreesd voor haar gedrag. Ze was zeer koppig en het was gewoon onmogelijk om haar van gedachten te laten veranderen. Zoals zij de dingen zag, zo was het. Daar moet wel een diepgewortelde pijn achter hebben gezeten.
Haar eerste officiële echtgenoot was veel ouder dan zijzelf. Hij was een charmeur maar ook een alcoholist en ik heb ook uit meerdere bronnen begrepen dat ze alle twee af en toe vreemd gingen. De kinderen uit haar eerste huwelijk werden dus geboren in een zeer onstabiele situatie. Toen hij later hoorde dat mijn moeder nog een kind had van een Canadees, werd ze door haar man uit huis gezet en is zij op kamers gaan wonen met haar kinderen.

Enige tijd later kreeg zij een verhouding met mijn vader. Mijn vader vond het geen probleem dat mijn moeder ging prostitueren. Dat paste wel bij haar, want zij was het type van een verleidster. Als gevolg van fraude en vervalsing van cheques kwam mijn vader in de gevangenis terecht. Gedurende die periode is mijn moeder waarschijnlijk vreemd gegaan, met als gevolg dat zij zwanger werd. En later nog eens, waardoor zij weer zwanger werd. Maar mijn vader heeft die kinderen, die hij zelf niet verwerkt had, toch aangenomen als eigen kinderen. Toen mijn vader hersenvliesontsteking kreeg, waardoor hij nauwelijks meer kon werken en de verdiensten minder werden, is mijn moeder bij hem weggegaan. Dit heeft natuurlijk veel pijn bij mij veroorzaakt, ik miste mijn vader.

Mijn moeder knoopte connecties aan met een bordeelhoudster en die ging vaak op advertenties af van mannen die naar vrouwen zochten. Maar die mannen gebruikte zij in werkelijkheid ook om haar huis op te knappen. Zo kwam mijn stiefvader in beeld. Mijn moeder was een mooie vrouw en dus heeft hij voor mijn moeder gekozen. Hij was treinmachinist en mijn moeder was blij met een man die wat meer geld had en ook een vaste baan. Ook was hij kerkelijk meelevend. Ze zijn getrouwd en gingen in Arnhem wonen.

Al snel werd hij betrapt op winkeldiefstal en weigerde mijn moeder huishoudgeld te geven. Als gevolg daarvan kon zij geen kleren meer kopen en ging dus kleding stelen. Dat was iets wat ze niet voor ons verborgen hield. Zij nam ons dikwijls mee en dan zagen wij hoe onze moeder kleren voor ons stal, zonder er voor te betalen. Als kind voel je dan aan dat zoiets niet helemaal klopt, maar je kunt de echte betekenis van diefstal ook nog niet in de juiste context plaatsen.
Op een dag had ik op die manier nieuwe schoenen gekregen en ik was daar zo blij mee, dat ik ze meteen aandeed en de straat opliep. Maar mijn stiefvader liep achter mij aan en schreeuwde, “Naar binnen en die nieuwe schoenen uit.” Ik accepteerde dat niet en beweerde dat ik van mijn eigen vader altijd mijn nieuwe schoenen gelijk mocht aantrekken. Maar hij protesteerde dat ik nu niet bij mijn eigen vader was, en die schoenen dus meteen uit moest trekken. Dat voelde als kind heel onveilig.
Plots kwam er iemand bij ons inwonen: de zoon van mijn stiefvader. Wij wisten niet eens van zijn bestaan af; maar hij had zijn diensttijd erop zitten en kwam er dus bij in ons gezin. Wij merkten duidelijk dat hij zijn eigen zoon (Kees) meer voortrok. En Kees begon toen met mij intiem te worden. Ik was toen een jaar of acht. Ik moest vaak bij hem op schoot komen zitten en dan betastte hij mij in mijn onderbroek. Eens kroop hij bij mij in bed, liet mij zijn geslachtsdelen zien. Hij wilde natuurlijk dat ik ze ging betasten, maar dat durfde ik niet. Toen ik protesteerde en dreigde het aan mijn moeder te vertellen, werd ik omgekocht met een paar kwartjes. Zelfs het laatste restje veiligheid wat ik in bed dacht te hebben, was op die manier weggenomen.

Toen kwam er ineens nog iemand inwonen: Greet. Zij was een dochter uit het eerste huwelijk van mijn moeder en stond op de stoep. Ze kwam terug uit Amerika, was gedesillusioneerd en geestelijk in de war. Ik weet dat mijn moeder geld van haar had aangenomen toen Greet voor haar vertrek naar Amerika, in Amsterdam op de wallen werkte.
Deze halfzus van mij kwam nu dus ook bij ons inwonen. Mijn moeder heeft toen geprobeerd om Greet te binden aan Kees. Maar Greet wilde daar niets van weten. Dit heeft mijn moeder bijna altijd al gedaan. Altijd wilde ze haar kinderen aan iemand anders binden. Ik heb gemerkt dat ik dat later ook vaak heb gedaan, maar ben er achter gekomen dat dat natuurlijk niet goed is. Greet was zeer labiel en moest na verloop van tijd worden opgenomen in een gesloten inrichting. Daar ben ik samen met mijn moeder Greet een keer gaan opzoeken. Daar zag ik Greet liggen in een dwangbuis om te voorkomen dat zij zichzelf iets zou aandoen. O, wat was dat akelig om te zien als kind.

Op een gegeven moment is ze weer bij ons weggegaan en ging ze naar haar broer (Zander) in Amsterdam. Omdat zijn vrouw bij hem was weggegaan kon Greet dan op zijn kinderen en het huis passen. Maar later kwam de vrouw van Zander toch weer terug en bleef Greet over en kwam op straat te staan.
In die tijd ging mijn moeder ook wel op visite bij halfbroer Zander. Ik had wel leuk contact met zijn kinderen, maar niet met zijn vrouw. Na verloop van tijd was de vrouw van Zander zo gedesoriënteerd dat ze zichzelf van het leven heeft beroofd. Allemaal lugubere dingen als je nog maar een jaar of 10 bent.

Mijn stiefvader en moeder verhuisden naar Leeuwarden. De spanningen tussen hen liepen steeds verder op. Het gevolg was dat ze gingen scheiden.

Op 11 of 12 jarige leeftijd ging ik wel eens alleen naar Amsterdam met de trein, om mijn zuster Greet op te zoeken, omdat zij wel eens snoepjes of zoiets voor mij kocht. Op een keer nam zij mij mee naar een club van zwarte mensen, waar in heroïne en softdrugs werd gehandeld. Die lui zaten steeds aan mijn lichaam en dat vond ik niet leuk. Eén van hen vroeg me of ik lesbisch was, omdat ik zo afwerend was. Toen hij mij weer betastte, gaf Greet hem een klap midden in zijn gezicht.
Later ben ik daar opnieuw met Greet naartoe gegaan. Ze bleek toen een relatie te hebben met een andere bezoeker, waarvan zij ook heroïne kocht. Ze bleek inmiddels verslaafd te zijn.
Deze relatie van Greet daagde haar toen uit: als hij met mij naar bed mocht, dan zou Greet een dubbele portie heroïne krijgen. Greet ging vervolgens op de gang staan en ik ben alleen bij hem in de kamer gebleven. Ik had mijn zuster nog gevraagd, “Wat moet ik dan doen?” Ze reageerde:,”hij zegt wel wat je moet doen.” Weer een grote inbreuk op mijn jonge leven! Later, achteraf, bleek zij het dubbele portie niet eens te hebben gekregen.

Zo gebeurde er in die tijd nog veel meer: Greet werd in die club door meerdere mensen verkracht en later in een Amsterdamse gracht gevonden. Zelfmoord was de gedachte van de politie. Majoor Bosshardt heeft nog op haar begrafenis gesproken.
Ik kreeg een auto ongeluk waarbij mijn kaak verbrijzeld werd. Voortdurende ruzies tussen mijn moeder en mijn stiefvader.
Op mijn 12e kreeg ik al een relatie met een man van 32.
Mijn moeder wist ervan en heeft alleen maar tegen hem gezegd, dat hij wel een beetje moest oppassen omdat ik nog maar 12 jaar oud was.
Eén van mijn broers die in een pleeggezin is grootgebracht en die ook wel eens bij ons langs kwam, is vanaf een bepaald moment niet meer bij ons thuis gekomen omdat hij de ellende niet meer kon aanzien waar wij als kinderen in meegesleurd werden. In mijn tienerjaren heb ik zowel te maken gehad met boulimie als met anorexia. Op een bepaald moment zag ik er niet meer uit: een dik en opgezwollen gezicht waarvan ik zo schrok dat ik bang was om uit elkaar te ploffen.
Samen met andere tieners ging ik stelen. Ik werd steeds dieper de criminaliteit in gezogen en we werden kleine boefjes omdat de grenzen zoek waren. Sommige van mijn zussen gingen de prostitutie in. Ik begon daar ook mee op 13 jarige leeftijd. Mijn moeder heeft dat nooit erg gevonden. Zij heeft mij zelfs wel eens naar klanten toe gebracht en later weer opgehaald. We werden eigenlijk nooit gestraft of gecorrigeerd. In de ogen van mijn moeder waren de kinderen altijd lief, ook al hadden ze dingen gedaan die niet door de beugel konden. We werden echt grenzeloos.

Maar ik was diegene die gevoelsmatig het diepst kwam te zitten. Al mijn (half-)broers en - zussen hebben het nog ergens iets kunnen vinden om het leven het hoofd te bieden. De één door altijd de grapjas uit te hangen en het grootste woord te hebben. De ander zocht het in de verdovende middelen, weer een ander in de drank en criminaliteit . Maar één ding hebben ze gemeen: ze dragen allemaal een masker en doen zich allemaal anders voor, dan wie ze in werkelijkheid zijn. Maar mijn leven bevredigde me niet. Ook ik heb wel gestolen en verkeerde dingen gedaan, maar heb mij daar nooit helemaal in kunnen vinden, zoals zij. Ik wilde een gewoon leven.

Na meerdere vriendjes kwam ik Dukke tegen. Bij hem kreeg ik al snel het gevoel dat hij mij beschouwde als zijn bezit. Hij is de vader van mijn dochter Merlyn. Ik ontdekte dat hij heel veel problemen had. Eens zaten we samen in de kroeg en vroeg van mij een kus, maar ik wilde niet en kreeg meteen ik een kopstoot van hem. O, wat voelde ik mij vernederd. Hij was ook mijn pooier voor wie ik werkte. Als hij bier en jenever op had, dan werd hij heel agressief naar mij. Ik zou tientallen pagina’s kunnen vullen met wat ik met hem en al mijn volgende vriendjes en pooiers heb ondergaan.
- Fysiek geweld,
- prostitutie in allerlei vormen,
- volledige controle door pooiers die altijd in de directe omgeving waren.
- een pooier die er trots op was dat hij een kind van de duivel was;
- een wapen bij me dragen om me te beschermen tegen geweld van een andere pooier. Ik was een speelbal geworden van ruzies tussen pooiers. Vuurwapens in mijn hand gedrukt krijgen, voodoo-praktijken; ik heb er allemaal mee te maken gehad…Etcetera.

Desoriëntatie, angst en schuldgevoelens leidden ertoe dat ik zelfs in een psychiatrische inrichting terecht kwam. Waardoor mijn dochter Merlyn bij me weggehaald werd, omdat ik niet goed voor haar kon zorgen. Mijn verantwoordelijkheidsgevoel stond op zo'n laag pitje, dat ik daar niet zo moeilijk over deed. Ik dacht bij mezelf dat ze wel weer een keer terug zou komen. Mijn geest en ziel waren zo verwrongen en gekneed in een roes van ellende, dat elk normaal gevoel of gedachte van mij waren afgepakt.

Na mijn ontslag kon ik via de GGZ ergens een kamer huren. Terwijl ik daar nog maar net mijn intrek had genomen kreeg ik het bericht dat ik nog 30 dagen moest zitten voor een delict wat jaren daarvoor had plaatsgevonden. Ik had het gevoel dat er gewoon geen einde aan kwam. Na elke verlichting kwam er opnieuw ellende om de hoek kijken.

Op een keer werd ik betrapt bij diefstal in de Hema. Die man die mij betrapte beweerde dat ik mij moest laten helpen want als ik zo vijf jaar zou doorgaan dan zou ik er waarschijnlijk niet meer zijn. Ik ben toen in therapie gegaan. Ik heb die therapie niet helemaal kunnen afmaken. Maar mijn ogen waren wel opengegaan voor het feit dat al mijn broers en zussen en ook mijn moeder vol problemen zaten en geholpen moesten worden. Vanaf dat moment was ik overdreven bezorgd over hen. Tijdens die therapie, zo heb ik achteraf vastgesteld, is mijn gevoel op hol geslagen. Ik dacht echt dat ik hun ogen zou kunnen openen door wat ik op mijn therapie ontdekt had. Ik werd zo gevoelig dat ik alleen nog maar gevoelsmatig leefde. Ik handelde op mijn gevoel, ik dacht met mijn gevoel. Mijn gevoel werd de leidraad van mijn leven, ik dacht dat die gevoelens op waarheid gebaseerd waren. Het is geen wonder dat dit voor de mensen om mij heen heel verwarrend was. Ik was onhandelbaar en werd door alle winden heen en weer geslingerd. “Echte” vriendinnen heb ik eigenlijk nooit gehad. Nu weet ik dat verstand en gevoel samen kunnen gaan, maar dat “verstand” toch de belangrijkste factor moet zijn in het nemen van keuzes. Maar dat wist ik toen nog niet.
Ik raakte echt helemaal in de war. Ik wilde graag een normaal leven, maar dat lukte niet met mijn moeder, broers en zussen om mij heen. Ik kon hen niet loslaten omdat ik het gevoel had dat ik hen moest helpen. Ik raakte ook weer door hun manier van leven verstrengeld en gevangen, ik werd teruggetrokken in hun web. Ik kwam niet vrij. En een relatie met een volgende man bracht mij nog verder bij af.

Maar toen leerde ik Meindert kennen. We hebben elkaar ontmoet in een bar. Deze jongen was normaal en zat niet in de criminaliteit. Hij zag hoe moeilijk ik het had en wilde mij helpen. Hij beloofde: ”Ik wil graag met je trouwen en je zekerheid en vastigheid bieden. Uit dit huwelijk is mijn zoon Kevin geboren. Meindert’s ouders waren gelovig en bij hen hoorde ik weer iets over Jezus. Dat deed me weer herinneren aan vroeger.
Maar ik kon absoluut niet tegen die vredige rust die er bij die mensen heerste. Als ik bij hen thuis was, had ik na een half uur al het gevoel dat ik daar weg wilde vluchten.
Al snel bleek dat ik nog zo vast in mijn verleden zat, dat Meindert het op laatst ook niet meer aankon. Toen ik op een keer weer zo onrustig was, zei hij tegen mij: “Ingrid, ga maar naar buiten en roep maar op straat wat ze jou allemaal hebben aangedaan ” Hij was ook ten einde raad. Wij zijn toen gescheiden. Later wilde Meindert het opnieuw met mij proberen, maar ook de rechter was van mening dat dat niet wijs zou zijn.

Toen ben ik 4 jaar alleen gebleven samen met mijn zoon Kevin. Nog steeds leefde ik op mijn gevoelens waarvan ik dacht dat die op waarheid gebaseerd waren. Mijn broers en zussen hadden nog een masker op kunnen zetten om te kunnen overleven. Maar daar ben ik nooit aan toe gekomen, mensen konden mij dan ook moeilijk peilen. Wel zeiden ze vaak: “Ingrid haar hart is wel goed.” Dus ondanks mijn verwarrende karakter bespeurden ze toch dat mijn hartsgesteldheid goed was.. Ik werd gewoon een slaaf van mijn gevoelens.

Rienkje, een vriendin, die ik later had leren kennen, heeft mij eens meegenomen naar de kerk, omdat zij met mij begaan was en dacht dat een kerkbezoek wel goed zou zijn voor mij. Tijdens de dienst werd er gevraagd of er mensen waren die hun hart aan de Heer wilden geven. Toen ben ik naar voren gelopen. Vanaf dat moment voelde ik mij goed en sterk en merkte dat ik niet meer zoveel angst had als voorheen. Maar het duurde niet lang en ik viel weer terug. Ik was door wanorde, onrust en gejaagdheid in mijn hoofd gewoon niet in staat om regelmatig de kerkdiensten te bezoeken. Ik was nog zo gebonden aan mijn verleden. Maar één ding weet ik zeker: God heeft mij vanaf die tijd nooit meer losgelaten.

Ongeveer een half jaar na mijn bekering kwam mijn moeder naar me toe met de opmerking: “Ingrid, je bent nu al 4 jaar alleen, waarom zet je niet een advertentie in de krant, dat je een serieuze en betrouwbare man zoekt?”. Dat heb ik toen ook gedaan en ik kreeg veel reacties. Mijn eerste dates vielen niet in goede aarde en toen stelde iemand de vraag waarom ik niet eens een afspraak maakte met ‘die Henk’. Dus dat heb ik gedaan. Hij stond voor mijn deur en ik was onder de indruk van hem. Dus hij kwam binnen en het ging allemaal zo goed. Maar heimelijk was ik bang dat als hij er achter zou komen wat ik allemaal heb meegemaakt, hij zeker niets meer met mij te maken zou willen hebben. Hij was erg gelovig en ik maar een beetje. Tenminste…., zo dacht ik. Maar nu weet ik dat God mij toen al zag als Zijn volwaardig kind. Ik had alleen die kennis nog niet, maar God wist dat ik me met volle overtuiging aan Hem had overgegeven.
We hebben elkaar nog een paar keer ontmoet, maar mijn verleden speelde steeds weer op met als gevolg dat we regelmatig ruzie hadden. Toen het weer een keer zo ver was, ben ik boos uit huis gestapt om mijn zoon Kevin van school te halen. Terwijl ik dat deed heeft Henk tot God gebeden en gevraagd: “Heer, moet ik bij haar blijven, want wij hebben alweer onenigheden.” Toen hoorde of voelde hij heel duidelijk op één of andere manier. BLIJF. Ik ben toen later met Henk in Drachten gaan wonen.
De eerste keer dat we samen naar de kerk gingen, kreeg ik ook meteen een profetie van God. De Heilige Geest had al een paar dagen voorafgaand aan die zondag aan een man te kennen gegeven dat er een vrouw in die samenkomst aanwezig zou zijn voor wie dat woord bestemd was. In die bijeenkomst zei hij, dat God tegen hem had gezegd dat hier een vrouw zou zitten die in een soort web gevangen zit en dat het haar niet lukte om er uit te ontsnappen. Ze wordt als het ware elke keer door een elastiek weer teruggeworpen in dat web. Ik wist meteen dat die profetie voor mij bestemd was en begon te huilen. We zijn getrouwd in 1996. Via de neef van mijn man zijn we later in contact gekomen met een andere gemeente in Drachten, waar ik ook verdere begeleiding kreeg.

De eerste 15 jaar van ons huwelijk waren zeer zwaar en moeilijk. Ik hoopte dat ook de familie van Henk goed voor mij zou zijn. Maar zijn vader heeft zulke rare opmerkingen gemaakt over mij, dat ik de gehele familie ging wantrouwen, niemand uitgezonderd. Ze waren ook niet gelovig, behalve de zuster van Henk. Door die opmerkingen die zijn vader naar mij uitte, werd ik weer heel opstandig en voelde mij opnieuw niet veilig. Vaak moest Henk er dan weer tussen springen en bemiddelen tussen één van zijn familieleden en mij. Altijd probeerde hij hen uit te leggen wat ik allemaal in het verleden had meegemaakt en dat ik geen kwade gezichten maar begrijpende blikken nodig had. Ik probeerde God wel vast te houden maar dat ging zo moeilijk. Vaak wilde ik niets meer met God en de bijbel te maken hebben. Vooral als ik mensen tegenkwam die wel gestudeerd hadden, maar niet geloofden, was ik weer geneigd hen te volgen. Ik dacht ook vaak dat mijn man ze zag vliegen met dat geloof. Ik gaf hem ook vaak de schuld, wanneer ik weer een sterke drang voelde om tot God te gaan. Ik reageerde dan boos naar hem: ”Wil je daar mee ophouden om mij in dat geloof te trekken?”. En dit is zo vaak gebeurd en we hebben er zo vaak ruzie om gemaakt. Nu realiseer ik me, dat God mij riep door de Heilige Geest om mijn gehele leven in zijn handen te geven. Maar ik was nog zo verward en leefde nog zo op mijn gevoel dat ik als een pingpong bal heen en weer werd geslingerd. Alles schreeuwde in mij. Ik zat vol angsten en vertrouwde niemand, ook Henk niet. Het is zwaar om op zo’n manier 15 jaar met elkaar samen te leven.

Na 15 jaar ging het gelukkig wel een beetje beter, maar nog verre van goed. Gedurende 12 jaar heb ik bij het GGZ gelopen en ik dacht dat die begeleiding mij echt hielp. Natuurlijk heb ik wel steun aan die gesprekken gehad omdat elke vorm van aandacht verlichting brengt. Alleen het probleem is dat ze je leren om met problemen om te gaan zonder er al te veel onder te lijden. Maar het probleem oplossen, doen ze niet. Ik ontdekte dat pas toen ik probeerde te stoppen met Prozac. De eerste tijd ging het nog goed, maar toen werd ik weer helemaal onrustig in mijn hoofd. Angst bevloog mij weer. Ik verslikte mij toen ook nog in een pil, waardoor ik zo veel angst voor slikken ontwikkelde, dat ik tien kilo ben afgevallen. Ik vertrouwde voorheen meer op het GGZ dan op God, maar nu zag ik dat die twaalf jaren bij het GGZ mij eigenlijk helemaal niets hadden opgeleverd. Ik zag nu duidelijk dat wat de wereld mij ook aanbood, mij geen stap verder hielp. En dus besloot ik eens en voor altijd God te dienen. En zo is de bal verder gaan rollen en ben ik met “Celebrate Recovery” in aanraking gekomen.

De eerste keer was het eigenlijk onmogelijk om naar ‘Celebrate Recovery” te gaan. Ik voelde een soort geestelijke tegenwerking, die mij als het ware verlamde.
Maar God wist ervan. Want Henk was diezelfde avond thuis. Dat was bijzonder want hij was bijna nooit thuis. Die eerste avond heeft hij mij er naar toe gebracht en ook weer opgehaald. Ook de daarop volgende keren voelde ik nog zo'n verlammende werking in mij. Het leek wel alsof iemand mij wilde tegenhouden om te gaan. Maar Henk heeft mij ook toen via de telefoon ondersteund en zei dat het voor mij zeer belangrijk was om te gaan. Als ik daar in C.R. was, verzette zich alles in mij. Ik was zo gespannen dat ik gedurende de eerste maanden zelfs niet in staat was om de koffie die mij werd aangeboden, op te drinken.. Henk heeft mij zeker de eerste 3 of 4 keren via de telefoon moeten ondersteunen, om voor mijn eigen bestwil te gaan en te blijven.

Ik had in begin veel moeite met de wederzijdse verplichting van geheimhouding; dat alles wat we met elkaar deelden op geen enkele manier mocht worden doorverteld aan iemand anders. Mijn veronderstelling was dat ik dan ook niets aan mijn man mocht vertellen, en hij was de enige aan wie ik iets kwijt kon. Vroeger bij ons thuis schreeuwde ik mijn frustraties er uit en nu werd dat mij gevoelsmatig afgenomen. Dit was mij nog nooit overkomen en ik was bang dat ik de hele boel weer in de war zou schoppen. Ik vroeg me af hoe ik dat vol zou kunnen houden..
Ook had ik moeite met het feit, dat de ene keer veel aandacht naar mij ging en de daarop volgende week naar iemand anders. Had dan het gevoel dat ik er niet meer toe deed. En ook dat het humeur van sommigen de ene week anders was dan de daaropvolgende week.

Ik moest duidelijk heel erg wennen aan deze nieuwe manier van omgaan met elkaar. Soms was het verwarrend en soms bemoedigend. Wat ik bijvoorbeeld fijn vond was dat ik met iemand die werkte aan haar eetstoornis, heel goed kon praten. Ik kon mijn eigen ervaringen met haar delen, omdat ik vroeger ook een eetstoornis had gehad.
Ook waren de gebedskaartjes die je kon invullen heel bemoedigend en stimulerend.
En de gebeden in de groepen zelf hebben heel veel genezing teweeggebracht en ook het persoonlijk gebed wat je kon aanvragen. Ik begon mij steeds meer thuis te voelen in Celebrate Recovery. Ik heb ervaren dat er naar me geluisterd werd als ik mijn positieve of negatieve ervaringen deelde. Het bijzondere aan de groep vond ik dat er nooit veroordeling was. Ik ervoer gewoon dat wij mochten groeien in kennis en inzicht van hoe te handelen in bepaalde situaties. Maar ook dat we samen een eenheid waren en begripvol naar elkaar toe reageerden .

Ook die overdreven bezorgdheid om mijn moeder en broers en zussen, leerde ik los te laten en in Gods handen te geven. En dat ik nu echt aan mijn eigen herstel mocht werken, zonder mij schuldig te voelen. Ook mijn coach leerde mij ontdekken dat ik soms dingen deed die schadelijk voor mij waren. Zij maakte mij duidelijk dat het schadelijk voor mij was, maar ook voor die ander. Voorbeeld; Als ik en Henk ruzie hadden, dan zei ik heel gemakkelijk: “Ik ga bij je weg.” Zij maakte mij duidelijk dat zo’n uitspraak zeer schadelijk was voor ons huwelijk, want om een ruzie ga je niet scheiden. Zo’n opmerking heeft een nadelig effect op mijn man, omdat hij zich daardoor afgewezen voelt, wat zich op de harde schijf van zijn ziel kan nestelen. Ik ontdekte dat ik hem op die manier manipuleerde om mijn zin door te drijven. Ook maakte mijn man soms bepaalde opmerkingen, waarvan ik dacht dat hij dat deed om mij te plagen. Zij liet mij zien dat hij helemaal niet de behoefte heeft om mij te plagen, vanwege het feit, dat hij van mij houdt. Door het delen in de open deelgroep en mijn persoonlijke coach, leerde ik gevoel en verstand van elkaar te scheiden.
Toen ik net een paar maanden deel nam, werd er afgesproken om met samen met alle “C.R. ” deelnemers uit eten te gaan. Ik heb toen heel eerlijk aangegeven dat ik dat nog niet aankon, omdat ik mij nog niet zo veilig voelde. Toen zijn ze mij allemaal tegemoet gekomen en hebben besloten om dat etentje gewoon in de kerk te houden. O. wat deed mij dat goed. Steeds vaker begon ik het fijn te vinden om naar die groepen toe te gaan. Ik begon gewoon van ze te houden.
Ter afsluiting van de groepsperiode mochten wij voor elkaar een cadeautje maken of kopen met een boodschap en bemoediging. Wij hadden ook allemaal een potje gekregen van een groepsleidster met papiertjes erin, waarop een tekst stond. En elke donderdag mochten wij er een papiertje uithalen ter bemoediging en daar heb ik echt zoveel aan gehad.
Ben God ook dankbaar dat het mij niet allemaal zo makkelijk werd gemaakt, zodat ik een duidelijk beeld van mijzelf kreeg en wist wie ik in werkelijkheid was. Vooral als je een spiegel voorgehouden wordt, kan dat zeer confronterend zijn. Onder Gods leiding onderzoek ik mijn leven op een open en eerlijke manier.
Ook heeft God Celebrate Recovery gebruikt om me aan Hem vast te houden. Ik heb daar de genezende werking van de Heilige Geest zo sterk in mij gevoeld.
Stap twee van CR luidt: Ik geloof dat God bestaat, dat ik belangrijk voor Hem ben en dat Hij kracht heeft om mij te herstellen. Ik zou iedereen willen aanraden: bespaar je de moeite om te proberen te herstellen buiten God om. Het zal je behoeden voor veel ellende en jaren van frustratie.

Ik voel mijzelf nu hersteld door het werk van God en merk dat ik nu veel beter met andere mensen kan omgaan dan vroeger. Ik kan hen ook veel meer waarderen dan voorheen. Dat geeft zo’n volwassen gevoel.
Nog een paar klein wondertjes: ik heb na vele jaren ook weer contact met mijn dochter. En mijn zoon maakte laatst een enorm bemoedigende opmerking :”Mam, je hebt 12 jaar bij het GGZ gelopen en het heeft eigenlijk helemaal niets met je gedaan. Maar sinds je bij C.R. zit, gaat het echt goed met jou.”

Dit wil ik nog even kwijt: Ook al zijn de wonden nog zo groot. Het geeft ons geen vrijbrief om andere mensen hun leven te kunnen verwoesten. Daarom; kom bij God en Hij zal alles helen. Mijn moeder is naar God gegaan tussen haar vijfentachtigste, en nu op haar negentigste jaar heeft ze aan mij verteld “zomaar onverwachts”, welke erge dingen haar zijn overkomen op twaalf jarige leeftijd. Deze pijn heeft ze haar hele leven meegedragen. Maar door Gods genade heeft zij dat in het licht kunnen brengen. Zo heeft een geweldig herstel plaatsgevonden tussen mij en mijn moeder.

Mijn favoriete Bijbeltekst is geworden: .

ZO GOD VOOR ONS IS, WIE ZAL TEGEN ONS ZIJN?
MIJN VREDE LAAT IK BIJ U ACHTER. DIE VREDE IS HEEL ANDERS DAN DIE VAN DE WERELD. WEES DUS NOOIT BANG OF ONGERUST. ( HET BOEK.)

Ik wil geen leven meer zonder God.

Hartelijk dank dat ik mijn Persoonlijk Verhaal met jullie mocht delen.

Hersteld van een traumatische ervaring in mijn jeugd

Mijn naam is Beatrice en ik ben hersteld van een traumatische ervaring in mijn jeugd.
Geboren in het oosten, kom ik uit een groot gezin met elf kinderen.
Mijn vader was de groenteboer van het dorp. Mijn moeder zorgde voor de kinderen en maakte alle kleding zelf.
Breien en naaien kon ze heel goed.
Toen ik geboren werd, was ik niet gewenst. Dat was iets wat ik uiteraard pas veel later ontdekte. De anticonceptie had gefaald en het gevolg was een ongewenste zwangerschap. Ik was de 5de in het rijtje van de kinderen. En dus niet gewenst door mijn moeder. We hadden het niet breed en iedere mond was er eentje. Ik werd vernoemd naar de moeder van mijn vaders kant.
De eerste 6 jaar van mijn leven werd ik veelvuldig te logeren gebracht naar vrienden van mijn vader. Het huis was vol genoeg met drie kinderen en daarom maakten mijn ouders al snel dankbaar gebruik van logeerpartijtjes om er maar voor te zorgen dat het huis niet te vol was en er niet teveel monden waren om te eten. Ironisch genoeg werden na mij nog zes kinderen geboren.
Het echtpaar waar ik naartoe werd gebracht om te logeren hadden vier jongetjes. Bij hen was ik altijd welkom. Het waren hele lieve mensen.
Thuis werd steeds verteld dat ik een lastig kind was en daarom vaker uit logeren ging. Dat was dus wat andere broers en zussen van mij te horen krijgen: lastig. Daar lag een ondertoon in van: “we zijn haar liever kwijt dan rijk”
Aan het logeren kwam een eind toen we naar Groningen gingen verhuizen
Daar hebben we anderhalf jaar gewoond.

Toen zijn we naar Amersfoort verhuisd. Dat was een hele moeilijke periode voor mij. Veranderingen volgden elkaar in snel tempo op. Van het ene huis naar het andere huis, van de ene school naar de andere school. Aan dat soort veranderingen had ik een broertje dood. En ook thuis was er regelmatig gezinsuitbreiding. Iedere anderhalf jaar werd er een kindje geboren, dat vond ik prachtig.
Dat had echter ook andere consequenties. Al heel snel werd ik ingeschakeld voor allerlei klusjes. Hoe reëel dat was in onze thuissituatie kan ik moeilijk beoordelen. Mijn gevoel was dat ik eigenlijk de werkster was die mijn moeder zoveel mogelijk werk uit handen moet nemen. Het lijkt mij niet gegund om kind te zijn. Ik moest thuis allerlei klusjes doen.
Mijn zusje die anderhalf jaar jonger is, was mijn moeders lievelingetje.
Zij haalde allerlei kattenkwaad en streken uit. Niet echt gemeen, maar wel reden genoeg om haar te straffen. Dat gebeurde dan ook wel maar …. Het gebeurde nogal eens dat ik de schuld en de klappen kreeg van de dingen die zij had uitgevreten.
Ik keek met verbazing op naar mijn jongere zusje, wat zij allemaal durfde. Ze zocht regelmatig de grenzen op en ging daar ook toch wel vaak overheen. Op enige andere manier kleefde het niet aan haar, maar aan mij.
Ik was vreselijk bang voor mijn moeder. Ik kreeg het zowel verbaal als fysiek af en toe flink te verduren. Ik wist niet wat te doen, voor een aai over mijn bol of een complimentje. Die kreeg dus ook eigenlijk nooit, terwijl ik wel mijn best deed.

Daarna verhuisden we naar Haarlem.
Daar stond mijn moeder ook in de winkel, en waren we als kinderen op elkaar aangewezen.
Na de lagere school, ging ik naar de huishoudschool. Daar heb ik 1 jaar op gezeten.
Toen moest ik thuis in de huishouding gaan werken om het daar draaiende te houden.
Ik moest thuis hard werken, maar hoe goed ik ook mijn best deed, het was nooit goed genoeg.
Het maakte eigenlijk niet uit hoe goed iets schoon was, er was altijd wel een streepje of een krasje zichtbaar. En op de gestreken was, was altijd nog wel een plekje te vinden wat niet geraakt was.
Mijn moeder was in mijn beleving heel streng.
Ik herinner mij nog een keer dat mijn vader thuis kwam met de vraag, wie heeft de was zo keurig gestreken? Welke dochter heeft dat gedaan?
Ik was toen 13 jaar. Ik zie nog de stapels wasgoed voor me. Maar wat was ik blij dat mijn vader trots op mij was.

Mijn ouders hadden altijd contact met de voormalige buren uit het noorden gehouden.
Als hun dochters weleens bij ons kwamen logeren, was het altijd dolle pret, een feest voor allemaal.
Toen zij een keer weer opgehaald werden, mocht ik met hen mee om daar een poosje te logeren.
Hoofdzakelijk omdat mijn moeder vaak met mij overhoop lag, dan had zij even rust. Maar ik vond het prachtig, dat gaf me even lucht om uit die benauwende omgeving van thuis weg te kunnen.
Gedurende die logeerweek gebeurde er iets bijzonders. De oma van die familie was pas overleden, daarom gingen we naar de begraafplaats van dat dorp. Gewoon om het graf van die oma te bezoeken met elkaar. Terwijl we daar over de begraafplaats liepen gebeurde er iets heel ingrijpends met mij. Ik schrok heel erg. Want ik stond opeens stil voor een graf waar mijn naam op stond vermeld .. een babygrafje met mijn naam erop. Ik wist niet wat mij overkwam.
De buurmeisjes waren verbaasd dat ik zo schrok en zeiden: je weet toch wel dat hier je overleden zusje ligt begraven? Nee dat wist ik dus niet.. Ik heb een paar beroerde dagen gehad totdat ik weer terugkeerde naar huis.
Het eerste wat ik aan mijn moeder vroeg toen ik weer thuiskwam is waarom ik niets wist van een overleden zusje. In plaats van een uitleg reageerde mijn moeder met een pak slaag. Waar ik het lef wel niet vandaan haalde om die vraag te stellen.
Toen ben ik naar mijn vader in de winkel gegaan met die vraag. Hij reageerde met de woorden: “Ik vertel het 1 keer, en daarna moet je er niet meer over praten.”
Voordat jij kwam hadden we ook een Beatrice, zij was nog erg jong en werd op een bepaald moment ziek. Pappa moest toen snel een dokter halen die in een ander dorp woonde. In die tijd hadden we nog geen mobiele telefoons, zelfs geen eigen telefoon. Eerst moest hij in dat andere dorp de dokterswoning nog ergens zoeken, en toen die gevonden was, bleek de dokter niet thuis. Want de dokter was ergens bij mensen met een bevalling bezig. Als dat voorbij was, zou hij zo snel mogelijk naar ons toe komen. Voordat de dokter arriveerde was jouw zusje al overleden. Mijn moeder is toen heel boos geworden, en zij heeft mijn vader er de schuld van gegeven dat de dokter te laat kwam. Zij schoof dus de schuld van het overlijden in de schoenen van mijn vader. Mijn vader heeft zich daarover ook altijd schuldig gevoeld, vandaar dat hij er maar één keer over wilde praten.
Dat verhaal sloeg bij mij in als een bom. Het was het geheim wat kennelijk nooit besproken wordt en verborgen moest worden gehouden voor de kinderen. Weggestopt door mijn vader en moeder uit angst, boosheid, schuldgevoel en frustratie.
Hierover heb ik toen met niemand kunnen praten. Ik was deelgenoot geworden van hun geheim maar had er een fors probleem bij gekregen, want nu moest ik ook zwijgen. Er mocht immers ook nu nog steeds niet over gesproken worden.
Naar mijn moeder toe deed ik mijn werk zo goed mogelijk. Ik probeerde bij haar liefde en genegenheid te vinden, maar dat mislukte steeds. De emotionele afstand tussen ons werd alleen maar groter.
Niet als mijn vader erbij was. Mijn vader hoorde ik vaak uitspreken dat ik meetelde. En dat hij mij waardeerde.
In die tijd greep ik vaak naar gezinsfoto's met de vraag of ik wel bij deze familie hoorde.
Want waarom ben ik een buitenbeentje? Waarom voelt het voor mij niet als een veilig thuis.
Ik lijk wel op mijn vader, maar had ik ook wel iets van mijn moeder. Toch voelde ik mij afgewezen. Ik telde niet mee. Af en toe moest ik nog wel eens terugdenken aan het sprookje van Assepoester. Ik voelde mij de Assepoester binnen het gezin.
Mijn oudere broers en zus waren druk met school en werk, daar praatte ik weinig mee gedurende die periode. Zij waren trouwens ook niet in mij geïnteresseerd.
Ik raakte in mezelf gekeerd. En bouwde een muur om mijn hart om mijzelf te beschermen.
Toen ging mijn oudste zus trouwen, wij moesten allemaal nieuwe kleren gaan kopen. Ik mocht een nieuwe jurk kopen, mijn vriendin ging met mijn mee om er eentje uit te zoeken. Ik kocht een prachtige jurk voor 34 gulden, ik had 50 gulden meegekregen. Dus ik vond dat ik het heel netjes had gedaan.
Huppelend ging ik naar huis zo blij was ik. Thuis laat ik vol trots mijn net gekochte jurk zien.
Mijn moeder was boos, heel boos, ik moest die jurk terug brengen. Hoe kon ik nou zo'n jurk kopen. Hoe haal je het in je hoofd!
Ik snapte er niets van, een keurige jurk. Representatief en, zoals dat toen nog van een zedig meisje werd verwacht: netjes over de knieën. Ik begreep er helemaal niets van.
Ik heb hem al huilend terug gebracht, wat een domper. Wat een pijn en wat een teleurstelling. De volgende dag kwam mijn jongere zusje de kamer in om haar nieuwe jurk te laten zien – je gelooft het niet - het was dezelfde jurk die ik terug had moeten brengen. Ik was heel verdrietig en heb heel wat af gehuild.
Met een kennis van mijn moeder moest ik toen daarna een andere jurk gaan kopen. Niet mijn eigen keuze, niet mijn eigen smaak. Ach, ik hoorde er niet bij, wat ik ook doe, het is nooit goed. Ik moet het er mee doen!
Ik ging uitkijken naar mijn 18de verjaardag, dan kon ik het huis uit. Dan kon ik de vrijheid in en zou ik verantwoordelijk worden voor eigen leven. Het werd voor mij een inmiddels onhoudbare toestand.
Ik maakte mijn opleiding gezinsverzorgster af en ging als zodanig in het midden van het land werken. Ik ging daar op kamers, en had het naar mijn zin, en mocht “in overleg met mevrouw” een lang weekend per maand naar huis.
Het echtpaar waar ik als baby en kind veel had “gelogeerd” kwam ieder jaar een keer bij mijn ouders op visite. Dan belde mijn moeder mij dat ik ook thuis moest komen omdat dit echtpaar ook mij wilde ontmoeten.

Ik trouwde met Arend en we kregen 3 kinderen. Bij alle geboorten kwam het tot wrijving met mijn moeder. Was het de ene keer omdat mijn man niet van de “goede kerk” was, dan was het wel dat de baby bij het opdragen in de kerk wel een doopjurk aan moest. Het was de gewoonte dat je zo'n doopjurk meekreeg.
Mij werd te kennen gegeven dat ik niet moest denken dat ik die jurk mocht houden, zij had hem niet gemaakt, maar te leen gevraagd.
In ons huwelijk werd de relatie met mijn moeder er niet beter op. Enkele jaren later heb ik het contact met mijn moeder verbroken. Mijn vader was inmiddels overleden. Hij was nog maar 61 jaar.
Wij zijn toen naar mijn moeder gegaan en we hebben verteld dat als de relatie niet anders kan, dat we zouden stoppen met elkaar over en weer te bezoeken.
Ze had het niet verwacht, maar als ik dat zo zag was het goed zo en moesten we maar stoppen.
Mijn moeder is nu ook alweer ruim 10 jaar overleden

Ik dacht die moeilijke periode in mijn leven te hebben afgesloten. Maar het knaagde nog altijd. Het was alsof er een wond in mijn hart zat die nooit is geheeld. En zeker als ik geconfronteerd werd met beelden waarop moeders en dochters op een liefdevolle wijze met elkaar optrokken, deed me dat erg pijn. Ik heb toen eigenlijk ook wel ervaren dat de tijd dus niet alle wonden heelt. Integendeel. Het bleek bij mij een open wond te blijven. Bij de opvoeding van mijn eigen kinderen heb ik zeker niet alles goed gedaan. Maar één ding is wel zeker: we hebben een goede relatie met elkaar.

Op een gegeven moment ging ik op advies van een pastorale werker in therapie om de traumatische ervaringen uit het verleden te verwerken. Een aardige man, hij kon goed luisteren. Hij heeft me ook wel een beetje geholpen om naar sommige dingen anders te kijken. Het bleek niet een echte oplossing en ik had me er eigenlijk bij neergelegd dat ik die pijn de rest van mijn leven met me mee zou moeten dragen. Toen adviseerde iemand mij naar Celebrate Recovery te gaan. Wat is dat nou weer? Het was bovendien iets waarvoor ik meer dan een half uur zou moeten rijden. Hoeveel consulten zou ik daar weer moeten hebben? Na bestudering van de website had ik besloten dat dat niks voor mij was. Dat waren niet eens professionals. Nee,….. Ik zou me wel redden. Toen kreeg ik de film “Leven in Vrijheid”. Die raakte me erg. Het waargebeurde verhaal van de man in de hoofdrol leek wel een beetje op mijn leven. Hij had problemen gehad met zijn vader en zijn moeder was jong overleden. Bij mij was het alleen andersom. Op de cover van deze film stond opnieuw een verwijzing naar Celebrate Recovery. Uiteindelijk leek ik wel een beetje op Naaman, die weigerde om zich onder te dompelen in de Jordaan. Ik had opnieuw besloten dat dat CR programma helemaal niets voor mij was. Maar toch liet het mij niet los. Was het de heilige Geest, die mij duidelijk maakte dat daar de oplossing misschien wel zou kunnen liggen?
En waarom hadden wij dat programma dan niet in onze eigen kerk?

Na een half jaar ben ik toch maar in de auto gestapt. Er vast van overtuigd dat ik alleen maar een keertje zou gaan kijken. De eerste keer zat ik er als toeschouwer bij, voelde me wel geaccepteerd, maar begreep niet zoveel van wat er gebeurde. Ik werd na de pauze uitgenodigd voor de nieuwkomersgroep. Ik was de enige die daarvoor in aanmerking kwam en dacht erover om naar huis te gaan. Maar iets weerhield mij. Achteraf kan ik wel zeggen: Iemand weerhield mij. Wat me wel aansprak was dat ik net zo vaak mocht terugkomen als ik wilde, zonder de verplichting om echt deel te gaan nemen.
Mijn man vond het prima. Hij zag de pijn en het verdriet uit het verleden in mijn leven regelmatig terugkomen. Later vertelde hij dat hij ook gebeden had dat dit programma mij zou gaan helpen.

Ik ging terug, en nog een keer en nog een keer. Op een bepaalde avond was er een video waarop iemand haar getuigenis deelde. Sommige van die gebeurtenissen in haar leven troffen me diep. Maar wat me het meest verbaasde was dat daar geen vrouw stond die gebukt ging onder een last, maar echte vreugde uitstraalde.

Toen ging ik om en kocht mijn eerste deelnemers boekje. Ik besloot ook deel te gaan nemen aan de open deelgroep. Zo noemen ze het gedeelte na de pauze. Wat me daar opviel was dat ik terechtgekomen was in een groep met vrouwen die aan de buitenkant gelukkig leken te zijn, maar in werkelijkheid allemaal met pijn, verdriet of verkeerde gewoonten worstelden. Sommigen zaten er al bijna anderhalf jaar, anderen nog maar enkele maanden. Langzamerhand durfde ik ook mijn eigen verdriet, frustratie en boosheid te vertellen.
Dit was een veilige omgeving; we beloofden elkaar immers iedere avond dat we niets zouden vertellen aan anderen buiten de groep. Dat vond ik heel bijzonder, want ik was altijd erg op mijn hoede geweest over wat ik vertelde.
Er zijn twee dingen die heel belangrijk voor me waren: ik had het CR dagboekje gekocht met overdenkingen uit de bijbel. Daar ben ik gewoon maar mee begonnen: 60 dagen lang.
En ik voelde steeds duidelijker dat God aan het werk was in de levens van de deelnemers. Nee, dit was niet professioneel……. De teamleidster vertelde dat ook: ze benadrukte regelmatig dat zij als kerk het programma faciliteerden, maar dat de enige die werkte, dat was God de heilige Geest. En dat heb ik gemerkt. Laag voor laag kwam de kern van mijn problemen te voorschijn.
Ik durfde… Want dit was een plaats waar maskers afgingen. Mensen waren zo eerlijk en zo transparant. Dit had ik eigenlijk nog nooit meegemaakt. Ik begon steeds meer uit te zien naar de avonden. Met behulp van de CR bijbel , de deelnemers gidsen en mijn coach merkte ik dat God opnieuw dingen in mijn leven aan het doen was. Ik heb uiteindelijk bij stap zes de keuze gemaakt om mijn moeder te vergeven voor wat ze heeft gedaan. Dat was moeilijk, maar wat een bevrijding. God maakte in mijn leven waar, wat Hij belooft.
De onderwijs avonden vind ik eigenlijk nog steeds heel bijzonder. Wat me opvalt is dat algemene Bijbelse waarheden die ik in mijn kerk al tientallen keren gehoord had, praktisch gemaakt werden bij CR.
Mijn leven werd stapje voor stapje vernieuwd. Wat mij bijzonder heeft getroffen was dat God de pijnlijke herinneringen langzamerhand heeft laten vervagen. Mijn man, mijn kinderen, vrienden en kennissen hebben al meerdere opmerkingen gemaakt dat ze zien dat ik aan het veranderen ben. In de positieve zin.
Ik ben erg blij met mijn coach. Zij heeft mij op moeilijke momenten erdoor gesleept. Daar wil ik je ook op deze plaats voor bedanken, Cora. Zonder jou had ik de eindstreep zeker niet gehaald. God heeft mijn verleden hersteld, het heden inhoud gegeven en de toekomst ziet er zonnig uit; ik ervaar Zijn liefde nu elke dag.
En dan te bedenken, dat ik bijna net zoals Naaman, weer wilde opstijgen en doorrijden. Mijn trots stond me in de weg. Want ook ik haalde in het begin mijn neus op voor CR. Nu vind ik het eigenlijk een programma waarin ieder mens doorheen zou moeten gaan. Ik ben nog nooit zo dichtbij God gekomen als tijdens de afgelopen 20 maanden. Hem wil ik daarvoor eren.

Er is een last van mij afgevallen; ik voel me vrij. Over de film Leven in Vrijheid ben ik nog steeds enthousiast.. Ik heb er al verschillende weg mogen geven.
En nu wil ik gaan proberen om CR ook in onze omgeving op te gaan starten, het liefst in onze eigen kerk. Het is de moeite waard. Want niet alleen ik ben in de afgelopen jaren door het programma heen gegaan, maar ik heb ook verschillende andere deelnemers zien ervaren dat hun leven vernieuwd werd. Ik hoop dat deze stap, mijn 12e, ertoe zal bijdragen dat ook andere mensen zullen mogen ervaren wat ik ervaren heb.
Dank je wel dat ik mijn verhaal met jullie heb mogen delen.


Hersteld van een eetstoornis

Mijn naam is Tanja van Baars. Ik ben een geliefd kind van God en ben hersteld van een eetstoornis.

      25 jaar geleden ben ik geboren in de hoofdstad van Sri-Lanka: Colombo. Mijn biologische moeder was een jonge vrouw van nog geen twintig jaar. Ik had geen vader meer; we vermoeden dat hij tijdens haar zwangerschap is overleden. Zij en haar familie konden niet voor mij zorgen en uit liefde heeft zij mij laten adopteren.

      Ik kwam bij ouders die mij liefdevol op namen in hun gezin. Daar waren toen al meer adoptiekinderen: 2 jongens. De periode van mijn adoptie was niet makkelijk voor mijn ouders omdat de rechtbank in Nederland moeilijk deed over de adoptie vanwege het leeftijdsverschil tussen mijn ouders en mij. Maar we hebben echt een grote God! Na veel gebed werd na twee weken toestemming gegeven en mocht ik samen met mijn ouders mee naar Nederland en kregen mijn broers: Johan van zes jaar en Jos van vier jaar, mij erbij als zusje van een maand. Ons gezin werd daarna verrijkt met een broertje, dit keer werd mijn adoptiemoeder zwanger en kregen zij een biologisch kind, die zij Harry noemden . We waren werkelijk een duo-penotti gezin. Mijn twee oudste broers en ik waren bruin en mijn ouders en broertje blank. Mijn moeder zei vaak dat ze vier cadeaus gekregen heeft; haar vier kinderen. Ik heb me nooit bewust ‘anders’ of buitengesloten gevoeld. Harry en ik zijn echt samen opgegroeid, ik heb veel herinneringen van ons samen. Hoe we samen speelden met lego, ruzie maakten over de afwas of samen met mijn moeder op stap gingen. Johan was echt mijn grote oudste broer en ik keek heel erg naar hem op. Hij stoeide met ons, deed pogingen mij te leren voetballen (wat overigens nooit is gelukt) of probeerde van mij te winnen met Monopoly (wat overigens ook niet vaak lukte.. )

      Wij waren geen gemiddeld gezin. Jos, mijn vier jaar oudere broer, heeft beperkingen. Zijn verstandelijke vermogens zijn vergelijkbaar met een kind van anderhalf jaar. Dit betekent dat hij zijn hele leven basiszorg nodig zal hebben. Toch kan ik me een leven zonder hem niet voorstellen. Hij is absoluut het zonnetje is ons gezin. Doordat wij met hem zijn opgegroeid, weet ik niet hoe een gezin zonder gehandicapte broer of zus zou zijn. Als gezin moesten we ons wel veel aanpassen aan hem. Jos heeft veel zorg nodig en we moeten alert zijn. Hij kan zomaar het bierglas van mijn vader in één teug leegdrinken en er is dus altijd iemand nodig die hem in de gaten houdt. Daarom was er geregeld oppas voor hem. Dit was leuk, want dan had mijn moeder meer tijd voor ons en ging met ons mee naar muziekles of andere activiteiten. Mijn liefde voor Jos is ontzettend groot, maar dit verandert niets aan het feit dat het soms een ingewikkeld gezinsleven was. Mijn ouders hebben in elk geval alles gedaan om ons allemaal een onbezorgde jeugd te geven.

      Ik was niet echt jongensachtig, maar zeker ook geen meisje wat dagelijks met poppen speelde. Het liefst speelde ik in de pauze met de jongens uit mijn klas en na schooltijd was ik altijd buiten te vinden. Mijn specialiteit was het bouwen van hutten, moddersoep maken en in bomen klimmen. Ik kan me herinneren dat ik in een soort fantasiewereld leefde, waarin alles perfect ging en ik als kind alles heel goed wist te regelen. Ik speelde graag voor ‘grote zus’ en kon met heel veel kinderen goed opschieten. Als ik dacht de baas te kunnen spelen deed ik dat maar al te graag, maar toch stelde ik mij voornamelijk onderdanig op. Dat was voor mij voorspelbaar. Ik deed graag wat andere kinderen wilden. Ik liet hen daarom de baas over mij spelen. Dit gaf mij een veilig gevoel.

      Als tiener was ik ‘vrij stevig’, zoals dit subtiel werd uitgedrukt door verschillende mensen in mijn omgeving. Ik had overgewicht en moest grote kledingmaten kopen. Op die leeftijd voel je je snel onzeker en wil je ook laten zien aan leeftijdsgenoten hoe ‘leuk’ je bent. Dik zijn hoorde absoluut niet in mijn plaatje. Het hoort bij de puberleeftijd dat je kritisch naar je zelf kijkt en je niet snel tevreden bent. Toch hoopte ik dat mensen tegen mij zouden zeggen dat de werkelijkheid meeviel. Ik denk dat er inderdaad mensen zijn geweest die dit tegen mij zeiden, maar helaas waren er ook heel wat andere mensen die mijn gedachten en gevoelens bevestigden. “Zou je dat wel eten?” en: “Je bent wel stevig aan de maat.” en: “Je mag wel een beetje afvallen.”, waren opmerkingen die ik regelmatig te horen kreeg. Ik kon het niet ontkennen, maar voelde me desondanks vernederd als iemand uit mijn directe omgeving zo’n opmerking maakte.

      Toen ik een jaar of veertien was, kwam ik bij een therapeut die me een dieet voorschreef en er werd ook geconstateerd dat mijn schildklier traag werkte. Ik kreeg een dieet en pilletjes voor mijn schildklier. Ik viel kilo’s af. Maar… veel te langzaam naar mijn zin. Tevens kreeg ik op school de opdracht om een werkstuk te maken over Anorexia en Boulimia. Ik heb misschien nog nooit zoveel informatie gelezen voor een werkstuk, het werd echt een juweeltje met een hoog cijfer. Door al deze informatie raakte ik gefascineerd. Al die uitgemergelde meiden die eruit zagen als lopende lollystokjes zagen er in elk geval een stuk aantrekkelijker uit dan ik zelf. Ik walgde echt van mezelf en sprak dat ook vaak genoeg uit. ‘Dik, vet, vet varken’ was één van mijn favorieten. Ik at normale porties maar braakte daarna, om maar zo weinig mogelijk calorieën binnen te krijgen. Later kreeg ik te maken met periodes van weinig tot niets eten en zelfs dan braakte ik nog. Gedurende twee jaar had niemand door wat er met mij aan de hand was. Ik merkte dat ik het niet kon volhouden. Ik wist maar al te goed dat mijn lichaam hieraan moest wennen, want ik kwam natuurlijk niet uit een ei en ik had nog redelijk wat gezond verstand wat betreft eten in die periode. Een lichaam is gemaakt om te eten en ik deed bewust juist het tegenovergestelde. Ik koos daardoor voor de eetstoornis en niet voor een evenwichtig voedingspatroon. Ik was heel gedisciplineerd. Braken, wat ik eerst altijd netjes thuis deed, deed ik later overal. Het kon me echt niets meer schelen. Ik vergelijk het met een uitspraak van Loesje die nu bij mij in het studentenhuis hangt: ‘Wind mee? Dan alle remmen los en gaan!!’. ‘Wind mee’ was voor mij het afvallen, en mijn gezonde verstand met betrekking tot eten waren ‘de remmen’.

      Tijdens de opleiding Sociaal Pedagogisch Werker, werden we geconfronteerd met onze identiteit en leerden we veel over onszelf. Ik werd gezien als een vrolijke meid met veel humor, die hield van gezelligheid, altijd in was voor een grapje of kletspraatje en met iedereen kon opschieten. Ik had een dik masker op, waar geen negatieve emotie doorheen kwam. Verdrietig zijn omdat de moeder van één van mijn beste vriendinnen was overleden? Welnee! Ik ben de trooster. Alle vriendinnen kwamen bij mij uitjanken en ik probeerde voor de vorm een traantje weg te pinken om niet ongevoelig over te komen. Ik bleef afvallen, het maakte me ZO, ZO ontzettend gelukkig! Mensen gaven me complimentjes, ik moest regelmatig nieuwe kleding want mijn kleding werd telkens weer te groot; mijn geluk kon niet op! Inmiddels had ik ook eetbuien, ik wist immers dat ik toch alles gelijk weer kon uitkotsen? Ook deed ik in diezelfde periode een Alpha-cursus. Tijdens het weekendje weg wandelde ik met één van mijn leidsters Eline en ik vertelde haar mijn geheim over mijn eetstoornis. Ik voelde me vanaf dat moment wanhopig. Doordat ik hardop had uitgesproken hoe ik omging met eten, besefte ik opeens hoe slecht mijn eetgedrag en mijn zelfbeeld was. Het bracht me totaal in de war. Daardoor werd ik wanhopig. Ik had mijn diepste geheim blootgegeven aan iemand en wat zou er nu gebeuren? Zouden mijn ouders het ook moeten weten? Zouden mensen mij nu gaan veroordelen? Zou ik weer dik worden?

      Ik weet niet meer zo goed hoe ik me thuis heb gedragen. Ik was daar in elk geval niet langer de ‘vrolijke, happykleppie Tan’. Ik werd juist stiller; er waren momenten dat ik super chagrijnig was. Ik had af en toe ook een woede uitbarsting als ik weer eens ruzie met mijn vader of broers had. Mijn moeder merkte heel goed dat er iets mis was en probeerde me ook te steunen, daar ben ik haar echt enorm dankbaar voor. Zij was ook de persoon die op een avond door bleef vragen totdat ik mijn geheim prijs gaf en vertelde dat ik een eetstoornis had. De tijd die daarop volgde kan ik me niet meer herinneren. Dit is voor mij een blinde vlek. Dit is verklaarbaar. Ik gaf mijn emoties niet de ruimte om er te mogen zijn. Ik wilde niets meer voelen. Als ik zou toegeven aan mijn emoties, zou ik zo verdrietig en bang zijn. Dat wilde ik niet! Ik heb wel mijn diploma gehaald voor SPW. Met een 8 ben ik afgestudeerd. Als iets een liefdevol geschenk van mijn Hemelse Pappa is, is dat het wel!

      Na mijn opleiding SPW ben ik de opleiding Onderwijsassistent gaan doen. Tijdens de overgang van SPW naar OA kwam ik in contact met Siska. Siska is een ontzettend lieve vrouw uit mijn gemeente. Ze heeft een groot hart voor mensen en een groot hart voor mij. Samen met haar ging ik het avontuur aan wat voor mij lag: mijn leven met God én een eetstoornis. Wat was Gods rol in mijn eetstoornis? Had God hier een plek in? De gesprekken met Siska waren ontzettend waardevol. In diezelfde periode ging ik ook wekelijks naar Eetstoornissencentrum Ursula. Ik begon in een startgroep en werd vervolgens overgeplaatst naar een poliklinische groep op maandagmiddag. We begonnen met een groep van vijf meiden en dit werd later uitgebreid tot 7 meiden en 1 jongen. De eerste twee uur van iedere middag spraken we over ons eetgedrag. Het waren zeer moeizame uren. Ik moest vragen beantwoorden waarvan ik het antwoord niet wist. Vragen over mijn emoties, vragen over mijn beslissingen die ik maakte met betrekking tot eten en vragen over mijn manier om het eten kwijt te raken. Ze vroegen bijvoorbeeld wat mijn gevoel en emotie was als ik een boterham met hagelslag at. Ik vond dit zo onzinnig! Het feit alleen al dat je een boterham met hagelslag eet?! Ik begreep echt niet waarom eten bestond en waarom ik zou moeten eten. ‘Eten = dik!’ was mijn mening. In plaats dat wij nieuwe inzichten kregen over gezond eetgedrag, kregen wij als deelnemers meer en meer tips om de eetstoornis in stand te houden. Dat was frustrerend.

      Na deze eerste sessie van de middag, moesten we met elkaar eten. Dit gebeurde zonder begeleiding. Omdat wij geen begeleiding hadden, aten wij nooit. We gooiden stiekem ons eten weg en hielden met elkaar de eetstoornis in stand. We stimuleerden elkaar zelfs. Individueel van elkaar, probeerde iedereen meer af te vallen dan de ander. Het werd een soort stilzwijgende wedstrijd. Een heel gemeen spelletje was het. Naar elkaar toe gaven we de beste tips om af te vallen, maar ten diepste wilde ik dat de ander moddervet zou worden, zodat ikzelf super dun leek.
Na het gezamenlijk eten kregen we een laatste sessie van een uur. Dit werd cognitieve therapie genoemd. Onze ongezonde gedachten werden naast de realiteit van ons uiterlijk gelegd. We moesten voor een ontzettend grote spiegel staan, we moesten complimentjes ontvangen en deden spelletjes om de realiteit van ons werkelijke gewicht in te zien. Dit uur was heel effectief, maar omdat het later op de avond was, was ik vaak heel moe en lusteloos om actief deel te nemen.

      Na ongeveer anderhalf jaar kregen we een reorganisatie in de groep en moest ik zeer onverwachts kiezen tussen deeltijdtherapie: 5 hele dagen in de week, of stoppen. Dat was geen moeilijk keus: stoppen, natuurlijk! Ik had weinig emoties; ik was niet echt blij, niet echt boos, niet echt verdrietig en ik voelde me al helemaal niet geliefd, laat staan verliefd. Iets wat alle meiden van mijn leeftijd wel waren. Wat had het leven eigenlijk voor zin? Als ik er niet zou zijn, dan werd de wereld niet direct slechter. Als ik zou overlijden, zouden mijn nabestaanden verdrietig zijn, maar dat zou ook wel weer over gaan. Dat ik door God geliefd ben, was alleen maar een rationele overtuiging. Dus voor mij zelf zou het alleen maar beter worden, ik zou immers bij Jezus zijn. Hoe heerlijk moest dat zijn! Ik besloot dus om te stoppen en met volle vaart weer verder gaan in het patroon van vermageren. Dag Ursula, Helloooo eetstoornis!

      Ik raakte gedesoriënteerd en geïsoleerd. Ik liep stage en ging geregeld met de tram en trein naar Rotterdam Zuid. Geen idee wat ik daar precies heb uitgevoerd. Dit zorgde ervoor dat ik mijn opleiding met een halfjaar moest verlengen. Ik was ontzettend zwak en kreeg dus totaal niets mee van de leerstof, alleen mijn stage gaf me de structuur waar ik zo naar snakte! Veel mensen hebben mij in die tijd gedragen. Ik weet er helaas helemaal niets meer van! Maar God hield mij vast!

      Tijdens een wintersportvakantie blesseerde ik mijn knie waardoor ik niet kon werken en thuis zat. Letterlijk zitten: niet werken, niet sporten, wel eten, niet bukken om te kunnen braken; ik werd gek! Op een middag toen er niemand thuis was, zat ik na te denken over de juiste oplossing om af te vallen, ik besloot naar ‘de Hoop’ in Dordrecht te bellen. Ik kon geen andere oplossing bedenken. Dus impulsief zoals ik toen was, besloot ik dat het dan toch weer tijd werd om hulp te zoeken. Helaas was er een lange wachtrij, maar ik kreeg het adres van een christelijke ervaringsdeskundige tevens therapeut voor identiteit en dat soort zaken. En laat ze nou -als een wonder van God- ook nog werkzaam zijn op de CHE in Ede, waar ik 4 maanden later zou gaan studeren! Bij deze vrouw begon een stukje herstel wat ik nooit eerder ervaren had. Ze begreep mij zo goed! Ze kende mijn diepe, diepe angst om aan te komen. Ze kende het gevoel en ze kon dit heel goed verwoorden. Daarnaast legde ze Gods gedachten naast mijn irreële gedachten. God kreeg daardoor een stukje ruimte in mijn eetstoornis. Hierdoor vertrouwde ik God een klein beetje van mijn eetstoornis toe. Ik verlangde naar God! Ik wilde zo graag dat hij in elk deel van mijn leven de ruimte zou krijgen om te heersen! Stap 2: ‘Ik geloof dat God bestaat, dat ik belangrijk voor Hem ben en dat Hij kracht heeft om mij te herstellen.’, werd op dat moment werkelijkheid. Maar hoe? Hoe moest ik de eetstoornis dan aan Hem geven? En hoe kon ik Hem vertrouwen op Zijn woord? Dat hij mij innig lief heeft, zelfs als ik heel dik zou zijn? Ik wist het niet, emoties van verlangen naar God en angst om de eetstoornis over te geven, streden om het hardst.

      De stap naar Ede was een erg grote stap. Ik begon met mijn nieuwe opleiding: de PABO, in een nieuwe omgeving in een nieuw huis met nieuwe vriendinnen. Het werd mijn nieuwe thuis. Ondanks het verlangen om mijn eetstoornis aan te geven, was ik nog zo ontzettend ziek. Ik zat voor mijn gevoel in een soort rollercoaster: Eten, braken, niet eten, braken, uit het niets 10 km hardlopen binnen een uur, ik zat zo gevangen!

      Die zomer ging ik voor het eerst naar de Betteld in Zelhem. Dit is een christelijke camping en ik zou hier als leidster meewerken bij het kinder- en tienerwerk. Samen met een studievriendin en haar ouders zaten we in een huisje. Ik was verplicht om 3 maaltijden per dag te eten en er was geen ruimte om te braken. Dit was heel heftig voor mij, zowel geestelijk als lichamelijk. Mijn darmen konden zoveel eten niet aan en ik kampte met hevige buikkrampen. Geestelijk had ik ontzettend veel vragen in mijn hoofd. Ik was zo hevig bang om dik te worden. Maar onze God is echt een liefdevolle God. Als Hij een plan heeft, zal dat ook op Zijn perfecte manier uitgewerkt worden. God liet me niet alleen ploeteren met deze nieuwe uitdaging. Hij gaf mij mensen om mij inzicht te geven en die mij liefde gaven, waar Hij de bron van was. Dit deed God op Zijn bijzondere manier, ik moest namelijk eerst zelf inzien hoe groot Zijn liefde is voor zijn schepsels.

      Op een avond laat -ik maakte me klaar om naar het huisje terug te gaan- werd mijn vriendin gebeld door een meisje, het was één van haar tieners. Deze tiener vertelde in paniek dat ze opzoek waren naar een populaire, mannelijke tienerleider. Omdat tienermeisjes graag tienerleiders op een voetstuk zetten, waren wij wat terughoudend. Het meisje zei dat dit een zaak van leven of dood is. Ik wilde de zaak helder zien en was mij bewust dat deze zaak groter zou kunnen zijn dan dat het werkelijk is. Op dat moment gebeurde er iets in mijn hoofd: ik stond stil en zag allemaal beelden voorbij flitsen die mij afgelopen week waren opgevallen van dit meisje en haar vriendinnen. Al die beelden wezen mij naar het feit dat deze mooie meiden niet gelukkig waren, sterker nog: ze waren diep ongelukkig. Het was een zaak van leven of dood. Ik kwam direct in actie. Ik rende naar de leider en zo werd met spoed actie ondernomen. Voordat ik het wist zat ik bij iemand van de beveiliging achterop de fiets op weg naar het meertje. Ik was zo ontzettend bang! O, wat was ik bang! Zou ik iemand aantreffen die zichzelf van het leven had beroofd? Dit was gelukkig niet het geval. Toch werd dit beschouwt als een poging tot zelfmoord. Een heftige situatie voor een gebroken meisje. Het gevolg was dat ik, bij gebrek aan andere vrouwen, met dit meisje in gesprek moest gaan. Ik was totaal niet ervaren in dit soort pastorale gesprekken. Wat moest ik in vredesnaam zeggen? Ik bad in stilte tot God of Hij mij de juiste woorden wilde geven. En die woorden kwamen! Ik vroeg haar van alles en kwam op het punt dat ze me verschillende dingen vertelde die haar hart gebroken hadden. dit arme meisje had zo’n behoefte aan Gods nabijheid, aan Zijn liefdevolle steun, aan Zijn onmeetbare liefde. Als antwoord op haar verhaal bleef ik spreken over onze Pappa die zoveel van haar houdt. Die zo’n groot hart voor haar heeft. Een Vader bij wie ze mag schuilen. Een Vader die haar uit haar problemen tilt en haar wilde koesteren. Welke woorden ik gesproken had weet ik niet meer precies, maar mijn hart was ZO vurig. Ik wilde zo graag dat zij het zou begrijpen. Dat ze Gods liefde zou kunnen ontvangen. Toen ik die nacht om 4:00 uur eindelijk in mijn bed lag, kon ik niet slapen. God had gesproken. Niet alleen tot het meisje, maar ook tot mij! Dit besef kwam als een enorme bom binnen. Lig je daar op je luchtbedje in een tentje, terwijl de regen op het tentdoek klettert. Ik voelde me zo geliefd door Hem. Het was een ongelofelijk waardevol moment.

      God gaf mij deze zomer als vervolg op Zijn perfecte plan een mooi echtpaar: Gerlof en Margreet. Zij coachten het kinder- en tienerwerk. Margreet is zelf genezen van een eetstoornis en wilde met mij in gesprek gaan. Ik vroeg me af hoe het mogelijk is dat zij zo knap, zo dun en zo leuk kon zijn! In mijn beleving was dit onmogelijk. Margreet heeft ervaring met bevrijdingspastoraat en heeft mij uitgelegd dat een eetstoornis een gevolg is van een cruciaal moment in je leven. Mijn adoptie kwam ter sprake en ik merkte dat ik mijn biologische moeder geen plek in mijn leven gegeven had. D.m.v. gebed en kreeg ik een beter inzicht in mijn adoptieverhaal. Ik werd mij bewust van het verdriet dat mijn moeder had toen ze mij moest afstaan. Dit gaf een hele wending. Mijn biologische moeder werd door dit besef een persoon en geen ‘vaag beeld’. Ondanks dat de rol van mijn biologische moeder een vastere vorm kreeg, gaf het me ook een onbestemd gevoel. Ik kon er niets mee. Daarom liet ik het ook rusten.

      Het is heel wonderlijk: vanaf dat moment kon ik 3 maal per dag eten, zonder moeite. Een jaar hield ik dit vol. Ik dacht dat ik 100% genezen was. Dit was echter een kortzichtige gedachte. Toen ik langzaamaan begon aan te komen, leek het of mijn wereld stil stond. Dit ging de verkeerde kant op! Alsof het mijn enige redding was, greep ik weer terug naar de eetstoornis. In die periode voelde ik me echt bedrogen en onderuit geschopt. Wel had ik de vaste overtuiging dat God van mij hield. Of ik nou moddervet zou worden, super slankie zou zijn, of ontzettend chagrijnig. Ik leerde dat mijn lichaam een tempel van de Here Jezus is. Ik vond het zo lastig om mijn lichaam zo te behandelen. Dit is een heel proces en ik kreeg meer inzicht en wijsheid in dit proces. Uitspraken als: ‘Ik ben wonderbaarlijk mooi gemaakt’ en ‘Ik verbreek de leugen dat ik lelijk ben in de machtige naam van Jezus Christus’, maakte dat ik het ging geloven en zien. Stap 6 is in dit proces heel erg van toepassing geweest: ‘Ik geef God de ruimte om mij te bevrijden van mijn verkeerde denk- en gedragspatronen’. Ik heb God de ruimte gegeven om mij stap voor stap te leiden op de weg van genezing. Op die weg van genezing kwam ook een moment waarop mijn leven stil stond. Op het moment dat ik dacht volop in het leven te staan met mijn studie en ontelbare activiteiten, ging ik onderuit en kwam ik overspannen thuis te zitten. Wat was ik moe! Ik was zo doodmoe. De moeheid die heerste tijdens het diepe dal van mijn eetstoornis leek weer op me te drukken. Ik kon naar mijn idee niets meer. En ik deed dus ook weinig. Op dit punt van mijn proces kwam CR op mijn pad. Gods timing is altijd perfect. Ik kon nu dus netjes elke dinsdagavond bij CR binnenwandelen. Ik vond CR in het begin een drama! Zo’n groepje waar je over jezelf moet praten, in de trant van: “Hoi, ik ben Tanja en ik heb een probleem!” Ik voelde me zo stom en kreeg ook last van zelfmedelijden: ‘Heb ik weer!’, ‘Zit ik hier tussen al die mensen met problemen’. Wat een leugens vlogen daar door mijn hoofd, ongelofelijk! Al snel vond ik mijn plekje en voelde ik me thuis tussen deze mensen die bij nader inzien juist STERK en moedig blijken te zijn, door aan zichzelf te werken. Ik heb stap voor stap gezien hoe ik leugens met GODS waarheid kan blijven bestrijden. Door die stappen heen, leek het wel alsof er steeds een kwartje viel. Inmiddels ben ik ontzettend rijk, niet van alle gevallen kwartjes, maar van de wetenschap dat er één iemand voor mij is. Mijn geliefde Pappa, mijn Hemelse trouwe Vader. Mijn Sterke Held die tegen mij zegt: “Mijn geliefde kind, staak de strijd! Weet dat IK jouw God ben. Verheven boven alle volken en verheven boven de aarde.” (Psalm 46) Hiermee zegt God dat Hij ver uit stijgt boven alle volken, boven de aarde en dus boven mijn problemen, mijn worstelingen. Hij kan mijn worstelingen overzien, iets wat ik nu niet kan en nooit zal kunnen.

      De wekelijkse CR bijeenkomsten betekenden veel voor mij. Jeanine werd mijn coach. Ik ben zo dankbaar voor haar. Het is zo heerlijk om je hart uit te mogen storten, te zeuren of te janken bij iemand die dat geen probleem vindt. Ik had vaak het gevoel dat ik mensen tot last was en dit bracht mij in een ingewikkelde positie. ik wilde namelijk graag mijn verhaal kwijt, maar durfde dat niet, waardoor ik juist veel aandacht vroeg. Jeanine is altijd eerlijk tegen mij geweest. Dit betekende soms dat ze me eens flink de waarheid moest zeggen, soms dat ze me moest troosten. Het bracht me altijd een stapje verder. In dit gehele proces is Siska voor mij altijd een steun geweest. Ook op momenten dat ons contact minder was, wist ik dat onze relatie zo sterk geworden was dat het stand zal blijven houden. Wat een ontzettend mooi cadeau van God! Naast de inbreng van de coaches, zag ik wat er gebeurde met andere deelnemers. God was niet alleen bezig met mij, maar ook met veel anderen. Het is fantastisch mooi als je ziet hoe er herstel plaats vind bij mensen. Herstel betekent vrijheid! Dit betekent voor mij een leven, waarin niets mij tegenhoudt om met Jezus te leven en voor Jezus te leven. Het is een heel intens gevoel waarin ik niet meer terug denk aan mijn slechte gewoonten of mij herinneren aan mijn gewicht of vetrolletjes. Dat intense gevoel geeft mij dat ik legaal mag lachen en genieten van deze dag.
Ik ben me ervan bewust dat ik, Tanja van Baars, nooit perfect zal zijn. Mijn leven op aarde zal nooit perfect zijn. We leven nog niet in de volmaaktheid bij Jezus Christus. Er staat echter één ding als een paal boven water, in 1 Johannes 4:4 lezen we het volgende: "U, kinderen, komt uit God voort en u hebt de valse profeten overwonnen. Want HIJ die in u is, is sterker dan hij die in de wereld is." Ik kom voort uit God! En alleen dáárom heb ik mijn eetstoornis overwonnen. Want God -die in mij is- is machtiger en sterker dan satan die de wereld onder de duim probeert te krijgen. Ik heb een grote God achter mij staan! Waar zou ik bang voor zijn?!

      Betekent dit nu dat alles perfect gaat?
Nee hoor! Ik worstel nog regelmatig met eten. In vakanties waarin ik patat, ijsjes, chips of appeltaart eet, moet ik altijd even slikken. Letterlijk slikken natuurlijk, want ik eet alles met smaak op! Maar ook figuurlijk slikken: de eetstoornis-stem in mijn hoofd klaagt mij nog wel eens aan. Dat maakt me dan verdrietig of gestrest.

      Heeft deze eetstoornis-stem invloed?
Alleen als ik daar de keus voor maak! Ik heb steeds de keuze om naar deze gemene stem te luisteren, of om te luisteren naar de liefdevolle stem van Jezus.

      Inmiddels ben ik zover dat stap 12 in de praktijk breng: ‘Het gevolg van deze stappen is dat ik als persoon veranderd ben’ AMEN! ‘Ik probeer deze boodschap van herstel aan anderen door te geven en deze principes in mijn doen en laten in de praktijk te brengen.’ Ik ben gaan staan in de positie die ik nu heb: een veranderd persoon door Jezus Christus. Mijn identiteit ligt vast. Mijn biologische moeder kan nooit mijn identiteit maken of breken. Mijn lichaam met of zonder vetrolletjes kan nooit mijn identiteit maken of breken. Mijn emoties zullen mijn identiteit niet maken of breken. Conflicten en meningsverschillen kunnen mijn identiteit niet maken of breken. Mijn identiteit is bepaald door Jezus. Jezus maakt mijn identiteit. Vanuit die identiteit wil ik leven.

Jesaja 40: 28-31. "Een Eeuwige God is de Heer, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt niet moe, Hij raakt niet uitgeput. Zijn wijsheid is niet te doorgronden. Hij geeft de vermoeiden kracht, de machtelozen geeft Hij macht in overvloed. Jonge strijders worden moe en raken uitgeput. Zelfs sterke helden struikelen. Maar wie hoopt op de Heer krijgt nieuwe kracht. Hij slaat Zijn vleugels uit als een adelaar. Hij rent, maar raakt niet uitgeput. Hij loopt, maar wordt niet moe."

Maar wie hoopt op de Heer krijgt nieuwe kracht. Hij slaat Zijn vleugels uit als een adelaar. Hij rent, maar raakt niet uitgeput. Hij loopt, maar wordt niet moe.

Hartelijk dank dat ik mijn Persoonlijk Verhaal met jullie mocht delen.

Bijbehorend lied: https://www.youtube.com/watch?v=DdcNeNIX0k0 - Staak de strijd: M. Buwalda.

Herstellende van negatief zelfbeeld, schuldgevoelens, prestatiedwang en sociale angst,

Hallo, mijn naam is Hanneke, ik ben een christen die worstelde met mijn eigen zelfbeeld, en herstellende is van schuldgevoelens, prestatiedwang, sociale angst en de ontdekking dat ik waarschijnlijk een vorm van autisme heb.

Ik kom uit een gezin van 7 kinderen, waarbij ik zelf precies de middelste ben. Ik ben met de bijbel en de kerk opgevoed en daarvoor ben ik mijn ouders zeer dankbaar. Vanaf jonge leeftijd heb ik geworsteld met gevoelens van minderwaardigheid. In eerste instantie was ik me daarvan niet bewust, totdat ik op latere leeftijd tegen moeilijkheden aan liep, zowel in mijn opleiding, mijn werk, als mijn huwelijk. Ik heb zelf altijd het gevoel gehad te moeten op boksen tegen al mijn broers en zussen. Dat kwam in eerste instantie omdat ik zelf niet zo gemakkelijk was in de omgang en heel snel boos kon worden. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik een buitenstaander in ons gezin was. Ik hoorde er gevoelsmatig gewoon niet bij!

Sociale vaardigheden waren niet mijn sterkste kant. Ik was dikker dan mijn broers en zussen en daarnaast was ik nou ook niet bepaald de slimste en moest ik er hard voor knokken om op school mee te kunnen komen. Dit gaf mij het gevoel dat ik een vreemde eend in de bijt was. Want waarom lukte het anderen wel om zo makkelijk overal door heen te komen en moest ik zo mijn best doen? Waarom waren de anderen veel slanker dan ik? Waarom werd ik zo snel boos? En waarom voelde het altijd zo alsof ik het niet goed deed? Al deze gevoelens werden versterkt doordat ik er gevoelsmatig niet over kon praten. Ik had voor mijn gevoel geen veilige omgeving, dat werd mede veroorzaakt doordat we vaak verhuist zijn. Elke keer opnieuw moeten settelen in een vreemde omgeving heeft heel veel negatieve impact op mij gehad. Ik voelde me verloren en eenzaam. Om mezelf te beschermen bouwde ik dan een muur om me heen. Zolang mensen niet te dicht bij mij kwamen, konden ze me immers ook geen pijn doen.
Ook op school liep ik tegen barrières op. Als gevolg daarvan ontwikkelde ik een houding van: “Ik moet bewijzen dat ik wat waard ben en dus ik moet laten zien dat ik heus wel wat kan”. Natuurlijk bevredigde dit niet; ik vond me zelf lang niet goed genoeg en had continu het gevoel te falen.

Toen ik eenmaal in Utrecht kwam te wonen, ben ik naar BaptistenGemeente “de Rank” gegaan, dit is nu zo’n 11 jaar geleden. Omdat ik van mezelf wist dat ik sociaal niet zo sterk was en veel wisselende diensten draaide omdat ik toen in de zorg werkte, heb ik al snel besloten om actief deel te gaan nemen aan het gemeenteleven. Ik kwam op een fijne gesprekskring terecht en heb in die tijd ook al best veel over mezelf geleerd. Ik durfde het aan, op aanraden van een vriendin, om mezelf aan te melden op een datingsite. Daarmee was ik gevoelsmatig over een barrière heen gestapt. Via deze weg kwam ik iemand tegen, waar ik 2,5 jaar later mee getrouwd ben. Direct na ons huwelijk ontstonden al snel heel wat problemen in onze relatie. We hadden vele ruzies, doordat we elkaar niet goed aanvoelden en begrepen. Ik kon daar niet mee omgaan en trok mij terug, waardoor er vanaf de andere kant werd gereageerd met het gooien van voorwerpen en lichamelijk geweld. Toen ik 8 maanden getrouwd was, liep het volledig uit de hand, door een meningsverschil ontstond er ruzie waarbij er lichamelijk geweld werd gebruikt. Mijn rug raakte als gevolg daarvan zwaar gekneusd.

Het gevolg was dat ik zowel lichamelijk als geestelijk een enorme dreun kreeg, waar ik eigenlijk niet uit kwam. Ik begon dus een muur om mij heen te bouwen en ik zette een masker op. Naar andere mensen toe vertelde ik altijd met overtuiging dat alles goed ging met mij. Ondanks die muur die ik om mij heen had opgetrokken, wist ik diep in mijn hart wel dat ik zo niet verder kon.
Ik wilde er uitkomen en zocht hulp bij de GGZ-instelling ‘Eleos’, daarnaast kregen wij pastorale hulp vanuit de kerk en vanuit de kring heeft iemand mij geholpen om ook persoonlijke pastoraat te zoeken.
Door al deze ontwikkelingen werd mij steeds duidelijker hoe erg ik met mezelf in de knoei lag en dat er in ons huwelijk geen wederzijds volwaardige relatie aanwezig was geweest. Er werd van beide kanten veel gemist, en wat we ook deden, die volwaardige relatie bleek niet haalbaar.
Na 6 jaar knokken voor ons huwelijk en voor mezelf liep ik geheel vast, ik kwam ziek thuis te zitten en raakte ik in een depressie. Aan mijn geloof had ik op dat moment ook niks, want ik voelde geen kracht en hoop. Want waarom moest dit gebeuren; ik had toch een heel ander beeld voor ogen toen ik ging trouwen? In die 6 jaren heb ik meerdere keren de gedachte voelen opkomen: ‘Als het zo verder moet… dan kan ik beter dood zijn.’

In de periode dat ik thuis kwam te zitten, heb ik een time-out aangevraagd in mijn huwelijk, dit hield in dat mijn ex tijdelijk ergens anders ging wonen, zodat ik de situatie kon overdenken. Ik heb toen vele gesprekken gevoerd met mijn psychologe, persoonlijke begeleider, meerdere mensen vanuit de kring en een echtpaar vanuit de kerk dat ons al 6 jaar had begeleid. Uiteindelijk heeft dit ertoe geleid dat ik na de time-out de beslissing heb genomen om te gaan scheiden. Dat was absoluut geen keuze van de ene op de andere dag want er waren in die 6 jaar die het huwelijk had geduurd, vele worstelingen geweest. Deze worstelingen hadden voornamelijk te maken met het feit dat bij Eleos was vastgesteld dat mijn ex- echtgenoot PDD-NOS had en ik een behoorlijk negatief zelfbeeld had ontwikkeld. Wij hebben 6 jaar lang gevochten om na deze diagnose aan ons zelf te werken en dichter naar elkaar toe te komen, maar we raakten juist steeds verder van elkaar af, doordat mijn ex niet wilde meewerken aan gezamenlijke therapiegesprekken. Hij is in het hulpverleningstraject van Eleos wel een poosje mee geweest en daarna is hij ook een paar keer mee geweest naar gezamenlijke sessies van mijn psychologe. Maar hij vond het voor zichzelf niet nodig. Op een bepaald moment kreeg hij het advies om persoonlijke hulp te zoeken, maar dat wilde hij niet. Uiteindelijk stopte hij met elke vorm van hulpverlening. Tijdens dit lange traject met vele gesprekken, leek het soms even wat beter te gaan. Maar dan was er weer een of ander incident en het gevolg was dat we samen weer terug bij af waren. Ik worstelde daardoor ook met veel schuld- en faalgevoelens en de gedachten dat alles mijn persoonlijke schuld was. Ik was immers degene geweest die na het lichamelijk geweld, ervoor had gekozen om het hulpverleningstraject in gang te zetten.

De beslissing om te gaan scheiden was geen oplossing van de problemen waar ik mee worstelde. Ik worstelde nog steeds met mijn eigen identiteit en vond mezelf waardeloos. Ik had voor mijn gevoel alles fout gedaan en ook nog eens gefaald als christen, want ik had mijn huwelijk immers op de klippen laten lopen.
Ik had enorm veel last van deze schuldgevoelens en daardoor werd ik opnieuw ziek en kwam ik weer thuis te zitten. Ik had echt het hopeloze gevoel dat ik niet meer uit deze vicieuze cirkel van schuld- en faalangst zou kunnen komen. Mijn relatie met God was ook niet al te best op dat moment, want ik was voornamelijk boos op Hem, maar op één of andere manier, bleef het toch ook prikkelen in mij en trok ik mij op aan de gesprekken met mijn lieve persoonlijke begeleidster vanuit de kerk. Wat ben ik dankbaar dat God haar op mijn pad heeft gebracht, waardoor ik toch gestimuleerd werd en ook stappen kon gaan ondernemen om uit mijn vicieuze cirkel te komen.
In de periode na mijn scheiding heb ik me echt ontzettend eenzaam gevoeld. Ik had het gevoel dat ik van niemand steun kreeg en dat iedereen tegen me was. Want ik was immers de boosdoener en had de beslissing genomen om te gaan scheiden. Wat kun je je dan rot voelen, ik was echt boos, op mijn broers en zussen, op mijn ouders, op mijn ex-schoonfamilie en op mijn ex partner. Ik had echt het idee dat iedereen zich tegen mij had gekeerd.

Ik ben in deze periode wel in gesprek gebleven met mijn persoonlijke begeleidster en mijn psychologe. Door deze gesprekken kreeg ik steeds meer inzicht in wat er gebeurd was. Zo werd mij steeds meer duidelijk, dat er daadwerkelijk geen volwaardige relatie was geweest in mijn huwelijk. Langzamerhand ontdekte ik ook waar mijn negatieve zelfbeeld en angsten vandaan kwamen. Daarbij kwam ik ook op een super geweldige vrouwenkring terecht, waardoor ik langzaam maar zeker weer een beetje hoop begon terug te krijgen. Tijdens een bijzonder vrouwenweekend met de andere kringleden, ben ik stil gezet: ik kreeg duidelijk een stem in mijn hart die me vertelde dat ik wat moest doen om uit de vicieuze cirkel te komen. Na dit weekend heb ik een week vrij genomen (om zo te zeggen: ziek gemeld op mijn werk) en ben ik echt bewust gaan bidden en stil gaan worden over hetgeen wat God met mij van plan was en wat voor mij de juiste keuze zou zijn.
Zo kreeg ik regelmatig de tekst in mijn hoofd : ‘Heer leer mij Uw weg, als ik zelf geen uitkomst zie’. Maar ook de tekst uit Jeremia 6:16 kwam regelmatig in mijn gedachten terug: Ga op de kruispunten staan, denk na, kijk naar de oude wegen. Welke weg leidt naar het goede? Sla die in en vind rust. Naar aanleiding van deze tekst ben ik gaan nadenken.

Ik kwam tot de innerlijke overtuiging dat ik een routekaart nodig had op de kruispunten van mijn levensweg. Die routekaart had ik nodig omdat mijn eigen gevoel voor richting lang niet altijd zuiver was. Als ik een goede routekaart zou hebben, zou dat mijn onrust en mijn twijfels wegnemen. Dan zouden kruispunten keerpunten kunnen worden, die mij zouden helpen de goede weg te kiezen. God liet me zien dat ik moest gaan bidden.

Dit heb ik gedaan, ik heb letterlijk in gebed gebracht: Heer wat moet ik doen, moet ik me volledig laten testen of ik inderdaad autisme heb en mezelf op die manier een sticker op laten plakken? Of ga ik deelnemen aan Celebrate Recovery? Ik stond dus op een kruispunt. In die week heb ik zowel info opgevraagd over CR en ook info over waar ik me eventueel uitgebreid kon laten testen. Gedurende die hele week was er een continue innerlijke overtuiging: Ga deelnemen aan Celebrate Recovery, en uiteindelijk heb ik inderdaad de knoop doorgehakt en ben aan CR begonnen.

Wat ben ik achteraf ontzettend blij dat ik deze stap genomen heb. Al was ik ook echt wel bang toen ik begon. Wat zou CR gaan betekenen voor mijn leven? Maar die angst kon ik al snel op zij zetten, want ik werd al snel veel rustiger van binnen. Gedurende het programma ontdekte ik steeds meer dingen over mezelf en begon ik God steeds beter te leren kennen. Wauw, wat een wonderlijk grote God hebben wij toch, Hij geeft zoveel genade.

Toen ik voor de eerste keer hoorde dat we in deelgroepen uiteen gingen en met elkaar in gesprek zouden gaan over waar je aan wilde gaan werken, sloeg de angst toe. Ik dacht: - neeee, hoe ga ik dat doen, ik durf dat niet, en ben bang om mijn verhaal te vertellen- , maar eigenlijk, na de eerste avond in de deelgroep, voelde het al vertrouwd. Ik zat in een hele fijne deelgroep, waar we echt naar elkaar luisterden en elkaar respecteerden. En er was ook geborgenheid en vertrouwen naar elkaar toe.

Binnen de ‘open- deelgroep’ hadden we ook een groepsmail opgericht. Daarmee konden we dus ook op andere tijdstippen met elkaar communiceren. En onze gebedspunten met elkaar delen. Het mooie van deze deelgroep is, dat ik ervoer dat ik niet de enige was die worstelde met vervelende dingen in het leven, maar dat er veel meer mensen zijn met soortgelijke ervaringen. We leerden van elkaar; we leerden van de lessen en we waren elkaar op die manier tot een hand en voet.

Ook de 12 stappen in het programma hebben mij zeker geholpen. Ik vond de eerste twee lessen al gelijk erg pittig, waarbij je stil werd gezet dat je het echt niet alleen kan, en dat je machteloos bent.
Dat er alleen maar een oplossing is als je God de ruimte geeft in je leven.
Want ik kwam er vrijwel direct achter dat ik in mijn worstelingen wel alleen stond, en dat ik daardoor niet veel verder kwam dan de bekende vicieuze cirkel. Hierdoor raakte stap 6 mij ook heel erg: ‘Ik geef God de ruimte om mij te bevrijden van mijn verkeerde denk- en gedragspatronen’. Ik was een hele negatieve denker, maar door dat ik met deze stap aan de slag ben gegaan heeft God mij geleerd om mijn denkpatroon te vernieuwen en “andersom” te gaan denken. Hij leerde mij te kijken naar de positieve dingen en dankbaar te zijn.

Ik moest gaan werken aan mijn negatief zelfbeeld en mijn schuld- en faalgevoelens. Ik heb echt anders moeten leren denken zoals staat beschreven in Rom. 12:2: U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en Hem welgevallig is. Dat ging zeker niet vanzelf. Het ging met vallen en opstaan. Maar door dit proces te gaan volgen ben ik dingen gaan aanvaarden, anders gaan zien en ben ik ook dingen van mij af gaan schrijven, om zo mijn hoofd leeg te maken als ik weer in een dal terecht was gekomen. Ik heb ook moeten leren, en dat moet ik nu nog steeds, om mijn zegeningen te tellen. Als ik een slechte dag heb, moet ik echt mezelf tot orde roepen en bedenken wat er wel goed is gegaan en waar ik dus dankbaar voor kan zijn.

Daar kan ik gelijk stap 11 aan vast koppelen, want ik ben manieren gaan zoeken, hoe ik God in alle facetten van mijn leven kan betrekken en mijn dag beter kan beginnen. Ik ben al vrij snel begonnen om er een gewoonte van te maken om ‘s ochtends een kwartier eerder op te staan, zodat ik voldoende tijd heb om de Bijbel te lezen en te bidden voordat ik aan de slag mag gaan. Dat is nu een vast patroon in mijn leven geworden en het helpt mij echt heel goed om mijn dag op deze manier te beginnen bij en met God. Dan word ik stil gezet en realiseer ik me dat ik niet in mijn eentje de dag door hoef te komen. Maar dat Hij erbij is. De grootste Eye opener die ik heb gekregen tijdens CR is, dat ik ondanks al mijn tekortkomingen, een geliefd kind van God ben, en dat Hij onvoorwaardelijk van mij houd, Zijn liefde is oneindig groot. Dat wist ik al langer, maar bij CR ben ik het ook gaan beleven en ervaren.

Ja, God heeft CR gebruikt om mijn leven op z’n kop te zetten. Het heeft me geholpen om te ontdekken dat ik met verschillende aspecten aan de slag moest gaan. En niet langer in de ontkenning moest blijven leven of op de vlucht moest blijven voor mezelf.

Ook dit jaar hadden we weer een vrouwenweekend met de kring. Het thema van dit weekend was: You are loved”; Je bent geliefd!. Een thema dat mij diep raakte. In dit weekend zijn mooie gesprekken gevoerd waar ik nog steeds warme herinneringen aan bewaar. Maar ik raakte ook weer helemaal van slag, want ik kwam mezelf opnieuw tegen. Door met andere mensen te praten moest ik vaststellen dat ik inderdaad een vorm van autisme heb en last heb van sociale angst. Die bewustwording stimuleerde de negatieve gedachten in mijn hoofd met als gevolg een flinke hoofdpijn aanval. Maar desondanks heb ik weer zoveel geleerd en is er mij zoveel duidelijk geworden. Ik kreeg van één van de vrouwen een tijdschriftartikel over : Schrijven werkt als een medicijn. Ja, dat geldt zeker voor mij.!

“Schrijven over mezelf werkt als een spiegel. Want door te schrijven over wat er in mijn gedachten omgaat en wat me bezighoudt, overzie ik alles nog eens goed. Ik ga inzien waar ik plezier of stress van krijg. Het werkt ordenend, waardoor ik meer rust in mijn leven kan ervaren. Ik ga het dan verwerken. Juist voor de verwerking van pijn en verdriet moet ik tijd en ruimte nemen en het opschrijven is een uitlaatklep en een steun. Het helpt mij om vanuit mijn hart te schrijven en mijn veroordelende gedachten te omzeilen. Ik ontdek dan wat er diep van binnen in mij leeft. Ik schrijft het niet alleen van me af, maar juist ook naar mezelf toe. Ik bedoel hiermee dat ik me meer bewust word van de mooie dingen in mijn leven, simpel door ze te benoemen. Door Celebrate Recovery leerde ik een God kennen die een relatie met mij wil, die het beste met me voor heeft. Dit is elke keer weer zo’n eyeopener..
In eerste instantie lieten mijn teksten niet veel moois over mezelf zien. Ik heb wat afgehuild. Dat was nodig om het zichtbaar te maken voor mezelf en te verwerken. Nu ik al een poos bezig ben met het opschrijven ga ik ontdekken dat schrijven veel meer inhoudt. Je kunt namelijk naar jezelf toe schrijven. Dit houdt in dat ik al schrijvend mijn aandacht richt op wat goed gaat, op datgene waar ik blij van wordt en waarvoor ik dankbaar ben. Al schrijvend krijg ik inzichten en antwoorden en ga ik Gods waarheden in mezelf verankeren. Hier gaat een genezende werking van uit.” Daarnaast kom ik erachter dat ik door leegte en negatieve gevoelens in een depressie terecht kan komen. Andere mensen vullen hun leegten op met een goede baan of een mooi huis, zaken die door de maatschappij geaccepteerd zijn, die in aanzien staan. Ik kan die leegte en negatieve gevoelens ervaren en de boventoon laten voeren, maar daar word ik depressief van. Door het schrijven kan ik hier woorden aan geven, waardoor ik mezelf leer begrijpen. Mijn ogen worden hierdoor geopend en Gods waarheid zakt dan langzaam maar zeker in mijn hart. Ik heb de neiging om mezelf vaak te vergelijken met anderen. Maar ik heb ontdekt dat jezelf vergelijken met een ander zeer negatieve gevolgen heeft. God heeft voor iedereen iets anders in petto. Ik accepteer mezelf en de situatie zoals die is. Ik ga niet langer op mijn tenen lopen. Ik deel het met God. Is Zijn genade dan echt genoeg? Ja, voor mij wel! Daar komt het dan wel op aan als het niet goed gaat in je leven. Als alles voorspoedig gaat, dan zijn dit misschien wel ver-van-je-bed-opmerkingen.

Als het moeilijk is, komt het erop aan. Vertrouw ik Hem echt? Het afgelopen jaar heb ik me steeds weer opnieuw aan Hem mogen overgeven. Maar ook als het goed gaat mag ik weten dat God bij mij is en daar ben ik Hem eeuwig dankbaar voor. God houdt van me. Dat is een basisprincipe voor me geworden.. De relatie met God bevredigt. Natuurlijk ben ik niet ongevoelig voor waardering en complimenten van andere mensen. Als ik moe en kwetsbaar ben, schiet ik soms weer in het negatieve patroon en denk ik dat ik het niet goed doe. Dan veroordeel ik mezelf en denk ik dat ik waardeloos ben. Dan moet ik mezelf weer toespreken en stimuleren om vanuit Gods perspectief te kijken. Maar ik evalueer mezelf regelmatig en vraag me elke keer weer af waarom ik de dingen doe die ik doe. Dat is een leerproces met vallen en opstaan. Voor mij is het zo belangrijk de dag met God te beginnen. Het gaat daarbij niet om tijd, maar om de eerlijkheid van mijn houding ten opzichte van Hem. Ik betrek God bij mijn leven, drink bij wijze van spreken een kopje koffie met Hem.”

Ben ik al helemaal hersteld? Nee, ik zit nog steeds in een herstel proces met vallen en opstaan. Ik heb ook nog ondersteuning van medicijnen nodig. Soms heb ik echt last van mijn zwakke momenten, zeker als er veel op me afkomt en ik moe word, dan kan ik zomaar terugvallen in die negatieve gedachtencirkel.

Dit gebeurde de dag na het laatste vrouwenweekend ook weer bij het wakker worden. Ik dacht echt na over hoe ik deze dag moest doorkomen, en ondertussen maalden de woorden ‘negatief zelfbeeld’, sociale angst, autisme en schuldgevoelens weer door mijn hoofd. Toen las ik ergens de woorden: Ons onvermogen om af te maken waar we aan beginnen is zichtbaar in de kleine dingen. Op zo’n moment moet ik echt bewust de tijd pakken om de nabijheid van God op te zoeken en dan mag ik weten dat Hij overal om mij heen is als een cocon van licht. Zijn nabijheid is een belofte, ongeacht of ik me van Zijn aanwezigheid bewust ben. Veel dingen kunnen dit bewustzijn in de weg staan, maar de grootste schuldige is bezorgdheid. Steeds opnieuw komt de vraag boven: Wie heeft de leiding over mijn leven? Als ik dat zelf ben, dan heb ik een goede reden om me zorgen te maken, maar als Jezus dat is, dan is bezorgdheid onnodig. Ik heb geleerd dat als ik me ergens zorgen over ga maken, dan moet ik die situatie bij Jezus brengen. Ik moet dan een stap terug doen en mijn aandacht op Hem richten. Hij zal het probleem voor mij oplossen of Hij zal mij laten zien hoe ik ermee om moet gaan. Ik zal ook in de toekomst problemen blijven tegenkomen op mijn levenspad, juist daarom wil ik Hem niet meer uit het oog verliezen.

Er is mij veel duidelijk geworden, waarom ik zo van slag en uit balans kan zijn. Maar ik mag gelukkig weten dat ik iedere dag mijn rust, kracht en hoop om mijn balans terug te vinden, bij mijn liefdevolle Vader mag zoeken en dat Hij mij daarbij leidt en laat zien welke stappen ik moet zetten. De 12 Stappen van CR zijn daarbij een waardevol hulpmiddel om in het juiste spoor te blijven.

Hartelijk dank dat ik mijn Persoonlijk Verhaal met jullie mocht delen.

Herstellende van seksueel misbruik, een echtscheiding en van mijzelf pijn doen.

Goede(morgen) , mijn naam is Jenny en ik ben herstellende van seksueel misbruik, van een echtscheiding en van mijzelf pijn doen.

Ik ben geboren in een katholiek gezin. Ik heb een oudere broer. Hij is verstandelijk gehandicapt en kreeg heel veel aandacht. Daardoor voelde ik mij vaak alleen en heb ik weleens uitgeroepen: “He ik ben er ook nog” Mijn vader is niet zo’n prater en hij zegt alleen het hoognodige. Mijn moeder hield wel veel van praten en ze was dan ook duidelijk aanwezig. Ook kon ze, als ze het ergens niet mee eens was, nogal boos worden en dan gooide ze uit frustratie spullen in het rond. Omdat ik het thuis niet fijn vond, heb ik zelfs gedurende een bepaalde periode rondgelopen met de gedachte dat ik geadopteerd was. En dat ik ergens anders lievere ouders had.

Wel hadden we een huis vol dieren o.a. met kleine zoogdieren zoals: konijnen, cavia’s marmotten en een poes. Daarnaast hadden we goudvissen en kleine vogels Ik vond het vooral leuk om een poes te hebben, want daar kon ik lekker mee knuffelen en daar ontving ik ook liefde van.

Op school werd ik gepest. Ik werd uitgescholden en ik werd geschopt en geslagen. Ook werd ik nogal eens buitengesloten en met gym werd ik ook altijd als laatste gekozen. Ik werd gepest omdat mijn broer anders is en omdat ik niet voldeed aan wat zij belangrijk vonden. Ik vond het niet leuk en het zorgde ervoor dat ik niet naar school en ook niet naar huis durfde te gaan. Ik voelde me dus nergens thuis. Aangezien we tussen de middag warm aten, kwam het nogal eens voor dat mijn vader mij kwam ophalen, want anders werd het eten koud. Toen ik in de 6e klas zat, moest iemand mij tijdens een gym-oefening opvangen. Maar die persoon had daar (denk ik) geen zin in en toen viel ik met als gevolg dat mijn arm brak.

Om die redenen wilde ik graag dood. Ondanks dat ik gepest werd had ik wel vriendinnen. Een daarvan was Sandra en soms speelden we samen dat we dood waren. Toen we 8 jaar oud waren, heeft zij een ernstig ongeluk gekregen.
Ze is wel blijven leven. Maar heeft lange tijd in coma gelegen. Waarom weet ik eigenlijk niet maar ik heb haar nooit bezocht en ook geen contact meer met haar ouders gehad.
Later hoorde ik dat ze mentaal de leeftijd van een baby had toen ze weer uit coma ontwaakte.

Na vijf jaar zag ik haar weer voor het eerst. Ondanks dat ze ouder was geworden, herkende ik haar direct. Ik schrok enorm toen ik haar zo zielig in haar rolstoel zag zitten. Vlak daarvoor had ik nog een vervelende ervaring over Sandra gehad. Ik zat inmiddels op de middelbare school en zij was verhuisd naar een ander dorp en er waren meisjes van mijn klas die ook in dat dorp woonden. Die meisjes uit dat dorp spraken met elkaar op een negatieve manier over haar. Aangezien ik ook gepest werd door die meisjes, durfde ik niet te zeggen dat ik vriendin met Sandra was geweest.

Vele jaren later kwam bij mij de vraag bovendrijven of Sandra wel een echt ongeluk had gekregen of gewoon een zelfmoordpoging had ondernomen. Het ongeluk had plaats gevonden op een wat raadselachtige manier. Helaas heb ik nooit een antwoord op die vraag gekregen en daar heb ik het soms nog best moeilijk mee.

Ik had ook nog een andere vriendin die Diana heette. Ik heb haar leren kennen toen ik 3 was en zij is lange tijd mijn vriendin geweest. Ik kwam graag bij haar thuis, want ik zag daar dan dat het ook anders kon. Vaak kwamen er op zondagmiddag een heleboel gezinnen met kinderen bij hen thuis. Dan speelden Diana en haar zus met al die kinderen buiten en ik mocht dan ook meedoen. Dat was een fijne tijd.

We gingen als gezin naar de katholieke kerk en ik vond het bij de zondagsschool erg leuk. Tot mijn 14e woonde ik in Noord-Holland. In dat jaar gingen mijn ouders scheiden.
Ik dacht dat ik de oorzaak daarvan was en dat ik niet aardig genoeg was geweest. Ook voelde ik mij eenzaam en in de steek gelaten.

Omdat mijn vader ergens anders ging wonen, had hij een busje geregeld en hij was bezig om zijn spulletjes in het busje te laden.
Toen hij daarmee bezig was liep een meisje dat ik kende, voorbij.
Ze zei:” je ouders gaan toch scheiden?” en ik antwoordde: ”nee hoor mijn ouders gaan niet scheiden”. Ik weigerde de realiteit te aanvaarden, terwijl het toch duidelijk was dat mijn vader niet maar voor een paar dagen wegging.

Wat de meisjes betreft die nogal eens negatief over Sandra spraken, heb ik later ontdekt dat God van iets negatiefs iets moois kon maken alleen wist ik dat toen nog niet.
Het pesten op school en de scheiding van mijn ouders zorgden ervoor dat al mijn levenslust verdwenen was
Aangezien ik toen nog niet wist wat zelfmoord was, besloot ik om weg te lopen. Ik ging met de bus naar het dorp waar Sandra woonde. Eerst om haar op te zoeken. Om daarna te proberen met de trein verder te reizen, want in dat dorp was het dichtstbijzijnde treinstation. Eerst ging ik dus op zoek naar Sandra, maar ik heb haar niet gevonden.

Wel zag ik die meisjes uit mijn klas. Blijkbaar gingen ze ook buiten schooltijd met elkaar om en ze vroegen aan mij waarom ik daar was. Ik gaf daar eerlijk antwoord op en ik heb het ook over Sandra gehad. Ze waren tot mijn verbazing toen erg aardig en begripvol. Daarna zijn we met zijn allen met een van de meisjes naar haar huis gegaan en ik heb een hele leuke middag gehad. Ik heb wel moeten beloven om gelijk weer naar huis te gaan en dat heb ik gedaan en mijn moeder heeft toen niet geweten dat ik van plan was om weg te lopen.

Mijn verstandelijk gehandicapte broer woonde op dat moment in een tehuis. Ik bleef bij mijn moeder wonen en zij wilde graag terug naar haar geboorteplaats in Friesland. Ik vond dat geen goed idee, want ik kende daar, behalve mijn moeders familie, niemand en met die familie had ik geen klik. Verhuizen zou bovendien betekenen dat ik mijn beste vriendin Diana moest achterlaten. Ondanks dat we niet naar dezelfde kerk en daardoor ook niet naar dezelfde school gingen, is ze vele jaren mijn beste en soms ook mijn enige vriendin geweest.

Helaas kon ik niet bij mijn vader blijven wonen, want hij had maar één kamer tot zijn beschikking en daarom was ik wel verplicht om met mijn moeder mee te gaan. Na de verhuizing heb ik mijn vader 9 jaar niet gezien omdat mijn moeder dat niet wilde. Mijn vader zocht mij ook niet op en dat vond ik echt verschrikkelijk. Vanaf de scheiding ging mijn moeder niet meer naar de katholieke kerk. Ik ging ook niet meer. Toch liet ik God niet los en Hij mij ook niet, maar dat heb ik pas later ontdekt.

Door de scheiding raakte ik ook het contact met mijn vaders familie kwijt. Daar had ik een aardige opa en oma en ook met mijn ooms en tantes (mijn vader is 1 van de 9) en hun kinderen had ik het altijd goed kunnen vinden. Ik logeerde nogal eens bij mijn opa en oma en ook bij een oom en tante omdat ik een goede klik had met hun oudste dochter.

Toen we net In Friesland woonden, moest ik als gevolg van de keuzes van mijn moeder regelmatig bij familie van haar logeren. Dat vond ik niet leuk; met hen had ik geen enkele klik. Zelfs niet met hun kinderen die leeftijdsgenoten van mij waren. Toen mijn broer weer bij mijn moeder ging wonen, kwam ik ook weer bij mijn moeder terug.

Ik kwam na verloop van tijd op een christelijke middelbare school terecht. Eén van de vakken die we daar kregen was godsdienst en dat vond ik een heel leuk vak.

Toen ik 16 jaar was, zag ik een advertentie in de krant staan. Daarin werd een zomervakantie week aangekondigd. Samen met andere tieners zouden ze een week gaan varen. Ik wilde graag mee en mijn moeder stemde toe dat ik meeging. Het begon met een informatiebijeenkomst. Daar ontdekte ik dat het een christelijk initiatief was en dat het uitging van een evangelische gemeente (ik noem het vanaf nu EG). Ik proefde daar iets van de positieve sfeer die daar heerste. Ik wist niet precies wat het was, maar ik wilde het ook hebben. Nu weet ik dat daar de geur van Christus werd verspreid.

Vanaf dat moment had ik dus een plek waar ik mij thuis voelde.
Ik had een fantastische week. Na afloop vroegen ze of ik ook naar de tienerclub van de EG wilde komen en dat wilde ik wel.

Ik ging na de zomervakantie dus naar de club en ik sloeg bijna nooit een bijeenkomst over. Op een gegeven moment ging het thema over vriendschap; en daar werd verteld dat als je geen vrienden hebt, dan kun je toch een vriend van Jezus zijn..

In die periode was ik de enige tiener van de club, die nog niet de zondagse samenkomsten van de EG bezocht. Veel gesprekken tijdens de koffiepauzes van de club gingen over wat er in de diensten van de EG was gebeurd.

Ongeveer een jaar later werd er een baby opgedragen. Het betrof de baby van het echtpaar dat leiding gaf aan de tienerclub. Zij nodigden ook mij uit voor de dienst. Ik was best wel nieuwsgierig geworden en ik besloot om er ook naar toe te gaan. Maar dat viel een beetje tegen. Eerlijk gezegd vond ik het maar niets, want het duurde nogal lang en ik irriteerde me aan die handen die tijdens het zingen omhoog gingen. Ik ging naar huis met de gedachte: ik kom hier nooit weer tenzij ik mee mag werken met de zondagschool. Toch ben ik daarna nog 2 keer naar de EG gegaan omdat ik door anderen was uitgenodigd.

Ongeveer een jaar nadat ik voor de eerste keer naar de samenkomst was gegaan, groeide toch het verlangen om vaker te gaan. Ik kwam daar op een bepaald moment binnen en iemand die ik kende begroette me met de woorden: ”Wat ben ik blij dat God je heeft gebracht” . Die taal kende ik nog niet en ik reageerde verbaasd: “Nee hoor, ik ben zelf komen lopen”. Ik begreep toen nog niet dat God je hart ergens klaar voor kan maken.

Toen ging ik naar de zaal waar de samenkomst was en ik kwam erachter dat de volwassenen eigenlijk precies hetzelfde gingen doen als de kinderen. Ik dacht terug aan wat ik ongeveer een jaar daarvoor uit overtuiging had besloten, namelijk dat ik alleen terug zou komen als ik naar de zondagsschool zou kunnen gaan. Toen wist ik zeker dat God deze gedachte had bewaard en mij had overtuigd. Ik voelde mij echt thuis en ik voel mij daar nog steeds thuis. Vanaf dat moment ging ik regelmatiger naar de samenkomsten van de EG en later ben ik ook lid geworden.

Op zondag 18 september 1988 ging de preek over het thema verkeerde dingen doen en zondigen. Ik begreep het niet helemaal, maar toen er een oproep werd gedaan om je hart en je leven aan de Heer te geven heb ik dat van harte gedaan.

Ik dacht ook terug aan de bijbeltekst die in Johannes 14: 6 staat:
Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door mij. Die tekst had ik toen ik 8 jaar was voor de allereerste keer gehoord en gedurende al die jaren was die tekst nooit uit mijn gedachten geweest.
En toen pas begreep ik, wat er eigenlijk mee bedoeld werd. Ik ontdekte dat het om Jezus gaat en dat Hij voor mij gestorven is en dat je door Hem bij God kunt komen.

Diezelfde middag gebeurde er meer. Er was ondanks de blijdschap over het feit dat ik mijn hart aan de Heer had gegeven, iets wat anders was dan anders. Dat had met eten te maken, want ik kreeg het gevoel dat mijn maag op slot zat. Ik wilde wel eten, maar ik durfde niet, want ik was bang dat het ergens vast ging zitten. Ik moest natuurlijk wel eten, maar ik zag tegen elke maaltijd op als een berg. En zelfs als ik dan net met moeite de ene maaltijd op had, dan dacht ik al “O, over zoveel uur moet ik weer eten”. Voor iemand die er nooit mee te maken heeft gehad is het bijna onvoorstelbaar. Ik was er eigenlijk continu mee bezig, ook als ik niet aan tafel zat en niet hoefde te eten. Ik kwam in die periode niet in de samenkomsten van de EG.

Mijn moeder maakte zich na verloop van tijd ook zorgen over mijn eetgedrag. Zij wilde graag weten wat ik mankeerde. Daarom heb ik vele uren in het ziekenhuis doorgebracht voor de nodige onderzoeken en het stellen van een diagnose. Al die onderzoeken hadden geen enkel resultaat: er kwam geen enkele lichamelijke afwijking aan het licht. Toen las ik een keer in de Libelle over de eetstoornis Anorexia. Ik herinner me dat ik toen heb gebeden: “Heer ik wil dat niet hebben”.

Op 1e Kerstdag (ik zou het zelf niet bedacht hebben) werd ik wakker en mijn maag begon te knorren en dat was iets wat ik al die maanden ondanks het weinige eten niet meer had gehoord. Vanaf dat moment ging ik langzaam weer meer eten. Uiteindelijk is het met mijn eetprobleem en gewicht weer goed gekomen.

In de loop van het nieuwe jaar ging ik opnieuw weer naar de EG. Ook ging ik weer naar de tienerclub waar ik inmiddels een leidinggevende taak had gekregen.
Doordat ik eerder eetproblemen had gehad, raakte ik ontmoedigd wat mijn geloof betrof. Toen zag ik overal een kruis in, waar ik ook maar in of naar keek zoals: spiegels, bakstenen, huishoudelijke apparaten en nog meer. Ik heb toen opnieuw een keuze voor de Heer gemaakt en daarna was dat meteen over.

Ook maakte ik de keuze voor de volwassen doop en op zondag 26 november 1989 was het zover. Mijn getuigenis was alleen: “Ik wil de Heer volgen”. Mijn dooptekst staat in Romeinen 8:35:Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus! Tegenspoed, ellende en vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard?. In Romeinen 8:38 staat het antwoord, want daar staat dat niets ons kan scheiden van de liefde van God door Jezus onze Heer!

Toen ik bijna 21 jaar was wilde mijn moeder dat ik een vriend zou zoeken, want zo zei ze: “ Als je geen vriend hebt, krijg je geen verkering en als je geen verkering hebt, ga je je niet verloven en als je je niet verlooft ga je niet trouwen en als je niet trouwt krijg je geen kind en als je geen kind krijgt, wordt ik geen oma”. Ik heb toen nog wel de gedachte gehad: “O, maar om een kind te krijgen hoef je toch niet te trouwen”?.

Ik ging toch maar op zoek naar een man en zo kwam ik terecht bij de christelijke correspondentie club. Eerst heb ik met een paar mannen geschreven. Eén van die mannen (ik noem hem maar even JB) vroeg nadat we anderhalf jaar met elkaar geschreven hadden of hij langs mocht komen om eens nader kennis te maken. Daar stemde ik in toe. Daarna bleven we contact houden en na 3 maanden hebben we ons verloofd. Eigenlijk ging het daarna al heel snel mis. Zo had ik mij voorgenomen om geen seks voor het huwelijk te willen, maar dat heb ik dus wel gedaan.

Ondanks vele waarschuwingen van verschillende mensen, ben ik in 1992 toch met JB getrouwd. Hij heeft mij seksueel misbruikt en ik heb dingen gedaan waarvan ik nog nooit gehoord had en waarvan ik ook gewild zou hebben dat dat zo gebleven was. Ook heeft mij geslagen en met woorden vernederd. Ik werd heel erg gecontroleerd en ik moest voor bijna iedere stap die ik deed, toestemming vragen en verantwoording afleggen. Tijdens mijn huwelijk schakelde ik steeds vaker mijn emoties uit. Het was mijn manier om te overleven. Ik voelde niets meer en ook dacht ik niet meer diep na over de dingen die mij overkwamen. Ik zat langzamerhand gevoelsmatig gevangen en werd wanhopig. In die periode kwam opnieuw de gedachte bij me op om een einde aan mijn leven te maken.

Toen we 9 maanden getrouwd waren, heb ik alle pillen (en dat waren er heel veel) die in huis waren, in één keer ingenomen. Ik was eerst op bed gaan liggen, maar toch durfde ik niet dood te gaan. JB was ook thuis en ik heb hem geroepen met als gevolg dat ik daarna snel naar het ziekenhuis werd gebracht. Daarna heb ik geen nieuwe pogingen meer gedaan. De belangrijkste reden was dat ik bang ben voor de dood en ik ook niet zeker wist of je dan wel naar God gaat en dat wil ik toch wel heel graag.

Vervolgens gingen mijn gedachten een andere kant op. Ik ging nadenken over hoe ik JB zou kunnen vermoorden. Natuurlijk realiseerde ik me dat als ik dat zou doen, ik in de gevangenis terecht zou komen. Want ik was wel van plan om na die daad mijzelf direct aan te geven bij de politie. Maar zelfs in de echte gevangenis zou ik gevoelsmatig toch vrij zijn.

Ik ben eerlijk gezegd niet getrouwd omdat ik zoveel van JB hield, maar om het huwelijk zelf. Ik wilde niet de enige zijn die niet getrouwd was en ook ben ik getrouwd om mijn moeder tevreden te stellen.

In 1995 kregen we een dochter. Laat ik haar Julia noemen. Het seksueel misbruik stopte abrupt vanaf de dag dat we wisten dat ik in verwachting was. Maar alle andere mishandelingen bleven wel doorgaan. Samen hadden we toen al gesprekken bij het RIAGG. En omdat JB mij overal de schuld van gaf, kreeg ik via de EG een pastoraal medewerkster om gesprekken mee te voeren.

Toen Julia een baby van ongeveer 8 maanden was, werd het zomervakantie en omdat mijn pastorale hulp op vakantie ging, kreeg ik tijdelijk een andere pastorale medewerkster. Zij zag meteen dat er iets niet klopte en signaleerde dat ik angstig werd op het moment dat JB thuis kwam uit zijn werk. Zij was ervan overtuigd dat zij externe hulp moest inschakelen en ze wist ook dat ze niet met ons kon overleggen. Toen heeft zij zonder overleg met ons en zonder ons medeweten met de raad van de kinderbescherming gebeld en de volgende dag werd Julia uit huis gehaald en in een pleeggezin geplaatst. Ik heb het gewoon laten gebeuren, want ik had mijn emoties en gevoel uitgeschakeld.

Ook werd JB verplicht om gedurende drie weken ergens anders te gaan slapen. Julia had via pleegzorg een begeleidster en zij heeft ervoor gezorgd dat JB na 3 weken op zoek ging naar een andere plaats om te slapen. Hij is later nog wel eens bij mij geweest, maar hij heeft nooit meer bij mij geslapen. Julia is 4 maanden in een pleeggezin geweest en daarna is ze weer bij mij teruggekomen.

Ik heb later nog wel geprobeerd om de relatie met JB te herstellen en tot iets goeds te maken, maar uiteindelijk bleek dat toch niet haalbaar te zijn. Daarom heb ik toch een echtscheiding aangevraagd. Nu zijn we ruim 15 jaar gescheiden. Later was ik dankbaar voor deze ontwikkelingen, want ik weet nu dat scheiden beter is dan iemand vermoorden.

Eind 1990 ben ik er mee begonnen om mijzelf pijn te doen en wel om de volgende redenen:
Het seksuele misbruik achtervolgde mij en ik wilde de emotionele pijn die ik van binnen voelde, niet langer voelen maar ik wilde in plaats daarvan echte, fysieke pijn voelen.
Het was steeds een ander geweest die bepaalde wanneer het misbruik begon en wanneer het weer stopte. Nu wilde ik zelf de controle hebben wanneer ik zou beginnen en weer stoppen.

Ook dacht ik dat ik niet goed genoeg was en dat ik straf verdiend had. Omdat een ander mij niet langer pijn deed, besloot ik om mezelf pijn te gaan doen.
In mijn gedachten ging ik ook God beschuldigen van alles wat er gebeurd was. Waarom had Hij de ander geen halt toe geroepen? Waarom had Hij niet beter op mij gepast?.

Ik leidde een dubbelleven, want op zondag ging ik naar de kerk en zei ik vol overtuiging dat het allemaal goed ging. Maar op doordeweekse dagen deed ik mezelf pijn en ik had dus regelmatig een terugval.
Iedere keer als ik het weer gedaan had, voelde ik mij ook schuldig en ik schaamde mij dan ook naar God toe.

Ik had een keer een gedicht voor iemand geschreven over hoe je als christen zou moeten leven. Toen ik erover nadacht vroeg ik mijzelf af of mijn eigen leven er wel zo uitzag als ik voor die ander had geschreven? Tot mijn teleurstelling en verdriet moest ik vaststellen dat dat niet zo was; het was een mooi plaatje maar helaas niet van toepassing op mijn eigen leven. Straks aan het einde lees ik het betreffende gedicht voor.

Ongeveer 8 jaar geleden heb ik JB vergeven, maar ik worstelde nog steeds met schuld en schaamte gevoelens en ik bleef mijzelf pijn doen.

Ongeveer 6 jaar geleden hoorde ik over Celebrate Recovery
Mijn eerste gedachte was dat CR vast iets was voor ‘zielige mensen’. Dat beeld moest ik snel bijstellen nadat ik positieve verhalen over CR had gehoord van andere mensen.
Toen heb ik besloten om mee te gaan doen. CR zou hier in deze kerk gaan starten en ik was de eerste om te melden dat ik mee zou gaan doen. De eerste zijn; dat past eigenlijk niet zo bij mij. Maar achteraf gezien was het een goede keuze.
Eventjes was ik bang dat ik de enige zou zijn. Maar al snel bleken er meer mensen te zijn die ook de moed hadden om mee te gaan doen.

Ik had mijzelf moed ingepraat en zo ging ik dus vol goede moed naar de eerste CR bijeenkomst. Ik was die avond best wel zenuwachtig en gespannen. Dat was omdat ik niet precies wist wat ik moest verwachten. Ook wist ik niet wie ik daar verder zou ontmoeten. Met verbazing zag ik dat er best veel mensen waren. De eerste bijeenkomst was een informatieavond over wat je kon verwachten als je deel zou gaan nemen en ook wat er van jou werd verwacht.

Ook werd ons gevraagd of je op een briefje wilde schrijven aan welke doelen je wilde gaan werken. Omdat er heel veel vrouwen waren, gingen de medewerkers daarna bekijken wie in welke groep kwam. Ondanks dat ik nog een week moest wachten voordat ik wist in welke groep ik kwam, ben ik toch niet meer zenuwachtig geweest.

Eerst zag ik er wel tegenop omdat er elke week een bijeenkomst is en dat je in principe elke 2 weken een persoonlijk gesprek met je coach moest hebben.
Ook vond ik het moeilijk om iemand te vragen om mijn coach te zijn. Uiteindelijk heb ik toch de stap gezet en de tweede die ik vroeg, reageerde meteen positief. Ik wilde haar nog bedenktijd geven en vertellen dat ze er best even over na mocht denken. Maar haar antwoord was dat zij die morgen al had besloten dat ze mijn coach wilde zijn.

Het kostte me geen moeite om elke week naar CR te gaan en om regelmatige gesprekken met mijn coach te hebben.
Het was fijn en bemoedigend om te ervaren dat ik door andere vrouwen werd geaccepteerd zoals ik ben en dat ik herkenning vond.

Ondertussen zijn mijn gedachten over Celebrate Recovery behoorlijk veranderd. Ik weet nu dat CR juist niet voor zielige mensen is, maar dat het een programma is dat bestemd is voor moedige mensen, die de stap durven zetten om te willen veranderen. Mensen die samen met God en anderen willen werken aan Zijn plan voor hun leven.

Wel vond ik het soms moeilijk om in de open-deelgroep aan de andere vrouwen te vertellen wat ik voelde en wat ik dacht.

De stap die voor mij het moeilijkst was, was om te stoppen met mijzelf pijn te doen. Ik bleef in mijn gedachten maar herhalen dat ik straf had verdiend.

Soms zat ik in de algemene CR samenkomst en dan dacht ik: het klinkt allemaal zo mooi, de woorden over God, maar het is toch niet voor mij. Op sommige avonden wilde ik zelfs heel hard naar huis terug rennen om mijzelf thuis pijn te gaan doen. Maar gelukkig was er dan de onzichtbare hand van God, die mij tegen hield. Hij liet aan mij weten dat het ook voor mij is. Dus dan bleef ik zitten en ging ik ook naar de open deelgroep en daarna pas naar huis en dan deed ik mezelf dus geen pijn meer.

Ik overlegde regelmatig met mijn coach en vertelde haar dan dat ik mijzelf pijn deed. Zij bleef dan herhalen dat Jezus ook voor mij gestorven is en dat Hij daardoor mijn straf gedragen had. Ook wist ze mij te overtuigen dat je niet de ene dag God kunt prijzen en de andere dag jezelf pijn kunt doen.

Ongeveer drieënhalf jaar geleden kwam er een ommekeer en sindsdien heb ik mijzelf geen pijn meer gedaan.
Die ommekeer werd veroorzaakt door Stap 4. Daar staat: Onder Gods leiding onderzoek ik mijn leven op een open en eerlijke manier. Ik realiseerde mij toen dat alle fouten kunnen worden vergeven en dat het is een leugen dat het misbruik mijn schuld was en die waarheid is mijn nieuwe realiteit geworden. Ik weet het zeker: het is niet mijn schuld.

Ook kwam ik tot de ontdekking dat het niet mogelijk is om alles onder controle te hebben en dat je je leven moet laten leiden door God, want dan is het goed.
God houdt van je zoals je bent, maar Hij houdt teveel van je om je zo te laten als je bent!
Ik heb een lieve Hemelse Vader en een fijne Vriend Jezus.
Toch vind ik het soms nog moeilijk om te geloven dat God van mij houdt, maar keer op keer overtuigt Hij mij, dat het wel zo is.

Ongeveer 3 jaar geleden ben ik verhuisd en toen kwam ik erachter dat ik een hele leuke buurvrouw heb. Lang geleden zaten we bij elkaar in de klas en toen heeft zij mij gepest. Een aantal jaar daarvoor heeft zij mij daar al voor om vergeving gevraagd. Dat heb ik als heel bijzonder ervaren. Sindsdien hebben we al een paar keer met elkaar gesproken.

Ik heb de laatste jaren een goed contact met mijn moeder gekregen en we zagen elkaar toen regelmatig. Dat duurde tot 2 jaar geleden, want toen is zij overleden.
Met mijn vader en mijn broer heb ik ook nog af en toe contact.
Mijn opa’s en oma’ zijn inmiddels overleden.
Met sommige van mijn ooms en tantes van mijn vaders kant heb ik ook af en toe weer contact en ook met de nicht bij wie ik vroeger nogal eens logeerde.
Ondanks dat ik heel veel mensen ken o.a. via de EG en mijn vrijwilligerswerk, heb ik nog steeds niet zoveel vrienden.
Ik ben nog steeds alleen, want een nieuwe relatie met een man aangaan, vindt ik toch best wel spannend.

Ik ben wel dichter naar God gegroeid en ik laat Hem ook steeds meer toe in mijn leven. Er was lange tijd een muur tussen God en mij en die is nu weg. Ik laat ook meer Gods liefde toe in mijn leven. Eerst was ik altijd bang dat als ik dat zou doen, ik dan zou gaan huilen. Nu zou ik het niet meer erg vinden als er tranen zouden opkomen. Ik heb ook de keuze gemaakt om voluit te willen leven; dus de gedachte om er zelf een einde aan te maken is ook verleden tijd.

Nog steeds ga ik verder met mijn herstel en nog steeds ben ik bezig met Stap 12. en ik ben nu medewerker bij CR en ik ben bij het ondersteunende gebedsteam. Ik vind het fijn dat ik op die manier anderen mag dienen en ondersteunen in hun weg naar herstel.

Zoals beloofd is hierbij mijn gedicht:

Weet dat God alles maakte en ook jou
dus wees Hem altijd trouw
Weet dat God heel veel om jou geeft
en dat Hij Zijn Zoon voor jou gegeven heeft
Weet dat God van je houdt
Ook al maak je wel eens een fout
Weet dat je met alles naar Hem toe kunt gaan
en dat Hij altijd naast je zal staan
Weet dat je kunt vertrouwen op Hem
en kan luisteren naar Zijn stem
Weet dat Hij je dan altijd leidt
op de weg die Hij van tevoren heeft bereidt.

Dank je wel dat ik mijn Persoonlijk Verhaal met jullie mocht delen!

Hersteld van pesten, emotionele blokkades, onzekerheid en machogedrag

Mijn naam is Bob en ik ben hersteld van de gevolgen van pesten en emotionele blokkades. Ook heb ik te maken gehad met onzekerheid en machogedrag. Ik ben getrouwd met Tineke en wij hebben twee kinderen. Ik ben pas op latere leeftijd tot geloof gekomen en daarvoor kwam ik zelden in een kerk.

Ik ben geboren in Veenendaal en ben opgegroeid in een niet-christelijk gezin. Ik heb wel op een christelijke basisschool gezeten en zo enig bijbel onderwijs meegekregen. Zo rond mijn zesde jaar verhuisden wij naar Harderwijk.

Ik was vroeger een heel klein, witblond, mager mannetje met een brilletje op en ik ben in mijn jeugd heel veel gepest. Dit begon op de basisschool in Harderwijk en toen ik later naar de middelbare school ging bleef het doorgaan. Ik weet niet meer hoe vaak ik wel niet onder ben getuft, groepjes medeleerlingen mij op stonden te wachten om mij te grazen te nemen, mijn fiets in elkaar werd getrapt. Ik werd altijd als laatste gekozen in de gymzaal en heb ervaren dat ik op verschillende manieren ben vernederd.

Mijn ouders vonden het pijnlijk en hebben geprobeerd er met de beste wil van de wereld iets aan te doen. Maar dit leidde alleen maar tot nog grotere problemen voor mij. Uiteindelijk besloot ik om maar de schijn op te gaan houden en niks meer met wie dan ook te delen. Laat staan dat ik aan mijn klasgenoten liet merken wat het pesten met mij deed. Ik werd een erg gesloten jongen.

Zo rond mijn 15e jaar kreeg ik een groeispurt en daarna werd het pesten geleidelijk minder.
Mijn vader was altijd aan het werk om geld te verdienen zodat ons gezin het hoofd boven water kon houden. Dus hij was weinig thuis. Het is overigens wel een hele lieve man met het hart op de goede plaats. Ook heb ik een lieve/ goede moeder, maar zij heeft wel een passief karakter.

Er werd bij ons thuis niet geknuffeld, weinig gesproken over gevoelens, laat staan dat ik gecoacht werd om mij op mijn toekomst voor te bereiden of dat er waardering werd uitgesproken als ik iets goed deed.

Ook al die jaren dat ik gepest ben, hebben mijn vader en moeder er nooit eens goed met mij over gesproken, laat staan professionele hulp voor mij gezocht.

Meerdere malen heb ik erover nagedacht om mijzelf van het leven te beroven. Maar ik was toen en ben nog steeds een vechter. Dus ik bleef mijzelf er toe zetten om door te gaan, ook al wist ik wat mij te wachten stond als ik naar school ging.

Deze jaren op school hebben bij mij diepe sporen achtergelaten. Ik had een emotionele blokkade ontwikkeld, en iedereen was voor mij (of diegene het nou kwaad bedoelde of niet) een potentiële vijand geworden. Dit uitte zich in mijn pubertijd in vervelend gedrag zoals drankgebruik, roken en grof taalgebruik richting mijn omgeving. In mijn vrije tijd ging ik allerlei rottigheid uithalen.

Na mijn school en studie kreeg ik een kans om een eigen bedrijf te starten en ben ik als zelfstandig ondernemer aan de slag gegaan.

Dag en nacht was ik bezig om mijn bedrijf op te bouwen en dit lukte heel goed. Maar ongemerkt gaf het mij de mogelijkheid om alles wat ik in mijn jeugd had meegemaakt te verdrukken en dit te compenseren met allerlei andere zaken.

Want ik kreeg nu ineens aanzien, verdiende veel geld, reed een mooie auto en had altijd dure kleding aan. Elk weekend vertoefde ik in nachtclubs en had veel vrienden en ook bij de dames deed ik het niet slecht.

Ik werd daarin nog eens extra bevestigd toen ik werd uitgenodigd voor een schoolreünie en mijn oude klasgenoten van de basisschool een compleet nieuwe Bob voor zich zagen staan. Een ogenschijnlijk zelfverzekerde jongeman die het in zijn leven voor elkaar had. De reacties en blikken die ik toen kreeg zijn mij lang bijgebleven...

Voor mijn idee was ik als winnaar uit de strijd gekomen…., had ik alles wat ik had meegemaakt overwonnen en er was er helemaal niks meer met mij aan de hand. Problemen voorbij … dacht ik…

…….Ik spoel nu vooruit naar het jaar 2003…..

Ik had steeds vaker last van gevoelens van onvrede, last van spontane woede uitbarstingen en ook voelde ik mij vaak van het ene op het andere moment zomaar ineens diep ongelukkig en depressief.

De drijfveren zoals kleding, auto’s, gadgets, maar ook de heftige nachten stappen in combinatie met drank en allerlei andere zaken waren hun effect kwijt geraakt.

Ik kwam tot de ontdekking dat ik jaren in een schemerwereld had geleefd en ik besloot dat het tijd was om mijn leven weer op orde te gaan brengen. Een periode van ontwenning, afstand nemen van mijn oude “vrienden”, niet meer stappen en thuis op de bank zitten, brak aan.

Begin 2004 kregen Tineke en ik een relatie. Tineke had van huis uit een katholieke achtergrond en zij was al een aantal jaren op zoek naar haar identiteit. Ik wist dat een goede vriend van mij christen was, dus ik heb Tineke en hem op een gegeven moment aan elkaar voorgesteld en dit resulteerde uiteindelijk in een uitnodiging voor een dienst in wat nu ‘onze kerk’ is geworden.

Ik had dit nog nooit zo meegekregen en ook nog nooit opwekkingsliederen gehoord…., laat staan gezongen. Maar wat misschien nog wel het meest verbazing bij me opriep en niet te bevatten was, was dat er ook een God van liefde en vergeving bestond in plaats van alleen maar een God van veroordeling.

Want God was in mijn ogen een God van toorn en wij waren allemaal zondaars en we zouden linea recta naar de hel gaan! Dus waarom al die moeite doen om je op zondag in de kerk in de put te laten praten?

Naar een jaar van regelmatige bezoeken aan de zondagse samenkomsten besloten wij om de introductiecursus te gaan doen. Zo “radicaal” als ik altijd was geweest in mijn standpunten TEGEN het geloof, zo “radicaal” werd ik er van overtuigt dat Jezus ook van mij houdt en Hij aan het kruis stierf voor mijn verschrikkelijke zonden!

En uiteindelijk heb ik dan mijn hart opengesteld voor de Heer Jezus en ben ik niet lang daarna gedoopt.

Ik vertelde u net dat het in deze periode al niet goed met mij ging. Maar dankzij de introductiecursus binnen onze kerk, de prachtige weg richting mijn bekering en doop was ik ook echt veranderd. En dit begonnen de mensen in mijn omgeving ook waar te nemen!!!

Er begon een periode aan te breken waarin ik Jezus meer en meer ging toelaten te werken aan allerlei facetten van mijn leven.. Ook in de eerste periode na mijn doop bleef het goed gaan.

Maar terwijl ik eigenlijk nooit tegenslagen in mijn leven had gehad, stapelden die zich nu ineens op. Tegenslag op tegenslag. En ondanks dat ik enthousiast en overtuigt aan mijn “Reis” was begonnen, verdwenen mede daardoor mijn Geestelijk Basis van dagelijks gebed en bijbel lezen. Langzamerhand maakten bidden en Bijbellezen steeds minder deel uit van mijn leven.

Na 10 jaar hard werken was ik genoodzaakt om mijn onderneming failliet te laten verklaren. Alles wat ik had opgebouwd en waar ik keihard voor had gewerkt was in één klap weg. Dan ben je voor je gevoel echt ‘terug bij af’!

Tineke en ik kwamen in een relatiecrisis terecht. Ik had nooit leren communiceren, laat staan gevoelens te uiten of te delen. Beide gelegenheden dat Tineke haar emoties/ gevoelens met mij deelde, ervoer ik dat vaak als een persoonlijke aanval. Dit resulteerde dan in een heftige explosie van boosheid van mijn kant, en dat is iets waar ik haar erg veel pijn mee heb gedaan. Zonder het te willen en vaak ook zonder me dat op dat moment bewust te zijn.

Tineke komt uit een gezin met een vader die zijn kinderen angst inboezemde, waardoor er thuis altijd een zekere mate van spanning was. En dankzij mij kwam die spanning van vroeger nu ineens tussen ons in te staan als we ruzie kregen.

Het was echt een “bijzondere” mix van de twee meest tegenstrijdige karakters die bij elkaar waren gebracht in een liefdesrelatie. Uit elkaar gaan was voor ons op dat moment geen optie. We besloten om met pastorale hulp en een relatietherapeut voor onze relatie te gaan knokken.

Wij wilden graag een gezin stichten met kinderen maar we raakten niet zwanger. Er was geen duidelijke medische reden te vinden voor het uitblijven van een zwangerschap. We besloten om medische hulp te zoeken en vele jaren van consultaties, onderzoeken en gesprekken volgden. En ja, wij hebben inmiddels twee prachtige kinderen van Hem gekregen.

Maar het hele proces van meer dan 5 jaar onzekerheid, het gevoel van “waarom overkomt dit ons?”, elke keer weer de spanning of het dan eindelijk deze keer gelukt was, dat hakte er emotioneel behoorlijk diep in.

Ook de onvrede die ik ervoer over mijn failliete onderneming bleef aanhouden. Ik had voor mijn gevoel gefaald. Hoe het voor mijn relatie met Tineke was zonder alle ruzies en alle materiële zaken die ik niet meer bezat, dat bleef maar aan mij trekken. Ik zocht allerlei uitvluchten door me in allerlei hobby’s te storten. Daar ging veel tijd en geld in zitten, maar het was een prima manier om mijn gevoelens van onrust te onderdrukken.

Ook kon ik maar niet aarden als werknemer bij een bedrijf. Ik was immers gewend om zelf de lijnen uit te zetten in plaats van orders te krijgen. Bij ieder bedrijf waar ik ging werken liep ik tegen van alles aan. Ik leerde heel snel, maar ik was ook weer snel uitgekeken en als de uitdaging weg was, dan werd ik weer rusteloos. Ik “hopte” dus van baan naar baan. Tot overmaat van ramp raakte ik binnen een jaar twee keer mijn baan kwijt door gedwongen ontslag. Dat knaagde nogal en ik voelde me eigenlijk wel mislukt.

En ongemerkt zat er steeds vaker iemand in mijn oor fluisteren: “Bob, ben jij wel een goede Christen?”.

En zo kwam ik uit bij een punt dat ik de controle volledig kwijt was, ik werd erg onzeker, durfde mij helemaal niet meer te uiten tegen mensen, ik was boos op alles en iedereen, en ik had zelfs de neiging om God de rug toe te keren. Ik wist simpelweg niet meer wie ik was…….

Ik moet eerlijk bekennen dat ik met lood in mijn schoenen een keer bij CR bent binnengelopen. CR was toch iets voor ‘losers’, watjes en zielige mensen? Het zal je duidelijk worden dat ik daar ondertussen wat anders over denk. Maar wat God in dat jaar voor mij heeft gedaan heeft tot rijke zegen geleid.

Ik heb langere tijd lief en leed gedeeld met een geweldige groep mannen. We hebben naar elkaar geluisterd, elkaar bemoedigd, soms elkaar ook gescherpt en met elkaar gebeden. En God heeft in die periode bij mij voor herstel gezorgd. En ik mocht ook waarnemen dat God zijn herstel werk deed in de levens van andere mensen… Het was genieten!

Ik heb tijdens het stappenproces in alle eerlijkheid mijn leven tegen het licht gehouden. Levens-inventarisatie noemen ze dat bij CR. En het was behoorlijk confronterend om alles wat ik al die jaren had weggestopt weer naar boven te halen.

Toen ik met CR begon, dacht ik dat mijn “pestverleden” de reden was van alle ontsporingen en blokkades. Maar na de enkele lessen over ontkenning en machteloosheid, kwam ik er achter dat het pesten niet de reden, maar juist de oorzaak was, waardoor er van alles in mijn leven verkeerd was gegaan. Het beeld wat ik had over mijn CR periode heb ik toen behoorlijk bij moeten stellen.

Het onderdeel “overgave” was voor mij een grote uitdaging. Want ik was een “trots” en “zelfstandig” individu . Ik had een flink ego. Waarom zou ik , iemand die zijn hele leven voor zichzelf had gezorgd, me er toe zetten om “het stuur” van mijn leven over te geven aan Jezus? Maar toen deze stap aan de orde was, was ik er helemaal klaar voor!

Dankzij CR heb ik in alle eerlijkheid, openheid en zonder schaamte durven kijken naar mijzelf. Alles heb ik uit mijn donkerste kamers gehaald om aan Jezus te laten zien en Hem de kans gegeven om mij te helpen met mijn herstel.

In de gesprekken die ik met mijn coach heb gehad, hebben we gesproken over mijn jeugd en over hoe het pesten mij gehard had en welk negatief effect dit had op mijn dagelijks leven.

En ja, natuurlijk als ik aan mijn jeugd terug denk ervaar ik nog steeds onprettige gevoelens. Want dat is en zal altijd een vervelende periode van mijn leven blijven. Maar ik heb mogen leren, dat ik vanuit genade leef in het hier en nu.

God is mij echt genadig geweest…. want Hij heeft mij de ruimte gegeven om mijn verleden te leren accepteren, die pestkoppen te vergeven en vooruit te kijken. Bovendien liet hij mij zien dat Hij mij wil gebruiken voor de toekomst. Mijn pijnlijke en negatieve ervaringen wil HIJ inzetten voor het doel wat HIJ voor ogen heeft met mijn leven. Dat is stap 12 van het programma, waar ik nu volop mee bezig ben.

Wat ik ook echt als een zegen ervaar is dat ik dankzij CR “sensoren” heb gekregen waardoor ik nu direct in de gaten heb wanneer het weer verkeerd dreigt te gaan. Want mijn herstelproces zal waarschijnlijk mijn hele leven gaan duren. Ik ervaar dit echt als een cadeautje van God waarmee ik mijzelf scherp kan houden. Dat had ik echt nodig!

Dankzij CR kunnen Tineke en ik eindelijk praten met elkaar zonder dat ik mij direct aangevallen voel en we kunnen nu gesprekken van hart tot hart met elkaar voeren. Het afgelopen jaar zijn we ook voor het eerst mee geweest als leiding tijdens een jonggehuwden weekend van onze kerk. Dus wij (die zoveel problemen hebben gehad) mogen nu met anderen delen vanuit onze ervaringen en wat er wellicht aan bijdraagt dat problemen in het huwelijk van een ander worden voorkomen.

In mijn werk en in de persoonlijke omgang met mensen heb ik dankzij CR meer rust gevonden. Waar ik voorheen altijd achterdochtig was als mensen met mij wilden praten, durf ik nu meer open en transparant te zijn. En ja, natuurlijk komt het nog wel eens voor dat ik een discussie heb. Maar in tegenstelling tot vroeger durf ik nu wel achteraf naar diegene toe te gaan en het uit te praten in plaats van mijn “trots” te laten bepalen wat ik doe.

Dus ja, mijn gevoel van minderwaardigheid, persoonlijk aangevallen voelen en de onzekerheid komen soms weer naar boven en dat is niet fijn. Maar ik heb nu de hulpmiddelen in handen die mij altijd kunnen helpen op die momenten als het wat minder met mij gaat.

Ter afsluiting wil ik een vers uit het bijbelboek Spreuken met jullie delen wat in een enkele zin samen vat waar mijn CR periode voor een groot deel om draaide.

Het is Spreuken 28 vers 13 en daar staat:

“Wie zijn fouten verbergt, zal geen voorspoed kennen, maar wie ze toegeeft en vermijdt, krijgt vergeving”.

Na mijn CR periode heeft onze coördinator mij gevraagd of ik CR- gespreksleider wilde worden. Van alles wat ik heb geleerd in mijn CR-periode zijn er twee dingen die ik graag met u wil delen en waar ik “mijn mannen” ook altijd toe uitdaag:

Als eerste: “Houd vol en betrek God in iedere stap die je neemt.
Als tweede: “Lees dagelijks Zijn Woord en wees trouw in je gebeden”.

Herstellen doe je niet eventjes; CR is geen marathon. Het gaat stapje voor stapje. Toen ik het zwaar had, heb ik zelfs op het punt gestaan om op te willen geven. En toen zei één van mijn open-deelgroepleiders tegen mij: “Bob, in het dal daar groeien de mooiste bloemen” en deze woorden heb ik voor altijd in mijn geheugen gegrift.
Want juist wanneer je het zwaar hebt geeft dit, wanneer je het toelaat, God de mogelijkheid om je te vormen en te veranderen naar het beeld wat Hij met jou voor ogen heeft.
Dank u dat u naar mijn Persoonlijk Verhaal hebt willen luisteren en aan Hem alle eer.

Herstellende van pestgedrag, pijn, verdriet, afwijzing en angst.

Mijn naam is Tamara*. De meesten kennen mij nu zo langzamer hand wel.
Ik ben opgegroeid in een disfunctioneel gezin en ben herstellende van pestgedrag, pijn, verdriet, afwijzing en angst.

Mijn kinderen leerde ik om dingen waar ze mee zaten niet in een dekenkist te gooien er op te gaan zitten.
Want er komt een moment dat je moet plassen. En dan ga je van de dekenkist af, floep open…. Nnneeee, nee alles er weer gauw in en er gauw weer op zitten.
Maar je wil er toch wel eens vanaf: om iets moois te zien en te ontspannen.
Tja.. en dat wil dan niet! Maar ondertussen zat ik zelf op die dekenkist en bleef er zelf nog wel het meest op zitten.

Als kind ben ik op de lagere school echt heel veel gepest. Ik werd vaak aan een boom vast gebonden en mijn rug werd blauw geslagen. Ik had geen vriendinnen en verjaardagsfeestjes waren voor mij niet weg gelegd. Daardoor werd ik een einzelgänger en voelde me afgewezen. Ik ben niks, ik zie er niet leuk uit, ik kan niks en ga zo maar door.
Die overtuiging beïnvloedde ook mijn school keuze…….

Tussen mijn ouders ging de relatie ook niet meer al te best. Ik werd tussen hen beiden als spreekbuis ingezet en liep van het hok(vader) naar de keuken (moeder) en weer terug.
Voor mij was flauwvallen de makkelijkste optie om aandacht te trekken. Mijn ouders waren dan lief voor elkaar en alle zorg en liefde was voor mij. (al deed ik dit toen der tijd zeker niet bewust)
Mijn moeder liet mij opnemen en ik belandde in de daaropvolgende jaren in diverse tehuizen, heb nachten in een isoleercel doorgebracht. Daar was het koud, stil en leeg.
Ik voelde me afgewezen door mijn moeder, weg gestopt.
Uiteindelijk heb ik mijn school niet afgemaakt. Opnieuw een bevestiging dat ik waardeloos was. Zie je wel, ik kan toch niks!
Ik verlegde mijn pijn en liet mij (achteraf) verleiden door valse liefde.

In mijn verkeringstijd ging ik dingen doen die ik voor mijn gevoel gemist had.
Ik dacht dat het bij het leven hoorde. Je moet het allemaal meegemaakt hebben.
Deze Liefde bestond uit seks, mannen en geld toe, hoe simpel kan het zijn.
Maar dit was valse liefde. Ik verloor mijn eigenwaarde steeds meer en meer.
Ik hield er andere normen en waarden op na, dan die ik diep van binnen had en van huis uit had meegekregen.
Inmiddels waren er kinderen en ik voelde me smerig.
Ik stopte met mijn activiteiten en verlegde weer mijn pijn, maar het hielp niet.

Wat een narigheid had ik mee gemaakt, dat waren Boek delen…… .
Ik ging op zoek naar ….. Naar iets…. God…. Er was voor mijn gevoel maar één weg: Bidden,…. God.
Ik kreeg een vriendin, kwam weer in de kerk, liet me dopen ..… en ging aarzelend naar Celebrate Recovery
Dit vond ik wel moeilijk, omdat ik wist dat er dan wat zou gebeuren. Als ik daaraan deel zou gaan nemen zou ik gaan veranderen was mijn overtuiging. (Die bleek later te kloppen )
Wilde ik dat wel; was het niet beter om alles weg te stoppen?
Maar toen….. wat was kinderen opvoeden moeilijk. Ik wilde ook mijn kinderen wegstoppen, ze waren onhandelbaar. Laat een ander het maar doen. Ik kan het niet.
Ik voelde weer wat ik vroeger voelde. Bang dat ik zou falen,….. Angst…. om afgewezen te worden… Steeds maar weer handelen uit angst…… En eigenlijk geen beslissingen durven te nemen. Bang dat het de verkeerde beslissingen zouden zijn.

Hoe moeilijk het ook was, ik koos er voor om mijn kinderen niet af te wijzen. Maar ze lief te hebben in voor- en tegenspoed en ze groot brengen samen met God, met God als Vader.
Soms als er iets mis ging met de kinderen (niet op bed willen)… dan bad ik tot God en zei ik: Heer:.. Treed u eens even op. Geef ze een schop onder de kont.. doe iets. Het moet nu gebeurd zijn…. En dan draaide ik me om en liet het aan God over. Niet zelden was het 10 minuten later stil; God trad op! . Wauww….Hij bestaat echt, hier kan ik niet tegen op.
Ik ben God hier heel dankbaar voor.

De kinderen die vroeger bij mij in de klas zaten, herken ik niet meer nu ze volwassen zijn. Ik heb ze verbannen uit mijn leven. Velen zijn nu ook vader en moeder en hebben zelfs kinderen op de school waar mijn kinderen naar school gaan. Ik loop ze straal voorbij, ik ken ze niet meer.
Kent u het programma nog: wie is mijn pester….(of zo iets……)
Nou, is niet voor mij weg gelegd… mooi niet.. Maar ik heb wel gebeden: God, waarom… ik begrijp het niet… … waarom,… waarom…. Zeiden ze maar sorry…..
Op een dag ben ik op de boerderij bij de paarden. Er komt een mevrouw met dochter binnen lopen. Haar dochtertje behoorde tot de poetsdames van de boerderij. De mevrouw was duidelijk haar moeder, die mij schaapachtig aan zat te kijken.
Ik klets honderd uit, ben spontaan…. niets vermoedend… Tot ze zei, wie ze was ……… ik stond stijf aan de grond genageld…… Slik…. Ik zei niks meer… en ging door met mijn werk.
Haar dochtertje mocht even pony rijden en ik hield toezicht….dus ging ik daar op een bankje zitten langs de bakrand. De moeder kwam naast me zitten….
Deze moeder had vroeger bij mij in de klas gezeten en was één van mijn voormalige pesters.
Ze zei:….... Het spijt mij zo voor wat wij jou hebben aangedaan…. Ik reageerde heel nors: Nou dank je wel…. Door jullie toedoen ben ik naar een verkeerde school gegaan. Jullie hebben mij ongekend pijn gedaan, wat ik nooit heb begrepen.
Ze vertelde haar verhaal : hoe dit tot stand was gekomen en hoe het van kwaad tot erger werd. En de hele klas ging hier in mee, bang voor die ene jongen.
Alles was te doen om mijn naam: …… Ze hadden me nog niet eens gezien, wisten niet wie ik was….. Maar de grondslag was gelegd. Ze vertelde ook dat ze mij wel eens bespioneerde als ik naar een paard ging.. Ze was jaloers, dat ik dat soort dingen deed. Ik had dit nooit gemerkt. Ze zag me later veel bij school staan en vertelde me dat er meer ouders bij stonden uit diezelfde periode. Ik zei haar die niet meer te herkennen. Ze vertelde me ook hoeveel verdriet zij hier van heeft gehad en dat ze bang was, mij dit nooit te kunnen vertellen. We hebben samen gehuild en ik heb haar een knuffel gegeven, en vertelt dat deze woorden mij zo goed doen, dat het voor alle anderen er niet meer toe doet en ik heb het haar vergeven.
Terwijl ik de principes van CR leerde, kwam ik gaandeweg verder in mijn herstel proces.
Het was niet altijd makkelijk; het invullen van de vragen in de deelnemersgidsen was emotioneel gezien soms best pittig.
En ik voelde dat ik mijn vieze kleren uit moest trekken en mijn schaamte kwijt moest raken.
Mijn pijn en verdriet, mijn afwijzing, mijn angst.
Alhoewel ik nooit mijn narigheid aan de grote klok durfde te hangen vond ik het niet moeilijk om de dingen aan God te vertellen. Ook had ik een coach gevonden waar ik mee durfde te spreken.
Maar ondanks dat, bleven er dingen op mijn lippen liggen. Die ik nog niet durfde te delen,,
Er was nog maar één persoon waar ik het aan zou durven te vertellen; mijn vriendin.
En dat heb ik gedaan. Wat heb ik jammerlijk gehuild…. Wat voelde ik opnieuw die pijn.
Het koste me een dag om mijn lippen te legen. En na afloop zei ik huilend…. Nu wil je zeker niet langer mijn vriendinnetje zijn. Maar die afwijzing kwam er gelukkig niet.
Ze was juist blij,…. En ze drukte dat met warme woorden uit: nu begrijp ik je gewoon veel beter….
Wauw, Wat een liefde heeft zij voor mij….

Ik heb mij altijd vast gehouden aan de Bijbeltekst 1 Kor 10: 13
Het gaat over beproeving en hoeveel je aan kunt:
De beproevingen die u hebt ondergaan, zijn niet ongewoon. God is trouw. Hij zal ervoor zorgen dat de beproevingen u niet te veel worden. Hij zal ook een uitweg uit de beproevingen geven, zodat u er tegen opgewassen bent.

Laatst hoorde ik een studie over Passie.
En ik kreeg het op mijn hart om meer met Coachen te gaan doen.
Paarden coachen, mensen coachen het maakt allemaal niet uit. Het komt voor een deel op het zelfde neer.
Hoe dit een invulling gaat krijgen laat ik aan God over.

Bij CR heb ik de tools geleerd, hoe ik beter met moeilijke situaties om kan gaan. Het was geen gemakkelijk proces, soms heb ik geneigd om te stoppen. Maar wat ben ik blij dat ik dat niet heb gedaan. Het zou me opnieuw tot een looser hebben gemaakt. En nu merk ik, dat ik verder kan met mijn leven. Ik leef vanuit Gods Kracht en wil dienen vanuit mijn ervaring.
Dat is de laatste van de 12 stappen…

Laatst las ik ergens iets waarbij het coachen opnieuw volop aan bod kwam
Het leek wel een bevestiging. Ik wil dan ook graag een coach zijn voor nieuwe deelnemers aan CR. Ik ben dankbaar dat ik deze genade van God mag ontvangen.
Mijn blijdschap, mijn vreugde, mijn geluk, dat is allemaal gebaseerd op Gods passie voor mij!

Ik wil iedereen bedanken die dit CR programma mogelijk hebben gemaakt.
Ik wil mijn Coach bedanken voor het geduld en liefde die ze voor mij had tijdens dit proces.

En ik wil eindigen met een zelfbedachte vraag zoals ook elk hoofdstuk in de uittrekselmap eindigt: Ik heb zelf ontdekt, wanneer ik niet meer kan, dat God het dan overneemt. Hoe ervaren jullie dat?

*Tamara is een gefingeerde naam

Hersteld van geestelijke en lichamelijke mishandeling, minderwaardigheidscomplex, codependency en zelfhaat

Mijn naam is Gerda, ik ben 42 jaar oud, en hersteld van geestelijke en lichamelijke mishandeling, een
minderwaardigheidscomplex, codependency en zelfhaat.

Ik ben inmiddels 24 jaar getrouwd, moeder van 5 kinderen, twee meisjes daarvan zijn als baby overleden. De oudste is na een voldragen
zwangerschap van 42 weken op 6 dagen overleden aan de gevolgen van een ernstige
zwangerschapsvergiftiging. Ons derde kindje is na een zwangerschap van bijna 5 maanden overleden.
Wij mogen nu zorgen voor onze zoon van 22 die sinds een paar maanden met zijn vriendin
samenwoont en voor onze dochter van 19 en onze zoon van 10. Zij zijn met elkaar één van de meest
waardevolle geschenken die ik in mijn leven mocht ontvangen.

Er is zoveel in mijn leven gebeurt, dat het best pittig was om alles op een rijtje te krijgen. Nu ik
dankzij Gods genade mijn leven weer bijna op de rit heb, vind ik het nog steeds moeilijk om te
omschrijven waar ik allemaal van hersteld ben.

Het grootste wonder wat ik mocht meemaken is dat ik Jezus Christus echt heb leren kennen en dat
mijn relatie met Hem vernieuwd is. Die vernieuwde relatie die ik nu mag ervaren heeft hele grote
gevolgen gehad. Ik ben nu hersteld of bijna hersteld van de gevolgen van geestelijke en lichamelijke
mishandeling, seksueel misbruik en het verlies van onze dochters.

Deze gebeurtenissen hebben diepe sporen achtergelaten in mijn leven. Ik heb lange tijd gedacht dat
de schade, die daarvan het gevolg was, onherstelbaar zou zijn. Gedurende vele jaren voelde ik me
heel erg onzeker, afgewezen en eenzaam. Ik had besloten om mezelf te beschermen. Daarom had ik
me afgesloten van de buitenwereld en worstelde met een minderwaardigheidscomplex, een heel
laag zelfbeeld, please-gedrag en codependency. Dat laatste in het bijzonder naar mijn moeder toe.

Het was zelfs zo ver gekomen dat ik van mening was, dat ik het niet waard was om op deze wereld
een plek in te nemen. Ik had immers geen toegevoegde waarde; ik was voor mijn gevoel overbodig.
Dat had dus een stevige depressie tot gevolg. Worstelend met negatieve gevoelens en negatieve
gedachten liep ik regelmatig rond met de vraag hoe ik het beste een einde aan mijn leven kon
maken. Het bleef niet alleen bij denken; ik heb diverse pogingen ondernomen. Achteraf weet je het
allemaal niet meer zo precies, maar het is nooit gelukt, want dan had ik hier natuurlijk niet gestaan.
Misschien waren mijn pogingen wel een schreeuw naar aandacht en liefde naar mijn ouders toe en
voornamelijk naar mijn moeder.

Tot vorig jaar heb ik enorm met dit probleem geworsteld, ik kon niet van mijzelf houden. Ik was
ervan overtuigd dat ik het ook niet waard was om geliefd te zijn. Luisterend naar de mensen om mij
heen kreeg ik langzamerhand de overtuiging dat alles wat mij overkomen was, mijn eigen schuld was.
Als je iets maar vaak genoeg hoort van je omgeving dan word je bijna gehersenspoeld. In die periode
was ik me daar nog niet zo erg van bewust, later werd me wel wat duidelijker hoe deze gedachten bij
mij waren binnengekomen.

Vandaag sta ik hier om jullie mee te nemen achter de schermen van mijn leven, zodat jullie een blik
kunnen krijgen in mijn verleden. Niet omdat ik daar trots op ben. Integendeel. De reden dat ik het
vertel is omdat ik graag wil laten zien dat er bij God geen hopeloze gevallen zijn. En dat, hoe diep je
ook in de put zit, Hij altijd in staat is om je eruit te halen en je de vrijheid terug te geven.

Maar eerst wil ik graag iets heel belangrijks vertellen voordat ik mijn PV ga delen: vandaag sta ik hier
niet om mijn ouders of degenen die mij pijn hebben gedaan te veroordelen, of negatief af te
schilderen. Want ik ben ervan overtuigd dat wat zij mij hebben aangedaan mede een gevolg is van
hun eigen beschadigde leven. Ook zij zijn het product van hun eigen omgeving. En hebben de pijn die
zij in hun jeugd en opvoeding hebben geleden weer door-geprojecteerd op anderen. Daarom is mijn
gebed dat jullie na mijn Persoonlijk Verhaal NIET negatief over hen gaan denken.
Ik vind het niet zo makkelijk om over mijn ouders te spreken; ondanks wat er in mijn leven is gebeurd
heb ik altijd heel erg veel van hen gehouden. In 1972 werd ik geboren als 5de kind van mijn vader en
moeder. Toen een aantal jaren later hun gezin compleet was, waren het er 11. Ik heb 5 broers en 5
zussen, waar ik overigens stapelgek op ben! Maar ook zij zijn (net zoals ik) opgegroeid in een
disfunctioneel gezin; met name de oudste zes broers en zussen hebben veel van mijn ervaringen ook
meegemaakt. Zij hebben in diezelfde periode ook te maken gehad met geestelijk en of lichamelijk
misbruik.

Maar ondanks dat wij hetzelfde verleden delen, betekent dat niet dat zij dezelfde emoties hebben
gekend als ik. Ik ben tot de ontdekking gekomen dat de gebeurtenissen bij ons allemaal een
verschillende uitwerking tot gevolg heeft gehad. De manier waarop we het beleefd hebben is
verschillend; de invloed die het in ons latere leven heeft gekregen was ook verschillend. Misschien is
dat wel een gevolg van het feit dat we allemaal verschillend zijn en dus allemaal op een andere
manier omgaan met de pijn in ons leven. We hebben allemaal onze emotionele pijn meegekregen en
we zijn daar vervolgens dus ieder ons eigen weg mee gegaan. Ik deel iets over de gevolgen die de
gebeurtenissen uit het verleden hebben gekregen in mijn leven.

Mijn moeder werd in 1950 als tweede dochter geboren in een streng gelovig gezin van een gezin wat
later 11 kinderen telt. Zij was op haar 16de zwanger geraakt van mijn vader die uit een ongelovig en
gescheiden gezin kwam. De keuze om met hem te trouwen had tot gevolg dat zij later een moeizame
relatie met haar ouders heeft gehad.

Mijn ouders kenden ook een leven van misbruik en of mishandeling in hun jeugd, door hun eigen
ervaringen hebben zij ons weer geestelijk, emotioneel en lichamelijk beschadigd. Daarom heb ik het
hen ook nooit echt kwalijk kunnen nemen. Mijn moeder heb ik altijd gezien als een vrouw die
geestelijk niet verder ontwikkeld was dan een 13 jarige. Dat was de leeftijd dat ze van school werd
gehaald om haar verantwoordelijkheid op zich te nemen in het gezin en als 16-jarige werd ze zelf
moeder en stond ze er alleen voor, zonder ouders: eenzaam en afgewezen.

Op haar 24ste was ze moeder van 6 kinderen, de bevalling van mijn 1 jaar oudere zus ging niet goed,
hierdoor heeft mijn moeder kritiek gelegen en dachten ze dat de baby al overleden was.
Na de geboorte van deze zus kregen ze het advies om geen kinderen meer te baren, maar daarna
ben ik geboren en na mij nog 6 andere.

In die moeilijke periode is mijn vader tot geloof gekomen en heeft hij zich met de kinderen laten
dopen. Hij werd in 1947 geboren als oudste van een gezin van 3 kinderen. Zijn ouders besloten op
jonge leeftijd te scheiden en zijn beide ouders stierven relatief jong: 54 en 55 jaar.

Mijn vader was een zeer harde werker voor zijn vrouw en kinderen, maar zijn verleden en zijn
huwelijk zorgden er voor dat hij veel troost vond in de alcohol. En ook hier zorgt de alcohol dat er
meer kapot gemaakt werd dan je lief is . Ruzies waren schering en inslag. De alcohol werd op een
bepaald moment verstopt en het drinkgedrag werd voortgezet, maar dan stiekem. Onze ouders
waren beiden zelf slachtoffer van misbruik en / of mishandeling. Maar helaas leidde dat niet tot een
ander leven maar werden zijzelf daders van dezelfde handelingen die zij als kind hadden moeten
ondergaan. Later heb ik me gerealiseerd dat alles wat er is gebeurd al vanaf het begin van mijn leven
de vertrouwensband met mijn ouders kapot heeft gemaakt. En ook de vertrouwensband die je zou
moeten hebben met familieleden.

Mijn relatie met mijn moeder is een zeer moeizame relatie geweest, ik heb enorm veel van deze
vrouw gehouden, maar tegelijkertijd was ik ook heel bang voor haar en had ze een grote macht over
mij. Ik wilde niets liever dan er met heel mijn wezen voor haar zijn en wilde haar absoluut geen
verdriet doen. Mijn moeder kende mijn zwakte en angst; van deze houding heeft ze tot haar dood
toe misbruik gemaakt.

Wij werden later ook gehersenspoeld met uitspraken dat het misbruik onze fout was, wij waren
immers gewillige kinderen die hiernaar opzoek waren. En dat op een leeftijd waarin wij peuters en
kleuters waren.

Dit heeft een grote invloed in mijn hele denkwijze, mijn emotionele leven, mijn geloofsleven en mijn
seksueel leven gegeven. Wij zijn van huis uit altijd naar reformatorische scholen gestuurd, hierdoor
moesten wij psalmen uit ons hoofd leren en zongen deze veel, zowel op school als in de kerk. Op
mijn 4de kreeg ik een liefde voor psalm 27 in het bijzonder vers 7 berijmd.

Zo ik niet had geloofd, dat in dit leven
Mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou,
Mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed, gebleven?
Ik was vergaan in al mijn smart en rouw.

Deze psalm is later een rode draad in mijn leven geworden, daar hoop ik straks nog wat meer van te
mogen vertellen.
Ik heb mijzelf vanaf mijn 4de altijd slecht en vies gevonden, de gebeurtenissen heb ik hierdoor ook
heel ver weggestopt. Ik heb het misbruik naar mijzelf altijd ontkend. Ik wilde niet aanvaarden dat het
gebeurde, nog minder dat ik ertoe gedwongen werd. Eigenlijk wilde ik een normaal leven en dat
zwarte gat helemaal afsluiten. Nog steeds weet ik niet meer hoe alles precies in elkaar stak.

Wel staat mij helder voor ogen dat ik mezelf altijd schuldig heb gevonden. Ik zag mijzelf ook als de
dader, want ik had mijn moeder teleurgesteld maar bovenal had ik mijn Hemelse Vader teleurgesteld
er was dus geen weg meer terug voor mij.

Mijn moeder manipuleerde mij regelmatig. Als ik iets niet wilde doen dan vertelde ze mij dat ik blij
moest zijn als ze straks nog leefde en niet in het trapgat hing. Hierdoor ging ik please gedrag of co
dependent gedrag vertonen naar haar. Ik aanbad haar, wilde alles voor haar doen, zodat zij zich nooit
van het leven zou beroven. Als ze huilde dan troostte ik haar altijd liefdevol, bracht een glas water en
droogde haar tranen. Ze gaf me hierdoor een groot schuld gevoel, ik ging mijzelf haten, maar niet
alleen mijzelf ik ging ook mijn vrouw-zijn haten…

Op 13 jarige leeftijd begonnen de vrouwelijke hormonen op te spelen en kreeg ik borsten. Ik was zo
verliefd op een jongen uit mijn klas en ik was de koning te rijk dat ik een blauwe maandag verkering
met hem had. Het ging uit omdat hij alleen verkering met mij wilde als hij aan mijn borsten mocht
zitten. Daar ben ik zo van overstuur geweest dat ik pogingen had gedaan om mijn borsten te
verwijderen, ik haatte ze. Ik haatte mijn hele vrouw zijn, want mannen wilden immers alleen maar je
lichaam en zagen geen innerlijke schoonheid. En daarachter speelde een nog grotere angst: stel dat
ik er aan toe zal geven, dan heeft mijn moeder gelijk met haar uitspraak dat ik een viespeuk was.

Van de weersomstuit ging ik mij nog meer als een jongen gedragen. Ik ben altijd ondanks mijn
verleden een persoon geweest die enorm veel van de mensen kon houden, helemaal van mijn
vriendinnen. Dat geluk of die blijdschap daar kon mijn moeder schijnbaar moeilijk mee omgaan. Als ik
vol blijdschap of trots over mijn buurvrouwen sprak omdat ik een compliment kreeg voor het
oppassen, dan reageerde ze met de opmerking dat ik maar bij hen moest intrekken. Later vertelde
mijn moeder mij dat deze buurvrouwen altijd kwaad over mij spraken en nam ik afstand van deze
mensen, met veel pijn in mijn hart want ik hield oprecht van hen! Als ik close was met mijn
vriendinnen en daar positief over sprak, dan was haar reactie en van anderen dat ik lesbisch was en
dit zorgde ervoor dat ik tot ver in mijn huwelijk last kreeg van een identiteitscrisis. Want ik hield echt
heel veel van mijn vriendinnen, dus mijn moeder zal wel gelijk hebben. Het kwam geen moment in
mij op, dat mijn moeder wel eens kon liegen tegen mij vanuit een jaloezie.

Toen ik 15 jaar was begon ik steeds meer overspannen te raken, ik had mijn moeder zoveel verdriet
aangedaan dat zij zelfs overwoog om uit het leven te stappen. Mijn optie was dat ik beter uit het
leven kon stappen want ik had niemand wat te bieden, in die periode voelde ik me zeer eenzaam.
Ondanks dat ik een groot gevoel voor humor en veel vriendinnen had.

Over de thuissituatie kon ik niet met vriendinnen spreken want daar stond een pak slaag op. Als je
emoties toonde dan werden die emoties de kop ingedrukt, want niemand mocht immers weten of
een vermoeden krijgen wat er thuis afspeelde.
Mijn gevoelens raakten aardig in de knoop wat mocht ik wel en wat mocht ik niet voelen. In het
geloof stond ik er alleen voor, mijn liefde voor God (ondanks mijn angst voor Hem) was zeer groot.
In die periode heb ik diverse pogingen gedaan om uit het leven te stappen of ben ik weggelopen van
huis. Ook hiermee werd ik in mijn latere leven geconfronteerd door vernederingen. Als iets mij niet
zinde dan was het gelijk, kijk uit straks loopt ze weg of maakt ze er een eind aan, ze heeft last van
zelfmoordneigingen.

Mijn vader sloeg ons bij tijd en wijle hard, in mijn beleving vaak met aansporing van mijn moeder. Als
ik alleen met hem was dan was het een lieve zachtaardige man, die trots op zijn kinderen was. Op
mijn 18de zag ik nog maar één uitweg en dat was trouwen met mijn huidige man.
Het was een pure vlucht omdat ik van binnen aan het sterven was. Vrij snel na onze huwelijksdag was
ik zwanger van onze eerste dochter, een moeilijke zwangerschap, geestelijk en lichamelijk. Mijn
lichaam werd steeds zieker en geestelijk had ik het moeilijk omdat 3 van mijn zussen niet meer thuis
kwamen en mijn zus mijn vader in die tijd bij de politie had aangegeven voor misbruik.

Deze aangifte heeft de relatie in het gezin verder verstoord en heeft ons allemaal heel veel verdriet
gedaan. Ik probeerde altijd de vrede te bewaren in ons gezin en mijn zussen te verzoenen met mijn
ouders. Onze oudste dochter werd geboren na 42 weken zwangerschap, tijdens de persweeën zakte
haar hartslag weg en werden wij in onze auto gezet om met spoed naar het ziekenhuis te rijden.
In mijn beleving was het een monsterlijke bevalling waarin ik het gevoel had alsof ik geen mens maar
een beest was. Na een uur alleen op de verloskamer te hebben gelegen kwamen zij mij hechten en
vertellen dat onze dochter stabiel was voor overplaatsing naar het Sophia kinderziekenhuis.
Mocht ik nu huilen? Mocht ik mijn emoties of gevoelens tonen? Ik belde onze ouders op, mijn man
was daar niet toe in staat. We gingen een zware tijd in met mijn ouders: ruzies, gevechten en
gevoelens van onmacht wisselden elkaar af. Ondanks de pijn en het verdriet waren het 6 Goddelijke
dagen waarin wij voor haar mochten zorgen, met haar mochten zingen en bidden.
Toen ze stierf hebben wij in diezelfde nacht mogen zingen psalm 138: 4

Als ik, omringd door tegenspoed,
Bezwijken moet,
Schenkt Gij mij leven;

In deze dagen kon ik weinig troost en steun vinden bij mijn moeder. Op de dag van de begrafenis liep
ze niet naast mij, maar naast de andere twee zussen die niet meer thuis kwamen. Mijn andere zus
die niet meer thuis kwam was niet aanwezig omdat zij hoogzwanger was en 3 weken na mij beviel
van een zoon. Daar stond ik gevoelsmatig alleen aan de poort van de begraafplaats, mijn man had in
zijn armen het kistje met onze dochter, mijn moeder in de armen van mijn zussen, mijn vader aan de
hand van mijn 5 jongste broertjes en zusjes die toen een leeftijd hadden tussen 4 en 13 jaar.

Mijn broer merkte op dat ik daar alleen stond en droeg mij als het ware over het graf heen. Tijdens
het sterven van onze dochter ontving ik in mijn hart de woorden: “Verkondig al mijn heerlijkheden
onder de mensen.” En verhard u niet maar laat u leiden!

Ik voelde me zo gesterkt door Christus en ondanks het verdriet zat er ook een ongekende blijdschap
in mij: Christus was nog zo goed voor mij. Familieleden en kerkgenoten konden niet goed overweg
met mijn getuigenis. Velen hoorden me niet aan of gingen me verbeteren: “Ach je bent nog jong, dan
kan God niet in je werken, eerst levenservaringen opdoen meid!”

Vanuit de Liefde van God was dit verlies en gemis te dragen, hoe vreemd dit ook kan klinken, het werd
een zware weg door het gedrag van de mensen.

Na het overlijden van onze dochter vertelde ik voor het eerst aan mijn man wat er in ons gezin was
gebeurd over het misbruik; een tamelijk onschuldig voorval wat plaats vond toen ik vier jaar was. Hij
walgde van mij en dat trok diepe wonden in mijn emotionele leven. Ik vereenzaamde ook in mijn
huwelijk, 13 maanden later beviel ik van onze zoon, en daarna verloor ik ons derde kindje, twee jaar
later werd onze jongste dochter geboren en kort daarna kreeg mijn man een auto ongeluk waardoor
ik ook nog een ‘volwassen kind’ moest verzorgen.

Tien jaar later werden wij verblijd met de geboorte van onze jongste zoon, die in mijn leven rust en
vertroosting bracht. Het leek wel of ik opdat moment alles kon loslaten en accepteren, ik kreeg weer
vertrouwen in het leven. Na het auto ongeluk van mijn man raakte hij zijn baan kwijt en zijn wij een
eigen bouwbedrijf gestart; dit liep zo goed dat wij mijn hartsvriendin en haar echtgenoot erbij
hebben betrokken zodat zij het ook goed konden krijgen.

De afgelopen 4 jaar waren hele zware jaren voor mij. Dat begon met het
- overlijden van mijn moeder waarbij het ons niet werd toegestaan om afscheid van haar te
nemen.
- Onze hartsvriendin en haar man die wij in ons bedrijf hadden betrokken bedroog ons en liet
ons berooid achter.
- Onze zoon kwam in een zware depressie terecht,
- onze dochter die worstelde met de gezondheid van haar hart en op de intensive care terecht
kwam,
- onze jongste zoon die 3x in een jaar geopereerd moest worden,
- rechtszaken om het bedrijf overeind te houden wat uiteindelijk niet lukte
- en het overlijden van onze goede vriend op 45 jarige leeftijd

Ik heb een lange adem en kan veel hebben maar vorig jaar werd het mij teveel,
- ik voelde me eenzaam in het gezin,
- ik kwam tot de ontdekking dat ik door mijn emotionele schade ongewild mijn kinderen ook
schade had toe gebracht door altijd het goede voor ze te willen doen, ze te overladen met
cadeaus ze alles uit handen te nemen en ze als prinsen en prinsessen te behandelen,
- ik diende mijn kinderen, ik diende mijn man en cijferde mezelf steeds weg.

Later heb ik me heel vaak afgevraagd wat had ik anders bij mijn ouders kunnen doen, zodat deze
gelukkig konden zijn. Ik niets heb kunnen vinden, waar ik als kind een grote invloed op had kunnen
hebben door mijn eigen gedrag.
Maar in mijn huwelijk en vriendenkring daar heb ik eerlijk moeten bekennen dat de schade uit mijn
eigen leven wel gevolgen heeft gehad. Het heeft er o.a. voor gezorgd dat ik onbewust in de
opvoeding van mijn kinderen emotioneel gehandeld heb, door alles voor ze te doen en ze alles te
geven. Ik heb hen onbedoeld en onbewust daardoor van een stukje eigenverantwoordelijkheid
beroofd.

Tijdens de periode van de depressie van onze zoon en zijn therapie, ging ik mij dat steeds meer
realiseren: ik ben geen perfecte moeder, en door mijn liefde voor hen en mijn persoonlijke
beschadigingen heb ik toch wat steken laten vallen. Mijn leven had op een bepaald moment geen
waarde meer voor mij en ik raakte wat gedeprimeerd door al die jaren op mijn tandvlees te lopen.
Altijd maar hollen voor anderen. Altijd maar zorgen dat zij zich goed zouden voelen. Opnieuw was ik
in codependent gedrag vervallen.

Ik ben trots op mijn gezin en ook dat we dit openlijk mochten bespreken met elkaar, het verleden is
niet meer terug te draaien, maar we mogen wel uitzien en werken aan en naar de toekomst.

Begin februari 2014 nodigde mijn vriendin mij uit voor Celebrate Recovery, dat moest ik maar eens
proberen! Ik kwam daar de tweede avond binnen, een avond waarop de deelgroepen voor het eerst
bij elkaar kwamen. Ik zou gelijk met haar meelopen en net doen of ik de eerste keer ook was
geweest, zodat ik niet naar de “nieuwkomersgroep” hoefde en wij samen in ieder geval verzekerd
waren van een plaats in dezelfde groep.
Wat was ik die eerste keer bang, de angst om bekeerd te worden of dat ze me een kamer in zouden
trekken voor gebed. Ten diepste was mijn angst dat ik emotioneel zou worden of er gevoelens naar
boven kwamen die ik al heel lang verstopt had.

Ondanks mijn angst vooraf voelde het aan alsof ik thuis kwam, er was en is nooit een moment
geweest dat ik me teveel of te dik voelde. Sterker nog: door CR te volgen kwam ik er achter dat ik
een emotie-eter was, door dat te erkennen ben ik in dat jaar 22 kilo afgevallen.

Door trouw de bijeenkomsten te bezoeken kreeg ik steeds meer een welgemeend verlangen naar
Christus. Het verlangen om Zijn Heerlijkheid onder de mensen te verkondingen kwam weer helemaal
terug.
Psalm 27 vers 7 ging ik beter verstaan, want inderdaad als ik niet had geloofd in de genade van
Christus dan had ik mijn zelfmoord doorgezet en had ik er nu niet zo bij gestaan. Maar ook psalm 138
heeft dit jaar een bevestiging in mijn leven gekregen. In het diepste van mijn leven gaf God mij weer
Het Leven! Ik mocht herstellen in de Liefde voor Christus en in die Liefde ben ik hersteld of nog
herstellende van mijn verleden en laag zelfbeeld.

Mijn verleden, mijn leven is nu geen last meer maar een lust geworden, het klinkt bizar maar ik mag
het uit genade zo zien, dat het een eer is om met Christus te mogen lijden, in Christus te mogen
vergeven en dat kan alleen door Christus omdat Hij mij heeft geholpen om mijn vijanden te zien
vanuit Zijn perspectief. Ik werd overladen door liefde en was in staat om voor ze te bidden en ze te
vergeven en ze te zegenen met de liefde van Christus.

Tijdens mijn avonden op Celebrate worden de 12 stappen vanuit de Bijbel voorgelezen en thuis
werken wij door 4 boekjes heen. Het eerste boekje was gericht op zelfonderzoek. Deze vond ik het
moeilijkste maar ik ben dankbaar dat ik dit boekje heb mogen doorlopen. Mede hierdoor heb ik een
helder beeld gekregen van wat er gebeurd was en heb ik mijn identiteit in Christus mogen vinden. Ik
was al gedurende mijn hele leven op zoek naar mijn identiteit. Ten diepste had ik het leven geleid
van een ander; wie ik was, wat er gezegd werd klopte niet met mijn diepe innerlijk.

Mijn zelfhaat is verdwenen, omdat ik mijzelf door deze boekjes heen heb mogen vergeven en mogen
inzien dat ik een geliefd kind van Christus mocht zijn. Vergeven vind ik het moeilijkste wat er is, maar
ik heb me laten leiden door de liefde van God. Dankzij hem is het me gelukt. Vergeven heeft me het
gevoel van vrijlating gegeven. Ik wordt niet langer gegijzeld door mijn verleden. Sterker nog dit jaar
heeft God mij de stappen van vergeving vragen en schenken nog meer laten nemen, ook naar mijn ex
hartsvriendin waar ik enorm veel verdriet van heeft gehad. God heeft ook dit ten goede gekeerd, er
zijn weer ouderwets gezellige gesprekken. Heeft zij mij vergeving geschonken? Of ook schuld
bekend? Dat doet voor niet meer ter zaken, in de gehoorzaamheid van Christus mocht ik vergeving
aan meerdere mensen schenken en ook vragen.

Ik ben nu aan het leren me te laten leiden door de liefde van Christus. Ik proef dagelijks het geluk van
wat het betekent om nederig van hart zijn. De Heer belooft dat als ik nederig van hart en zuiver van
hart ben dat ik Hem beter zal mogen leren kennen. Daar strek ik me naar uit! Ik wil mijn wil
volkomen aan Hem geven.

In het afgelopen jaar ben ik trouw geweest in het wekelijks bezoeken van de Celebrate
bijeenkomsten. Het uitwerken van de deelnemersgidsen heeft mij geholpen een gezonde kijk op
mijzelf te krijgen. Ik ben er zeker niet fluitend doorheen gelopen. Het heeft de nodige strijd en
pijnlijke herinneringen opgeleverd, maar het was meer dan de moeite waard!.

Ook heb ik veel gehad aan de 12 stappen en de 8 principes vanuit de Bijbel, deze stappen had ik
eerder moeten kennen, dan was mijn pijn en strijd veel minder diep geweest en waren deze ook
eerder opgelost. De belangrijkste lessen gingen over vergeven. Daar heb ik ontdekt dat het niet erg is
om de minste te zijn. Het principe van fouten toegeven en eerlijk zijn heb ik het afgelopen jaar ook
veel meer toegepast in ons nieuwe bedrijfje. We hebben daar echt al de vruchten van mogen
plukken.

Niet dat ik een leugenaar was, maar voorheen durfde ik nooit iemand eerlijk te vertellen dat iets niet
zou gaan lukken, of waar ik mee zat. Ik wilde immers nooit iemand teleurstellen. Uiteindelijk leidde
dat nogal eens tot frustratie en spanningen. Nu probeer ik gewoon open en eerlijk te zijn en ik merk
dat dit ook in mijn thuissituatie en in ons bedrijf gewaardeerd wordt. Ik ervaar dat als enorme winst!

Daarnaast ben ik met andere deelneemsters van Celebrate veel conferenties, seminars en lof prijs
bijeenkomsten gaan bezoeken. Dat heeft tot gevolg dat we een sterke band gekregen hebben met
elkaar. En niet alleen dat maar ook de moed en de kracht om samen verder te gaan, elkaar te
bemoedigen en elkaar zelfs oprecht lief te hebben. Maar het allerbelangrijkste is dat CR een
hulpmiddel is geweest waardoor mijn relatie met Christus is hersteld. Dat heeft de pijn vanuit het
verleden en de daaruit ontstane schade weggenomen.

Mijn man is afgelopen zomer tot zijn bekering gekomen, dit heeft in ons huwelijk zoveel moois
gegeven. Ik geniet er elke dag van: eindelijk niet meer alleen staan in je geloofsovertuiging. Het is nu
een huwelijk van ons samen waarin wij samen het beeld van Christus in zijn volmaaktheid mogen
laten zien. We ervaren nu eenheid in en door ons geloof, we mogen elkaar dienen en tot zegen zijn
voor onze omgeving en ons gezin. Ook in ons gezin zijn er veel dingen ten goede veranderd. We
hebben al veel mooie tafelgesprekken mogen hebben met onze kinderen. We hebben daarin ook
eerlijk toegegeven dat we op verschillende terreinen gefaald hebben als ouders. Ondanks onze
goede bedoelingen en ondanks onze liefde voor hen, zijn we wel tekortgeschoten!

Ik ben te allen tijde verantwoordelijk voor mijn eigen gedrag en uitspraken en wil mij nimmer
verschuilen achter mijn verleden om dit gedrag te rechtvaardigen. Mijn kinderen hebben daar niet
om gevraagd en onbedoeld heb ik ze toch verdriet gedaan. Ik ben de Vader enorm dankbaar voor
deze lieve kinderen die bereid waren om met mij te spreken over mijn verkeerde houding naar hen
toe. Ze hebben me vergeven en me ook verteld dat zij een positievere beleving hebben gehad van
hun opvoeding dan ik. Het was goed om ook hierin weer te kunnen leren en te kunnen groeien.

Zo bang als ik vorige jaar was om deel te gaan nemen aan Celebrate, zoveel te meer kan ik het nu
iedereen aanraden. God werkt echt door dit programma heen!

Het gaat om Bijbelse principes die zorgen voor puurheid en zuiverheid in je leven: God liet mij Zijn
waarheid zien en hij werkte die vervolgens in de stappen uit.

Ik wil iedereen aanmoedigen om die uitdaging ook aan te gaan. Wie trouw is zal net als ik ervaren dat
er genezing en zegen uit voortvloeit. Het gaat immers niet om menselijke adviezen, maar Goddelijke
principes die binnen de 12 stappen hun uitwerking krijgen.
Een ding was voor mij heel duidelijk toen ik bij Celebrate binnenstapte, ik zal me niet laten
veranderen en wilde daar ook geen vriendjes maken, die had ik immers genoeg , maar
Ik ben ten goede veranderd, mede door Celebrate heen en ik heb er warme vriendschappen aan
overgehouden en ik geniet iedere keer van onze uitjes waarin wij gevoed mogen worden door het
Woord, want dat is het allerbelangrijkste in mijn herstel geweest. Ik liet mij voeden zodat de Heilige
Geest in mij kon groeien en ikzelf kleiner mocht worden! Het is fantastisch om dat te mogen ervaren.

In het afgelopen jaar heb ik dagelijks met Henk het gebed van innerlijke rust gebeden. Wij hebben
samen veel aan dit gebed gehad, wat ook de Vrede van Christus, de innerlijke rust in ons heeft
gegeven.

Ik wil ook hier afsluiten met het volgende gedicht.

Christus houd van je, ook als je je niet geliefd voelt,
Hij houd van je, zelfs als er niemand anders van je houd.
Wat er ook gebeurd en hoe vaak je ook struikelt.
Hij houd van jou, wat je ook gedaan heeft en wat je ook is overkomen.
Hij houd van je!

Hartelijk dank dat ik dit met jullie mocht delen!

Herstellende van gevoelens van afwijzing, boosheid, controledrang en een laag zelfbeeld.

Ik ben Henriëtte en ben herstellende van:
- gevoelens van afwijzing en boosheid die het gevolg waren van het opgroeien in een disfunctioneel gezin
- Controledrang en een laag zelfbeeld

Ik kom uit een gezin met 7 kinderen, 3 broers en 3 zussen, ik ben de tweede in de rij.
Mijn moeder had geen baan buitenshuis, ze was dus altijd thuis. Mijn vader werkte in ploegendiensten en deed daarnaast nog veel vrijwilligerswerk. Mijn herinneringen aan de basisschool zijn goed. Ik speelde heel veel buiten en werd door buurtgenootjes altijd gevraagd om buiten te komen spelen.
Thuis had mijn vader het altijd voor het zeggen, zijn mening was de waarheid. Zelfs wanneer het aantoonbaar onjuist was, mochten we hem nooit tegenspreken. Achteraf heb ik ontdekt dat die starre houding is voortgekomen uit zijn eigen opvoeding. Mijn moeder accepteerde hem als hoofd van het gezin en sprak hem ook nooit tegen.
Ik ben heel rechtlijnig opgevoed, ruimte voor nuance of een gedachte wisseling was er niet in ons gezin; we moesten gewoon doen wat ons werd opgedragen. Zo niet, dan werd er geschreeuwd, of dreigde mijn vader met slaan en soms kreeg je een klap. Omdat we niet voor onze mening uit mochten komen, kregen we thuis nauwelijks gelegenheid om een eigen mening te vormen.
Toen ik op de middelbare school zat, had ik al snel een bijbaantje. Ik werkte gedurende mijn vrije tijd bij de HEMA. Mijn vader luisterde niet naar mij en zag mij niet, daarom zorgde ik ervoor dat ze bij mijn werkgever wel naar mij luisterden en mij wel zagen staan. Dit deed ik door mijn werk goed te doen en voor mezelf op te komen als er onrecht was. Ik liet daar niet over me heen lopen. Als een leverancier geen of verkeerde taarten bezorgde, confronteerde ik hem hiermee zodat hij de volgende keer zijn huiswerk beter zou doen en de bestelling correct zou uitvoeren. Thuis kon en mocht ik nooit mijn eigen mening formuleren maar bij mijn werkgever werd ik hierom juist gewaardeerd. Bij de HEMA heb ik mij dus wel op een bepaalde manier kunnen ontwikkelen, maar niet op de juiste manier.

Mijn ouders toonden weinig belangstelling voor mij, ze waren nauwelijks geïnteresseerd in mijn leefwereld, maar ze verwachtten dat ik wel voor hen beschikbaar zou zijn. Ik ontving geen begrip, genegenheid en liefde en daardoor raakte ik overtuigd, dat ik eigenlijk niet de moeite waard was.
Achteraf kwam ik tot ontdekking dat het gebrek aan oprechte liefde en belangstelling behoorlijk wat gevolgen heeft gehad voor de ontwikkeling van mijn emotionele leven. Ik heb thuis veel verantwoordelijkheid gedragen. Ik regelde veel dingen en deed tot enkele jaren geleden veel in het huishouden van mijn ouders. Ik had in mijn ouderlijk huis alle touwtjes strak in handen, ik zag dat er veel dingen moesten gebeuren naast mijn eigen activiteiten en daardoor ben ik ongeduldig geworden en voelde me altijd opgejaagd, want er moest altijd nog zoveel. In mijn eigen gezin heb ik daar heel lang mee geworsteld, tot afgelopen winter. Ik ben in mijn jeugd vaak geconfronteerd met geschreeuw en dreiging. Dit verkeerde gedragspatroon heb ik meegenomen naar mijn eigen gezin, zowel naar mijn man als naar mijn kinderen. Naar hen toe reageerde ik vrijwel altijd vanuit een negatieve houding. Aan de buitenkant was dit niet altijd te zien maar de negativiteit was bijna altijd in mijn hart aanwezig. Het uitte zich in een gespannen houding in mijn hele leven en lichaam. Van mijn ouders heb ik geen veiligheid gekregen; ik heb geprobeerd om die veiligheid wel aan mijn broers en zussen te geven.

Ik heb ze als dat nodig was , in bescherming genomen. Moeizame gesprekken of dreigende confrontaties liepen vaak via mij. Als ze bijv. met een slecht cijfer of een slecht rapport thuiskwamen, of verkering kregen met iemand van buiten onze kerk dan kwamen ze naar mij en samen vertelden wij het dan aan mijn moeder zodat ze hun straf zouden ontlopen. Ook heb ik mijn moeder altijd tegen mijn vader in bescherming genomen. Ik overtuigde hem dan dat hij niet zo moest schreeuwen tegen haar. Al snel werd ik de vertrouwelinge van mijn moeder. Zij ging steeds meer met mij bespreken en steeds minder met haar man.
Ik ben christelijk opgevoed. In onze situatie hield dat in dat er heel veel regels en beperkingen waren en dat ik heel weinig of niets mocht. Soms kreeg ik het gevoel dat ik opgesloten werd: voor een gezellig avondje uit kreeg ik nooit toestemming. Nergens viel over te praten, want nee was nee! Omdat ik langzamerhand voor mijn gevoel in een gevangenis was terechtgekomen, liep ik tegen grenzen aan die ik regelmatig overtrad. Ik deed dingen die mijn ouders niet mochten weten.

Mijn opvoeding heeft veel invloed gehad op mijn leven.

In mijn jeugd heb ik een sterk gevoel ontwikkeld voor verantwoordelijkheid. Ik voelde me verantwoordelijk dat het huishouden van mijn ouders goed geleid werd. Dat verantwoordelijkheidsgevoel bleef voortduren ook nadat ik getrouwd was. Na mijn huwelijk bleef ik regelmatig langs komen om klusjes in de huishouding te doen en bleef ik voor mijn moeder zorgen. Door haar lichamelijke klachten kon ze alleen maar lichte huishoudelijke werkzaamheden doen. En omdat ik vond dat het huis dan niet voldoende schoongemaakt kon worden, voelde ik mij verantwoordelijk om die klusjes van haar over te nemen. Ik had ook het gevoel dat ik mijn moeder moest beschermen tegen mijn vader: hij is iemand die altijd veel verbaal geweld heeft gebruikt. In zulke situaties nam ik het dan voor haar op. Tot enkele jaren geleden was mijn verantwoordelijkheidsgevoel voor het welzijn van de thuissituatie buitensporig hoog.
De kracht en de energie die ik gebruikte voor de huishouding en het welzijn van mijn ouders gingen natuurlijk ten koste van mijn eigen gezin. Ik kon nu eenmaal niet op twee plaatsen tegelijk zijn.
Gedurende het huwelijk met mijn man Steven mochten wij drie kinderen ontvangen.
De controledrang, mijn bemoeienis met de gang van zaken in het ouderlijk huis en andere zaken leidden ertoe dat ik op een bepaald moment tot ontdekking kwam dat ik een probleem had en verkeerd bezig was. Je zou dus kunnen zeggen dat ik hier de eerste stap zette van CelebrateRecovery. Ik riep uit naar God: “God ik kan dit niet meer, ik wil mijn kinderen niet opvoeden zoals ik zelf ben opgevoed. Ik kan dit zelf niet oplossen; Ik heb U nodig”.
Ik had mijn kinderen niet opgevoed zoals ik dat graag had gewild. Maar hoe had ik het eigenlijk wel gewild? In mijn eigen opvoeding had ik het nodige gemist; een goed voorbeeld heb ik nooit gehad. Hoe moest ik ze de liefde schenken die ik zo graag wilde geven? Door de opvoeding die ik zelf had gemist, miste ik ook de vaardigheden om hen op te voeden en lief te hebben.
Onze oudste zoon Chris is veel te vroeg geboren. Hij kwam met 26 weken op de wereld en als ik nu terug kijk, kom ik tot de conclusie dat God hem in ons gezin heeft geplaatst om mij te leren hoe ik lief moest hebben. Hij was maar net levensvatbaar toen hij werd geboren. Ik werd hierdoor gedwongen heel intensief met Chris bezig te zijn. Hij had heel veel zorg en aandacht nodig. God heeft mij in deze periode geleerd om Chris lief te hebben zonder dat ik zelf veel liefde had ontvangen van mijn ouders. Omdat ik in mijn jeugd alles voor mijn ouders heb gedaan zonder dat ik daar waardering voor heb gekregen, was er een leegte in mijn hart ontstaan. Van hen heb ik ook geen geborgenheid ontvangen. En deze geborgenheid heb ik ook mijn kinderen lange tijd niet kunnen geven. God heeft mij hierin veranderd. Ik ben nu aan het leren om mijn kinderen geborgenheid te geven en ze mogen zijn zoals ze zijn. Eigenlijk vind ik het schokkend dat ik veel dingen van uit mijn jeugd onbewust heb overgedragen op mijn eigen kinderen en dat dit zo’n grote invloed op hen heeft gehad. Onze jongste zoon heeft er heel lang over gedaan om zindelijk te worden. Later ontdekte ik dat dat waarschijnlijk kwam omdat hij zich niet veilig en geborgen heeft gevoeld. Voor mijn man was dit proces net zo moeilijk als voor mij. Hij heeft in zijn jeugd ook emotionele beschadigingen opgelopen, en had als gevolg daarvan, meer dan genoeg aan zijn eigen beslommeringen en worstelingen. Hij kon mij niet de steun geven die ik op dat moment zo hard nodig had. Dit betekende voor mij dat al die jaren uit zorgen, zwoegen, vertwijfeling en soms wanhoop bestonden.
Na de geboorte van ons derde kind begon ik vast te lopen. De lichamelijke en emotionele druk van het zorgen begon zijn tol te eisen. Chris, bleek een heel druk jongetje te zijn. Hij had concentratieproblemen en was hyperactief. Ik moest altijd in zijn buurt zijn om hem in de gaten te houden. Ook Lizette, die 3 jaar jonger is, is erg beweeglijk en door haar gedrag werd Chris op een negatieve manier geprikkeld. Dit betekende dat ik van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat bezig was met het sussen van ruzies en het herstellen van de vrede. Dit vergde heel veel van mij. Toen pas kwam ik bij mezelf tot ontdekking dat mijn irritatie grens snel bereikt werd. En dat ik ging schreeuwen. Ik was volop bezig met verbaal geweld te gebruiken, iets wat ik altijd zo verafschuwd had.

Vanaf de geboorte van Chris hebben we begeleiding en controle gehad in zijn ontwikkeling. Vanwege zijn vroeggeboorte. Vanaf zijn derde jaar kreeg we ook thuis ondersteuning omdat we niet konden omgaan met zijn gedrag, maar eigenlijk wist de professionele hulpverlening ook niet hoe we met hem om moesten gaan. Verschillende instanties hebben zich over hem gebogen en ten einde raad is Chris opgenomen bij Stichting De Hoop in 2009. Daar heeft hij een half jaar op de kinderpsychiatrie gezeten. Hier werd hem geleerd om zelfstandig te spelen en zich zelfstandig aan- en uit te kleden, dit zou rust in het gezin moeten brengen. Maar helaas … heeft deze therapie niet voldoende vruchten afgeworpen en kregen we vervolgens hulp van Trivium. Nu moest ik leren hoe ik met mijn kinderen om moest gaan.
Maar ook dat was geen succes. We modderden maar wat aan en in augustus 2011 was ik ten einde raad. Ik was alleen nog maar aan het schreeuwen, zelfs als de kinderen alleen maar iets vroegen! Ik kon zo niet meer verder leven en vond het verschrikkelijk dat ik zo met mijn eigen kinderen omging. Maar het lukte me niet om het anders te doen. Het was voor mijn gevoel een patroon wat ik niet meer kon doorbreken. Toen was het moment daar dat ik naar God uitriep dat ik het niet meer aankon. Ik ben toen hulp gaan zoeken en heb verschillende hulpverlenings-trajecten gevolgd.

In die periode werd mij veel duidelijk, onder andere dat ik diep in mijn hart angst had voor God, angst voor de dood, angst voor poezen en autorijden, angst om in het donker te zijn. Ik werd me bewust van een veel te groot verantwoordelijkheidsgevoel voor het welzijn van anderen. En ik begon me ook te realiseren dat ik me bijna altijd boos, geïrriteerd en afgewezen voelde. Mijn innerlijke stem zei me dat ik geen geduld had. Het gevolg was dat ik bijna altijd gehaast was en vluchtgedrag vertoonde.
Ik voelde met mijn vader weinig verbinding. Maar met mijn moeder had ik een betere verhouding. Ik heb onvoldoende geleerd om mijn eigen keuzes te maken, ik deed eigenlijk automatisch wat anderen van mij vroegen, ik had mijn eigen identiteit onvoldoende ontwikkeld. Ik had een lage zelfwaardering en heb mijzelf lange tijd niet de moeite waard gevonden. Wat voegde ik eigenlijk toe aan mijn gezin, aan de samenleving?

De omkeer in mijn denken kwam toen iemand mij vertelde dat ik een geliefd kind van God ben. Het heeft lang geduurd alvorens dit tot mij doordrong, want ik begreep het niet. Hoe zou ik een geliefd kind van God kunnen zijn? Ik, die zo tekeer ging tegenover mijn man en kinderen? Ik had alleen maar gehoord over de Tien Geboden en over hoe streng God is, daarom was ik ook zo bang voor Hem. Ik was zondaar en die overtuiging was een eigen leven gaan leiden. Mijn eindbestemming zou de hel zijn en daarom had ik dus veel angst voor de dood. Dan is er iemand die mij vertelt over de genade van God! Dat ik een kind van God mag worden en dat ik door Hem geliefd ben en dat ik waardevol ben. Het werd mij langzamerhand duidelijk dat de wijze waarop ik met mijn kinderen en mijn man omging het gevolg was van hoe ik ben opgevoed. God liet mij toen zien dat dit moest veranderen. Ik was ten einde raad en eigenlijk dacht ik dat mijn gezin beter af zou zijn zonder mij en dat ik maar beter dood kon zijn. Ik schreeuwde het uit naar God! Ik kreeg een ontzettend schuldgevoel naar mijn kinderen toe. Ik was een schreeuwende moeder en daar begon ik mij voor te schamen, ik wilde dit niet meer.
Ik vroeg God om mij te helpen. Op een conferentie had ik een bijzondere ervaring met de Heilige Geest. Ik wist niet wat mij overkwam; ik kreeg zoveel te horen over de Heilige Geest en er viel veel op zijn plek.

Begin 2014 kreeg ik iets te lezen over Celebrate Recovery. Wat mij toen in het bijzonder aansprak was het ‘gebed van innerlijke rust’. Een maand daarvoor had ik een boek gekregen dat ook ging over gebed en over innerlijke rust.
Dit heeft mij gemotiveerd om een keer naar CR te gaan. Ik besloot om te blijven en het programma te gaan volgen. God is tijdens die periode bij Celebrate Recovery verder gegaan met mijn herstel. Veel van mijn problemen waren al voor een gedeelte opgelost. Maar CR hielp mij om dit herstel proces te continueren en geestelijk te onderbouwen. Bij het thuis doorwerken van de deelnemersgidsen kwam ik tot ontdekking dat ik al verschillende stappen had gezet. Het probleem erkennen en toegeven dat ik het zelf niet kon oplossen, mijn leven en wil overgeven aan Jezus... Dat was al gebeurd. Maar bij vergeven moest ik nog actie gaan ondernemen. Ik had al eens eerder een vergevingsgebed uitgesproken naar mijn ouders toe. Door dat gebed heeft God mijn boosheid naar mijn ouders weggenomen, maar bij CR werd mij duidelijk dat ik dit ook naar henzelf moest uitspreken. Ik ben met hen een gesprek aangegaan ik vond het erg lastig om hen te vertellen dat ik in mijn jeugd dingen heb gedaan waarvan ik wist dat ze daar toen niet mee in zouden stemmen. Ze vonden het moeilijk om erop te reageren maar aan het eind van het gesprek hebben ze mij de vergeving kunnen schenken waar ik hen om gevraagd heb. Na het gesprek heb ik hen vergeving geschonken dat ze mij niet hebben kunnen geven, wat ik zo nodig had in mijn jeugd.
Die gebeurtenissen hebben er toe geleid dat ik mijn ouders nu kan loslaten en dat de relatie tussen ons nu gevoelsmatig een gezonde ouder-kind relatie is geworden.
Ook met mijn broer heb ik ook gesproken. Na dat gesprek is hij wel vriendelijker geworden, hij ziet dat ik ben veranderd. Ik ben dankbaar dat God mij de kracht heeft gegeven om met hem te praten, voor mij is dit een stukje vrijheid die ik van God heb gekregen.
Tijdens een gebed bij C.R. werd er uitgesproken dat wij parels zijn en dat God ons gaat oppoetsen. Dit heb ik ook werkelijk mogen ervaren.

In de “open-deelgroep” kwam ik in contact met mensen met wie ik mij verbonden ging voelen omdat zij in deze veilige omgeving ook open durfden te zijn over de emotionele pijn in hun leven. Dit maakte het voor mij mogelijk dat ik durfde te delen over wat mij bezighield. Eindelijk kon ik mezelf zijn. Wat een opluchting was dat! Dit waren mensen zonder masker die ervoor gekozen hadden om niet alleen te erkennen dat ze pijnpunten hadden. Maar ook hadden besloten om samen met God en met elkaar de weg naar herstel in te zetten. Hier voelde ik me begrepen, iedereen had wel iets waardoor we ons steeds meer met elkaar verbonden voelden. Naast het delen over onze problemen werd er ook veel over God gepraat en wat Hij in onze levens aan het doen was. Dit werkte helend en bemoedigend. Er groeide in mij een verlangen om steeds meer met Hem bezig te zijn. Door steeds meer in Zijn aanwezigheid te zijn, zijn er inmiddels al veel dingen opgeruimd uit mijn verleden en krijgt de Heilige Geest meer ruimte om deze lege plekken op te vullen. Daardoor mag ik nu de vreugde en de vrede van God ontvangen. Waar mijn hart vol van is stroomt mijn mond van over. Ik spreek nu met iedereen die ik tegenkom over wat God voor mij gedaan heeft. Met sommige vrouwen uit onze “open-deelgroep” zijn we ook naar verschillende conferenties geweest wat mij zeer opgebouwd heeft. God is met mij aan de slag gegaan en er zijn inmiddels zoveel dingen veranderd.
Wat ik eerder vertelde over mijn angst voor God en voor de dood, dit heeft God ook hersteld. Ik had de afgelopen periode 2 begrafenissen in twee maanden tijd. Bij de eerste begrafenis werd ik terneergedrukt en angstig toen ik nadacht over wat er met mij zou gebeuren als ik zou sterven. Ik kon alleen maar huilen, want dan moest ik immers voor God verschijnen. Als ik alleen al daaraan dacht werd ik misselijk, want God zal mij vast niet goed genoeg vinden en voor mij is er vast geen plek in de hemel. Op een avond lag ik op bed en had een bijzondere ervaring met God.
Bij de volgende begrafenis ontdekte ik dat God mijn angst had weggenomen. Het negatieve gevoel was verdwenen. Ik was niet meer bang voor God en ook niet meer voor de dood. Ik ging me steeds meer verdiepen in Gods woord en werd me steeds meer bewust van Gods aanwezigheid in mijn leven. In plaats van bang te zijn voor de dood, kreeg ik een steeds sterker verlangen om te weten hoe het in de hemel zou zijn.

Ook in mijn huwelijk zijn dingen ten goede gekeerd:
Door de ervaringen die ik in mijn jeugd had opgedaan, liep de relatie met mijn man erg stroef. Thuis was ik immers altijd gewend om de touwtjes in handen te nemen en dit deed ik onbewust ook in mijn huwelijk. Ik was bijna altijd de baas en mijn man kon niet tegen mij op. Alles moest op mijn manier gebeuren en ik stond niet open voor een andere zienswijze of een andere oplossing. Dit werd veroorzaakt door mijn overlevingsmechanisme. Naar de buiten wereld toe maakte ik een heel andere indruk dan wanneer ik thuis was. Ik droeg lange tijd een masker en was daar heel bedreven in geworden. Mensen zagen mij als lief, terwijl ik thuis meestal niet te genieten was. Wij zijn samen tot twee keer toe in huwelijkstherapie geweest. In die periode zijn mijn ogen opengegaan voor wat ik verkeerd deed. Ik heb toen ontdekt dat ik alle verantwoordelijkheden naar mij toe had getrokken, waardoor mijn man zijn verantwoordelijkheid niet op zich kon nemen. Ik heb toen ontdekt dat ik bepaalde taken los moet laten en deze verantwoordelijkheden aan hem moet overlaten. Zodat hij op die manier het hoofd van het gezin kan zijn. Het zijn heftige jaren in onze relatie geweest. Zelfs het woord ‘scheiding’ is een paar keer gevallen. Ik ben God zeer dankbaar dat Hij mijn man het geduld gegeven heeft om met mij om te gaan en dat we nu nog steeds samen zijn. God is met ons aan het werk gegaan en ik kan nu dan ook zeggen dat we echt gelukkig zijn met elkaar en met de kinderen.

Als ik nu terug kijk, zie ik nog meer veranderingen in mijn leven die ten goede gekeerd zijn:

- Ik ben altijd erg negatief geweest en ik zag van alles de schaduwzijde: nu kan ik veel positiever denken
- Ik had geen innerlijke rust, ik was altijd op pad en vertoonde continu vluchtgedrag. God heeft mij rust en innerlijke vrede gegeven.
- Ik voelde me door veel mensen niet gezien en niet gehoord, ik voelde mij afgewezen, ik weet nu dat God mij wel ziet en hoort. Ik zoek het nu bij Hem en ben veel minder afhankelijk geworden van de goedkeuring van mensen.
- Ik wist niet waar ik voor moest leven, ik begreep niet waarom ik geboren ben en wat God in mij zag. Sinds God mij heeft vastgepakt en gevuld heeft met de Heilige Geest, weet ik dat God mij gebruikt om elke dag in Zijn Koninkrijk te laten werken. En mijn verlangen om door Hem op die wijze gebruikt te worden, wordt alleen maar groter. Ik ben dus volop bezig met stap 12 waar staat dat ik als persoon veranderd ben en bezig ben aan anderen te vertellen wat God heeft gedaan in mijn leven. Ik mag nu ervaren wat het betekent om medewerker te zijn in Zijn Koninkrijk.
- Vroeger dacht ik dat ik geen keus had om nee te zeggen, daardoor was alles wat ik deed een moeten vanuit plichtsbesef en verantwoordelijkheidsgevoel. Ik heb nu geleerd dat je een keuze hebt en het woordje ‘moeten’ heeft God omgebogen naar IK Wil
- Ik heb geleerd dat onze kinderen wel degelijk een moeder nodig hebben en dat ik er voor hen mag en wil zijn om moederliefde te geven.
- God heeft mij laten zien dat ik geliefd, waardevol, gewenst en goed genoeg ben. Dankzij Zijn genade heb ik dit mogen ontdekken en ervaren.

Stap 7 is voor mij heel belangrijk geworden. Ik heb geleerd om elke dag uit de bijbel te lezen en te bidden tot God en ik mag ervaren dat dit mij kracht geeft om te doen wat Hij van mij vraagt. Vanaf les 8 moesten we een coach zoeken. Mijn coach was voor mij heel waardevol. Met haar heb ik een aantal processen kunnen bespreken en zij heeft mij hier door heen geleid. Ze heeft mij door het vergevingsproces heen geholpen en samen hebben we besproken hoe ik dat het beste aan kon pakken. Het was fijn om met haar te kunnen overleggen waar ik tegen aan liep en zij heeft mij steeds weer bemoedigd om door te gaan.

Door de principes van CR heb ik geleerd mijn fouten eerder te herkennen en te erkennen. Ik verval nog wel eens in de fout dat ik het zelf op wil lossen. Als dit nu gebeurt herken ik het vrij snel en kan ik het direct bij God brengen en geef ik mijn wil over aan Hem. Het gaat dan geen eigen leven meer leiden. Het geeft mij rust.

Ik ben er nog niet helemaal. Ik ben nog steeds herstellende van ongeduld en boosheid, deze wortels zijn nog niet helemaal weg. Het is al veel minder dan het geweest is, ik mag ervaren dat de vrucht van de Heilige Geest, die onder andere zichtbaar wordt in liefde en geduld, langzamerhand groeit in mijn leven.

Verschillende liederen en Bijbelgedeelten hebben mij houvast gegeven tijdens mijn herstel proces:
Jeremia 29:10: Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven. Jullie zullen mij aanroepen en tot mij bidden, en Ik zal naar jullie luisteren.
Deze tekst raakte me diep want dit verlangen heb ik ook altijd gehad. Maar alle problemen die ik met mij meedroeg stonden lange tijd tussen God en mij in. Deze tekst werd voor mij in de loop van mijn herstelproces werkelijkheid. Ik kreeg de overtuiging dat ik een geliefd kind van God mag zijn en dat Hij de Enige is die mij een hoopvolle toekomst kan geven. Die bewustwording heeft de grootste vreugde in mijn leven gebracht. Ik heb ervaren dat God mijn gebeden heeft verhoord en het goede met mij voor heeft, dit geeft mij vertrouwen dat er in God een hoopvolle toekomst is.

Martin Brand heeft het lied ”Jezus nooit gezien” geschreven
Dit lied heeft een couplet dat verwoord hoe ik het beleef. God heeft mijn leven veranderd. Hij leidt mij en vult mij met Zijn kracht.
In dit lied staat:
Mijn hele leven is veranderd
sinds ik knielde voor mijn Heer
Hij heeft mijn schuld vergeven
mijn hart weer zacht gemaakt
Hij leidt mij stap voor stap
Hij vult mij met zijn kracht
zodat ik weet: Jezus leeft!

Dit is ook echt hoe ik het ervaar.
Ik heb radicaal voor God gekozen en Hij voor mij en ben echt op zoek naar Zijn wil voor mij.

Hartelijk dank dat ik dit met jullie mocht delen.

Hersteld van opgroeien in een disfunctioneel gezin, een negatief zelfbeeld en de pijn van afwijzing.

Mijn persoonlijk verhaal
Ik ben Ariane, een christen die hersteld is van opgroeien in een disfunctioneel gezin, een negatief zelfbeeld en de pijn van afwijzing.

Op 18 januari 1962 ben ik geboren. Als tweede kind in het gezin van mijn vader en moeder, waar al eerder een broer was geboren. Mijn broer is vier jaar ouder dan ik. Mijn vader en moeder bezochten iedere zondag de diensten van de plaatselijke traditionele kerk. Zolang ik mij herinner heeft mijn moeder grote psychische problemen gehad. Alles in ons gezin draaide om mijn moeder die om het minste of geringste kon ontploffen en je met woorden of door het gooien van een slof duidelijk kon maken dat je eigenlijk alleen maar lastig was. Al heel vroeg leerde ik eerst de stemming van mijn moeder te peilen voordat ik actie ondernam. Je wist immers nooit hoe ze zou gaan reageren. Ik was een ondernemend kind; ik zag overal de lol van in en probeerde te genieten van het leven. Door deze onzekere thuissituatie werd ik steeds minder spontaan. Er was immers altijd een risico dat mijn gedrag zou worden afgestraft omdat mijn moeder dit niet kon handelen.

Mijn vader heeft zijn hele leven geprobeerd om de boel te sussen en heeft ervoor gekozen om mijn moeder te beschermen tegen alles en iedereen. Zo deed hij heel erg veel in het huishouden en zorgde hij ervoor dat iedereen “s morgens in de kleren kwam en naar school ging. Mijn vader werkte hard om te kunnen voorzien in de eisen die mijn moeder aan het leven stelde. Een volledige baan, een bijbaan en meer dan 100% inzet voor het huishouden; dat kon niet goed gaan. In de loop van de tijd had hij ook veel schulden opgebouwd. Daarnaast was hij ook behoorlijk actief in het kerkelijk leven en was ‘s avonds vaak van huis voor een vergadering of andere verplichtingen. Er werd ons verboden om over deze moeizame thuissituatie met anderen te spreken; dit was ons familiegeheim. Stel je voor dat de mensen zouden ontdekken hoe de situatie werkelijk bij ons thuis was… De term ‘roze olifant’ kenden we toen nog niet, maar onze thuis situatie was een goed bewaard familiegeheim dat koste wat het kost in stand moest blijven. Als kinderen werden wij gemanipuleerd om te blijven zwijgen… “Want anders zouden ze mama misschien komen ophalen en in een gesticht stoppen, dat zou je toch niet willen?”
Dat was een opmerking die ik meerdere keren van mijn vader heb gehoord.
En zo bleef het familiegeheim in stand. Iedereen in ons gezin wist het, maar het werd verdoezeld en we moesten zwijgen. Was het manipulatie? In ieder geval wilde ik niet de oorzaak zijn dat onze thuissituatie bekend zou worden.

De kleutertijd was voor mij de leukste tijd. Ik begreep nog lang niet alles van wat er thuis speelde en mama was mama en dat was eigenlijk best ideaal. Toen ik wat ouder werd, merkte ik aan mijn broer en mijn vader dat ze mijn moeder toch niet altijd zo aardig vonden. Dit maakte mij erg bang en onzeker. Eén gebeurtenis weet ik mij nog goed te herinneren. We liepen met zijn vieren in de stad te winkelen. Ik liep tussen mijn vader en mijn moeder in en sprong in een diepe plas waarop mijn moeder zich omdraaide, nadat zij ‘rotkind’ had gezegd. En vervolgens ging ze er met grote haast vandoor. Wij hebben overal gezocht en toen we uiteindelijk laat thuis kwamen, stond ze daar te strijken alsof er niets was gebeurd. Er is (achteraf gezien verbazingwekkend) later ook nooit meer over dit voorval gesproken. De boodschap die ik had gekregen was duidelijk: ik was een “rotkind”.

Ik heb mijn vader niet vaak boos gezien, het is een man van weinig woorden die alles, maar dan ook alles, in het werk stelde om mijn moeder tevreden te houden. Mijn moeder had steeds meer kalmerende medicatie nodig om nog een beetje te kunnen functioneren. De eerste jaren van de lagere school waren ook nog leuk. Ik was de clown van de klas en zorgde ervoor dat de klas (en ik!) veel lol hadden. Dit zorgde ervoor dat ik nogal eens op de gang zat om na te denken over wat ik had misdaan. Ik was gewoon heerlijk mijzelf en ik hoefde op school niet bang te zijn voor een pak slaag. Het feit dat ik op de gang moest zitten vond ik geen probleem. Na verloop van tijd werd mijn zwakke plek ontdekt en begonnen klasgenoten met pesten.. Ik ontpopte me tot een vechtersbaas en sloeg er onmiddellijk op los als iemand mij te na kwam. Daarbij had ik de gewoonte ontwikkelt om iemand onmiddellijk op zijn neus te slaan wat natuurlijk altijd weer resulteerde in straf. Hoe onzeker mijn bestaan en het leven van alledag ook was, iedere middag zat mijn moeder klaar met de thee als ik uit school kwam. Wat ik niet begreep was dat ik de ene keer op een bepaalde actie wel straf kreeg en de andere keer weer niet. De dagen vielen dan nog wel mee. Anders voelde het wanneer ik ‘s avonds naar bed moest en ik alleen was. Ik kon altijd moeilijk in slaap komen en lag vaak te luisteren of mijn moeder misschien weer boos zou worden. Als ik angstig was in bed en om mijn vader of moeder riep, kwam er nooit niemand kijken. Bleef ik te lang doorgaan met roepen, dan werd ik vaak uit bed gehaald en in de donkere badkamer opgesloten of op mijn blote voeten in het portiek gezet. Daar kroop ik dan achter het muurtje omdat ik bang was voor de buurman. In mijn paniek belde ik dan een paar keer aan zonder dat er open gedaan werd. Ik ontwikkelde mij tot iemand die heel goed kon simuleren alsof ik gelukkig was.

Mijn broer ging toen ik 13 jaar was, op kamers en ik was boos want ik voelde mij in de steek gelaten. De periode van de puberteit heb ik eigenlijk overgeslagen. In ons gezin was er eigenlijk maar één in de puberteit … en dat was mijn moeder. De fase van ontdekken wie je bent en waar je identiteit ligt is toen aan mij voorbijgegaan. Ik wist dus niet wie ik was en koos ervoor om de verpleging in te gaan. Daar zou ik kunnen laten zien dat de ander altijd belangrijker is dan ikzelf. Thuis probeerde ik positief te zijn maar vaak werden mijn pogingen om aardig te zijn niet begrepen of negatief uitgelegd. Toen het voor mij tijd werd om op kamers te gaan werd ik ernstig ziek waardoor dit niet door kon gaan. Zo heb ik, totdat ik met Ronald trouwde, thuis gewoond. Mijn ouders hadden geen begrip voor mijn ziek zijn. Dat ik ziek was wilden ze nog wel accepteren; dat was immers de medische diagnose van de artsen. Maar dat ik daardoor niet zou kunnen gaan werken kwam in hun woordenboek niet voor. Ik ontwikkelde mij tot iemand die zich nooit liet kennen en werd erg hard, met name voor mijzelf. Ik wist wel wat ik kon, maar niet wie ik was, dus ik stortte mij op mijn werk om te bewijzen dat ik de moeite waard was. Mijn werk ontwikkelde zich vervolgens tot mijn identiteit. Nu was het in die tijd zo dat er in de verpleging meer vrouwen werkten dan mannen. Het omgaan met vrouwen was erg moeilijk voor mij. De situatie van thuis zat zo diep dat ik deze moeilijk los kon koppelen van mijn omgang met andere vrouwen. Het omgaan met mannen was voor mij een verademing, die zijn tenminste eerlijk en zeggen niets achter je rug om. Eigenlijk was ik erg eenzaam. Thuisblijven omdat ik erg ziek was werd niet geaccepteerd. Je zal maar afgekeurd worden. Omdat ik niet had geleerd om met geld om te gaan gaf ik meer geld uit dan ik had en zat ik ook al snel in de schulden. Op het werk hield ik de schijn hoog dat het goed ging en meestal reed ik na afloop van mijn werk veel harder dan was toegestaan (en met de radio keihard aan) weer naar huis. Zo verschool ik mij achter de dingen die ik deed. Later tijdens Celebrate Recovery realiseerde ik me dat ik jarenlang opgezien heb tegen stap één. Het erkennen dat je een probleem hebt is ontzettend moeilijk voor veel mensen. Het was het in ieder geval voor mij! Koste wat kost wilde ik de ‘vuile was’ niet buiten hangen, maar het ging steeds meer wringen binnen in mij.

Ik probeerde te vluchten vanuit de realiteit naar een droomwereld en nam regelmatig een slaaptablet om alles te kunnen vergeten. Ik verlangde ernaar om gewoon kind te kunnen zijn. Ik verlangde naar veiligheid. Toen mijn toestand verslechterde, kreeg ik een hele hoge dosis prednison om te voorkomen dat ik aan de beademing moest. Ik was boos op God; ik begreep Hem niet. Niet meer naar de kerk gaan zou thuis tot spanningen leiden, ja misschien wel oorlog tot gevolg hebben! Dus wat deed ik? Ik zette spottend een gleufhoed op en ik bleef naar de kerk gaan. Door de hoge dosis prednison kon ik niet meer goed slapen. Ik koos ervoor om aan vechtsporten te gaan doen en ben het langste blijven hangen bij karate; een aanvals sport. Ik kon dan gooien met mensen en dat deed ik dan ook, zo hard en zo agressief dat de dames niet langer met mij wilden trainen. Ik trainde dus met de mannen van meer dan 90 kilo.

Inmiddels had ik ook epilepsie gekregen wat een vervelende consequentie had: ik mocht geen auto meer besturen. Daar ging dus opnieuw een stukje van mijn identiteit. In deze tijd leerde ik Ronald kennen. We waren erg verliefd en wilden zo snel mogelijk trouwen. Het was vanaf het begin duidelijk dat de vader en moeder van Ronald niet achter onze relatie stonden. In de speech op onze bruiloft werd door zijn Pa gezegd dat hij zeker niet voor mij zou hebben gekozen, maar ja hij hoefde immers niet met mij te leven. Ik voelde mij weer afgewezen. Binnenkort zijn we 23 jaar getrouwd. In deze 23 jaar is er veel gebeurd. Er waren veel conflicten met zijn ouders en ook met mijn ouders. Ondanks alles hielden en houden we erg veel van elkaar en deelden we het verlangen naar een groot gezin. Toen een zwangerschap uitbleef zijn we voor onderzoek naar de huisarts gegaan; de uitslag was helder en duidelijk. Er werd ons gezegd dat we eerder de hoofdprijs in de loterij zouden winnen dan zwanger raken. Menselijkerwijs was dit dus onmogelijk. Wij waren verdrietig maar wisten ook dat bij God niets onmogelijk is. Zo zijn we blijven bidden voor een zwangerschap en God heeft ons op 4 mei 1996 een mooi meisje gegeven waar we erg trots op zijn.

Omdat mijn gezondheid steeds verder achteruit ging, besloten we naar Drenthe te verhuizen omdat de lucht daar schoner is. We bezochten een gemeente in Emmen waar we samen een soort herstelprogramma hebben gedaan. Hierdoor leerde ik mijzelf beter kennen en kon ik voorzichtig beginnen met andere mensen te vertrouwen. In 2000 ben ik samen met Ronald gedoopt en langzaam ontdekte ik dat God veel van mij hield. Ik probeerde mij niet meer te verschuilen achter al de vragen die ik had van ‘waarom dan?’ en ‘waar was u dan?’. Ik had nog steeds moeite met het feit dat Ronald van mij hield, wat had hij nu aan mij? Ik was immers ziek, er was gezinszorg en ik kon zijn liefde moeilijk accepteren. Zelf was Ronald voor mij alles en ik probeerde hem dan ook alles te geven wat ik dacht dat hij nodig zou kunnen hebben. Dat hij mij nodig had, was iets wat ik niet kon begrijpen. Stap voor stap ging het beter met mijn lichamelijke gezondheid. God heeft mij genezen van de longaandoening die 15 jaar een stempel had gedrukt op ons gezamenlijke leven. Samen zijn we God gaan danken voor dit wonder en strekten wij ons uit naar het plan dat Hij voor ons had. Zo kregen we een nieuwe taak: we werden pleegouders in Schiedam. Nu hadden we toch dat grote gezin waar we zo naar verlangden: 4 of 5 pleegkinderen en samen met onze dochter een heerlijk groot gezin vol uitdagingen. Zes jaar lang hebben we dit gedaan en toen was het tijd om te stoppen. Er waren conflicten met de organisatie gekomen die niet oplosbaar blijken te zijn.

Omdat we nu tijd over hadden, besloot ik samen met Ronald aan te haken bij Celebrate Recovery. Ik geloof dat we nog maar 3 weken op weg waren toen hij mij vertelde dat hij tijd nodig had om na te denken, zo vertrok hij in november met zijn tentje en een kacheltje naar een recreatiegebied in de regio en ik dacht ‘Die komt nooit meer terug, hij heeft het gehad met mij’ en ik begreep hem helemaal. Wat was er in ons leven eigenlijk wel onbezorgd en normaal gegaan? Hij had gewoon gelijk toen hij wegging. Hij ging met zijn tentje en zijn bijbel, hij wilde alleen zijn met God en God heeft tot hem gesproken. Hij heeft symbolisch de negatieve banden met zijn ouders doorgesneden en daarmee hun invloed buiten de deur gezet. Toen hij terug kwam was ik blij maar ook erg jaloers, waarom sprak God nooit met mij? Ik wilde die ervaring ook en meldde Ronald meteen dat ik ook even na moest denken, maar dat ik niet naar het hetzelfde plekje zou gaan. Ik startte internet en boekte een 7 daagse reis naar Tunesië in een 5 sterrenhotel. In deze week heb ik het boekje “Hoe overwin ik mijn negatieve zelfbeeld” doorgeworsteld. En God heeft zich laten zien. Ik voelde dat Hij er was en dat Hij echt van mij hield. Ik heb het boekje bijna helemaal overgeschreven, uitgebeden en uitgeroepen. Mijn thuiskomst was echt een thuiskomen. Ik ben in Ronalds armen gesprongen en we wisten : het is goed!!! We hebben nu een open, gelijkwaardige relatie. Ik wist waar mijn plekje was en hoefde niet te twijfelen aan de liefde van Ronald.

God had mij duidelijk gemaakt wie ik was, mijn identiteit werd voor een groot deel vernieuwd. Hier is mij duidelijk geworden dat ik mag zijn wie ik ben. Toen ik bij Celebrate Recovery dan ook was aangekomen bij stap twee, was dit eigenlijk al een proces wat al plaatsgevonden had. God had Zijn armen om mij heen geslagen en vanaf nu ga ik samen met Hem op weg. Ik had mezelf geaccepteerd en veranderde mijn kleding van voornamelijk zwart naar opvallende kleuren. Zo kwamen we op een bepaald moment in het programma van C.R. bij het onderwerp ‘Vergeven’. Ik wist het natuurlijk al veel langer: ik mocht mijn moeder vergeven en na lang nadenken heb ik dat gedaan. Ik heb de keus gemaakt om te vergeven en haar vanaf dat moment te zegenen. Ik kon de hele situatie loslaten. Wat in mijn ogen onmogelijk was, gebeurde. God is een God van herstel. Hij heeft heel gemaakt wat kapot gegaan was.

Toen ik was aanbeland bij stap vier en mijn leven op een open en eerlijke manier ging onderzoeken, kwamen er steeds weer nieuwe dingen aan het licht. In de deelnemersgidsen kwam ik vragen tegen die me het gevoel gaven of dat ze voor mij waren opgeschreven. In de open deelgroep heb ik ervaren dat de contacten met de anderen steeds belangrijker voor me werden. We waren samen met God op weg naar herstel. De één ging sneller dan de ander; onze problematieken verschilden. Maar we hadden een ding gemeenschappelijk: we wilden graag een leven leven, zoals God het heeft bedoeld. Velen van ons hadden al heel wat zoektochten en trajecten achter de rug. Sommigen hadden daarbij wel wat positieve invloed ervaren, anderen niet. De wekelijkse bijeenkomsten werden kostbaar voor mij: samen met mijn man naar CR. De relatie met mijn moeder is ondertussen hersteld. Ik zie nu ook waarom ze zich zo heeft gedragen en ik kan van haar houden. Ik ben alles wat er gebeurd is niet vergeten, maar het staat niet meer tussen ons in en daar ben ik God heel erg dankbaar voor.

In deze tijd kwam mijn broer over uit Limburg waar hij woonde, om ons te helpen met de verhuizing. Hij vertelde ons dat hij niet meer kon eten en dat hij erge pijn in zijn maag had. Op onze vraag wat de arts daarvan zei reageerde hij met de opmerking dat hij nog niet naar de dokter was geweest, omdat hij in zijn huwelijk niet de ruimte had om ziek te zijn. Hij was 20 jaar getrouwd met een vrouw die erg egoïstisch was en regelmatig te veel dronk. De opvoeding van zijn beide meiden had hij grotendeels alleen moeten doen. Die waren nu bijna volwassen: 16 jaar en 18 jaar. De oudste had al 12 maanden niet meer met haar ouders gesproken en de jongste had anorexia ontwikkeld. Toen hij twee dagen later in ons huis lag te huilen van de pijn ben ik met hem naar het ziekenhuis gegaan. Nadat ik mijn schoonzus had gevraagd of zij nuchter was, heb ik haar gezegd dat zij met spoed naar ons moest komen omdat haar man ernstig ziek was. Twee dagen later hoorden we dat hij maagkanker had met uitzaaiingen en dat er niets meer aan te doen was. Vijftien weken later is hij overleden, ik heb hem zelf met zijn vrouw tot het laatst toe verpleegd. Ook probeerde ik de relatie tussen de oudste dochter en haar vader en moeder te herstellen wat gelukkig 10 dagen voordat hij overleed, is gelukt.. Ik mis hem nog steeds. Wat wel heel mooi en bijzonder is, is dat deze laatste 15 weken van hun huwelijk de mooiste waren van alle afgelopen 20 jaar. Herlinde, zijn vrouw, gaat nu naar een evangelische gemeente en heeft haar verdriet samen met God een plek kunnen geven.

Toen ik er achteraf op terug keek, ontdekte ik dat ik weer in mijn oude patroon was teruggevallen: ik ging zorgen voor mijn broer, mijn schoonzus en hun kinderen en ik vergat mijzelf. Het verdriet dat het gevolg was van het overlijden van mijn broer had ik ver weggestopt. Ondertussen had ik een nieuwe, zware baan in een verpleeghuis. Ik heb dat anderhalf jaar volgehouden tot ik letterlijk niet meer op mijn benen kon staan. Ik kwam op bed te liggen. Tien weken lang kon ik niet meer van dat bed af .Door ernstige spierpijn en een vreselijke vermoeidheid stortte mijn wereld in. Ik heb na deze periode twee keer geprobeerd om weer opnieuw te gaan werken maar na een jaar werd ik afgekeurd en zat ik thuis ….wat ik erg moeilijk vond. En nog dacht ik, ik kan het allemaal zelf wel… ik heb geen hulp nodig van God of van mensen. Er is in die tijd veel voor mij gebeden, maar ik had zelf de visie “Ik weet dat God kan genezen en dat Hij dat ook gaat doen op Zijn tijd en op Zijn manier”. Maar na twee operaties en nog een ziekenhuisopname verder verbeterde mijn toestand niet. Om mijn tijd op een andere zinvolle manier in te vullen ging ik mij bezig houden met hobby’s. Maar accepteren deed ik het niet. Ik bleef vechten met God en tegen mijzelf. Ik keek alleen naar de onmogelijkheden en niet naar de kansen die God mij gaf. Ik kon niet meer bidden en in oktober vroeg een psycholoog aan mij: wat wil je nu zelf? Mijn antwoord was duidelijk: ik wilde weg van huis, uitrusten, niet om mij heen kijken en ik weigerde te accepteren dat ik het huishouden niet kon doen . Ik miste de overtuiging dat mijn leven op aarde andere mensen gelukkig maakte. Voor met name Ronald en onze dochter voelde ik mij alleen maar lastig. In oktober 2011 heb ik mij op laten nemen omdat ik het leven niet meer aankon. Wat was het moeilijk om toe te geven dat de sterke Ariane hulp moest vragen van anderen. Maar wat ben ik dankbaar dat ik dit heb gedaan. Gedurende de therapie kwam ik erachter dat ik de drukte van het pleeggezin en de kinderen vreselijk miste. Ook het overlijden van Tom, mijn broer, had ik niet verwerkt. Door alles heen heb ik ontvangen waar ik zo diep van binnen naar verlangde: het weten dat je er mag zijn. Mensen om je heen die van je houden, vriendinnen hebben. En ik ging het leven aanvaarden als een zegen. In de therapeutische leefgemeenschap waar ik was heb ik veel geleerd. Tijdens creatieve therapie moest ik een gedicht schrijven over waarom ik daar zat.

Gedicht 1
Karakter is door God gegeven
iedereen is uniek.
goede eigenschappen kunnen vervormen in het leven,
wat je meemaakt maakt soms ziek
Tegenslagen, ziekte en pijn
kunnen zo overrompelend zijn.
Jezelf verliezen, alles kwijt
van zoveel dingen heb je spijt.
Opnieuw weer zoeken naar wie je bent
dat is hard werken maar er is er een die mij kent.
Het doet zo’n pijn om te verliezen
een weg te gaan die je zelf niet zou kiezen.
Om dat te kunnen accepteren,
moet ik nog heel veel over mijzelf leren.
Hoe ga ik door, hoe leef ik verder
samen met de goede Herder
die mij leidt en die mij wil geven,
alles wat ik nodig heb om echt te kunnen leven.
ook als het niet gaat zoals ik had gedacht
er komt een dag dat het leven weer lacht
Het is nu tijd om afscheid te nemen maar te weten
God is mij niet vergeten.
Ik wil op zoek naar nieuwe dingen in mijn leven
die mij opnieuw vervulling kunnen geven
Dwars door de problemen en de pijn
zal ik worden wie ik mag zijn.
en mijn waarde niet ophangen aan wat ik kan
want daar word je ongelukkig van.
een andere toekomst een ander leven
door de goede God aan mij gegeven

Nadat ik dit geschreven had heb ik er een poosje naar zitten staren, en kwam tot het besef dat ik het zo niet langer wilde. Ik wilde niet meer vechten. Ik heb het wilsbesluit gemaakt om te aanvaarden wat het leven mij ook brengt. En God te vertrouwen dat Hij altijd bij mij is. Om in moeilijke situaties hulp te vragen aan Hem en aan de mensen om mij heen. Ook oefen ik nu dagelijks met het aangeven van mijn grenzen. Dat doe ik met vertrouwde mensen om mij heen. Ik merk dat ik serieus genomen wordt en dat maakt dat ik mijzelf ook steeds meer serieus neem.
Voordat ik weg ging uit de therapeutische leefgemeenschap werd mij opnieuw gevraagd een gedicht te schrijven en dat heb ik gedaan:

Gedicht2
Vier muren, wat ramen en een dak
Dat is ons huis, maar ik voel mij er niet op mijn gemak
Teveel gebeurd, vergeten te rouwen
Hier kan ik mijn toekomst niet op bouwen
Werken en sporten, dat is wat ik deed
Misschien dat ik daardoor al die ellende vergeet
Ik kwam erachter dat het zo niet door kon gaan
Er moest iets gebeuren, zodat ik weer op beide benen kon staan
Maar wat, wanneer en hoe?
En waar moet ik dan naartoe?
De toekomst was een donker pad
Waar ik eigenlijk geen zin aan had
Zo donker alles om mij heen
Zo liet ik jullie toen alleen
Ik ging naar Nehemia en werd vrij
van alles wat zo vast zat in mij
Vergeef mij dat ik er even niet kon zijn
Ik voelde mij verloren in mijn angst en in mijn pijn
Nu kom ik terug en zie weer het licht
De toekomst is een mooi vergezicht
Met nieuwe dingen, nieuwe taken
Waarmee ik mij nu prima kan vermaken
Nooit gedacht
Nooit verwacht
Toch gekregen
Wat een ZEGEN
Vier muren, wat ramen en een dak, dat is ons thuis
En weet je………….ik voel mij er op mijn gemak!!!!!!

Mijn leven staat nu in het teken van principe 3 van Celebrate Recovery: Die luidt: Ik maak de radicale keuze om heel mijn leven en mijn wil aan de zorg en leiding van Jezus toe te vertrouwen (Math.:5:5)
God is door mijn deelname aan CR heel dicht bij mij gekomen. Gods liefde voor mij mag ik dagelijks ervaren . Waar ik spijt van heb? Dat ik niet vele jaren eerder samen met Ronald van het bestaan van CR wist. Het begin was lastig want … Ik was zo dom om te geloven dat CR voor zielpieten was. Nu begrijp ik wat Wim Stoorvogel ooit in het blad Opwekking schreef: Celebrate is voor de helden van de kerk!
Bij CR ontving ik een lied van één van de andere deelnemers. Dat lied heeft mij aan het denken gezet en bracht mij bij psalm 84.
ZELFS VINDT DE MUS EEN HUIS O HEER
GELUKKIG ZIJ DIE BIJ U HUN TOEVLUCHT ZOEKEN, TREKKEN ZIJ DOOR EEN DAL VAN DORHEID HET VERANDERT VOOR HEN IN EEN OASE STEEDS KRACHTIGER GAAN ZIJ VOORT

En ik heb gemerkt dat wanneer je dichtbij God leeft, Hij degene is die de dingen in je leven gaat veranderen. Zo heeft mijn schoonmoeder haar excuses aangeboden voor het feit dat ze, zoals ze zelf zei, een hele slechte schoonmoeder is geweest. Nu hebben we een positieve opbouwende relatie waarin regelmatig ruimte is voor gevoelige intensieve en persoonlijke gesprekken. Ik had na 23 jaar niet meer durven hopen dat zoiets nog mogelijk was. Ik had de bestaande situatie al geaccepteerd en ik ging er niet meer van uit dat hierin nog iets zou veranderen maar bij God is alles mogelijk!!!!!
Als ik naar mijn leven kijk dan kan ik niet anders doen dan geloven dat er een God in de hemel is die veel van mij houdt en die samen met mij op weg gaat dwars door alles heen Zijn toekomst tegemoet. Met Hem mag ik overwinnaar zijn. Het is mijn dank aan mijn hemelse vader, dat ik nu bezig mag zijn met stap 12 van het CR programma: doorvertellen hoe God mijn leven heeft veranderd en hoe Jezus Christus mijn voorbeeld om na te volgen, is geworden.

Hartelijk dank dat ik mijn Persoonlijk Verhaal met jullie mochten delen!

Hersteld van hoogmoed, trots, codependency, perfectionisme en boosheid

Even voorstellen:

"Hallo, ik ben Karel."

Ik ben een christen, … en hersteld van hoogmoed, trots, codependency, perfectionisme en boosheid.
In mijn leven heb ik geworsteld of worstel ik nog steeds in meer of in mindere mate met het 1ste Gebod, waardoor ik geneigd ben om andere zaken op de 1ste plaats te zetten in mijn leven, zoals mijn vrouw, mijn kinderen, mijn werk of mijzelf en mijn reputatie. En dat heeft al aardig wat problemen opgeleverd…

Ik worstel dus met verschillende problemen in verschillende verschijningsvormen. De daaraan gerelateerde probleemgebieden zijn bijvoorbeeld mijn worstelingen met:
•  geëerd willen worden in een groep en afhankelijk zijn van de goedkeuring door anderen,
•  prestatiedrang en perfectionisme,
•  het zoeken naar eigen eer,
•  meerderwaardigheidsgevoelens en veroordeling van anderen,
•  zelfacceptatie en het mogen zijn zoals ik ben,
•  het lastig kunnen waarnemen van andermans grenzen en daar overheen gaan,
•  angst voor afwijzing en verlating,
•  seksuele behoeftebevrediging en rookverslaving,
•  grof taalgebruik en een kort lontje,
•  boosheid als reactie op onrecht
•  worstelingen om mijn leven te willen plannen en beheersen
•  het vertrouwen op eigen kracht en kunnen.

Ik ben geboren in een liefdevol en gelovig gezin. Mijn zus is een jaar ouder als ik en mijn broer is ruim zes jaar jonger.
Als kind merkte ik al snel, dat ik op veel gebieden beter presteerde dan kinderen in mijn omgeving. Ik kon heel goed leren, was zeer goed in de meeste sporten en was makkelijk in de omgang met andere mensen. Ik was buitengewoon leergierig en mocht graag spannende dingen doen en nieuwe terreinen verkennen.
Op de kleuterschool was ik al snel de leider van de klas. Leider van de groep bleef ik ook op de lagere school, middelbare school en daarna. Daar hoefde ik geen moeite voor te doen, het ging bijna automatisch. Ik was bijna altijd buiten en op straat, dat trok me enorm! Want daar gebeurde van alles en daar was het spannend.
Binnen zitten vond ik maar saai en op school resulteerde dat al snel in vervelend doen in de klas. Voor sommige leraren was ik onuitstaanbaar. Uiteindelijk maakte ik het zo bont dat ik op de middelbare school definitief van school werd gestuurd. Door bemiddeling van mijn ouders werd die beslissing van de schoolleiding na veel gesprekken teruggedraaid en kon ik blijven. Op straat was ik vaak bezig met dingen, die men tegenwoordig schaart onder jeugdcriminaliteit. Ik heb dingen in mijn jeugd gedaan, waar ik me nu diep voor schaam.

Mijn geloofsbeleving en de relatie met mijn vader:
Ondanks dat alles, was ik heel gelovig: ik had een persoonlijke relatie met Jezus en ervoer Zijn Liefde. Naar mijn omgeving maakte ik daar zeker nooit een geheim van, maar ik voelde me wel verdeeld: gelovig, maar ook erg van deze wereld en alles wat die te bieden had, houden!
Het beeld dat ik had van het geloof van mijn ouders was dat het in het leven ging ging om de Bijbel en om het strijden tegen demonische krachten. Dat laatste was een stokpaardje van hen. Ik kon daar niet zoveel mee in mijn geloofsbelevenis. Naar mijn mening was Gods liefde voor de mensen het centrale thema en niet allerlei Bijbelse wetenschap of duiveluitdrijving.
Mijn vader was anders opgegroeid dan ik: hij moest al op jonge leeftijd gaan werken en had nauwelijks schooldiploma's. Hij werkte lange dagen om ons gezin te kunnen onderhouden, deed nooit iets aan sport en zat graag thuis. Als kind en puber miste ik het heel erg, om samen met mijn vader allerlei dingen te doen en te delen. Onze enige gezamenlijke interesse was het geloof, dus op dat vlak probeerde ik me met hem te verbinden. Dat lukte echter niet, omdat ik hem er niet van kon overtuigen dat mijn centrale thema's in mijn ogen belangrijker waren dan de zijne. Voor mij was dat uitermate frustrerend. Ik miste de relatie met mijn vader en het enige wat ons kon verbinden, voelde voor mij als de grootste verwijdering.

Mijn volwassen leven:
Toen ik bijna 18 was, kon ik gelukkig lekker op mezelf gaan wonen; zo kon ik tenminste makkelijk afstand nemen van mijn ouders, zodat iedereen gewoon met z'n eigen leven verder kon gaan. Ik ging Bedrijfseconomie studeren; dat was een studie met goede kansen in het bedrijfsleven. Ik wilde later geen geldzorgen hebben!. Toen ik 20 jaar was, deed ik vakantiewerk in een discotheek. Daar leerde ik mijn eerste vrouw kennen. We werden verliefd en na 4 jaar samenwonen besloten we te trouwen. Mijn studie Bedrijfseconomie had ik inmiddels afgerond en op dat moment was ik sergeant in het leger geworden. Na de militaire dienst was het moeilijk om werk te vinden. Ik kreeg een baan in een ander deel van het land en we moesten noodgedwongen verhuizen. Niet leuk, maar daar was werk! In dat zelfde jaar werd onze zoon geboren en onze dochter volgde twee jaar later. Ik maakte snel carrière en verdiende genoeg geld om geen serieuze financiële zorgen te hoeven hebben.
"I had it made": ik was gelukkig getrouwd, twee gezonde kinderen, een succesvolle carrière en alles ging voor de wind ... of toch niet helemaal?

Mijn innerlijke verdeeldheid:
Innerlijk bleef ik mezelf enorm verdeeld voelen: graag Jezus willen volgen, maar niet werkelijk daar toe in staat zijn. Ik zat echt in een spagaat. Ik was een man van de wereld: ik kende de regels van de straat, die regels golden ook in militaire dienst en ook op kantoor. Het was het recht van de sterkste, de beste en bij die categorie hoorde ik nu eenmaal altijd. Bracht het me innerlijke vervulling? Nee! Ik bleef me verdeeld voelen, onmachtig om Gods liefde te ervaren en uit te stralen, terwijl ik daar aan de andere kant wel sterk naar verlangde. Ik was hard voor mezelf en voor anderen, prestatiegericht, perfectionistisch, functioneel en resultaatgericht. Als je me in die tijd gekend zou hebben zou je misschien geconcludeerd hebben dat ik bij wijze van spreken "over lijken" zou kunnen gaan om mijn doel te bereiken. Was ik dan zo'n liefdeloze onaardige gozer? Welnee, ik denk dat al mijn vrienden dat zouden ontkennen, maar afgemeten aan God en de Bijbelse maatstaven, voelde ik me wel zo.

De motor begint te haperen:
Ik begon steeds meer last te krijgen van situaties in mijn werk en in mijn leven, waarbij ik niet geliefd werd. Die frustraties in mij stapelden zich op. Mijn vrouw kon mij niet genoeg liefde geven. Mijn ouders konden zich niet met mij verbinden. Dat was althans mijn perceptie. Ik vond dat mijn collega's het allemaal niet zo goed snapten als dat ik dat deed. De wereld was niet te vertrouwen en vol met mensen die alleen maar iets van mij wilden. Ik leefde meer en meer met de angst om te verliezen wat ik allemaal had opgebouwd en wat me tot nu toe een gevoel van geluk en veiligheid had gegeven. Overleven werd een moeizame strijd. Getob en frustraties namen langzamerhand de plaats in van genieten.

De motor loopt vast:
Het kookpunt kwam toen mijn relatie met mijn ouders in een crisis belandde. Alle frustraties en teleurstellingen van vroeger kwamen versterkt terug uit de afgrond, waar ik ze naar had weggedrukt. Het straalde ook af op de relatie die ik had met mijn zus en mijn broer. Dat ging zo ver en zo diep, dat ik besloot om afstand van mijn familie te nemen en de banden te verbreken. Ik had me voorgenomen om er een jaar over te rouwen en dan misschien weer voorzichtig contact te leggen en te bekijken hoe dingen zich verder zouden ontwikkelen.
Persoonlijk voelde ik me steeds meer verbitterd en gefrustreerd. Niets of niemand kon voorzien in waar ik blijkbaar behoefte aan had. De relatie met mijn vrouw werd moeizamer, relaties op m'n werk verliepen moeizamer, ik voelde mezelf steeds meer eenzaam en geïsoleerd in de boze buitenwereld.
Uiteindelijk hield mijn vrouw het niet meer uit. Ze wilde scheiden. Voor mij kwam die mededeling als een donderslag bij heldere hemel. Ik was er totaal niet op voorbereid. Ik wist dat we het wel eens lastig hadden, maar in de ruim twintig jaar dat we samen waren, waren we er toch iedere keer weer bovenop gekomen!? En nu ineens dit! En het was zo definitief, ze wilde niet meer terug.
Mijn wereld stortte in. Alles waar ik mijn leven op had gebouwd werd van onder mijn voeten weg geschopt. Geen vrouw meer, geen gezin, ik zat er helemaal doorheen. Het praktische gevolg was ook dat ik niet meer in staat was om te werken en door de situatie werd ik gedwongen om in een antikraakpand te gaan wonen zonder spullen. Ik was echt kapot! Ik schreeuwde het uit naar Jezus: "Wat is er mis met mij??!!".

Begin van het herstel:
Jezus kwam met het antwoord, en dat was niet leuk! Hij benoemde mijn diepste problemen en maakte me duidelijk:
Je vrouw en je kinderen zijn je afgod,
Je werk is je afgod,
Jij zelf en je zelfvoorzienendheid zijn je afgod.
Jezus liet mij zien dat ik leefde vanuit angst en pijn. Hij liet mij zien hoe die angsten en pijnen waren ontstaan in het verleden en dat dat leidde tot allerlei disfunctioneel gedrag in de relaties tot de mensen om mij heen.
Ik werd stil en klein; ik werd me bewust van mijn gedrag en mijn houding. Woorden en daden, waarvan ik me daarvoor nooit bewust was geweest stonden me opeens helder voor de geest. Ik voelde me altijd maar gewoon slachtoffer van mijn karakter: zo was ik nou eenmaal!; daar kon ik toch ook niks aan doen? Hoe hard ik dat ook 40 jaar lang had geprobeerd; de vicieuze cirkel was nooit doorbroken!
Ik had gestreden, maar verloren. Jezus leerde mij dat dat kwam, omdat ik had leren vertrouwen op eigen kunnen in plaats van te putten uit Zijn Krachtbron en afhankelijk willen te zijn van Hem.

Hoe ik dit allemaal leerde? In drie en een halve maand volgde ik verschillende psychologische trajecten parallel naast elkaar. Ik bestudeerde heel veel boeken op het snijvlak van psychologie en geloof. Ik had vele persoonlijke gesprekken met vrienden en familieleden. Ik keek veel natuurfilms, wandelde en fietste veel; hield een dagboek bij en stopte met werken om mezelf volledig te kunnen storten op mijn herstel en om mezelf volledig toe te wijden aan Jezus. In dat proces gebeurde iets heel opmerkelijks: mijn vader werd mijn mentor.

In het begin was mijn eerste reactie:
"Ik ben me bewust geworden van wat er allemaal mis is met mij …
en vanaf nu, moet ik het dus gewoon anders gaan doen!".
Al snel kwam ik er achter, dat ik daartoe helemaal niet in staat was; weer was ik geneigd om de verandering op eigen kracht gestalte te geven. Uiteindelijk gaf ik het op: … "Jezus, ik geef het op. Ik kan het niet. Wilt U het in mij gaan doen?!”.

Ik was klaar om een begin te maken met
Stap-1: 'Hoogmoed bekennen'

Ik geef toe dat ik zelf niet bij machte ben om mijn neiging om verkeerde dingen te doen onder controle te krijgen.
Ik ben namelijk God niet.

Romeinen 7:18
"Immers, ik besef dat in mij, in mijn eigen natuur, het goede niet aanwezig is. Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet."

Wauw, ... en toen begon de verandering!
Langzamerhand begon ik Gods liefde in mijn leven te ervaren. Ik ervoer hoe Hij mij vergeving schonk over alle dingen die ik verkeerd deed of in het verleden verkeerd had gedaan. Ik ervoer dat ik geliefd was en dat ik mezelf mocht accepteren met al mijn pijn en verwondingen en al mijn beperkingen. Ik voelde dat ik daardoor niet meer veroordelend keek naar andere mensen, maar ook hun pijn en emotionele wonden kon zien en het disfunctionele gedrag, dat daaruit voortkwam. Ik ervoer dat ik het niet meer nodig had dat anderen in mijn behoeften moesten voorzien. Dat scheelde een berg frustraties en teleurstellingen. Ik merkte zelfs dat ik van hen kon gaan houden, zelfs al deden zij mij onrecht aan. Er ging een nieuwe innerlijke wereld voor mij open: ik voelde Vrede, Rust en Blijdschap in mijn hart. Ik hoefde niet meer hard te werken om mezelf gelukkig te voelen of om mezelf te bewijzen. Eigenlijk hoefde ik er niets voor doen: God deed Zijn werk in mij en daardoor ging het als vanzelf. Dat was nou genade! Je begrijpt: het begrip genade kreeg een nieuwe inhoud voor mij.

Veranderingen in mijn leven:
God heeft in drie a vier maanden tijd mega veranderingen in mijn leven bewerkstelligd. Mijn vrouw kon de veranderingen niet zien en heeft de scheiding doorgezet. Ik heb begrip en respect voor haar beslissing. We hebben nog steeds contact met elkaar en ik mag haar nu liefhebben met Gods liefde, alleen niet meer als partner.
Afgoderij speelt geen rol meer: God is mijn God, Hij staat op de eerste plaats, Hij is de Grote Baas in mijn leven en de Bron van mijn Levenskracht. Ik heb geen behoefte meer om mezelf te bewijzen naar anderen toe. Ik mag zijn wie ik ben. Ik kan en mag ook anderen laten zijn wie ze zijn; zelfs wanneer ze mij onrecht aandoen of niet voldoen aan de verwachtingen die ik van hen heb. Deze dingen die mij vroeger beheersten, gebeuren af en toe natuurlijk nog steeds. Maar nu niet meer structureel, maar incidenteel; ze krijgen geen vaste voet meer aan de grond; het blijft een strijd tegen de verleidingen, maar samen met God mag ik de verleidingen overwinnen.
Tevens heeft God mij, door middel van een bevrijdingsgebed op 5 mei (bevrijdingsdag in Nederland!), bevrijd van verlatingsangst en van leugens en valse overtuigingen die mijn gedachten al die jaren hadden verblind. Door dit alles is de relatie met mijn vader en mijn moeder meer dan hersteld, alsook de relatie met mijn zus en met mijn broer. Mijn kinderen zijn getuigen van de manier waarop God mijn hart heeft genezen.
Mijn mentale en emotionele verwondingen zijn niet voor niks geweest. Inmiddels mag ik als pastoraal werker anderen ondersteunen op hun weg naar herstel en de richting wijzen naar hun Liefdevolle Hemelse Vader, naar het bevrijdende werk van Jezus en naar het herstellende werk van de Heilige Geest.

Tot slot:
Het creëren van mijn eigen schijnzekerheid door het plannen, het organiseren en het controleren van mijn eigen leven, heeft plaats gemaakt voor rust en vertrouwen op God in plaats van op eigen kracht en inzicht. De kracht van Gods liefde die mijn hart vervult , is mij gegeven uit Genade, ik heb er niets voor hoeven te doen, dan mij overgeven aan Hem. Het uitleven van deze Liefde in woord en in daad naar mijn medemens, die zich in mijn directe omgeving bevindt, gaat als vanzelf ... of het gaat niet. Ik bedoel hiermee dat ik mezelf compleet afhankelijk heb leren opstellen van wat ik van God heb mogen ontvangen: dat is wat ik kan uitdelen, niet meer en niet minder. Ik voel me niet langer verdeeld, maar geheeld. Jezus heeft mij laten ontdekken, wie ik in werkelijkheid mag zijn: Leven zoals God dat bedoelt heeft. Dank U Jezus!

Ik dank God dat ik dit levensverhaal met jullie heb mogen delen.

Hersteld van mishandeling, boelemie en codependency

Dag allemaal, ik ben Karry en ik ben een dankbare gelovige die hersteld is van mishandeling, boelemie en co-dependency.
Zelfs voordat ik christen werd kon ik Gods hand op en plannen voor mijn leven zien.

Ik groeide op met alcoholisme. Mijn vader was een alcoholist. Zijn zondige leven had tot gevolg dat hij veel slechte keuzes maakte. Zijn drankgebruik veroorzaakte pijn en verdriet bij mijn moeder en mij. Hij onderhield diverse buitenechtelijke relaties. Hij was thuis vaak afwezig en had geen echte relatie met mij. De opmerkingen die hij wel regelmatig naar mij maakte, kenmerkten zich door seksueel getinte denigrerende grappen over vrouwen.

Hij deelde details over zijn liefdesleven. Hij maakte ongepaste grappen over mijn lichaam. Op een nacht zag ik dat hij mijn babysitter verkrachtte. Ik was toen 5 jaar oud.
Ik ging geloven dat ik lichamelijk aantrekkelijk moest zijn om de aandacht, liefde en goedkeuring van mannen te krijgen. Vooral die van mijn vader. Mijn ouders scheidden toen ik 5 was. Mijn moeder en ik woonden daarna bij vrienden of familie om rond te komen. Dit had tot gevolg dat we vaak verhuisden en we vaak in moeilijke situaties terecht kwamen.
In mijn jeugd ervoer ik veel emotioneel en seksueel misbruik van ‘vaderfiguren’. Ik voelde me verloren, onzeker en vertrouwde niemand. Zonder het te begrijpen, ging ik mijzelf isoleren en ging ik overmatig eten, of juist helemaal niet eten. Dit zorgde voor een gevoel van veiligheid en controle. Ik ontdekte in mijn contact met mannen, dat ik in stilte had gezworen nooit meer zo kwetsbaar te zijn als bij mijn vader. Vertrouw niemand meer; nooit; dat was mijn motto geworden.

Na elke man die uit mijn leven vertrok, werd ik in mijn overtuiging gesterkt. Ik leefde zelfvoorzienend en onafhankelijk van anderen. Jaren later hertrouwde mijn moeder. Ook haar tweede man was een mishandelende alcoholist. Ik was wanhopig op zoek naar een papa. Want ik kon zijn voortdurende boosheid en seksuele opmerkingen niet aan.
Ik voelde me steeds onzekerder en waardelozer worden. Ik geloofde rotsvast dat liefde en waardigheid gebaseerd zijn op lichamelijke perfectie en schoonheid. Als ik het perfecte gewicht kon bereiken, zou het misbruik stoppen. Anderen zouden van mij gaan houden. Ik geloofde toen, dat ik slechts een lichaam was zonder ziel.

Zijn misbruik en woede uitbarstingen namen de volgende 11 jaar toe. Ik trok mij steeds vaker terug en raakte meer verslaafd aan eten. Wat onschuldig was begonnen toen ik 7 was, nam extreme vormen aan. Ik was langzamerhand verslaafd aan sport, eten en dieetpillen. Een jaar na mijn moeders tweede scheiding was ik 22. Ik geloofde mijn liefde en geluk gevonden te hebben en trouwde met Chris. Maar omdat ik CR en mijn eigen gedragspatronen nog niet werkelijk kende, trouwde ik met een alcoholist en drugsverslaafde.
Wat ik begreep van liefde en relaties trok mij naar hem toe. Ervaringen uit het verleden hadden mij geleerd om in zo’n omgeving te leven. Uiterlijk was alles. Hij bepaalde wat ik droeg, hoe mijn haar zat. De vrouwen in zijn pornoblaadjes vormden een bedreiging voor mij. Op een dag wilde ik laten zien dat ik de baas was. Ik knipte mijn lange haar af. Hij maakte duidelijk nu het gevoel te hebben met een man getrouwd te zijn. Mijn schaamte en vernedering hadden nachtelijke vreetbuien tot gevolg.
Mijn gewicht nam drastisch toe. Als al mijn inspanning om slank te zijn, niet resulteerden in liefde voor mij, zou ik hem dwars zitten door dik te worden! Het werkte. Maar het resulteerde in meer boosheid en emotioneel, fysiek en seksueel misbruik.

Na een jaar huwelijk probeerde ik hem te verlaten. Hij achtervolgde me en probeerde mij van de weg af te rijden. Nadat hij bovenop de auto gesprongen was, trok de politie hem eraf. Ik zwoer dat ik nooit meer naar hem terug zou gaan.
Dat hield ik 4 maanden vol. Ik schaamde me zo diep dat ik hem opnieuw toeliet in mijn leven. Wat ik met mezelf had afgesproken, verankerde zich nog dieper in mijn ziel. Ik verloor het laatste beetje ‘Karrie’ die ik nog was in deze relatie. Ik vond alleen nog leuk wat hij leuk vond en maakte zelf geen vrienden meer. Ik schoof mijn familie aan de kant en voelde me doodsbang en alleen.
Maar na 5 jaren van gebroken neuzen, blauwe plekken, complete wanhoop en een ernstige eetverslaving sprak de Heer tot mijn hart. Hij zei: ‘Karry, je hoeft niet langer zo te leven. Het is jouw keus, maar laat Mij je helpen.’ Ik gaf eindelijk toe dat mijn leven ontspoord was. Ik vertrouwde mijn verhaal aan een vriendin toe. God opende de deur om me naar buiten te laten. Zij bracht mij naar CR in deze kerk, bijna 15 jaar geleden. Ik kan niet geloven dat het 15 jaar geleden is.

De eerste keer voelde ik veel angst en onzekerheid. Ik zat al zo lang in dit patroon en nu zou de situatie misschien veranderen. Prijs God; dat is gebeurd! Gods liefdevolle armen om mij heen gaven mij de moed om elke week terug te komen. Ik kreeg nieuwe hoop. God liet me zien dat er geen andere manier is om te genezen dan een relatie met Jezus te hebben. Ik moest Hem toestaan, door mij heen te werken. In de tweede week speelde de aanbiddingsleider het lied “Tienduizend redenen”. Ik kon de enorme pijn die ik voelde niet in woorden beschrijven. Terwijl ik luisterde, voelde ik Gods Geest en stortte ik in. Ik begreep eindelijk wat mij zoveel pijn deed en begon hard te huilen. Ik geloofde dat ik een tweede kans kreeg om opnieuw te beginnen. Onze dominee leidde ons in een gebed om Jezus als Heer en Redder aan te nemen en ons leven te leiden.

Ik vertelde God dat ik Hem niet kon zien of aanraken. Maar God gebruikte onze dominee om mijn hart te bereiken. Dat was bijna 15 jaar geleden.
Door de gemeenschap bij CR voelde ik me voor het eerst onvoorwaardelijk geliefd. Mijn voornemen om nooit meer iemand te vertrouwen begon te breken. Ik ontwikkelde echte vriendschappen en steun. Hierdoor genas en bevrijdde God mij. Toen ik mijn vertrouwen op God alleen ging stellen, keerde mijn mishandelende echtgenoot zich van mij en God af. Ons huwelijk kwam ten einde. Doordat ik geen angst meer hoefde te hebben voor mishandeling, begon ik de schaamte en leugens over mijn leven los te laten. Ik ontving het CR werkboek en met mijn bijbel nam ik deel aan de eerste CR vrouwengroep. Ik weet niet zeker of ik een vrijwillige deelnemer of een vrijwillig proefpersoon was, maar het werkte. Het was geweldig.

Met de bijbelse stappen tot genezing, ging ik met Gods liefde en geduld kijken naar de pijnlijke en moeilijke ervaringen die ik had weggestopt. Een morele inventarisatie maken hielp mij om de wonden en herinneringen onder ogen te zien van het emotionele en seksuele misbruik door mijn vader. Ook gaf ik toe aan mijn schaamte dat ik op 16 jarige leeftijd ben verkracht terwijl 5 jongens toekeken. Het was pijnlijk en beangstigend om deze zaken onder ogen te zien. Maar de Heer hield mij vast en liet mij de waarheid zien. Die waarheid zette mij vrij. Ik leerde dat ik alle gebeurtenissen uit mijn leven onder ogen moest zien om vrij te worden. Ik wilde dat zij mij niet langer zouden beheersen.

Naast het onder ogen zien van deze gebeurtenissen, was er nog iets anders om te bekijken: mijzelf. Hoe had ik anderen pijn berokkend? Welke zonden heb ik begaan? Ik leerde ook dat de mishandelingen niet te wijten waren aan mijzelf en dat ik me daar dus niet schuldig over hoefde te voelen. Maar hoe reageerde ik op dit misbruik? Had ik toegestaan dat mijn verleden mijn toekomst ging bepalen? Heeft mijn pijn anderen op een zondige manier beïnvloed? Welke destructieve patronen had ik ontwikkeld om al mijn pijn te verstoppen? Ik zag eindelijk de zonde van mijn eetverslaving in. Ik propte me vol, verzamelde overal eten. Ik kwam 5 kilo aan en hongerde het er vervolgens weer vanaf. Ik nam iedere dag dieetpillen en laxeermiddelen. Ik woog mezelf dagelijks en beoordeelde mezelf op de omvang van mijn pols. Ik streed voortdurend om zo slank mogelijk te zijn zodat ik de liefde van anderen zou verdienen. Ik probeerde mijn schaamte te verhullen achter de extra kilo’s.
Vinger achterin de keel en overgeven werd de snelle en gemakkelijke manier om gewicht te verliezen. Ik had anderen uit mijn verleden vergeven. Maar ik was vergeten om mezelf te vergeven. Ik beleed dit aan mijn coach en vroeg om hulp. Ik kon eindelijk Gods vergeving aanvaarden. Ik werd langzamerhand bevrijd vanuit de donkere gevangenis van mijn geheimen en stapte Zijn geweldige licht in.
Nu stond ik eindelijk toe dat God mij veranderde.

Ik was bereid om alle veranderingen toe te staan die Hij wilde volbrengen. Ik moest toestaan dat Hij mijn denken zou veranderen. Mijn ideeën en mijn identiteit. Ik accepteerde dat mijn waarde alleen van Zijn liefde afhangt. Ik probeer nu niet meer te voldoen aan de eisen van de wereld. Ik schoot immers altijd tekort. Ik mag dit schrijven met opgeheven hoofd – prachtig in Gods ogen.
Ik vroeg God te werken aan de moeilijke kanten van mijn karakter zodat ik eindelijk volwassen kon worden en kon worden wie Hij voor ogen heeft. Ik vroeg vrienden en familie om vergeving voor wat ik hen had aangedaan door mijn eetverslaving en alle boosheid die ik had geuit als gevolg van mijn pijn. Hierdoor vond geweldige genezing plaats. God herstelde mijn hart en veel relaties. Hij bracht een nieuwe vaderfiguur in mijn leven: mijn (derde) vader Robert. Hij was een geschenk en werd de vader die ik altijd had gezocht. Door zijn leven werden de verloren jaren uit het verleden ingehaald.
Hij liet mij zien hoe een echte man Gods is. Ook gaf God mij een nieuwe relatie met mijn eigen biologische vader. Na enkele jaren van vervreemding, zat ik in december 2007 naast hem voordat hij een levensbedreigende operatie moest ondergaan. Hoewel ik hem had vergeven, was ik toch om een of andere reden bang en ging met tranen in mijn ogen naar hem toe. Ik wist dat God mij vroeg te gaan. De tijd met mijn vader was door God geleid. De nacht voor de operatie gaf God me ongelofelijke moed. Ik vroeg mijn vader naar zijn relatie met God. Een paar minuten later zat ik op mijn knieën en bad het zondaarsgebed met hem. Hij vroeg Jezus in zijn leven.

In die stoel zag ik een gebroken man. Een man die door God vergeven was. Ik leerde toen dat ongeacht de ernst van de zonde of het misbruik, dat je moet vergeven om te kunnen genezen. Vergeving is Gods medicijn voor gebroken harten. Ik heb ook mijn moeder tot geloof zien komen, nadat ze zag wat Christus voor mij gedaan heeft. Het is geweldig, we sleepten haar mee en ze is nu ook deel van CR.
Zes jaar geleden in oktober was ik bij mijn vader Robert terwijl hij vocht tegen kanker en ik kon hem vertellen over Jezus. God is een God van wonderen.

Maar Gods liefdevolle genade stopte daar niet. Hij gaf me de liefde van mijn leven: mijn echtgenoot Bob. Hij is mijn beste vriend! Toen ik zijn babyblauwe ogen zag wist ik: die is voor mij. Maar hij was een herstellende alcoholist. We wilden zeker weten of het verstandig was om te trouwen en vroegen om raad. We wilden immers geen herhaling van mijn verleden. Volgens onze pastorale adviseurs waren we een perfect stel. Ik kan bijna niet geloven dat voorganger X ons bijna 13 jaar geleden heeft getrouwd. En ik ben nog steeds dol op hem!
Het is een geweldige man die mij eert en respecteert. Door het recovery programma leerde ik dat mijn voornemen om nooit meer kwetsbaar te zijn, overbodig was geworden. Stap voor stap leerde God mij om mensen weer te vertrouwen. Zelfs na al het misbruik leerde ik dus weer te vertrouwen en kwetsbaar te zijn.

Een paar weken geleden vroeg God mij een volgende stap te nemen in kwetsbaarheid richting mijn eigen, biologische vader. God vroeg me een brief te schrijven en hem te bedanken dat hij mijn vader is. Ik schreef onder andere: “ Papa, ik zou niet de vrouw geweest zijn die ik nu ben en ik zou God niet zo dienen als ik nu doe, als jij mijn vader niet was geweest. Ik weet dat jij diep van binnen wenst dat het anders gelopen was met ons gezin. Het is okay. Ik wil dat je weet dat ik intens van je houd en respecteer wie je bent. Ik koester dat jij mijn vader bent. Je bent een goede man. Liefs, je dochter.”
Hij belde mij een paar dagen later op. Met een gebroken stem stamelde hij, dat dit zijn leven goed maakte.

Door CR heeft God mij laten zien dat ik alleen in Hem veilig ben. Ik hoef niet de regie te houden over mijn leven. God strekte Zijn handen naar me uit en bevestigde dat Hij mij opvangt. Laat los! CR leerde mij ook dat God het misbruik in mijn leven niet veroorzaakt heeft. Maar door wie Hij is heeft Hij het wel gebruikt om betekenis en zin aan mijn leven te geven. Hij hielp mij om overal doorheen te komen. Ik ben geen slachtoffer meer dat met eten probeert te overleven. Ik ben een overwinnaar die prachtig is in Gods ogen. Hij heeft mij laten zien hoe ik iets voor anderen kan betekenen doordat hij al mijn ervaringen gebruikt tot eer van Hem. Ik heb mijn levensdoel gevonden door nu samen met mijn man mensen te motiveren om naar God te gaan een deel te nemen aan Celebrate Recovery. God heeft mij als gebroken vaasje genomen, geheeld en gevuld en tot leider benoemd.

Stel je voor! Hij gebruikt mij nu om van anderen te houden, hen te leiden en te bemoedigen. Hij gebruikt mij om als voorgangersvrouw haar man te steunen
Maar weet je, niets betekent meer voor me dan 1 verloren persoon te bereiken en hem bij het kruis te brengen. Eentje maar! De broer van mijn man woont op Walcheren; hij wil ook naar CR om een nieuw leven op te bouwen. Het was zo’n teleurstelling dat er daar nog geen enkele kerk is waarnaar ik hem door kon verwijzen, dat ik bijna gemotiveerd ben om te verhuizen en daar zelf te gaan starten.
Het programma van Celebrate Recovery heeft God gebruikt om mijn leven te veranderen. Ik ben een nieuw mens geworden. Ik ben voor altijd anders. Ooit moest ik een beslissing nemen. Ik kon terug naar mijn verleden ondanks de verandering, of voor het eerst in mijn leven vertrouwen schenken. Jezus zegt in Mattheüs 16:25: ‘Wie zijn leven wil redden zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden.’ Ik heb het gevonden. Ik weet wie Karry is vandaag, en ik mag haar graag. Maar ik hou nog veel meer van God!

Dank je wel dat ik dit met jullie mocht delen!

Hersteld van anorexia

Ik ben Petra, 34 jaar en getrouwd. We hebben 2 kinderen: een dochter van 9 jaar en een zoon van 5 jaar.

Tweeënhalf jaar geleden ben ik tot bekering gekomen en heb ik een levende relatie met Jezus Christus gekregen.

Ik ben hersteld van anorexia. Toch vind ik het nog steeds moeilijk om dit uit te spreken.

Ik kom uit een christelijk gezin. We waren met z'n negenen: vader, moeder, 5 broers en zussen, oma en ik. Het geloof, de buitenkant, hard werken en niveau was erg belangrijk in ons gezin. Toch was er ook veel liefde en gezelligheid. We werden in het dorp vaak gezien als het perfecte gezin.

De familie van mijn vaders kant had veel invloed op ons gezin. Trots, hoogmoed en 'de ware kerk' waren zo belangrijk, dat deze kant van de familie uiteindelijk een eigen kerk heeft gesticht en in een sekte is beland. Mijn ouders gingen hier als enigen niet in mee, dus werden we verstoten. Dit had grote gevolgen voor ons als gezin.

Op mijn 12de werd mijn moeder depressief. Ze werd vervolgens regelmatig opgenomen in psychiatrische inrichtingen. Ook heeft ze een zelfmoordpoging gedaan. Mijn vader werkte hard. Dus oma, en af en toe een kindermeisje, zorgden voor ons.

Ik heb mij altijd de minste gevoeld. Als persoon stelde ik niet zoveel voor. Iedereen kon alles net iets beter dan ik en was mooier dan ik. Als het thuis niet goed ging, dan lag dat aan mij. Of tenminste: zo dacht ik. Toch stond ik bekend als het zonnetje in huis. Ik geloofde in God, maar had daarnaast veel angsten en hallucinaties. Ik had het idee mijzelf te verliezen en had geen controle meer over mijzelf.

Ik was ongeveer 16 jaar toen ik begon met minder eten. Ik at bijvoorbeeld geen koeken en dronk geen zwarte koffie. Zo kreeg ik mijzelf onder controle. Op mijn 17de kreeg ik verkering met de jongen die nu mijn man is. Ik moest stagelopen in een jongerencentrum en ging op kamers.

Alles kwam tegelijk. Ik had het gevoel aan zoveel eisen te moeten voldoen; ik had er geen grip op.

Vanaf dat moment ging het bergafwaarts. Ik ging al minder eten. Hele dagen zat het in mijn hoofd: wel eten, niet eten, ik ben lelijk, ik kan niets, dom, dik enzovoort. Op een gegeven moment woog ik nog maar 46 kilo. Ik werd achterdochtig naar mensen, slikte afslankpillen, laxeerpillen en afslankgels. Op een gegeven moment moest ik stoppen met mijn studie Jeugd- en Jongerenwerk en ging ik weer thuis wonen.

Toch heb ik mijn eetprobleem heel lang geheim kunnen houden. Mijn vriend en mijn vriendin wisten het wel, maar ik had het er niet veel over. Het bleef mijn geheim, dat was veilig. We trouwden en ik dacht: dan gaat het vast wel beter. Maar het werd alleen maar erger. Er moest gekookt en gegeten worden.

Boodschappen doen was iets vreselijks. Wat halen we in huis en wat niet? We hadden ons winkelkarretje gescheiden. De ene helft voor mij en de andere helft voor mijn man. Hij moest ook per se de route nemen in de winkel die ik wilde, anders raakte ik de kluts kwijt. Sommige dingen moesten ook verplicht ergens anders gehaald worden, daar zat dan bijvoorbeeld 1 calorie minder in.

Lichamelijk contact werd steeds moeilijker. Niemand mocht mij aanraken. Ik ging nog meer sporten, fietsen, lopen, rennen, trap op, trap af. Echt alles in het extreme. Vier uur sporten achter elkaar zonder eten, geen probleem. Ik gaf mezelf ook nog op de kop, want het had altijd nog wel sneller, harder of langer gekund. Het was nooit voldoende.

Soms kookte ik, ging daarna aan tafel zitten en keek toe hoe mijn man at. Ik leidde op een gegeven moment mijn eigen leven en leefde van schuldgevoel naar schuldgevoel.

Van een vriendin kreeg ik een dagboekje om mijn problemen van me af te schrijven. Hier heb ik twee keer iets in geschreven. Ik citeer een stukje uit 1994: "Ik ben er heel diep in weggezakt. Ik voel me als ik niet eet schuldig, ik voel me als ik wel eet schuldig. Ik voel me schuldig als iemand mij wat aanbiedt en ik zeg nee! Ik voel me schuldig tegenover mijzelf als iemand mij eten aanbiedt en ik zeg ja! Ik ben geestelijk zo moe, en lichamelijk voel ik niks. Ik sta ermee op en ga ermee naar bed. Ik fiets ermee, ik werk ermee, ik eet ermee, ik praat ermee, nooit één moment rust."

Hierna ben ik in therapie gegaan. Ik heb daardoor leren eten, en mijn gevoel weer te leren voelen. Ik durfde er op een gegeven moment niet meer heen. Het was zo beangstigend om weer te voelen. Mijn man moest me erheen sleuren. Hij bracht me tot aan de deur, wachtte tot de deur achter mij dicht ging en haalde me aan het eind van de dag weer op.

Drie jaar later heb ik weer een stukje geschreven: "De maat is vol van al dat gepieker, eindelijk kom ik erachter (na zo'n 3,5 jaar) dat het niet over gaat. Ik kom erachter dat douchen ook vreselijk is. Ik sla mijn armen altijd om mijn buik, zodat ik mijn lelijke lichaam niet hoef te zien en toch kijk ik dan en dan voel ik me weer schuldig. Het is net of ik mezelf pijn wil doen, zodat ik dan niet wil eten. Maar dan pak ik toch weer eten en dan voel ik me weer rot. Ik ga er alleen nog maar op achteruit."

Dat was echter niet zo, want ik ging dingen signaleren. Ik kreeg weer gevoelens die ik niet meer kende. Het waren gevoelens van angst, boosheid en verdriet. Het voelde zo ellendig, dat ik het gevoel had dat ik dood ging. Ik kon het niet meer verdragen. Mijn lichaam en geest konden niet samengaan; de balans was zoek. Soms viel ik zomaar weg, in een diepe slaap. Dat gebeurde regelmatig.

Ons huwelijk liep niet meer goed, mede door andere dingen die er bij kwamen. We hadden niet veel met God. We geloofden wel, maar deden er niet veel mee. Op een gegeven moment besloten we uit elkaar te gaan. Maar het bijzondere was dat we in die tijd één keer samen hebben gebeden: God help ons!!! Toch wilden we het samen opnieuw proberen. Later hebben we 2 prachtige kinderen van God ontvangen. Omdat mijn lichaam veranderde vond ik de zwangerschappen niet makkelijk. Maar door 4 jaar therapie had ik alles wel aardig onder controle en leefden we gewoon ons leven.

God heeft ons gebed 8 jaar later verhoord. Ik begon een dieper gevoel van emotie te missen. Eigenlijk was ik op zoek naar God. Op zoek naar geliefd te worden. Door de campagne Doelgericht Leven en een interkerkelijk koor kreeg ik een relatie met Jezus. Ik vond het zó bijzonder hoe deze mensen vol van God waren. Ik begon steeds meer te begrijpen: "God kijkt naar mij en Hij vindt mij mooi."

Toen ik op een zondagochtend in een fijne gemeente belandde, heb ik alleen maar gehuild. Ik kwam erachter dat ik mocht zijn wie ik ben. Ik begon bijbel te lezen en kon niet meer stoppen. (Dat was pas een goede afslankmethode.) En zo kwam ik bij die tekst uit Efeze 5:29: Want niemand haat zijn eigen lichaam, maar voedt en verzorgt het zoals Christus de kerk.

Ik ben op mijn knieën gegaan en heb gezegd: "Heer hier ben ik. Ik kan het niet meer. Vergeef mij, Heer. Hoe kan ik mijn eigen lichaam nog steeds zo haten, terwijl God het heeft gemaakt, zoals Hij het heeft bedoeld? Wilt U mij veranderen? Ik geef mijzelf aan U. Wilt U mij genezen."

Ik ben een herstelprogramma gaan volgen: Celebrate Recovery. Ik heb dit doorlopen met nog 3 fantastische vrouwen (zussen) en er is mij zoveel meer duidelijk geworden. Ik heb kunnen vergeven wat anderen mij hebben aangedaan. Ook ik heb veel mensen, vooral mijn lieve man en familie en vrienden, verdriet gedaan. Maar God heeft mij vergeven. Nu kan ik ook mijzelf vergeven. Ik leef niet meer van schuldgevoel naar schuldgevoel. Ik ben vrij!!! Uit genade.

Ik heb verschillende therapieën gevolgd en dat was goed. Het was ook noodzakelijk. Maar uiteindelijk is God de heelmeester van geest, ziel en lichaam. Het aparte was dat ik langere tijd dacht dat het heel goed met mij ging. Dat was ook wel zo, althans, beter dan het eerder was. Maar het anorexieprobleem zat altijd in mijn hoofd. Ik hield het nog steeds onder de duim. Er zat nog steeds veel angst, om niet dik te worden, eigenlijk om niet geliefd te zijn. Maar het is nu weg, uit mijn hoofd. Geest en lichaam kunnen weer samengaan. In begin ervoer ik dat als een rust, nu als een intense vrede met God.

Jazeker, ik word nog steeds aangevallen. 'Je moet toch maar weer sporten. Wat zou het heerlijk zijn om als een veertje door het leven te gaan!' Alsof ik dan meer gewaardeerd word, alsof mijn identiteit van mijn uiterlijk afhangt. Maar mijn identiteit is in Christus. Een aantal weken geleden heb ik te horen gekregen dat ik reuma in de weke delen heb. Ik heb ook last van hypermobiliteit, dus ben altijd moe en heb voortdurend pijn. Ook is er geconstateerd dat er een stukje bot beschadigd is, waarschijnlijk door het vele sporten en mijn bevallingen. Ik heb mijn lichaam niet goed verzorgd en ik heb niet goed naar mijn lichaam geluisterd. En dit zijn dus de consequenties. Ook daar pakt Satan mij op: "Voel je maar weer lekker schuldig". Maar ik stuur het weg in de naam van Jezus. Want het zijn allemaal grote leugens die in mijn hoofd zitten. Zoals het staat in de Bijbel: Onderwerp u dus aan God, maar verzet u tegen de duivel en hij zal van u wegvluchten. — Jakobus 4:7-8

Dit is wat ik voor God mag doen: dienen vanuit ervaring. Wie ben ik, dat ik hier mag staan? Ik? Ik ben een parel in Gods hand. Echt, God kan genezen! Door zijn zoon Jezus heeft Hij alle pijn en verdriet gedragen, zodat ik mag leven zoals Hij dat heeft bedoeld. Beken eerst je hoogmoed. Ik bedoel hiermee dat je moet ontdekken dat je het zelf niet kan. Kies radicaal voor God. Stel je leven onder de heerschappij van Jezus. Dan komt de rest ook wel.

Ik weet als geen ander wat het is om het alleen te willen oplossen. 'Dat van mij is nooit erg genoeg. Er is altijd wel iemand dunner dan ik.'

En dit is wat ik anderen wil vertellen: alsjeblieft deel het! Kom uit die schulp, laat God het openbreken. Dan kun je de parel zijn die God heeft bedoeld.

Hersteld van pornoverslaving en zelfbevrediging

Ik ben een christen die bevrijd is van verslaving aan zelfbevrediging en pornografie. Ook ben ik hersteld van minderwaardigheidsgevoelens, neerslachtigheid, zelfveroordeling en de leugen dat ik niet goed genoeg ben.

Ik ben christelijk opgevoed en heb een redelijk normale jeugd gehad. Wel was ik iemand die erg meegaand was. Ik leerde al op de basisschool om me aan te passen om conflicten te vermijden. Dat hielp wel, maar ik kwam ook veel tekort. Later gebruikte ik dit verdedigingsmechanisme ook om conflicten thuis te vermijden. Als ik maar de lieve, goede zoon was, was ik geliefd en was er niks aan de hand. Ook dit werkte en zorgde ervoor dat ik thuis het gevoel kreeg dat ik geliefd was. Ik had niet door dat ik hierdoor het zicht op mijn identiteit kwijtraakte.

In je puberteit ontdek je wie je bent en ontwikkel je je persoonlijkheid. Dit gebeurde bij mij niet. Het gevolg was dat ik geen eigen beslissingen nam, en het gevoel had dat ik geleefd werd. Toen ik stage ging lopen, verwachtten mijn begeleiders dat ik initiatief toonde. Dat kon ik niet, want ik was gewend om te volgen en me aan te passen. Ik werd ontslagen op die stage en tijdens andere stages kreeg ik steeds weer te horen dat ik niet genoeg initiatief toonde.

Deze boodschap vertaalde ik naar: je bent niet goed genoeg. Hierdoor werd ik neerslachtig. Ik voelde een diepe leegte en die vulde ik op met zelfbevrediging en porno. Het gevolg was dat ik hieraan verslaafd raakte en een blijvend schuldgevoel kreeg.

God heeft me door alles heen wel vastgehouden. Steeds opnieuw toonde Hij zijn onvoorwaardelijke liefde en trouw. 2 Tim. 2:13 zegt: ... als wij hem ontrouw zijn, blijft hij ons trouw, want zichzelf verloochenen kan hij niet.

Maar ik bleef vastzitten aan mijn problemen. Waarom hielp God mij niet? Anderen had Hij wonderbaarlijk genezen en bevrijd. Maar bij mij gebeurde dat niet. 'God vindt mij zeker niet goed genoeg.' Deze leugen werd weer bevestigd.

Bij Celebrate Recovery kwam ik als een klein, zielig jongetje binnen, met veel pijn in mijn hart. Anderen waren in mijn ogen daar de schuld van. Ik hoopte dat God in zou grijpen. Ik was behoorlijk wanhopig. God zei: 'Je mag gaan staan!!' Er kwam geen stem uit de hemel, maar God sprak door mijn coach, door de groepsleiders, zelfs door mensen die niet geloven.

'Hoezo staan, iedereen en alles drukt me naar beneden!'

'Je mag gaan staan!'

'Maar ik weet niet hoe...'

Het werd tijd om keuzes te maken. Maar ik wist niet wat ik wilde. God bleef tegen me zeggen dat ik mocht gaan staan, ook als ik viel en ver afdwaalde. Hij hielp me niet overeind op de manier die ik verwachtte. "Och arme jongen, ik help je wel". Dit was ik gewend. In plaats daarvan zei God: 'Je mag gaan staan.' Ik werd het spuugzat.

Langzaam is het tot me doorgedrongen. God grijpt niet in, omdat Hij wil dat ik zelf de keuze maak voor het leven. Hij geeft er wel de kracht voor, maar de keuze is aan mij. Dit is niet één keuze geweest, maar dit betekent elke dag heel bewust keuzes maken. Doe ik de TV uit na 10 uur, of blijf ik kijken? Kies ik ervoor om me te laten leiden door een leugen of luister ik naar de waarheid? Kies ik ervoor om te zondigen of naar de Heilige Geest te luisteren?

Ik ben er nog lang niet; vaak struikel ik nog. Maar ik ben geen slaaf van de zonde meer. Ik ben niet gebonden aan het verleden, maar mag vooruitkijken. Romeinen 8:12-15 zegt: Broeders en zusters, we hoeven ons niet langer te laten leiden door onze eigen wil. Als u dat wel doet, zult u zeker sterven. Als u echter uw zondige wil doodt door de Geest, zult u leven. Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God. U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met 'Abba, Vader'.

Ik mag niet alleen kiezen tegen de zonde maar ook voor het leven. Doordat ik weet wie ik ben in Christus, durf ik kansen te pakken, confrontaties aan te gaan, verleiding te weerstaan. Ik ben geen slachtoffer meer van het leven. Ik vertrouw op God, dat Hij me een hoopvolle toekomst geeft. Want dat heeft Hij beloofd. Ik leef voor Hem, want Hij houdt van mij.

Hersteld van de gevolgen van alcoholisme en misbruik

Ik ben Brenda, een christen die herstellende is van alcoholisme en van lichamelijk, emotioneel en seksueel misbruik.

Toen ik opgroeide ging mijn familie elke zondag naar de kerk. We leken een goed christelijk gezin. Maar de waarheid was, dat we slechts één keer per week goed aangekleed waren, zodat iedereen in onze woonplaats kon zien hoe christelijk we waren. Daarna keerden we snel terug naar een leven vol van drank en misbruik.

Mijn vader was alcohollist. Het drankmisbruik werd steeds erger, waardoor hij ons op een gegeven moment begon te mishandelen. In het begin was het alleen met woorden, maar rond mijn negende jaar veranderde dat in lichamelijke mishandeling. Mijn moeder en ik waren degenen die het het zwaarst te verduren hadden. Ik herinner mij nog het vreselijke moment dat mijn vader een poging deed om mijn moeder te wurgen. Ik probeerde hem tegen te houden, maar hij smeet me door de kamer en hij schopte me meerdere keren in mijn buik.

Niet alleen mijn vader misbruikte me. Ik werd ook op een onbetamelijke manier seksueel bejegend door familieleden. Drie van mijn grootouders waren ook alcoholist en deden dezelfde dingen.

Ondanks de chaos in mijn persoonlijke leven deed ik het op de basisschool voortreffelijk. Toen ik elf jaar was ontdekte ik de alcohol. Direct voelde ik mij lekker in mijn vel zitten. Ik begon vaker te drinken, altijd tot het moment dat ik examen moest doen. Op mijn veertiende maakte ik een illegale identiteitskaart (ID) zodat ik drank kon kopen. Ik gebruikte veel make-up, ontspoorde op seksueel gebied en ik experimenteerde met drugs. Toen het gebruik van alcohol en drugs erger werd, had ik ook veel wisselende seksuele contacten. Ik leunde op relaties met mannen om me geliefd te voelen en de pijn vanuit mijn jeugd te verzachten. Ik was seksueel actief met vele partners in de leeftijd van 14 tot 25 jaar. In die tijd raakte ik ook twee keer zwanger en koos vervolgens voor abortus.

Ik hield mezelf voor dat ik mijn leven onder controle had, maar dat was niet het geval. Voor mijn werk reisde ik door het hele land. Al die tijd reisde ik nooit zonder drugs bij me te hebben. Ik dronk ook tot het moment dat ik een black-out kreeg en ik sliep met vreemde mannen in elke stad. Toen werd ik ontslagen bij het grote bedrijf waar ik voor werkte. Mijn baas betrapte mij op een leugen waardoor de reputatie van het bedrijf mogelijk geschaad zou worden. Hij twijfelde terecht aan mijn integriteit. Mijn schaamte werd nog groter toen ik in datzelfde jaar werd opgepakt voor rijden onder invloed. En ik realiseerde me ook dat mijn vriend, waarmee ik samenwoonde, drugs dealde vanuit ons huis.

Geestelijk bankroet zonk ik naar het diepste punt van mijn leven. Ik riep het uit naar God, maar eerlijk gezegd verwachtte ik niets. Ik was gebonden aan alcohol, drugs, seks en de gevolgen van het misbruik tijdens mijn jeugd. Ik was op het punt gekomen alles te willen doen om die pijn te laten verdwijnen. Na een mislukte zelfmoordpoging begon ik met een behandeling voor mijn alcohol- en drugsverslaving. Daar maakte ik kennis met de reguliere 12 Stappen, maar zonder de God die ik als kind kende. De God die me in de steek had gelaten toen ik het moeilijk had.

Het is me gelukt om 8 jaar clean en nuchter te blijven. Andere verslavingen vulden toen de leegte. Ik werd een workaholic. Ik keek overal rond en gaf mijn zuur verdiende geld uit aan dingen waar ik tijdelijk helemaal van in de ban was. Ik ging uit eten in de beste restaurants en begon problemen te krijgen met mijn gewicht. Al die tijd had ik nog steeds seksuele relaties die destructief voor mij waren.

Juist op het moment dat ik mij ging verbazen over of dat nu alles was wat het leven te bieden had, kreeg ik een nieuwe baan aangeboden. Ik kon opnieuw beginnen, op een andere locatie in het land. Ver weg van familie, vrienden en bekenden ontsnapte ik tijdelijk aan de realiteit van mijn leven tot het punt dat ik weer instortte. Op dat moment greep God in en redde Hij mijn leven.

In de zomer van 1997 begon ik met Celebrate Recovery en ik kreeg Jezus Christus lief. Hij werd mijn Hogere Kracht. Door alles wat ik vervolgens meemaakte ontmoette ik op een gegeven moment een man die ik vroeger had gekwetst. Inmiddels is hij mijn liefdevolle echtgenoot geworden. Samen dienen we nu de Heer bij Celebrate Recovery en delen we onze ervaringen, overwinningen en hoop met andere mensen die pijn en moeilijkheden in hun leven hebben.

Ik ervaar meer liefde in mijn leven dan ik ooit had kunnen voorstellen. Ik heb meer vrienden dan ik kan tellen, een toegewijde echtgenoot, een lief dochtertje en een God die mij verlost heeft van alle gebondenheden. Mijn doel in mijn leven is volkomen helder: Ik zal Gods leiding volgen met heel mijn hart en anderen helpen de weg te vinden om uit de duisternis te komen. Ook heb ik mijn persoonlijke levenstekst ontdekt, namelijk: Niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest! zegt de Here der heerscharen. (Zach. 4:6)

Hersteld van de gevolgen van emotionele verwaarlozing

Ik ben Alie, een christen, die worstelt met de gevolgen van emotionele verwaarlozing en seksueel misbruik. Dit leidde bij mij tot boosheid en angsten.

Bijna 59 jaar geleden werd ik geboren in een klein, zeer christelijk dorp in het westen van het land. Mijn ouders hadden 5 meisjes en 2 jongens. Ikzelf was het tweede meisje in het gezin.

De kerk in het dorp was een 'zware' kerk en al jong wist ik dat er veel regels waren en dat er 'iets' moest gebeuren voor je een kind van God was. Dat was je niet zomaar!

In het begin van haar huwelijk kwam mijn moeder tot persoonlijk geloof. Ze las veel boeken en ontwikkelde haar geloofsleven. Dit paste echter niet altijd binnen het gedachtegoed van onze kerk, waardoor we als gezin een aparte plek innamen. Op het dorp werden we erg gepest. Mijn moeder was zeer loens/scheel en het was bij periodes normaal naar ons te spugen, ons te slaan en vooral uit te schelden. Ook volwassenen deden aan het schelden mee. Ik werd behoorlijk wantrouwend naar mensen.

Mijn moeder leefde het leven en beleefde haar geloof vanuit diepe beschadigingen. Ze was seksueel misbruikt en er was depressiviteit in haar familie. Haar zus, waar ze veel van hield, pleegde zelfmoord en liet 5 kinderen achter. Deze gebeurtenissen hebben veel invloed gehad op onze opvoeding. Er was veel overheersing, geweld en onzekerheid. Mijn moeder probeerde zo goed mogelijk alles onder controle te houden. Hoewel er ook goede momenten waren, was er echter nooit evenwicht.

Mijn vader was een hardwerkende man, al jong invalide en leed veel pijn. Het grote gezin was hem vaak teveel. Hij was een goede man voor mijn moeder, maar als vader heb ik maar weinig herinneringen aan hem. Hij gaf zelden zijn eigen mening, beschermde mijn moeder en reageerde zijn frustraties vaak af op ons kinderen. Ik voelde me dan machteloos en woedend en had het gevoel dat ik er niet toe deed.

Het geloofsleven van mijn moeder liep als een rode draad door ons leven. Ze vond het leven vaak heel zwaar en haar stemmingen wisselden heel snel. Ze gaf aan dat ze liever bij God wilde leven (dus eigenlijk dood wilde). Als kind was dat erg verwarrend voor mij. Deed ik er niet toe? Het voelde alsof ik niet mocht leven, terwijl ik dat heel graag wilde. Maar ik wilde ook solidair zijn met mijn moeder. Het maakte dat ik me schuldig voelde.

Al heel jong leerde ik de signalen van de stemmingen van mijn moeder op te vangen en mijn gedrag hierop aan te passen. Als ik terugkijk ging ik al jong een eenzame weg; ik voelde me niet op mijn plek binnen het gezin en God was ver weg. God was eigenlijk net als mijn moeder: streng, veroordelend, bestraffend en niet te vertrouwen. Ik was bang en besloot een pantser voor m'n hart te doen. Zo kon niemand mij pijn doen of doden. Ik werd een in zichzelf gekeerd meisje dat erg onzeker was en eigenlijk niemand vertrouwde.

Ik heb nooit getwijfeld aan het bestaan van God, maar God was iemand die ik toch nooit tevreden kon stellen. Ik was bang voor Hem en vertrouwde Hem nergens in. Zo leefde ik met veel angsten, maar ergens verlangde ik naar de 'blijde boodschap', wat die ook was.

Op mijn 12e jaar werd ik aangerand door een groep van ongeveer 6 jongens die tussen de 12 en 17 jaar oud waren. Ik voelde aan dat ik dit niet aan mijn ouders kon vertellen. Ik voelde me vies, slecht en het was mijn eigen schuld. Het is toen een periode heel slecht met mij gegaan. Het kwam niet in me op het iemand te vertellen. Er ontwikkelde zich een diepe haat en boosheid naar die jongens toe. De daden van deze jongens waren fout en hadden en hebben nog steeds heel veel consequenties voor mijn verdere leven....... Jaren later heb ik mijn haat en boosheid bij God gebracht en de wil uitgesproken ze te vergeven. Nog later heb ik deze jongens in gebed bij God gebracht en gevraagd of Hij hen wilde vergeven en wilde zegenen. Nog niet zo lang geleden kwam ik één van hen tegen en ik voelde geen haat en geen boosheid meer. Door te vergeven heb ik mezelf vrij gezet en kon God samen met mij beginnen aan een genezingsproces, dat nog steeds doorgaat.

Op mijn 18de jaar vertrok ik uit mijn geboortedorp en uit ons gezin om als leerling verpleegkundige in de psychiatrie te gaan werken. Het werk paste goed bij me. Vanbinnen was het echter één grote puinhoop. Ik was onzeker, kon geen grenzen aangeven en zocht liefde bij verkeerde mensen. Dit resulteerde in seksueel misbruik.

Ondanks dat ik niets van God merkte en geen persoonlijke relatie met Hem had, kan ik terugkijkend zien dat God erg genadig is geweest in die tijd. Hij heeft mij behoed voor een leven dat ten onder ging aan drank en drugs. Ik balanceerde soms op het randje.

Ruim 35 jaar geleden trouwde ik met Wout. Wout was niet gelovig opgevoed, eerder

antikerkelijk. Met hem deelde ik mijn zoektocht naar God en we gingen trouw naar de kerk. We kregen vier kinderen, waarvan de jongste 2 dagen na de geboorte overleed. Door een sterk overlevingsmechanisme bleef ik overeind en ging door. Later heeft God me de ruimte gegeven het verlies van onze dochter op een gezonde manier een plek te geven.

Het duurde echter nog ruim 10 jaar voordat er echt iets veranderde in mijn relatie met God. Inmiddels waren al mijn broers en zussen tot persoonlijk geloof gekomen. Ook mijn zus waar ik veel mee optrok, veranderde langzaam. Ze sloot zich aan bij een evangelische gemeente en liet zich dopen. Ze vertelde me dat je een bewuste keuze voor Jezus kon maken. Ik was heel wantrouwend, vroeg me af in welke sekte ze terecht was gekomen. Ik was wel meer heftige acties van haar gewend. Ik sprak met haar af dat ik haar wel in de gaten zou houden, en daarom moest ik wel luisteren naar wat ze te vertellen had. Ik bemerkte echter een echtheid waar ik niet omheen kon. Op haar uitnodiging ging ik mee naar een vrouwenconferentie waar een oproep voor gebed werd gedaan. Ik ging naar voren en tijdens dat gebed werd ik doorstroomd met Gods Liefde. Er was geen tijds- en plaatsbesef meer, alleen maar Zijn Liefde.

Ik wist nu dat ik een bewuste keuze kon maken voor Jezus, in plaats van dat er 'iets' moest gebeuren waar ik geen vat op had. Vanaf dat moment wist ik dat ik een geliefd kind van de Vader was. Ik was ook direct genezen van mijn schuldgevoelens die ik al heel m'n leven met me meedroeg. Ik ervoer een enorme bevrijding die mijn relaties sterk beïnvloedde. Ik mocht zijn wie ik was.

Vijf jaar later, in 2003, werd ik ziek. Er werd mondkanker geconstateerd. Mijn wereld stortte in. De behandeling zou bestaan uit een operatie van 12 uur en 37 bestralingen. Het vooruitzicht was dat er na de behandelingen problemen met praten, slikken en eten zouden komen, maar hoe ernstig wisten ze niet precies. Erg onzeker allemaal. Ik had geen controle meer over mijn leven.

Deze periode van behandelingen en een paar maanden erna zijn heel zwaar geweest; emotioneel leek ik dood te gaan. Mijn relatie met God en mijn omgeving hadden er zwaar onder te lijden. Er was zowel lichamelijke als geestelijke uitputting. Er was geen verleden en geen toekomst meer, alleen het nu. Het was een hel, ook al wist ik dat God erbij was. Ik kon zelf niet bidden, maar er is toen wel veel voor mij gebeden.

Na maanden kwam er een ommekeer. Ik kreeg weer zin in het leven en mijn somberheid verdween. Ook lichamelijk krabbelde ik weer op. Mijn uitputting was zo groot geweest dat ik eigenlijk niet meer wist hoe ik geld moest pinnen. Mijn veranderd uiterlijk en verminderd spraakvermogen maakten het ook wel ingewikkeld om weer deel te nemen aan het dagelijks leven. Het kostte veel moeite, maar toch kon ik na verloop van tijd weer 32 uur gaan werken. Ik leefde bij de dag en keek niet te ver vooruit.

In deze periode heeft God veel genezing gegeven. Ik was niet meer bang voor de dood. Ik was God na deze periode heel dankbaar. Ik had het gevoel dat ik extra tijd kreeg, maar wilde deze tijd niet zelf invullen of verspillen. Ik wilde leven naar Gods plan.

In 2007 was er een oproep om mee te doen met de pioniersgroep van Celebrate Recovery. Even daarvoor had ik tegen God gezegd dat ik wel iets in het pastoraat wilde doen en vroeg ik of Hij me duidelijk wilde maken welke stappen ik moest zetten. Deze oproep was het antwoord op mijn vraag. Zelf had ik nooit aan zoiets gedacht. Ik hield niet zo van groepen en ik voelde me daar nooit veilig. Maar toch zei ik: "Oké Heer, als het Uw plan is, ga ik ervoor".

Tijdens dat jaar ontdekte ik dat er toch wel veel onverwerkt leed was in mijn eigen leven en dat er zaken moesten veranderen. Ik merkte dat mijn wantrouwen naar God en mensen toe een diepgeworteld patroon was. Ik erkende mijn machteloosheid en aanvaardde Gods hulp hierbij. Ik leerde te vergeven en mezelf en anderen te aanvaarden met al onze tekortkomingen en fouten.

Vervolgens merkte ik dat groepsleider worden de volgende stap moest worden. Ik wilde heel graag doorgeven wat God mij geleerd had en vertellen dat er bij Hem altijd hoop is. Mijn onregelmatige werktijden vormden echter een belemmering. Toen heb ik mijn agenda aan Jezus gegeven. Hij heeft hierin voorzien, waardoor ik vrijwel nooit een dinsdagavond heb hoeven missen. Door mij afhankelijk van Hem op te stellen ging ik me steeds gemakkelijker in een groep voelen. Door het groepsleider zijn nam God mijn angst voor groepen weg.

Mijn weg met Jezus begon ik steeds meer als een ontdekkingsreis te zien. In plaats van zelf aan de slag te gaan, riep ik bij elke tegenslag Gods hulp in en dankte ik Hem voor de inzichten die hij me gaf. Nooit vroeg ik tevergeefs!

Afgelopen juli besloot de man van mijn dochter bij haar weg te gaan. Zij was net een paar maanden zwanger en ze hadden al 2 kleine kinderen. Mijn schoonzoon kon de zwangerschap niet aan en wilde een abortus. Hulp aanvaardde hij niet.

Onze dochter moest binnen afzienbare tijd bevallen, maar moest ook snel verhuizen. In die periode stopte haar man met de financiële verantwoordelijkheid die hij had, en dreigde bovendien een dag voor kerst het huis leeg te halen. Het goede nieuws was dat er in december een prachtige baby geboren werd. Het was een bijzondere tijd met heel veel mooie momenten. God was erbij en dat gaf rust. Vrijwilligers van de gemeente van mijn dochter, Wout en onze zoons hebben in twee maanden tijd haar nieuwe woning opgeknapt. Per 1 maart is ze daar gaan wonen met haar 3 dochters en het gaat goed met haar!

Ondertussen hadden we voor april weer een reis naar Israël geboekt. Het was de bedoeling uit te rusten van deze drukke periode. Vervolgens wilden we vrijwilligerswerk gaan doen in de gaarkeukens in Jeruzalem. Echter, de eerste dag dat we in Israël waren kregen we een telefoontje van onze jongste zoon en schoondochter. Zij vertelden dat onze kleindochter leukemie had. De behandeling was direct gestart en hield twee jaar chemokuren in. We waren geschokt en we voelden ons machteloos. Dit kon niet waar zijn!

Onmiddellijk heb ik naar de kleine groep , mijn zussen en broers en later naar het CR-gebedsnet gemaild voor gebed. Het met anderen delen was erg belangrijk. Vervolgens heb ik mijn kleindochter bij mijn Hemelse Vader gebracht en gezegd: "U mag voor haar zorgen". Ik had verder geen woorden voor gebed. Mijn houding werd afwachtend.

We rustten uit in Israël. We hebben vrijwilligerswerk gedaan en dat was goed. Er was rust en vrede maar ook verdriet. Het was te erg om binnen te laten komen.

Geïnspireerd door een preek wist ik later wat mijn gebed voor mijn kleindochter mocht zijn. "Heer, als Lotte zware behandelingen moet ondergaan wilt U haar dan op schoot nemen en wilt U haar zich veilig laten voelen bij U."

Op veel vragen heb ik geen antwoord. Ook blijft het erg en verdrietig om onze kleindochter zo ziek te zien, maar dit weet ik wel: God zorgt voor haar. Deze God wil ik dienen, aan deze God wil ik mijn leven geven. Hij is een sprekend God en Hij wil ons helemaal. Hij houdt zo ontzettend veel van ons! Hij is LIEFDE.


Hersteld van misbruik en drugsgebruik

Mijn verleden kenmerkt zich door een aaneenschakeling van narigheid. Ik ben geboren uit een verkrachting. Mijn moeder moest al meteen na mijn geboorte niets van mij hebben; ze had graag een jongetje willen hebben. Tijdens mijn vroegste jeugd heb ik mij daarom als een jongetje gedragen. Ik had stekeltjeshaar, zat op judo en voetbalde en vocht er op los. Dit alles deed ik om mijn moeder te behagen.

Vanaf mijn derde jaar kreeg ik een stiefvader. Mijn eerste herinnering aan hem is dat hij mijn moeder bewusteloos sloeg.

Op mijn twaalfde heeft hij mij het huis uigezet en kwam ik onder de kinderrechter terecht. Ik ging van tehuis naar tehuis. Op mijn veertiende ben ik door 'beste vrienden' van mijn ouders verkracht.

Dat was het moment waarop ik begon te blowen.

Toen ik zeventien jaar was en op mijzelf ging wonen, ging ik van softdrugs over op harddrugs. Ik feestte en 'beestte' er op los. Ik was letterlijk en figuurlijk van God los.

Als kind had ik wel een godsbesef. Al heel jong had ik mijn hart aan de Here Jezus toevertrouwd. Ik had over Hem horen vertellen op de christelijke school waar ik naartoe ging. Maar door de omstandigheden was ik het zicht op Hem totaal kwijtgeraakt.

Ik kwam steeds verder in de onderwereld terecht. Ik ging om met Hells Angels en stond op het punt om kilo's cocaïne te gaan dealen. Maar God greep in. Op een gegeven moment werd ik psychotisch. Ik moest opgenomen worden in een psychiatrisch ziekenhuis.

Op een gegeven moment ben ik in een kerk terechtgekomen en heb daar mijn hart aan de Heer gegeven. Toen ik het zondaarsgebed gebeden had, was ik van het ene op het andere moment niet psychotisch meer. Jezus ging mijn leven ordenen. Vanaf toen heb ik ook nooit meer harddrugs gebruikt.

Ik had ondanks alle narigheid in mijn jeugd toch een goede opleiding weten af te ronden en ging werken als secretaresse. Maar juist toen ik mijn leven steeds beter op orde begon te krijgen, kreeg ik een ongelovige vriend. Ik viel terug in het blowen en ging weer stappen. Na 3 jaar ging mijn relatie uit. Volkomen verslagen stortte ik mijn hart uit bij God. Er kwam weer orde in mijn leven doordat ik Jezus opnieuw de regie over mijn leven in handen gaf. Na een periode van betrekkelijke rust kwam het sterke verlangen naar een vriend terug. Ik ging weer stappen en de hele situatie herhaalde zich van voren af aan. Ik ging niet meer naar de kerk, blowde en leefde er op los. Nadien heeft dit patroon zich nog een keer herhaald. Totdat ik tot het besef kwam dat niet ik, maar God een partner voor mij moest zoeken.

Inmiddels was ik door mijn psychische klachten voor 100% afgekeurd. Ik ging een tijd van herstel in. Tijdens een tijd van gebed waar mensen gebeden hebben voor bevrijding, heeft God mij na 18 jaar van het blowen bevrijd. In 2004 leerde ik mijn huidige man kennen in een kerk. Beter dan in de kroeg zullen we maar zeggen. Op 07-07-07 zijn wij getrouwd.

Ik was door alles heen flink beschadigd en dat resulteerde in depressieve perioden. Dan lag ik dagen in bed en kwam er niets uit mijn handen. Ook had ik last van woedeaanvallen. In deze periode ging ik meedraaien met Celebrate Recovery. Ik leerde daar mijn verdriet te uiten in plaats van in woedeaanvallen uit te barsten. Ook ontdekte ik dat God blij met mij is en dat Hij mij heeft gewild. Door het jaar heen heb ik veel dingen kunnen verwerken en oude pijnen opgeruimd. Na dit CR-jaar lig ik niet meer van ellende op mijn bed.

Ook heeft God voorzien in een baan. Na 10 jaar uit het arbeidsproces te zijn geweest, werk ik nu anderhalve dag per week als secretaresse. Ik had nooit verwacht zo ver te kunnen komen. Door de vrijheid die ik nu ervaar is er hoop voor de toekomst geboren. Deze hoop wil ik delen met de mensen om mij heen. Bij God is niets onmogelijk!

Destijds was ik door de psychiater opgegeven. Hij gaf mij zelfs het advies te blijven blowen en het maar als medicijn te zien. Maar in ons laatste gesprek zei hij dat in God gaan geloven de beste keus is die ik ooit gemaakt heb! Hij zei ook dat ik vooral God vast moet blijven houden. Deze psychiater heeft zelfs op een congres van psychiaters mijn leven als voorbeeld gebruikt om te laten zien wat geloof met mensen kan doen. Zo gaat God verder. God verspilt geen wond. Openbaring 12:11 zegt: "En zij hebben hem (de satan) overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis". Mijn leven is een bewijs dat God bij machte is om mensen te veranderen. Ik raad iedereen die worstelt, op welk gebied dan ook, aan om een jaar te investeren in Celebrate Recovery.

Bij God is niets onmogelijk!

Hersteld van codependent gedrag

Lees het verhaal van Eric door het PDF-document te openen.

Hersteld van een eetstoornis

Mijn naam is Inez, ik ben christen die hersteld is van een eetverslaving. Verder worstel ik met een laag zelfbeeld, ik ben ook een 'people pleaser' die worstelt met 'co- dependency' als gevolg van seksueel en verbaal geweld in mijn jeugd.

Als jong kind had ik geen zicht op mijn leefomstandigheden, mijn vader was een zeer passieve alcoholist en mijn moeder had last van zenuwinzinkingen, ze kreeg shockbehandelingen en medicijnen om haar depressies te bestrijden.
Als oudste van vier broers en zussen, werd ik de eerstverantwoordelijke in het huishouden. Ik nam de rol over van moeder en verzorger.

Terwijl ik opgroeide ging ik mee naar de kerk met mijn moeder, soms ook met mijn oma en tantes. Ik was dus niet onbekend met het geloof. Ik leerde over een God die van ons houdt en er altijd voor ons wil zijn, wat er ook gebeurd. Ik bad met heel mijn hart tot God om mijn omstandigheden te veranderen, maar het voelde alsof God mijn gebeden niet hoorde of beantwoordde. Ik voelde me alleen en geïsoleerd omdat ik niemand had om mee te praten over wat er werkelijk aan de hand was bij ons thuis.

De scheefgroei in mijn leven begon tijdens mijn kinderjaren. Ik dacht dat als ik maar genoeg bad, mijn omstandigheden wel zouden veranderen. Natuurlijk was ik me er als klein kind niet van bewust dat ik in de meeste gebeden tegen God zei wat ik dacht nodig te hebben, in plaats van God te vragen met me te zijn en me te laten zien wat Hij me wilde leren. Nu weet ik dat ik in die tijd bezig was overlevingstechnieken te ontwikkelen. Al die tijd wilde Hij mijn aandacht terwijl ik het op mijn eigen manier probeerde. Ik weet nu dat ik met alles bij Hem kan komen, met het mooie en het goede, maar ook met het slechte en het lelijke!

Het breekpunt kwam, toen dingen in mijn leven uit de hand begonnen te lopen door een aantal keuzes die ik maakte om mijn pijn te onderdrukken en mijn echte ik af te schermen.

Het opgroeien met een vader die alcoholist was en een moeder met een psychische aandoening was te ingewikkeld om als jong kind te kunnen begrijpen. Ik herinner me dat ik graag wilde dat het leven anders zou zijn dan waar ik dagelijks mee te maken had en dan wat ik bij mijn ouders zag, het verbaal geweld, de leugens en het bedrog. Het vulde mijn hart met verdriet en pijn, en ik vroeg me af wat er mis was met mij. De mensen, mijn ouders, die mijn beschermers behoorden te zijn, hadden op de één of andere manier gefaald. Ik begon alles op mezelf te betrekken en zo begonnen pijn, angsten en slechte gewoonten deel uit te maken van mijn leven.

Als kind moest ik het huis schoon houden, koken, en zorg dragen voor mijn broers en zussen. Als zij iets verkeerds deden was het altijd mijn schuld. Mijn moeder had kritiek op alles wat ik deed of juist niet deed. Het leek of ik haar nooit tevreden kon stellen, en hoe meer ik het probeerde hoe kritischer ze naar me werd. Ze schold op me en sloeg me als ik niet reageerde zoals zij vond dat het moest. Op een gegeven moment dacht ik, waarom ben ik degene die zich perfect moet gedragen en doen mijn broers en zussen nooit iets fout? De boodschap die ik kreeg van mijn moeder was dat ik waardeloos was. En ik kon niet begrijpen waarom ze vond dat ik zo slecht was.


Mijn vader benaderde me op een heel andere manier. Hij begon me uitleg te geven over 'de bloemetjes en de bijtjes'. Hij legde me met behulp van tekeningen en soms fysiek uit wat ik jongens niet mocht toelaten bij mij te doen. Voor een meisje van 13 jaar was dit verwarrend. Ik was nog maar een kind en van promiscue gedrag (wisselende sexuele contacten) wist ik niets af. Ik voelde me goedkoop en vies. Ik werd afstandelijk en wilde me verbergen, en soms wilde ik niet meer leven. Ik heb vele dagen en nachten gehuild en soms toonde ik opstandig gedrag. Ik zonderde me vaak af en ook mijn huiswerk leed er onder. Ik probeerde ons vuile familiegeheim te verbergen. Ik had nooit geleerd om aan te geven wanneer iemand over mijn grenzen ging. Ik realiseerde me niet dat ik tegen hem kon zeggen dat hij moest stoppen. Het was alsof ik bevroren was, zonder eigenwaarde en bang om mezelf te uiten. Dit was waar de 'people pleasing' begon, proberen om alles te doen waardoor mensen me aardig zouden vinden.

Als ik nu terugkijk, dan was ik bezig te bewijzen aan mijn ouders en aan God dat ik Zijn liefde niet waard was. Ook vanuit de preken die ik in de kerk hoorde voelde ik me veroordeeld tot de hel voor mijn slechte gedrag. Ik besloot toen voor mezelf dat als dat waar was en ik naar de hel zou gaan, ik wel zou bewijzen hoe slecht ik was door koppig, opstandig en ongehoorzaam te zijn naar God toe. De dingen die ik deed maakten dat ik me vreselijk voelde over mezelf, en ook bracht ik mezelf ermee in gevaar. Ik ontdekte later tijdens mijn herstel dat ik de Heilige Geest bedroefde door alle slechte keuzes die ik maakte in mijn leven.

Als ik keek naar mijn klasgenoten op school en de mensen in de kerk, leek het of iedereen een zuiver en rein leven leidde. En ik wilde zo graag datgene hebben, waarvan ik dacht dat zij dat hadden. Ik had altijd het gevoel dat ik nooit iets goeds kon ontvangen. De waarheid voor mij was dat ik beschadigd en geschonden was, en dat niemand ooit iets van me zou willen als ze wisten wat er diep van binnen in mij verborgen zat. Ik begon een masker te dragen en deed alsof ik gelukkig was, terwijl ik van binnen dood ging.

Ik wist niet wat ik moest doen met de pijn in mijn leven, ik was depressief en angstig. Gevoelens van nutteloosheid waren voor mij normaal geworden. En dat terwijl ik er zo graag bij wilde horen, geliefd en geaccepteerd wilde zijn en Gods beloften toe wilde eigenen. Ik had er vaak over gehoord op de zondagsschool, maar ik was niet in staat om Zijn genade te begrijpen of te ontvangen. Ik had het gevoel dat ik op de één of andere manier anders was, maar ik wist niet precies waarom. Later, toen ik wat ouder was, kwam ik er achter dat mijn leven een leugen was geweest vanaf mijn conceptie. Ik kreeg te horen dat ik bij mijn moeder, buiten het huwelijk om, op haar 16de was verwekt.  Terwijl ze zelf aan het leren was om verantwoordelijkheid te dragen en hoe om te gaan met haar eigen problemen als jonge moeder met een baby, had ze er ook geen idee van hoe ze een moeder moest zijn.

Op een dag was ik de Bijbel aan het bestuderen en las ik Psalm 139. Deze verzen hielpen me om te begrijpen dat God een doel had voor mijn leven, een doel dat Hij speciaal voor mij had geschreven.

Psalm 139 : 13-17
13 Want Ú hebt mijn nieren geschapen,
mij in de schoot van mijn moeder geweven.
14 Ik loof U omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben;
wonderlijk zijn Uw werken,
mijn ziel weet dat zeer goed.
15 Mijn beenderen waren voor U niet verborgen,
toen ik in het verborgene gemaakt ben
en geborduurd werd in de laagste plaatsen van de aarde.
16 Uw ogen hebben mijn ongevormd begin gezien,
en zij allen werden in Uw boek beschreven,
de dagen dat zij gevormd werden,
toen er nog niet één van hen bestond.
17 Daarom, hoe kostbaar zijn mij Uw gedachten, o God,
hoe machtig groot is hun aantal.

Hiermee begon een nieuwe bewustwording van Gods doel voor mij en mijn bereidheid om mijn getuigenis op te schrijven. Ik was toen begin 20. Mijn moeder vertelde me dat de man die mij had opgevoed niet mijn echte vader was. Dit verklaarde voor mij waarom hij mij anders behandelde dan mijn broers en zussen. Ik vertelde mijn moeder toen over zijn ongepaste gedrag naar mij toe vanaf mijn 13de jaar, ze wilde mij niet geloven en vroeg me wat ik had gedaan om dit uit te lokken. Door mijn levensverhaal weet ik nu dat dit te maken had met haar eigen ontkenning. Maar dat bracht toen nog meer verwarring in mijn gedachten. Als ik vroeg wie mijn echte vader was, gaf ze daar nooit een eerlijk antwoord op. Ik geloof nu dat ze zelf niet zeker wist wie mijn biologische vader was.

Mijn familie geschiedenis had mij veranderd. Ik had geen eigenwaarde, ik was in de war en huilde veel. Ik had het gevoel dat ik er met niemand over kon praten, en zeker niet met mijn ouders. Ook mijn oma en mijn tantes spraken niet over het familiegeheim, wat een grap was ik. Ik vroeg aan God hoe heel mijn verleden deel uit kon maken van zijn plan voor mij?

Het is nu zo'n 40 jaar geleden dat ik mijn eerste 12 stappen herstelprogramma meemaakte. Dit was toen ons gezin de AA / Alanon bijeenkomsten begon bij te wonen in een poging om mijn alcoholverslaafde vader te helpen. Ik herinner me hoe overweldigd ik me voelde op deze bijeenkomsten, 'het geheim komt eindelijk naar buiten..'. Ik was moe om te leven met al mijn onzekerheden en met de omstandigheden die niet normaal leken te zijn, en ook niet te weten hoe ik het kon veranderen.

Nu weet ik, doordat ik zelf het herstelprogramma doorlopen heb, dat het te maken had met een familiegeheim. Ik was bang voor herstel omdat ik niet echt begreep hoe het programma mij zou kunnen helpen bij mijn problemen. Om te willen herstellen moest ik me realiseren dat de pijn erger was dan de angst om door het programma heen te gaan. Ik begon me er voor open te stellen en verwelkomde de verandering!

Ik spreek uit ervaring, want ik wist dat ik met mijn eetgedrag bezig was de pijn vanuit mijn jeugd weg te stoppen. Ik begon te beseffen dat ik niet anders was dan de alcoholist, behalve dat ik het eten koos als mijn drugs. Ik dacht dat ik met het overeten anderen geen pijn deed, maar ik merkte en voelde dat dit mijn familie wel pijn deed. En zo pijnigde ik mezelf nog meer, om nog maar niet te spreken van al het geld dat ik uitgaf aan voedsel en junkfood en met de gedachten dat dingen me beter zouden doen voelen en verschillende therapiën die ik volgde werkten ook niet meer!!

Inmiddels was ik een echtgenote, moeder, dochter, vriendin, collega en ondernemer, en iemand die veel verantwoordelijkheid droeg. Ondanks mijn verleden probeerde ik om over alles de controle te houden om vervolgens te constateren dat ik het niet in de hand had. Mijn leven werd een 'soapserie' waarin ik probeerde mijn pijn te verdoezelen, maar reageerde vanuit mijn onzekerheden, gebrek aan vertrouwen, teleurstelling en woede. Hoe kon dit gebeuren? Ik was 'mede afhankelijk' geworden door vast te houden aan het vertrouwde in plaats van te accepteren dat ik kon veranderen!

Al die tijd dacht ik dat ik het perfecte leven leidde. Ik probeerde een andere levensstijl te projecteren dan wat ik als kind had meegekregen. Maar ik had geen controle meer over mijn eetgedrag, voedsel was mijn beste vriend geworden en ik probeerde hiermee alle pijn uit het verleden weg te stoppen, en daarnaast.. wie kon het iets schelen dat ik dik was?

In deze moeilijke tijd van mijn volwassen leven in 1980, gaf iemand mij informatie over de 'Overeaters Anonymous, Insist Anonymous, Adult Children of Alcoholics' bijeenkomsten. Hier hoorde ik voor het eerst dat ik geen controle meer had over mijn leven. Als  ik bereid was om het programma te volgen, de bijeenkomsten bij te wonen,  te werken met de 12 stappen, een dagboek bij te houden en bereid was om aan mijn problemen te werken, dan kon ik deze controle weer terug krijgen.

Dit betekende dat ik bereid moest zijn om te kijken naar de vuile familie geheimen en niet op mocht geven wanneer de pijn te veel werd. In wanhoop zei ik dan, 'zoals ik het hiervoor deed werkte het niet'. Maar ik werd er soms ziek van en wilde dan weer gebruik maken van de hulpmiddelen, die ik gewend was, om de pijn te onderdrukken.

Ik wilde meer voor mezelf en voor mijn kinderen! Ik overat jarenlang om oude en nieuwe pijn te onderdrukken. Truthful - Life in general! Maar ik herinner me dat de bijeenkomsten een veilige plek voor mij waren om echt te zijn. Ik begon vriendschappen te ontwikkelen waarin mijn pijn werd begrepen en ik begon me open te stellen om  aan mijn problemen te werken.

In seculiere bijeenkomsten hoorde ik over een God zoals ik Hem kende. Ik geloofde niet dat God luisterde naar mijn gebeden, want Hij had mij niet gehoord jaren geleden of ik had Hem verkeerd begrepen. Maar toch wilde ik weten hoe ik deze God van liefde en vergeving kon vinden! Ik heb in mijn levensverhalen ook altijd het herstel vermeld dat ik bij seculiere bijeenkomsten heb ondervonden, want dit proces werkt!

In 2007 liep ik mijn Celebrate Recovery bijeenkomst binnen en begon ik te zien en te horen hoe levens van mensen veranderden door het CR programma met inzet te doorlopen. In 2012, na 43 jaar huwelijk, verloor ik de liefde van mijn leven door de bijwerkingen van kanker. Met zijn dood viel mijn wereld uit elkaar. Het voelde alsof ik naar beneden werd geduwd en het me niet lukte om op te staan. Zelfs met al mijn ervaringen met Celebrate Recovery voelde ik me depressief en in de put. De oude negatieve gedachten staken de kop op, ik voelde het gewicht van de wereld op mij drukken. Gevoelens van eenzaamheid overweldigden me en ik had het gevoel dat ik niemand had die kon begrijpen waar ik op dat moment was.

Maar ik had een heel sterk gevoel; ik noem het een God gevoel, dat zei 'je weet waar je terecht kunt en de CR mensen zullen er zijn omdat ze mijn volk zijn! Ze zullen van je houden en je accepteren, wees eerlijk en deel met ze waar je nu bent!' Toen ik met hen deelde hoe ik me voelde, begrepen ze het en ze gaven me de ruimte om door de pijn heen te gaan.

Familie en vrienden vragen soms waarom ik naar de CR bijeenkomsten blijf gaan na al die jaren? Het is omdat het me helpt me te identificeren met de moeiten of problemen waar ik tegen aan loop, en mijn eigen gedachten te verkennen om een oplossing te vinden die werkt.

Één van mijn vrienden deelde deze tekst:


Filippenzen 4: 7- 9
7 En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus... 9 Wat u ook geleerd en ontvangen en gehoord en in mij gezien hebt, doe dat; en de God van de vrede zal met u zijn.

Het CR programma is zo liefdevol geschreven voor mensen als ik, die hardleers zijn om de hulpmiddelen toe te passen in het leven. Ik weet dat ik hier steun krijg van mijn liefdevolle groep en ik wil verantwoording aan hen afleggen. Ik heb geleerd om van de CR richtlijnen te houden, mede hierdoor ontstond er een veilige plek om mezelf te uiten. Wat ik hier zeg, blijft hier! CR heeft mij de hulpmiddelen gegeven om te kijken naar mijn problemen, die mij in staat te stellen om te groeien in elke situatie op mijn levenspad.

God heeft in Zijn genade mij omringd met liefdevolle, zorgzame mensen, mensen met pijn net zoals ik. Het kan zijn dat onze moeite of pijn er anders uit ziet, maar de pijn voelt hetzelfde. Tegenwoordig heb ik de vrijheid om mijn ervaringen te delen met een groep mensen in mijn bijeenkomsten, wetende dat ze niet oordelen en bovenal wetende dat wat we in de groep delen, in de groep blijft. En ik houd voor ogen dat roddel geen plaats heeft in onze bijeenkomsten.

Celebrate Recovery heeft mij de gelegenheid gegeven om een aantal prachtige nieuwe mensen te ontmoeten van xxxxx tot xxxx en nu in xxxx. We krijgen de vrijheid om het leven te vieren waarmee God ieder van ons heeft gezegend. Ik moedig je aan om elke kans aan te grijpen om je te verbinden met 'onze eeuwige familie' en te genieten van een nieuwe levenservaring. Je zult zeker gezegend worden zoals ook ik ben gezegend met Celebrate Recovery!

Één van mijn favoriete bijbelteksten in de CR lessen is:


Spreuken 27:17
"Zoals men ijzer scherpt met ijzer, zo scherpt de ene persoon de andere."
Het doorlopen van de stappen geeft mij de ruimte om eerlijk te zijn zonder het gevoel te krijgen dat er over mij wordt geoordeeld, om de ontkenning los te laten, en mijn gevoelens te uiten hoe gek deze ook zijn en waar ik ook sta als ik wat deel. God blijft me zegenen - wetende dat het leven is ontworpen te delen, in relatie en vriendschap met anderen en niet in afzondering – door een leven in vertrouwen en niet in eenzaamheid.

De kunstenaar in mij kwam dit kleine verhaal tegen dat zo goed past in mijn eigen leven, het spreekt tot mij in levende kleuren – Mijn oude leven is als oude gebrandschilderde verfresten, met al mijn pijn, dat zijn de vlekken veroorzaakt door enkele van mijn eigen keuzes, velen door mijn schadelijke manier van denken zoals:
ROOD: de kleur van mijn slechte humeur en grofheid jegens anderen

GROEN: de afgunst van wat ik denk dat anderen hebben in hun leven en ik denk te missen
BLAUW: de schaduwen van wanhoop over iets wat ik zou kunnen veranderen door een andere houding aan te nemen
GEEL: het laf wegrennen van een situatie in plaats van toe te geven dat ik pijn heb of wanneer iets niet goed voelt, deze pijn te delen met een andere CR vriend.
Als ik het risico zou durven te nemen om al mijn lelijke vlekken te herschikken dan zouden deze kleuren een perfecte regenboog creëren.

Het is mijn verlangen om te werken met het Celebrate Recovery programma door deel te nemen aan de bijeenkomsten samen met Gods gewonde mensen. Om elkaar te helpen om tot genezing te komen en verkeerde gewoonten en angsten te overwinnen, die ons hebben verlamd. De open-deelgroep geeft me de ruimte om nieuwe gedachten te vormen zonder veroordeeld te worden.

Ik word uitgedaagd om mijn gedachten aan Christus te toetsen en ze met anderen te delen, om me te richten op nieuwe ideeën en niet alleen op mezelf gericht te zijn. Ik heb vriendschappen ontwikkeld die ik in mijn verleden van misbruik nooit voor mogelijk had gehouden.

Wat heeft God in mij veranderd? Ik weet nu dat God mijn hemelse Vader is en dat Hij altijd bij mij is geweest, zelfs toen ik me in de steek gelaten voelde door mijn ouders. En ik weet dat al mijn ervaringen me een betere volgeling van Christus hebben gemaakt.

Ik geloof voor iedereen die bij Celebrate Recovery binnenkomt, dat dit geen toeval is. En dat God door Zijn liefde ons leven kan weven tot een mooi veelkleurig 'CR tapijt', hoe ons leven er ook uit ziet als we hier komen, met al onze pijn, onze gewoonten en moeiten. En dat Zijn plan met ons zoveel groter is dan wij kunnen bedenken. Hij wil dat ik in alles van Hem afhankelijk ben, dat is meer dan ik ooit voor mogelijk hield.

Efiziërs 1:18-19
Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen, 19 en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven.

Hersteld van de gevolgen van echtscheiding

Ik ben Petra, een Christen die hersteld is na een echtscheiding.

Ik groeide op in een vrij stabiel christelijk gezin. In was daarin de oudste van 3 kinderen. Op zondag naar de kerk gaan was iets wat er gewoon bij hoorde. Ik heb dat ook nooit erg of vervelend gevonden. Ik geloofde toen al dat God mijn hemelse Vader was.

Wel was ik duidelijk de oudste. Mijn zusje is 5 ½ jaar jonger en mijn broertje 8 jaar. Dat betekent dus dat er een behoorlijk leeftijdsverschil tussen ons zit. In het gezin voelde ik me altijd een beetje alleen; ik kon niet zo goed leren als mijn zus en broer en daaraan werd ook nog weleens herinnerd. Ik voelde me een beetje de domme zus.

Toen ik 15 jaar was kreeg ik verkering. Erg jong, maar ik vond de aandacht leuk en bij hem thuis in het gezin was, naar mijn mening, meer gezelligheid. Mijn ouders hadden een winkel en het was altijd erg druk.

Ik zat toen net op de HAVO en moest nog heel wat jaren naar school. Maar in die tijd was een lange verkering ook niets bijzonders. Na de HAVO ben ik naar de Pedagogische Academie gegaan. Ik heb daar met veel moeite het diploma voor onderwijzeres gehaald. Ik was er best trots op, maar heb wel 2x een jaar gedoubleerd. Ook daaraan werd ik thuis wel regelmatig herinnerd. Dat was best pijnlijk.

Toen ik 18 was mocht ik belijdenis doen in de kerk waar ik toen naar toe ging. Ik ging naar de belijdenis catechisatie en heb belijdenis gedaan. God was voor mij een betrouwbare vriend. Ik geloofde dat Hij mij wel vergaf als er dingen fout gingen. En ik constateerde dat ik zelf niet sterk genoeg was om die fouten te veranderen. Ik had niet in de gaten dat ik eigenlijk mijzelf en God maar steeds voor de gek hield daar mee.

Ik trouwde toen ik na het behalen van mijn diploma 2 jaar gewerkt had als onderwijzeres. Ik had een flink spaarcentje en daar werd alles wat nodig was om een huis in te richten, van gekocht. Mijn man had geen spaargeld. Hij studeerde nog steeds en gaf daar veel geld aan uit.

Na 2 jaar werd de oudste zoon geboren en ben ik gestopt met werken. We moesten zuinig leven, omdat we altijd de belasting achteraf moesten betalen. We wilden liever niet voor onaangename verrassingen komen te staan. Als ik beweerde dat er te weinig geld overbleef door alle extra uitgaven van mijn man, dan werd dat weggewimpeld met de opmerking dat het wel goed zou komen. Ik had niet de moed en ook niet de wil om hier tegenin te gaan. Ik bewaarde liever de vrede in huis. Na weer 2 jaar werd de 2e zoon geboren. We gingen verhuizen en ik hoopte dat alles beter zou gaan. Financieel, maar ook in onze relatie. Ik deed het huishouden en had niet veel vrienden omdat ik altijd 's avonds alleen thuis was. Ik vond dat niet erg, ik was het gewend.

Af en toe staken de financiële problemen weer de kop op en dan werd er wat geld geleend van mijn schoonouders. Of hij zag kans om op een andere manier aan geld te komen. Ik heb me dat pas achteraf gerealiseerd.

In 1990 werd onze dochter geboren en ik hoopte dat hij daar blij mee zou zijn. Hij was dat ook, maar de financiële situatie werd er niet beter op.

Omdat het steeds moeilijker werd om het hoofd boven water te houden moest ik besluiten weer te gaan werken. Toen onze dochter 3 was, ging ik werken, maar ik werkte eigenlijk alleen om het hoofd boven water te houden en de belasting te betalen.

Toen kwam mijn man met het plan om een huis te kopen. Hij was de mening toegedaan dat dat veel voordeliger zou zijn dan huren. Omdat ik me daar nooit in verdiept had, geloofde ik dat het waar was. Mijn vader overleed en er kwam een flinke som geld vrij. Dus waren de problemen weer even van de baan. Maar in plaats van te sparen, werd er meer uitgegeven. Intussen werkte ik weer bijna fulltime. In al die jaren heb ik alleen maar gedaan wat ik dacht dat goed was. Ik zorgde voor de kinderen, kookte eten en deed het huishouden en was altijd bezig.

Op een moment kwam mijn man helemaal verontwaardigd thuis. Hij werd ervan beschuldigd een relatie te hebben met een jonge vrouw. Hij was erg boos en ontkende dat het zo was. Ik geloofde en vertrouwde hem, alhoewel ik moest constateren dat er steeds minder was wat ons samenbond.

Niet lang daarna kwam mijn man met de mededeling dat hij wilde scheiden, omdat hij niet langer de energie kon opbrengen om onze relatie goed te houden. Hij had er al lang genoeg aan gewerkt, beweerde hij. Daar stond ik ....in verwarring en niet wetend wat te doen.

Ik begreep het niet en ik heb geprobeerd er alles aan te doen om het weer in orde te krijgen. En ons huwelijk te redden. Ik heb hulp gezocht bij mensen waarvan ik dacht dat hij hen wel zou vertrouwen, waaronder een predikant. Er was echter geen praten aan en de muur die hij opbouwde werd steeds groter. Hij werd onbereikbaar voor mij.

Toen stelde ik voor dat we de dominee van de kerk waarvan we op dat moment lid waren, zouden inschakelen. Daar stemde hij mee in en de afspraak werd gemaakt. De predikant besloot eerst met mijn man een afspraak te maken en toen ik thuis kwam, bleek dat de dominee het idee had opgepakt dat de echtscheiding al min of meer geregeld was. Hij vertrok zonder naar mij te informeren of te vragen wat mijn gedachten en wensen waren. Zonder gebed of zelfs maar in de bijbel gelezen te hebben verdween hij weer...

Ik voelde me behoorlijk in de steek gelaten. Deed mijn mening er dan niet toe? Was ik niet belangrijk genoeg?

De echtscheiding werd in gang gezet, ik moest het aan de kinderen vertellen en kreeg het huis waarin we woonden, toegewezen. Dat betekende dat ik nog steeds niet uit de financiële problemen was. Ik wilde niet dat mijn kinderen iets tekort kwamen en ik gaf hen alles wat mogelijk was en soms ook wat niet mogelijk was. Dat spaarde ik dan uit op mijzelf.

Drie maanden nadat hij vertrokken was liet hij weten dat hij de jonge vrouw, waarover hij zo stellig had beweerd dat hij geen relatie met haar had, toch wel erg lief vond. Binnen een jaar was hij ook met haar getrouwd en nog een jaar later kregen zij een kind. Mijn kinderen werden in de steek gelaten; hij keek er niet meer naar om.

Om de financiële problemen het hoofd te kunnen bieden, probeerde ik ons huis te verkopen. Dat viel niet mee, het heeft 1 ½ jaar geduurd. Daarna kwam ik te wonen op een huurflat. Ik had het nog steeds erg zwaar en leefde verder van dag tot dag.

De kinderen gingen hun eigen gang en ik ging steeds minder vaak naar de kerk omdat ik daar geen steun vond voor mijn moeiten en zorgen.

Wel bleef ik op God vertrouwen, als Hij mij niet had vastgehouden, was ik hier nu niet geweest. Soms keek ik in een donker gat, niet wetend hoe het verder moest. Had ik nog een toekomst? Ik heb momenten gekend dat ik het liefst een einde aan mijn leven zou willen maken.

Toen kwam de periode dat het allemaal uit de hand dreigde te lopen: mijn dochter werd recalcitrant en dreigde te ontsporen. Op dat moment ervoer ik dat God op een bijzondere manier een verandering in mijn leven teweeg bracht.

Ik leerde Cees kennen en kreeg een relatie met hem.

Wat een ontdekking en bevrijding was het, toen ik met hem mee ging naar deze gemeente. Niemand veroordeelde mij om mijn situatie of mijn verleden en ik voelde me opgenomen in het gezin van God. God heeft ons duidelijk bij elkaar gebracht met een bedoeling. Samen hebben we onze dochter geholpen weer op het goede spoor te komen.

Nadat Cees en ik getrouwd waren, heeft zij op haar 18e verjaardag ook zijn naam aangenomen.

Toen ik Cees leerde kennen heb ik hem alles verteld wat er gebeurd was en we hebben ontzettend veel gepraat. Alle frustraties en pijn had ik al die jaren binnen gehouden. Ik kon er voor mijn gevoel met niemand over praten. Ik ontdekte dat ik de scheiding nog lang niet had verwerkt, het was in feite een wond die nog lang niet geheeld was. Ik heb veel last gehad van nachtmerries en nog lang bepaalde schuldgevoelens met mij mee gedragen. Doordat ik er veel over kon praten werd dat langzaam beter. Ik leerde te verwerken en ook kon ik op een gegeven moment uitspreken, dat ik mijn ex kon en wilde vergeven.

Op het moment dat CR werd geïntroduceerd in de gemeente voelde ik direct dat dit een goed programma was. Hier kon je eerlijk zijn naar anderen en God over wat je had gedaan en meegemaakt. Niet langer huichelen dat het wel goed gaat, als dat eigenlijk niet zo is... Je schaamte en pijn kon je laten zien en niemand veroordeelde je erom. Samen met Cees, die ook heel erg positief was over het programma, zijn we begonnen met de voorbereidende stappen van het opzetten van CR in onze gemeente.

Omdat we ook als deelnemers in het programma zijn gestart ontdekte ik dat de pijn en het verdriet over de scheiding nog steeds niet helemaal weg waren, maar ik ontdekte ook dat het veel te maken had met veel dingen die ik vanuit mijn jeugd heb meegekregen. Ik zocht naar warmte en bescherming en dacht dat ik die kon vinden door anderen te plezieren. Ik wilde het iedereen naar de zin maken. Nog steeds heb ik daar soms last van. In CR heb ik geleerd dat je steeds weer opnieuw kunt beginnen en dat als je je leven maar in Gods hand legt, Hij je de juiste weg wel wijst. Vaak is het niet de weg die jij zelf in gedachte hebt, maar God gebruikt situaties die op je pad komen, op een bijzondere manier.

Nu mag ik vanuit mijn eigen ervaring andere mensen dienen die te maken hebben met pijn en verdriet. Soms zijn er dingen die uit je verleden voortkomen, zonder dat je dat opmerkt. God helpt je om daarvan los te komen.

Ik moest leren om niet in het verleden te blijven hangen. En leren om uit te zien welke weg God op dit moment met mij wil gaan. Kijk vooruit, maar verwacht het van Hem. Op dit moment moet ik nog steeds leren om niet alles zelf te willen doen en te controleren. Ik moet ook steeds meer op Hem vertrouwen en de weg gaan die Hij voor mij heeft bedacht.

Ik heb ontzettend veel gehad aan het onderwijs tijdens de avonden, maar zeker nog meer aan de groepsgesprekken na de pauze. Eigenlijk is CR voor iedereen, want wie kan nu beweren dat alles goed gaat? Iedereen heeft wel iets, ik was niet de enige; jij bent niet de enige, dat is wat CR zo bijzonder maakt. God heeft mijn leven hersteld en daarvoor ben ik Hem nog steeds dankbaar!!

Hersteld van emotionele mishandeling en verkrachting

Mijn naam is Janneke, 55 jaar, en ben inmiddels bijna 33 jaar getrouwd en samen hebben we vier kinderen, 28, 26, 20, 18 jaar mogen grootbrengen, en we hebben drie kleinkinderen, en wonen in het mooie dorp xxxxxxxxx.

Voordat ik met het Celebrate Recovery begon, worstelde ik erg met verschillende gebeurtenissen uit mijn verleden, die mij waren aangedaan. Zoals mishandelingen (zowel lichamelijk als geestelijke), boosheid, verkrachting, vernederingen, onzekerheid, nachtmerries, angst, verlegenheid, paniekaanvallen, emoties, oneerlijkheid, frustraties, en het kwijtraken van mijn eigen identiteit.

Ik ben opgegroeid in een niet-Christelijk gezin, met ouders en drie zussen. In ons gezin hadden ze nog nooit van God gehoord, laat staan dat ze zich realiseerden dat er een God is, die je persoonlijk kunt leren kennen.

Mijn moeder had nogal losse handjes. Ze sloeg mij regelmatig met van alles wat ze op dat moment ook maar in haar handen had, pollepel, mattenklopper, pureestamper of wat dan ook. Daarnaast moest ik ook regelmatig emotionele mishandelingen en vernederingen ondergaan.

Deze mishandelingen en vernederingen gingen door tot ik een jaar of 14/15 was. Toen heb ik al mijn moed bij elkaar geraapt en haar verteld, als je me ook nog maar met één vinger aanraakt, vertel ik alles aan pappa, want ze sloeg me nooit in het bijzijn van mijn vader. Dan hing ze de perfecte moeder uit. De lichamelijke mishandelingen stopten. De emotionele geestelijk mishandeling ging nog even door.

Ik moest nog steeds vernederingen ondergaan.. Maar ik was blij met wat ik bereikt had.

Toen ik dacht dat het langzaam beter ging gebeurde er opeens iets wat heel turbulent was. Ik werd verkracht door een kennis van mijn ouders. Voor mij hoefde het leven niet meer, ik voelde me vies, vernederd, en ik wilde eigenlijk niet meer leven. Toen kwam daar 'mijn reddende engel' Evert op mijn pad. Aan hem klemde ik mij vast en dacht aan een nieuwe toekomst te kunnen beginnen.

Op een avond gingen we samen naar een koffiebar in Emmen. Daar trad een groep op, The Adullemites, die mijn hart raakten. Een van de bandleden gaf een getuigenis. Dat maakte zo'n indruk op me dat ik besloot om ook christen te worden en de leiding van mijn leven uit handen te geven aan Jezus Christus. Ik voelde me een heel ander mens en besefte dat dit het werk was van Jezus Christus die vanaf nu in mij woonde.

Ik had mijn hart voor Jezus geopend. En in 1980; twee weken voordat we zouden gaan trouwen, ben ik samen met Evert gedoopt.

Maar hier eindigt het verhaal nog niet. In mijn relatie met Evert worstelde ik erg met het geheim van de verkrachting. Ik durfde het niet aan Evert te vertellen uit angst dat hij mij zou verlaten. Een ander gevolg van de verkrachting was dat ik op één of andere manier was geblokkeerd van de liefde van Evert voor mij. Want ik was het niet gewend om liefde te ontvangen van iemand die van je houdt.

Ik stootte Evert van me af, maar ook mijn liefde voor Jezus duwde ik van me af. Ik kwam in een spagaat terecht: wel willen, maar niet kunnen.

Dat werd erger na de geboorte van onze derde kindje die drie maanden te vroeg werd geboren. Ik gaf God overal de schuld van. Ik beschuldigde Hem ervan dat Hij er niet voor me was, terwijl ik Hem zo hard nodig had.

Satan, de tegenstander van God, had vrij spel in ons gezin, en kreeg de ruimte om de narigheid in mijn leven te laten voortduren. Ik werd continu heen en weer geslingerd tussen anders willen, maar niet kunnen. En zo ging het 16 jaar door. Toen werden mijn ogen geopend.

Tot aan september 2009, ging mijn leven door een diep dal. En niet alleen mijn leven, maar mijn situatie had ook gevolgen voor het functioneren van ons gezin. Onze oudste zoon kwam meer en meer onder invloed van allerlei spelletjes en raakte langzamerhand gokverslaafd. Ik raakte alle controle kwijt over ons gezin En had het gevoel dat ik aan de zijlijn stond; onmachtig om ook maar iets ten goede te kunnen keren. Ik was enorm verdrietig over de hele situatie. Ons gezin was een puinhoop geworden. In mijn wanhoop schreeuwde ik het uit naar God, als U daar bent help mij toch alstublieft, want ik kan niet meer en weet niet meer wat ik moet doen. Neemt U het alstublieft van mij over.

En zo vond ik mijn leven en Jezus terug, Jezus heeft mijn schreeuw gehoord. Er kwam een enorme rust over mij heen, ik wist dat dit het werk van de Heilige Geest van God was.

Enige dagen later op een avond zat ik de weekkranten door te bladeren, en mijn ogen werden naar een artikel in de krant getrokken. Het ging over het "Feest in Emmen-project" van de VBE in Emmen. Ik had vreemd genoeg wel zin in een feestje. In ons huis was het geen feest meer, alleen maar een opeenstapeling van ellende en frustraties. Tamelijk onverwacht liet ik mijn man en kinderen weten dat ik zin had in een feestje. En dat ik besloten had dat we aanstaande zondag naar de kerk zouden gaan. Ze keken me vol verbazing aan met vraagtekens in hun ogen. Maar de kerk?!? Ja, We gaan naar de VBE, want daar is het Feest.

En na wat gemopper van de kinderen zijn we die bewuste zondag naar de kerk gegaan, ik kan er nog warm van worden als ik er over vertel. Wat een warmte en liefde daar uitstraalde is met geen pen te beschrijven. Al direct bij de binnenkomst, het voelde direct erg vertrouwd. En het werd voor mij echt een waar feest, het voelde als echt thuiskomen. Mijn tranen vloeiden rijkelijk tijdens het zingen van de liederen. Ik werd daar zo aangeraakt door Jezus. Daar kwam ik tot de ontdekking dat ik God wel losgelaten had, maar Hij mij niet. Hij pakte daar bij wijze van spreken mijn hand en zei tegen me, kom mijn kind, ik ben er voor jou. En zo kwam Jezus terug in mijn leven en in ons gezin. We hebben het hele project afgemaakt, en met alles

meegedaan, we zaten opeens op een kring, mijn leven zag er opeens heel anders uit, met de Heer Jezus, en aan het einde van dit Feest in Emmen werd afgesloten met een megadoopdienst, en hier was ook onze oudste zoon bij. Wat een Grote God is Hij, mijn geliefde Pappa, Vader. Die naar mij luistert en mij verder door het leven leidt, en zegt wat ik moet doen.

En door de VBE ben ik in contact gekomen met het Celebrate Recovery programma. Ik besloot aan te haken, maar wel met de nodige aarzeling. Tijdens het programma werd mijn verleden weer naar boven gehaald. Ik wilde dit eerst niet toelaten, want ik was mijn gevoelens van vroeger toch vergeten? Ik had het toch ver weggestopt, om het nooit weer naar boven te halen, ik wilde toch niet erkennen dat er een probleem was? Dat waren mijn overwegingen. Ik was immers een nieuw leven begonnen? Ja, dat is dacht ik. Maar niets bleek minder waar te zijn. Alle weggestopte emoties, gevoelens en narigheid kwamen weer in alle hevigheid terug. Ik was geschokt.

Gelukkig waren er in de open deelgroep van het CR programma wijze mensen die me vertelden dat het goed is om je verleden te verwerken. Ze vertelden me dat dit moet gebeuren om God tot zijn doel met mij te laten komen. Om echt herstel te ervaren moest ik opnieuw door het proces heen.

Laat God het maar voor je doen, want God kan zoveel meer dan je denkt. Laat die nare gevoelens van onmacht, verdriet, maar los, leg het voor het Kruis van Jezus' voeten neer.

Ik had opeens weer last van paniekaanvallen, ik durfde nergens meer alleen naar toe, niet alleen autorijden, niet alleen naar de supermarkt. Ik liet me altijd vergezellen door één van de kinderen. En dat zonder dat ze wisten waarom; want ik schaamde me er voor dat ik eigenlijk niets meer alleen durfde. Dat was eigenlijk een hele nare ervaring, want ik dacht dat ik alles achter me had gelaten. Wat bleek was dat ik alleen maar een pleister op de wond had geplakt en gedacht had dat hij daarmee ook geheeld was. Tijdens het programma kreeg ik het advies om een goede coach te zoeken. Eerst zag ik het nut daar niet zo van in, later wel. Met haar kon ik mijn gevoelens van onmacht delen; met haar kon ik samen lachen en huilen. Maar ook samen bidden. Ik kon haar in vertrouwen nemen; ze begreep me en voelde de problemen aan waar ik mee worstelde. Zij heeft me door de stappen heen geleid.

Ik heb heel veel aan mijn coach gehad en nog steeds spreken we regelmatig eens met elkaar af, want ze is langzamerhand een echte vriendin voor mij geworden.

Halverwege het Celebrate Recovery programma, merkte ik opeens dat er een verandering in mijn leven was gekomen. Het begon allemaal weer wat gemakkelijker te lopen. De paniekaanvallen namen af, het zelfstandig autorijden ging beter, en vooral naar de supermarkt ging opeens veel beter. Ik ging hier voor het eerst in lange tijd weer alleen naar toe. Ik vroeg God of Hij met mij mee wilde gaan.

Ik ervoer heel duidelijk tijdens het boodschappen doen, dat dit het werk van God was, van Zijn Heilige Geest die over mij heen daalde, want ik deed

het allemaal weer alleen, maar samen met God. Wat was ik God zo enorm dankbaar, dat ik de hele dag door liep te zingen en te dansen van blijdschap en dankbaarheid.

Nu merk ik dat er echt een last van me is afgevallen. Dankzij Gods genade mag ik in de vrijheid staan. Aan Hem alle eer!

Het Celebrate Recovery programma en de medewerkers die zo dienstbaar waren, heeft God op een geweldige manier gebruikt in mijn leven!

Hersteld van een blokkade om diepgaande relaties te ontwikkelen.

Jaren geleden werd mij gevraagd om deel te nemen aan een pilot van het CR programma, dit programma heette: Op Weg naar Herstel. Ik had geen idee wat ik daar moest gaan doen. Ik leidde een succesvol leven, had een prachtige carrière; ik had toch geen problemen, dacht ik. Voor de aanvang van de eerste avond werd ik toch wel een beetje nerveus. Waar moest ik mee op de proppen komen? Ik wilde degene die mij had gevraagd niet teleur stellen, Ik had immers aan haar beloofd dat ik zou komen, maar wat moest ik hiermee?

Ik bad, heel simpel : Heer, wat moet ik daar gaan doen en steeds weer als ik dit vroeg werd ik bepaald bij vriendschap, relaties. Ik las er steeds over in de Bijbel en nam het besluit mijn eigen leven eens eerlijk onder de loep te nemen. Mijn "probleem" werd langzaam duidelijk: ik kon geen echte, diepe vriendschappen aan. Ik had ook geen echte vriendinnen. Vriendschap, en zeker met vrouwen, was niet voor mij weggelegd. Een DISC test had in verleden wel wat duidelijk gemaakt: ik heb een profiel met kenmerken, die vaker bij mannen voorkomen dan bij vrouwen. Voor de kenners: een torenhoge D met ietwat C daarbij! Dat was dus de oorzaak: geen wonder dat ik niet zo'n goede match heb met heel veel vrouwen en dat ik veel makkelijker kan samenwerken met mannen.

En dan kom je in zo'n herstelprogramma... nog wel in een vrouwengroep. Ik hoorde problemen aan waarvan ik , in eerste instantie, dacht: waar gaat dit allemaal over? Toen het mijn beurt was te vertellen waar ik aan wilde werken heb ik verteld dat echte, diepgaande vriendschappen moeilijk voor mij waren. Ik geloof niet dat er veel vrouwen waren die dit echt begrepen, maar daar gaf ik niet om. Ik begreep veel dingen die ik hoorde ook niet echt. Het werd een zoektocht en met vallen en opstaan leerde ik, binnen de groep, en met behulp van een aantal vertrouwde mensen, mezelf hierin te ontwikkelen. Ik sprak eerlijk de dingen uit waar ik tegenaan liep en vond soms begrip, soms ook niet. Maar het belangrijkste was: ik liet voor mij bidden ook in de groep. Het werden waardevolle weken, ik leerde dat ik scheef gegroeid was, niet in balans, en ik leerde vriendschap, echte vriendschap op te bouwen, met vrouwen. God heeft mij veranderd!

Nu, jaren later, ben ik hoofd pastoraat in onze gemeente geworden. Zonder deze lessen had ik dit zeker niet gekund. God heeft dit gebruikt, als een eerste stap in een leerproces waarin ik meer en meer gevormd mag worden naar Zijn Beeld.

Ik schrijf dit om te laten zien dat we allemaal gebieden in ons leven kunnen hebben waarin we scheefgegroeid zijn. Gebieden waar de balans ontbreekt. Gebieden die, uiteindelijk, niet onder de heerschappij van onze Hemelse Vader gebracht zijn. En ik heb ervaren dat het CR- programma ook daarin verandering, ondersteuning en vernieuwing biedt.

Alie

Hersteld van negatief zelfbeeld en de gevolgen van manipulatie

Ik ben Caroline, getrouwd en samen hebben we twee mooie kinderen gekregen, Simon van 6 jaar en Suzanne van 4 jaar.

We waren in het noorden van het land aangesloten bij een kerk en waren zeer actief in het kerkelijk werk. Helaas deden we het (achteraf gezien) allemaal uit traditie. Ik had God losgelaten, maar God mij niet.

Toen ik ouder werd en altijd druk aan het werk was, is het geloof voor mij steeds minder gaan betekenen. Daarnaast was ik altijd veel met mijzelf bezig. Wat vinden andere mensen van mij? Houden ze wel van mij? Ben ik de moeite wel waard? Doe ik mijn werk wel goed? Et cetera. Ik vroeg eigenlijk altijd om bevestiging. Ook had ik vanaf mijn jeugd veel last van migraine, en op 19 à 20-jarige leeftijd kwam ik met mijzelf in de knoei. Ik had een verkeerd vriendje en had vrienden om mij heen die mij eigenlijk alleen zagen staan als het hun uit kwam, of zo voelde dat in ieder geval voor mij.

Ik was dan ook erg onzeker worstelde heel erg met mijn zelfbeeld. Ben daardoor veel gaan eten (emotioneel eten) en natuurlijk daarvan ook gegroeid. Dit deed ik om maar niet te hoeven praten en ik heb daarom ook nooit aangegeven hoe ik mij voelde en wie ik werkelijk was of wilde zijn. Toen ik werkzaam was in de kinderopvang, waar ik altijd met plezier heb gewerkt, kon ik mij volledig op mijn werk gaan richten en zo kon ik mijn gevoelens lekker wegstoppen, dacht ik.

Op een gegeven moment ben ik op een bijzondere manier mijn man tegengekomen. Het was liefde op het eerste gezicht en na ongeveer twee jaar zijn we getrouwd. Ik hou natuurlijk ontzettend veel van hem, maar hiermee waren mijn problemen niet opgelost.

Ik was inmiddels zwanger van Simon. Nadat Simon was geboren, zijn de migraineaanvallen heftiger geworden en zo ben ik steeds dieper in de put geraakt. Op een gegeven moment gaf mijn lichaam aan dat het genoeg was en heb ik een paar weken met een burn-out thuisgezeten.

Op een gegeven moment ben ik gestopt met werken om zo voor Simon te kunnen zorgen. Kort daarop werd onze dochter Suzanne geboren. Opnieuw raakte ik in een depressie en de migraine werd nog heftiger. Ik was daarvoor al in behandeling bij een hoofdpijnkliniek en kreeg veel medicatie, zowel voor de migraine als voor de depressie. Door al die medicijnen veranderde ik nog meer, mijn emoties verdwenen en ik voelde eigenlijk niets meer, ik leefde in een roes. Eigenlijk wilden ze mij vanuit de hoofdpijnkliniek opnemen in het ziekenhuis, om mij van de medicijnen af te krijgen.

Daarnaast had ik veel schuldgevoel; Johan moest veel voor mij zorgen.

Op een gegeven moment had ik paar keer in een droom een meisje gezien dat op haar knieën lag te bidden en het uitschreeuwde naar de Heer. Ik wist niet wat ik daarmee moest. Later hoorde ik in mijn slaap een stem. Die stem riep mijn naam. De eerste keer dacht ik: "het zal wel, ik heb vast gedroomd". Later hoorde ik dezelfde stem, weer hoorde ik mijn naam. Ik ben bij de kinderen gaan kijken, maar die lagen heerlijk te slapen, ook mijn man sliep. "Wacht, hij snurkt. Misschien heb ik dat dan gehoord", dacht ik en ging weer slapen. Later voor de derde keer hoorde ik weer dezelfde stem mijn naam roepen. Ik wist nog steeds niet wat ik ermee aan moest en had daarom ook niets tegen mijn man gezegd.

De volgende dag kregen we een uitnodiging voor een genezingsdienst o.l.v. Jan Zijlstra, in onze regio. Ik had wel eens van die naam gehoord, maar wist niet wat deze man deed. Ik ben gaan zoeken op internet en daar zag ik dat er mensen werden genezen. Jan Zijlstra was aan het bidden voor de zieke mensen en riep: ''In de naam van Jezus, genees!''. Eerst was ik sceptisch. Ik was hier helemaal niet mee bekend. Ik wist alleen dat Jezus mensen genas in de verhalen die ik had gelezen in de kinderbijbel, maar dat dat ook nu nog gebeurde, wilde ik eigenlijk nog niet geloven. Totdat er toch stiekem iets in mij begon te kriebelen. Als het nu wel echt is, dan kan Jezus ook mij genezen van mijn migraine en depressie. Samen met mijn man ben ik naar de genezingsdienst gegaan, met hoop. Wat zou Jezus met mij doen? Tegelijkertijd gingen er ook negatievere gedachten door mij heen: ben ik wel goed genoeg en wil Jezus mij wel genezen?

Halverwege de dienst deed Jan Zijlstra een oproep aan de mensen die hun leven wilden geven aan Jezus. Zonder overleg, zijn mijn man en ik opgesprongen en naar voren gegaan. Op dat moment hebben wij ons leven aan Jezus gegeven. Later in de dienst heb ik een migraineaanval gekregen en heb ik een paar keer overgegeven. Maar er was maar één gedachte: "Volhouden, want God gaat vanavond wonderen doen en Hij gaat mij genezen. En er is maar één persoon die mij wil tegenhouden en dat gaat hem niet lukken."

Op een gegeven moment mochten we in de rij gaan staan. Toen ik bijna aan de beurt was voor persoonlijk gebed door Jan Zijlstra voor mij, vroeg een vrouw aan mij waarvoor ik genezing nodig had. Ik zei voor de migraine. Deze vrouw bad voor mij en op datzelfde moment begonnen mijn handen te trillen. Ik had nog niet eens door wat er was gebeurd, want het was vooral heel erg spannend allemaal. Een moment later stond ik bij Jan Zijlstra en ook hij ging nog bidden voor genezing van de migraine, maar God had mij al genezen. Vanaf dat moment heb ik geen last meer van migraineaanvallen gehad en ook de depressie was weg. Sindsdien heb ik geen medicijnen meer gebruikt en is ons leven radicaal veranderd.

We hebben een keuze gemaakt voor de Here Jezus en ik voelde op dat moment zo'n vreugde en blijdschap in mijn hart. Zo is ook ons geloofsleven radicaal veranderd. De droom en de stem die ik had gehoord waren van God geweest. God riep mij in mijn slaap en het knielende meisje, dat meisje was ik. Ik schreeuwde het diep in mijn hart uit naar de Heer. Waar komt mijn hulp vandaan, van U Heer. Psalm 121.

Wij hebben een Machtige God, een God van wonderen. Mijn leven heeft weer zin gekregen, want ik ben gered door wat Jezus Christus voor mij en ons allemaal heeft gedaan. Ik heb diep ontzag gekregen voor Jezus, voor mijn hemelse Vader. Maar na dit blijde gebeuren kwamen we in een hele heftige periode terecht. Dat begon zo.

Voor de genezingsdienst o.l.v. van Jan Zijlstra waren we uitgenodigd door onze nieuwe buren. Ik was erachter gekomen dat ze christen waren en zo heb ik ze uitgenodigd voor de groeigroep bij ons thuis. We kregen een goed contact met elkaar en we konden goed praten over het geloof. Dat was voor mij iets heel erg moois. Ik had niet echt een vriendin waar ik het geloof mee kon delen. Ik zag het ook echt als leiding van God, dat Hij deze mensen op ons pad had gebracht. Op dat moment waren we een open kanaal: we waren hongerig naar Gods woord.

In deze tijd zijn we ook op zoek gegaan naar een andere gemeente. We kwamen in een gemeente terecht waar we ons eigenlijk vanaf het eerste bezoek thuis voelden. Op 10 april 2011 hebben mijn man en ik de stap gezet om ons hier te laten dopen. Met een oprecht hart stonden wij daar, om God te laten zien dat we voor Hem hadden gekozen. Dat wij ons oude leven wilden begraven en opstaan in een nieuw leven met Jezus Christus. Het was een mooie en bijzondere dienst.

Aan onze doop is een hele strijd vooraf gegaan. Volgens onze buren moesten we ons namelijk in ons eigen dorp in de kerk laten dopen, in plaats van in onze nieuwe gemeente. Ook waren ze van mening dat mijn man zich niet mocht laten dopen omdat hij niet wilde evangeliseren, "want dan komt het niet uit zijn hart". Ze dreigden mij, als ik dit allemaal door liet gaan, gesprekken aan te vragen met een leidinggevende uit onze gemeente. Ik heb dit de hele tijd tegengehouden en heb ook niets tegen mijn man gezegd. Ik zei tegen hen: "Jullie kunnen niet voor hem beslissen. Hij heeft een keuze gemaakt met een oprecht hart." Na de doop viel er zo'n spanning van mij af, dat ik de hele dag ziek op bed heb gelegen. Later probeerden onze buren ons weg te houden bij onze gemeente. Volgens hen waren daar allemaal dingen mis. Gelukkig ben ik hier nooit op in gegaan.

Maar het ging steeds verder. Onze buren gingen ons op een geven moment met Bijbelteksten manipuleren. Bij wat voor gebeurtenis dan ook, in ons gezin of in de familie - wat wij dan met hun deelden - kwamen ze met een Bijbeltekst aanzetten. Dat bracht ons in de war en dat bracht ook spanningen in de familie teweeg. Voor mijn gevoel keerde iedereen zich tegen ons. Op een gegeven moment gaf dat ook spanning in ons huwelijk. Zo werd iedereen op een slinkse manier langzaam tegen ons op gezet. Ik kreeg steeds meer last van spierspanning en dat zorgde ervoor dat ik last kreeg van hoofdpijn, geen migraine maar spanningshoofdpijn.

Op een geven moment had ik het gevoel dat mijn man en ik elkaar ook niet meer aanvoelden. We hadden alleen nog maar ruzie en er was een rare spanning bij ons thuis. We sliepen bijna niet meer en waren doodop. Door veel gesprekken met deze buren heb ik toen de keuze gemaakt om te gaan scheiden. Ik wist helemaal niet waar ik mee bezig was. Ik wilde rust en ik wilde mijn gezin terug en ik wilde van de spanningshoofdpijn af. Scheiden was iets wat de buren wilden. Ze waren intussen verhuisd naar het diepe zuiden van ons land, maar ze kwamen graag even terug om te helpen met verhuizen. Een donkere episode in mijn leven...

Maar gelukkig greep God in op een wonderlijke manier.

Ik ben in verwarde toestand een week ingetrokken bij mijn ouders. Een echtpaar uit de gemeente stond meteen op de stoep om met ons te gaan praten. Ik heb zoveel mailtjes, sms'jes en telefoontjes gekregen van vrienden en vriendinnen die zich zorgen maakten om ons. Ik ben toen tot het inzicht gekomen dat deze vroegere buren ons kapot wilden maken en dat dit een aanval was van de duivel.

Op een geven moment kreeg ik van een familielid een uitnodiging om mee te gaan naar een dienst in een andere gemeente in de buurt. Ik had het mailtje te laat gelezen en heb haar gemaild dat ik niet aanwezig zou zijn bij de dienst met een bericht erachteraan dat ik net werd bemoedigd door Psalm 23, De Heer is mijn herder. Deze had ik ook net mijn man gestuurd ter bemoediging. Later belde ze mij op en zei dat ik er echt bij had moeten zijn. Er was namelijk een man met een bijzondere boodschap tijdens de dienst gaan staan. Hij had een boodschap gekregen van God, dat er een echtpaar in een heftige storm verkeerde die eigenlijk te zwaar was. Hij spoorde het echtpaar aan om de mond open te trekken en de storm waar ze in verkeerden het zwijgen op te leggen. Dat echtpaar waren wij. Daarbij haalde deze man het verhaal aan van de discipelen die op zee in een heftige storm terechtkwamen. Toen kwam Jezus en legde de storm het zwijgen op: "Zwijg en wees stil". De voorganger had vervolgens in zijn verkondiging over Psalm 23 gesproken. God wilde tegen ons zeggen dat we de storm waar we in verkeerden het zwijgen mochten opleggen. We mochten Psalm 23 echt als een bemoediging zien en voelen. Hij was erbij.

Diezelfde dag ben ik gaan bidden, op mijn knieën, en heb ik God om vergeving gevraagd voor alles wat er was gebeurd. Zo heb ik ook de storm het zwijgen opgelegd. De volgende dag stond mijn man op de stoep en vroeg of ik mee naar huis ging. We wilden een nieuwe start maken.

We hebben besloten om met z'n tweeën mee te doen aan het programma Celebrate Recovery, om dit proces op een goede manier te verwerken en dit ook samen te doen met God. In het begin ging het moeizaam. Ik was erg moe, was natuurlijk ook erg boos om wat er allemaal was gebeurd en schaamde mij natuurlijk ook tegenover de mensen om mij heen. Dat ik dit niet eerder heb gezien.... Ook had ik nog veel last van spierspanning en dit maakte mij opnieuw ziek. Op een Celebrate Recovery-avond zag ik bij het kruis een potje olie staan. Toen heb ik Joke gevraagd of ik mij mocht laten zalven. Dit moest ik bespreken met de voorganger en dat heb ik gedaan. Op 8 januari 2012 ben ik gezalfd en dit was een zeer bijzondere ervaring. Alleen al de aanwezigheid van Jezus was voor mij zo bijzonder; ik was de hele dag van de kaart. 's Middags zei ik tegen mijn man: "Voel mijn nek eens". Mijn nek was gloeiend heet. Vanaf dat moment heb ik geen spierspanning meer gevoeld. Prijs de Heer, halleluja! Vanaf dat moment tot aan de dag van vandaag voel ik meer rust in mij en kan ik mij veel beter ontspannen.

Sinds ik mee heb gedaan aan het programma Celebrate Recovery heeft God mij op weg geholpen om uit de negatieve spiraal te komen, waar ik steeds weer in terugviel. God heeft laten zien dat ik ook de moeite waard ben en dat ik Zijn geliefde kind ben. Zo heb ik mensen kunnen vergeven die mij pijn hebben gedaan in mijn leven, maar ook heb ik mensen om vergeving kunnen vragen voor de dingen die ik fout heb gedaan de afgelopen tijd. Ik probeer mijzelf nu door de ogen van God te zien. De ene keer gaat dat makkelijker dan de andere keer, maar daardoor voel ik wel dat ik anders omga met de mensen om me heen, met de mensen die mij dierbaar zijn. Ik zit niet meer te kniezen met gedachten als: "die mag mij niet" of "die deed raar tegen mij".

Ook wat er de afgelopen tijd is gebeurd, wat betreft de buren, heb ik voor een deel een plekje kunnen geven. De boosheid is weg en ik bid ze toe dat ze tot inkeer komen en weer op juiste pad terechtkomen.

Ook mijn man en ik zijn opnieuw begonnen, en met succes. Tijdens Celebrate Recovery is er zoveel losgekomen en hebben we zoveel gesprekken gevoerd, dat we kunnen zeggen dat na alles wat er is gebeurd, wij er als man en vrouw sterker uitgekomen zijn. Alles wat er tussen ons in stond, ook al toen we nog maar net waren getrouwd, hebben we besproken. We hebben elkaar vergeving kunnen vragen en kunnen schenken. Ik kan alleen maar zeggen dat ik ontzettend veel van mijn man houd en dat ik God erg dankbaar ben. Wat God bij elkaar brengt kan door geen mens worden gescheiden.

We zijn samen met God op weg. Ook al zullen we nog steeds struikelen en vallen, God is erbij.

Ook al ben ik nog niet waar ik wil zijn, dankzij God ben ik ook niet meer waar ik ooit was.

Waar je ook bent in je relatie met God, weet dat Hij je op het oog heeft en je uitgekozen heeft om Zijn kind te zijn. Hij is blij met hoe hij je gemaakt heeft en Zijn liefde omringt je. Je bent zijn oogappel. Dit las ik laatst in een stukje van Joyce Meyer. Dit is voor mij echt een bemoediging. Voor iedereen, hoop ik.

Hersteld van leven in een fantasiewereld en co-dependency

Mijn naam is Erik. Ik ben een christen die worstelt met co-dependency en leven in een fantasiewereld.
Ik ben opgegroeid in een gezin met 3 jongens, waarvan ik de middelste ben. Al op vroege leeftijd, ik was zo'n 4 jaar, zijn mijn ouders gescheiden. Omdat het contact tussen mijn moeder en vader niet zonder problemen was, stopten mijn broers en ik al heel vroeg met het bezoeken van onze vader. Hierdoor heb ik maar heel weinig herinneringen aan mijn vader uit mijn kindertijd. In de weinige contactmomenten die ik met hem heb gehad na de scheiding heb ik afwijzing ervaren. Door het ontbreken van een relatie met mijn vader is het beeld van een vader en dus mijn beeld van God, en het beeld van hoe een man is of zou moeten zijn, ernstig verstoord.

Mijn moeder stond al vroeg alleen voor de taak mij en mijn 2 broers op te voeden. Mijn oudste broer raakte veel in de problemen, en mijn reactie daarop was de brave zoon te spelen om mijn moeder pijn te besparen.

Mijn moeder was een lieve zorgzame moeder, maar had ook veel problemen in haar leven. Ze is iemand wiens stemming zomaar als een blad aan een boom kan omslaan. Vaak als ik thuiskwam, was het spannend of er weer wat gebeurd was waardoor ze overstuur was. Hierdoor heb ik heel goed geleerd om de stemming van mijn moeder te peilen en mijn gedrag daarop aan te passen.

Ik heb rood haar en al vroeg op de basisschool begonnen de eerste pesterijen. Tjonge, wat was ik daar gevoelig voor! Het resultaat was dat er in mijn basisschool tijd veel periodes waren dat ik met niemand kon spelen. Ik herinner me dat ik in de pauzes dan hoog in de klimrekken klom en daar zat te dromen tot de bel ging. Al in deze periode vond ik het heel leuk om naar sciencefictionseries en tekenfilms op televisie te kijken en met wat ik daar zag bouwde ik ongemerkt een fantasiewereld op. Ik droomde dan van een wereld waarin ik door iedereen aardig gevonden werd en een grote held was.

Terugkijkend op mijn vroege jeugd zie ik nu dat ik al heel vroeg heb geleerd om conflicten uit de weg te gaan, en om mijn gedrag aan te passen aan wat ik dacht dat wenselijk was voor de mensen waaronder ik me bevond. Ik deed alles om niet op te vallen, en kwam zeker niet op voor mijn eigen behoeftes of grenzen. Ergens op 14 à15-jarige leeftijd ben ik begonnen mezelf de levensregel "ik word nooit meer boos" aan te leren. En ik ben daar helaas redelijk goed in geslaagd. Tja, ik werd dan uiterlijk niet meer boos, maar vanbinnen natuurlijk nog wel. Ik leerde een heel goede manier om de pijn van het niet geliefd voelen, de boosheid over het pesten en mijn frustraties over mijn onvervulde behoeftes te compenseren: alle emoties die mijn relatie met de mensen om mij heen teweegbrachten en die mij in gevaar zouden kunnen brengen, beleefde ik gewoon in mijn eigen fantasiewereld. Ik hoefde die emoties dus niet meer in de relaties te laten zien.

Aan het einde van de middelbare school kreeg ik een paar goede christelijke vrienden. Mijn jarenlange fantaseergewoonte begon in mijn nieuwe vriendschappen nu opeens hinderlijk te worden. Wat ik merkte, was dat mijn fantasiewereld iets was waar ik geen weerstand tegen kon bieden. Op verjaardagen, op feestjes, tijdens pauzes, ik kon niet voorkomen dat ik regelmatig afdwaalde omdat ik aan het fantaseren was. Ik begon voor het eerst mijn fantasiewereld als iets storends te ervaren.

Op mijn 18e leerde ik Jezus kennen en werd ik christen. Op geestelijk vlak gebeurde er direct iets. Voor korte tijd, ik denk een week of zo, was ik bevrijd van mijn fantasiegewoonte. Ik had echter niet geleerd hoe ik met de pijn in mijn leven naar God en anderen toe moest gaan. Het gewoontepatroon was niet doorbroken, en na deze korte tijd van niet meer fantaseren kon ik toch geen weerstand bieden aan mijn verslaving.

In 2000, op de introductiecursus van de kerk leerde ik mijn vrouw kennen. Wat een geweldige vrouw! Een dik jaar later zijn we getrouwd. Samen met haar leven gaf en geeft mij een heleboel geluk. In mijn huwelijk merkte zij wel eens op dat ik niet goed bereikbaar was, of niet open was over mezelf. Nog steeds verwerkte ik pijn niet met anderen maar via mijn verslaving. Dit werd echter een steeds groter probleem toen we een moeilijke tijd meemaakten rondom de geboorte van onze dochter. Ik praatte niet en droomde weg in mijn fantasiewereld. We konden elkaar niet goed bereiken. Het werd een steeds groter probleem dat ik mijn gevoelens en gedachten niet deelde. Vreemd genoeg was ik me er eigenlijk helemaal niet van bewust dat mijn fantasiegewoonte de oorzaak was van de problemen in mijn relaties. Het was voor mij zo normaal geworden en het leek alsof niemand er last van had. Ik merkte niet op hoeveel plekken in mijn leven het voor problemen zorgde (op mijn werk (waardoor ik me soms niet goed kon concentreren), in de kerkdienst tijdens de preek (waardoor ik niets meekreeg, en natuurlijk veel last had van schuldgevoelens daarover), tijdens aanbiddingdiensten (in plaats van me op God te richten was ik vertrokken), tijdens stille tijd (kon ik me niet op God richten, dwaalde steeds af) in gezelschap ("Goh wat zit jij te staren"), als ik bijbel las (steeds afdwalen) enzovoort.

In januari 2007 ben ik mee gaan doen met Celebrate Recovery. Hoe verder we in het programma kwamen, hoe meer ik me realiseerde dat er iets instond tussen mij en God. Het onderwijs en vooral de persoonlijke verhalen maakten veel in mij los. Het waren spiegels, die steeds meer probleemgebieden in mijn leven aan het licht brachten.

Halverwege het programma van Celebrate kwam ik op mijn werk in een moeilijke situatie terecht, en ik kwam grieperig en bijna overwerkt thuis te zitten. God maakte me duidelijk dat mijn fantaseergewoonte heel schadelijk voor me was. Een verslaving, die de oorzaak was van heel veel problemen in mijn leven. Op het moment dat God dit tegen me zei, was ik zo verbaast, ik ben letterlijk van mijn krukje afgevallen. Ik geloofde God gewoon niet: Verslaafd?? God, waar heeft U het over?! Ik zat zo diep in de ontkenning over mijn fantasieverslaving dat ik verblind was en het niet eens als een probleem kon zien. Toen ik mijn ontkenning langzaam begon op te geven schrok ik heel erg. Ik begon te zien wat de invloed was van mijn fantasiewereld op mijn leven, en ik begon te beseffen dat als ik hiermee wilde stoppen, ik geen boeken meer zou kunnen lezen of televisie kon blijven kijken. Toch nam ik de wilbeslissing dat ik God wilde gehoorzamen. Ik besloot niet langer mijn gedachten over te geven aan fantaseren.

Ik kwam er al heel snel achter dat het zelf willen stoppen met een jarenlange verslaving errug lastig is, zo niet onmogelijk. Dit vind je ook terug in de eerste stap van Celebrate Recovery: "Ik geef toe dat ik machteloos sta tegenover mijn verslaving en mijn dwangmatige gedrag; dat mijn leven niet zelf te besturen is." Ik heb verteld in mijn CR-groep wat ik doormaakte en ben de stappen van Celebrate Recovery gaan toepassen. Dit zorgde voor een doorbraak. Na meer dan 20 jaar elke dag, misschien wel elk uur, te vluchten in mijn eigen wereld ben ik met Gods hulp vrij geworden van mijn verslaving. Ik heb gemerkt dat ik door het te delen met anderen en uit de ontkenning te komen opeens van God de kracht kreeg om te kiezen, niet meer toe te geven aan fantaseren.

Wat ik toen niet heb beseft, maar later aan den lijve heb ondervonden, is dat mijn fantasieverslaving niet het probleem was, maar een symptoom. Wat een ander doet met drugs, alcohol of gokken, deed ik met fantaseren: mijn pijn verzachten en ontkennen wat er echt speelt. Zonder mijn fantasiewereld was er geen plek meer om mijn pijn, frustraties en behoeftes te bevredigen. Hierdoor kon ik niet langer meer ontkennen wat voor puinhoop het op sommige gebieden van mijn leven was. Naast mijn fantasie-verslaving worstelde ik ook met co-dependency. Dat uit zich bij mij in een verslaving aan de goedkeuring van mensen. Hierdoor heb ik moeite met grenzen stellen en liet ik mijn mening afhangen van die van anderen, zover dat ik vaak niet eens meer wist wat ik zelf vond. Ook ging ik conflicten uit de weg. Tja, en zonder fantasiewereld moest ik de problemen die dit gedrag veroorzaken onder ogen gaan zien.

Ik ben begonnen met mijn vrouw. Langzaam ben ik begonnen confrontaties met haar aan te gaan en af en toe boos te worden. Tijdens de eerste 4 jaar van ons huwelijk was ik nog nooit boos geweest, en dit was dus heel spannend voor mij. (Waar ik bang voor ben is dat bij een conflict de relatie eindigt.) Voor het eerst sinds 10-15 jaar probeerde ik weer boos te worden in een relatie die me heel dierbaar was. Wij hebben in ons huwelijk nog nooit zoveel ruzie gehad als toen. Het resultaat...? Aan het einde van dat 2e CR-jaar kwamen we erachter dat we allebei veel eerlijker waren geworden, en dat onze relatie veel gezonder was geworden.

Mijn vrouw raakte in verwachting van onze zoon, en ook die geboorte verliep niet geheel probleemloos. Zij moest 6 weken op de bank rust houden, of anders naar het ziekenhuis. We hadden hulp nodig, en niet zo'n beetje ook. Ik heb toen echt moeten leren om hulp te vragen aan mensen, iets wat ik mijn hele leven vermeden had (stel je voor dat ze 'nee' zeggen!). Door alle hulp die we kregen, vooral van de mensen bij CR, begon ik door te krijgen dat deze mensen echt om me gaven, iets wat ik zo moeilijk vond om te geloven.

Vlak na het herstel van mijn worsteling met fantaseren ging ik deelnemen aan het coördinerend team van CR. Ze lieten mij, een worstelaar met co-dependency (wat ik toen nog niet wist trouwens) de rol van leider vervullen. Weet je wel hoe vaak en tegen hoeveel mensen je dan "nee" moet zeggen, een standpunt in moet nemen en de confrontatie aan moet gaan?! Binnen Celebrate Recovery begon ik te leren me meer en meer te verbinden, en open en eerlijk te worden. De andere twee mensen van het coördinerend team werden, naast mijn vrouw, degenen met wie ik meer en meer begon te oefenen. Oefenen met terug te komen op mijn conflictvermijdende leugens. Een voorbeeld van zo'n leugen was dat wanneer iemand me vroeg of ik iets vervelend vond, ik dan altijd "nee hoor" zei. Ook al vond ik het eigenlijk niet leuk. Het was voor mij heel belangrijk dat ik dit soort leugentjes om bestwil ook daadwerkelijk leugens ging noemen. Ook werd het me gaandeweg steeds duidelijker dat ik dingen mooier deed voorkomen dan ze waren door ze aan te dikken. Dit ben ik ook leugens gaan noemen. Verder ben ik gaan oefenen met grenzen aangeven, omgaan met verschil van inzicht en natuurlijk confrontaties. Meer en meer heb ik me door de intensieve samenwerking met deze twee teamleden verbonden, en geleerd dat het oke is wat ik denk, voel of vind. Dat ze van me blijven houden als we het oneens zijn of een pittig gesprek voeren.

Als lid van het coördinerend team was het ook de bedoeling dat ik lessen ging geven. LES GEVEN ? Tjemig, dan moet je dus dingen gaan zeggen die niet iedereen leuk vindt. Paniek. Lang geleden droomde ik ervan om les te geven, maar die droom had ik allang opgegeven. Veel te moeilijk en veel te eng. Door les te geven kwam ik erachter dat ik het zoeken naar de goedkeuring van mensen echt moest loslaten. Pff. En... ik kwam erachter dat ik onderwijs geven niet alleen leuk vond, maar dat ik er nog goed in was ook.

Bij CR begon ik steeds meer te leren voor mezelf te zorgen en op te komen. Op mijn werk bracht me dat langzaam maar zeker steeds meer in conflict met verschillende collega's. Ik was gewend om, uit angst voor conflicten of spanningen, te compenseren voor fouten of verkeerde planningen van anderen, maar ging dit nu steeds minder doen. Hierdoor werden deadlines niet gehaald, en werden fouten van anderen veel zichtbaarder op en buiten onze afdeling. Dat werd niet zo gewaardeerd. Met 1 collega heb ik het echt heel moeilijk gehad. Mijn grenzen aangeven en beter voor mezelf zorgen maakten zijn fouten erg zichtbaar, en hij besloot zijn invloed in de organisatie te gebruiken om ervoor te zorgen dat ik niet langer belangrijke of zichtbare projecten kon oppakken. Het was een moeilijke tijd, waarin ik een hoge prijs betaalde voor het beter voor mezelf leren zorgen. Ik heb toen veel gehad aan CR doordat ik deze problemen kon delen in de groep en ook steeds ben aangemoedigd de principes te blijven toepassen. In deze tijd had ik sterk het gevoel dat God van me vroeg te blijven en te leren van de situatie, koste wat kost. Het stukje in het Gebed voor innerlijke rust "veranderen wat je kunt veranderen, en aanvaarden wat je niet kunt veranderen" was waar het om ging. Het gedrag en de keuzes van mijn collega's kan ik niet veranderen, wel hoe ik erop reageer en ermee omga.

Met behulp van de inzichten van mijn gebedsmaatje kwam ik erachter dat ik ook bij onveilige mensen kwetsbaar was, met name bij die ene collega. Ik leerde dat het helemaal niet Gods bedoeling was om overal en altijd kwetsbaar te zijn, en dat God ook wil dat ik mezelf bescherm voor onveilige mensen, die misbruik maken van mijn kwetsbaarheid. Ik ben dit gaan oefenen bij deze collega, en dat had vrijwel direct een grote verandering tot gevolg. Hoewel hij zijn invloed op de organisatie nog steeds gebruikte om mij buitenspel te houden, merkte ik dat ik wel respect van hem kreeg. Hij accepteerde mijn grenzen en ging niet langer steeds het conflict aan. Wat ben ik blij dat ik gehoorzaam naar God ben geweest en op deze afdeling gebleven ben tot ik deze les geleerd had!

Dit bleek ook precies het patroon te zijn dat de basis was voor de lastige relatie met mijn moeder. Ook daarin ben ik me anders op gaan stellen. Het is voor mij, en ook voor mijn moeder, nu heel erg wennen dat ik me niet altijd meer kwetsbaar opstel naar haar, maar het heeft onze relatie wel veel beter gemaakt.

In de zomer van 2010 heeft God me een geweldig cadeau gegeven; op internet heb ik mijn vader gevonden. Als je nooit bewust je vader hebt gezien is zo'n eerste ontmoeting na 28 jaar heel raar.. Een van de dingen die me het diepst raakten was dat het patroon van conflicten vermijden, niet boos worden en voor de goedkeuring van mensen gaan - oftewel mijn worsteling met co-dependency - ook bij mijn vader diep wortel geslagen heeft. Ik heb ook gezien wat dit patroon in zijn leven gebracht heeft. Op zijn 59ste, zit hij in Spanje, in zijn villa met zwembad, alleen...... Geen mens die hem kent, niemand door wie hij zich echt laat kennen. Voor mij was dit bezoek een enorme spiegel. Weet je, ik vind het wel eens vervelend dat God mij aanspreekt op de patronen in mijn leven. Soms vind ik echt dat God een beetje zeurt. Maar als ik kijk naar het leven van mijn vader, aan wat het je brengt als je volhardt in het vermijden van conflicten, het goedkeuring van mensen zoeken, geen hulp vraagt of toelaat, probeert nooit boos te worden en je ware ik met je pijn en behoefte niet laat zien, aan helemaal niemand, dan eindig je dus zo. In een villa in een warm land, alleen. Ik heb hierdoor nog meer het hart van God voor mij gezien. Wat een lieve, zorgzame Vader heb ik in de hemel. Hij geeft mij het ware leven. Wat ben ik blij dat Hij mij blijft aanspreken op de verkeerde zaken in mijn leven.

De wekelijkse bijeenkomsten van CR waren voor mij goud waard: God heeft ze op bijzondere manier gebruikt!

Hersteld van emotionele verwaarlozing, controledrang en problemen met nicotine

Ik ben Ina, een christen die worstelt met de gevolgen van emotionele verwaarlozing,het loslaten van controle en problemen met nicotine. Ik ben opgegroeid in een christelijk gezin met 5 kinderen. Mijn vader was zeeman en was regelmatig voor langere tijd weg. Ik heb tot mijn 5e jaar weinig herinneringen aan hem als vader. Uit verhalen weet ik dat ik dol op 'm was. Mijn moeder zorgde goed voor ons. Rust, reinheid en regelmaat waren haar motto. Alles verliep volgens vaste regels, wat mijn moeder blijkbaar houvast gaf. Het gaf mij veiligheid; ik wist waar ik aan toe was.

Door aandacht te besteden aan bv. verjaardagscadeautjes en met zorg verjaardagsfeestjes te organiseren en nieuwe kleren voor ons te maken, uitte mijn moeder haar liefde voor ons. Knuffelen of het uitspreken dat je van elkaar houdt kenden we in ons gezin niet. Als kind kan ik me niet herinneren dat ik het miste. Nu weet ik dat het belangrijk voor me is. Verder werd er in ons gezin sterk in termen van goed en fout gedacht, zowel over zaken als over mensen.

Om in de gunst te komen bij met name mijn moeder leerde ik me al vroeg aanpassen en aan haar regels te voldoen. Ik was een stil, angstig en verlegen kind. Ik speelde het liefst met jongere kinderen, zodat ik de controle over de situatie had. Ik speelde veel alleen en voelde me veilig in mijn eigen fantasiewereldje. Ik had een echte vriendin. Helaas beschaamde ze mijn vertrouwen toen ik er achter kwam dat ze iets van me gepikt had.

God was voor mij een strenge rechter die al mijn fouten zag. Ik was o.a. daardoor heel gericht op alles goed willen doen. De angst voor veroordeling zat er al vroeg in. Ook veroordeelde ik mezelf als kind al. Dit uitte zich een keer - ik denk dat ik een jaar of 10 of 11 was - door in de spiegel te kijken en zo'n afschuw van mezelf te hebben, dat ik mijn gezicht aan de zijkant openkrabde. Niemand vroeg ernaar terwijl de krabplekken zo zichtbaar waren. Ik weet niet of dit voorval verband hield met het feit dat ik op m'n 11e jaar aangerand ben door een oudere jongen. Het gebeurde tijdens een spel en ik weet dat dit feit iets vanbinnen kapotgemaakt heeft. Mijn fantasiewereld was niet meer veilig en blijkbaar kon iemand zomaar over mijn grenzen heen gaan.

De eerste periode op de middelbare school werkte ik hard. Mijn goede schoolprestaties zorgden voor waardering thuis. Ik was onzeker over mijn uiterlijk. Ik was in die tijd langer dan gemiddeld, wat ik heel naar vond. Ik maakte voorzichtig contact met andere meisjes. Zo ontstond later een hecht vriendinnenclubje waarin ik me geliefd en geaccepteerd voelde en dat me een gevoel van veiligheid gaf. Met name de jongens hield ik op afstand.

Toen ik op mijn 15e verkering kreeg, gaf me dit meer zelfvertrouwen. Iemand vond mij bijzonder, mooi en ik werd gezien. In plaats van me terug te trekken, ging ik mezelf meer uiten. Ik had overal een mening over, wat goed van pas kwam toen ik in een jongerengroep van de kerk terechtkwam. Mijn onzekerheid verbloemde ik hiermee en zo hield ik mezelf staande.

Thuis stond ik bekend als Sara met "haar scherpe bekkie" en op de jongerengroep kreeg ik daar ook een keer een opmerking over. Dat deed pijn, maar ik liet dat niet merken.

Op m'n 18e jaar ben ik de deur uitgegaan en ben ik in de gezondheidszorg gaan werken. Ik was bang om fouten te maken. Ik had het idee dat fouten maken de dood tot gevolg kon hebben. Ik deelde deze gevoelens en gedachten echter niet.

Omdat alcoholgebruik onder vrienden normaal was en ik ook meedeed, merkte ik al gauw dat mijn onzekere gevoelens minder werden als ik een paar wijntjes op had. Dat kwam goed van pas in contact met anderen. Mijn verkering was inmiddels uit en ik ging regelmatig uit met vriendinnen. Zo nu en dan had ik een vriendje voor een nachtje. Mijn gevoelens deelde ik met 2 goede vriendinnen. Zij waren heel belangrijk voor mij. Maar ook in deze contacten was ik onzeker, wat ik niet direct liet merken. Ik was zo bang om hen kwijt te raken, dat ik mijn best deed aan hun verwachtingen te voldoen. Ik vond dat ik er altijd voor hen moest zijn ook als het mij niet uitkwam. Ik zette dan mijn eigen plannen opzij. Ik stelde geen grenzen en zorgde dus slecht voor mezelf. Rond mijn 25e ben ik naar het midden van het land verhuisd i.v.m. een nieuwe opleiding die ik ging volgen. Tijdens de opleiding stak mijn onzekerheid de kop weer op en ik heb hulp gezocht. Ik heb 2½ jaar psychotherapie gehad. Daardoor kreeg ik meer zicht op het functioneren van ons gezin en op gevoelens die ik steeds weer wegdrukte. Ik rouwde over het gemis aan intimiteit in ons gezin. Ik wilde alsnog gezien en gekend worden door mijn ouders en deed verwoedde pogingen om dit voor elkaar te krijgen. Ik ging regelmatig met hen het gesprek aan over wat ik gemist had in mijn jeugd. Mijn ouders voelden zich aangevallen en het liep vaak uit op ruzie. Dit leidde tot een tijdelijke breuk met mijn ouders.

In die tijd ging ik regelmatig uit en dronk dan teveel, waar ik vervolgens weer spijt van had. In ons studentenhuis dronken we dagelijks alcohol. Zo ontwikkelde ik de gewoonte om aan het eind van de dag 2 à 3 glazen te drinken, en als het gezellig was meer. Zo zette ik mijn pijnlijke gevoelens 'op sterk water'. Mezelf en anderen analyseren was een tweede natuur van me geworden. Zo probeerde ik controle over mijn gevoelens te houden, door alles weg te redeneren. Met het analyseren van anderen dacht ik voorbereid te zijn op eventuele reacties van hen. Ik zocht bevestiging en goedkeuring bij vrienden, kreeg die ook, en hield mezelf zo op de been.

Na 2 mislukte relaties leerde ik de vader van mijn zoon kennen. We gingen samenwonen en al snel was ik zwanger. Deze relatie gaf veel spanningen en toen ik 5 maanden zwanger was, ben ik bij hem weggegaan. In 1996 is mijn zoon geboren. Dat is het moment geweest dat ik zeker wist dat God bestaat. Ik zag het wonder; dat mooie kindje dat God had gemaakt. Het is de aanleiding geweest om serieus op zoek te gaan naar God. In 1997 ben ik tot bekering gekomen en ik heb me in januari 1998 laten dopen.

De vader van mijn zoon kwam ook tot bekering en we zijn in 2000 getrouwd. Dit huwelijk gaf heel veel spanningen. Vijf jaar lang probeerde ik krampachtig alles op de rails te houden. Als mijn man zijn verantwoordelijkheid niet nam, dan nam ik het over. Ik probeerde wel grenzen te stellen, maar verbond daar geen consequenties aan. Zo liepen o.a. de geldschulden op. Mijn man probeerde mij onder controle te houden door te intimideren, agressief te worden en regelmatig te liegen. Dit was heel onveilig voor mij, en het versterkte mijn controledrang. Hoewel ik God wel betrok in onze problemen, vertrouwde ik toch het meest op mijn eigen inzichten.

In 2006 zijn we gescheiden. Er kwam relatief wat meer rust in mijn leven en ik vond meer houvast in mijn geloof. Jesaja 43:1-3 werd een tekst die ik vaak las.

Maar schuld- en schaamtegevoelens over mijn verleden en mijn scheiding bleven mij kwellen. In de jaren na mijn bekering was ik me steeds weer bewust van het leven dat ik geleid had zonder God. Ik wist dat Hij mij vergeven had, maar ik bleef mijn losbandige leven voor ogen zien. Wat mijn scheiding betreft bleef ik bezig met de vraag wie er schuldig was aan de scheiding. Ik kon niet om mijn eigen fouten heen, maar wees ook vooral in de richting van mijn ex-man.

In september 2007 heb ik besloten aan het herstelprogramma Celebrate Recovery deel te nemen. Ik was moegestreden. Ik wilde van mijn schuld- en schaamtegevoelens af en had nog veel verdriet over de scheiding. Ik verlangde naar rust in mijn hoofd en in mijn hart. Stap 1 bracht een schok bij me teweeg; ik moest erkennen dat "ik niet bij machte was mijn pijn, problemen en psychische wonden onder controle te krijgen"!! Mijn controledrang bleek hoogmoed te zijn. Ik had al die tijd verwacht het ZELF wel op te lossen i.p.v. God echt te betrekken in mijn problemen. Ik moest mijn hoogmoed belijden en dus een stap in vertrouwen zetten. Dat ging niet vanzelf, maar ik verlangde naar herstel.

Ik heb er geen spijt van gehad dat ik dat jaar iedere week het wilsbesluit maakte om naar de samenkomsten van CR te gaan. Door de lessen en persoonlijke verhalen kreeg ik weer HOOP dat het ook met mij t.z.t. beter zou gaan. Wat vooral voor mij belangrijk is geweest is dat ik Jezus beter leerde kennen. Zijn waarheid is dat ik volkomen aanvaard, vergeven, geliefd ben en er bij Hem geen veroordeling is. Mijn waarheid was dat ik liefde moet verdienen, dat ik gestraft word als ik fouten maak en eigenlijk het niet waard ben om geliefd te zijn. Ik leerde Zijn waarheid tegenover mijn leugen te stellen.

Gelukkig hoefde ik dat niet alleen te ontdekken. In de groep probeerde ik eerlijk te zijn. Omdat ik niet veroordeeld/ afgewezen werd, merkte ik dat het ruimte gaf vanbinnen. Het luchtte op om met juist die dingen te komen waar ik me al zo lang schuldig over voelde en me voor schaamde. Omdat ik het met mensen durfde te delen, ontdekte ik ook dat ik juist met mijn ballast bij God mag komen. Ik ontdekte dat Hij er altijd is, niets gek voor Hem is en dat Hij juist graag wil dat ik met alles bij Hem kom.

Naast deze ontdekking en het feit dat er een fijne coach voor mij was, gaf het me de moed om serieus met mijn zelfonderzoek aan de gang te gaan.

Wat ik allereerst onder ogen moest zien, was dat ik inmiddels een alcoholverslaving had. Ik dronk iedere avond gemiddeld een fles wijn en zelfs meer als ik me erg rot voelde. Hoewel ik me steeds voornam minder te drinken, lukte me dat niet. Tijdens het programma van CR ervoer ik dat mijn gevoelens er mochten zijn en ze dus niet weg hoefde te stoppen. In het bijzijn van een vriendin heb ik toen besloten nooit meer te drinken. Ik weet namelijk dat "met mate" bij mij niet werkt. Een innerlijke motivatie om geen alcohol meer te gebruiken was dat ik graag als groepsleider in het programma van CR wilde meedraaien. Het had mij zoveel opgeleverd en voelde de behoefte er ook voor anderen te zijn. Het was als het ware een stok achter de deur.

Het feit dat ik iedere week weer een ontmoeting had met mensen van CR en dat ik eerlijk wilde zijn naar o.a. mijn vriendin, heeft me door de beginperiode van stoppen geholpen. Wel moest ik de consequenties van jaren teveel drinken dragen; ik viel kilo's af. De "kunstmatige ontspanning" viel weg en ik merkte hoe gespannen ik eigenlijk was. Een jaar later werd een burn-out vastgesteld. Ik bleek de afgelopen jaren roofbouw gepleegd te hebben op mijn lichaam. Omdat ik deze gevolgen onder ogen moest zien, had ik helder voor ogen dat ik niet meer terug wilde naar een leven waarin ik afhankelijk van alcohol was geworden. Het is inmiddels 2 jaar geleden dat ik mijn laatste druppels alcohol dronk.

Tijdens het zelfonderzoek ontdekte ik ook hoe ik mijn eigenwaarde ontleende aan de goedkeuring van mensen. Mijn perfectionisme bleek voort te komen uit de angst voor straf en afwijzing. Eigenlijk was ik bang voor mensen. Hoewel ik in de loop der jaren de verwachtingen naar mijn ouders had bijgesteld, bleek hen te vergeven de sleutel naar mildheid in mijn hart. Omdat ik mezelf meer aanvaard voelde door mensen en door God, ondanks mijn tekortkomingen, kon ik ook naar hen kijken als ouders waar God van houdt. Ook heb ik hen om vergeving gevraagd voor de pijn die ik hen heb aangedaan. Ik kan nu oprecht zeggen dat ik van ze houd en ontspannen ben in het contact met hen.

Het proces van mijn ex-man vergeven kwam tijdens CR ook op gang, hoewel ik bleef worstelen met boosheid en schuldvragen. Ik was heel bang die boosheid los te laten, omdat ik dacht dat mijn "hart in stukjes uit elkaar zou vallen", met andere woorden, dat mijn emoties te heftig zouden zijn en ik mezelf kwijt zou raken. Ik wilde de controle houden, maar moest mijn onvergevingsgezindheid en mijn machteloosheid onder ogen zien. Uiteindelijk heb ik God mijn boosheid gegeven. Diep vanbinnen bleek ik mezelf te veroordelen.

Er is toen voor mij gebeden en ik heb bevrijding mogen ervaren van de wortels van zelfveroordeling. Het gevolg daarvan was dat ik vergeving kon ontvangen, mezelf kon vergeven en in staat was vergeving uit te spreken (in een brief..) naar mijn ex-man. En dat gaf ruimte in mijn hart.

In januari dit jaar heb ik besloten te stoppen met roken. Na 35 jaar roken is dat een hele stap. De eerste 2 maanden gingen goed, maar ik ben de fout ingegaan door er toch 1 op te steken. Daarna ging het mis. Ik was teleurgesteld in mezelf en de zelfveroordeling lag en ligt op de loer. Ik weet dat God niet meer of minder van me houdt als het om wel of niet roken gaat. Dat houd ik me nu steeds voor ogen, maar ook dat God mij het beste gunt: gezond worden.

Net als bij de alcohol zal ik een stap moeten zetten en besluiten om nooit meer te roken. Eerlijk gezegd heb ik deze stap nog niet gezet, maar weet dat het er wel van zal komen en dat het zal lukken, samen met God en iemand die me scherp houdt.

De grote verandering in contact met Hem is dat ik me nu zoveel vrijer voel om bij Hem te komen. Ik verlang ernaar Hem meer en meer te leren kennen. God laat steeds weer zien dat ik de controle los mag laten omdat Hij voor mij zorgt. Op dit moment ben ik bezig weer werk te zoeken nu ik herstellende ben van mijn burn-out. Ik vind dat best spannend en merk dat ik de neiging heb om op zaken vooruit te lopen. Door in mijn stille tijd mijn zorgen bij God te brengen en te geloven dat Hij mijn leven in de hand heeft, ervaar ik meer Zijn rust. Hij helpt mij per dag te leven en per dag stappen te zetten i.p.v. te ver vooruit te kijken.

Terugkijkend op de periode vóór CR en nu ben ik dankbaar dat ik deel heb genomen aan het programma. Die wekelijkse bijeenkomsten zijn een keerpunt in mijn leven geweest. Samen met Hem EN mensen mag ik groeien naar meer heelheid. Ik hoef me niet anders voor te doen dan ik ben, ik hoef het niet alleen te doen en ik kan het niet alleen.... En dat wil ik je meegeven. Je hoeft niet alleen je zelfonderzoek in te gaan. Jezus is bij je en hij geeft je mensen die met je op willen lopen.

"Maar wie hoopt op de Heer krijgt nieuwe kracht: hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar, hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput." (Jes.40:31)

Als ik de HOOP niet opgeef, laat God zien dat Hij zijn beloften nakomt.

GODS ZEGEN

Ina

Herstellende van een uitgeput leven leiden

Ik ben Herman en wil graag met jullie delen waarom ik met Celebrate Recovery begonnen ben en wat ik er tot nu toe aan gehad heb.

Op het moment dat ik overwoog deel te nemen aan Celebrate Recovery was ik behoorlijk vastgelopen in mijn leven.

Mijn vluchttactieken werkten niet meer en ik kreeg last van paniekaanvallen. Tot dan toe was mijn vluchttactiek steeds geweest problemen te ontlopen door nog harder te gaan werken. Het gevolg daarvan was dat ik nu totaal was uitgeput.

Ik was al bezig met therapie, maar dacht dat CR een extra stimulans zou zijn voor mijn genezing. Ik was immers een kind van God, dus door CR te doen kon ik ook samen met God het proces van genezing in gaan.

Op het moment dat ik aan CR begon, vond ik het erg lastig dat het een groepsgebeuren was. Ik ben niet zo'n groepsmens. Maar juist door de groep ben ik veel gaan leren. We spiegelden ons aan elkaar en dat was waardevol. Ook het gevoel dat ik niet alleen ben in dit proces heeft veel in mij losgemaakt. Ik was gewend alleen te vechten en dat was niet meer nodig. Er waren anderen die wilden helpen, ook al hadden die anderen zo hun eigen worstelingen. Vaak had ik het gevoel dat ik de enige was die worstelde, maar door de groep merkte ik dat het niet zo was. Iedereen heeft zijn eigen worsteling.

God heeft mij laten zien dat ik het niet alleen hoef te doen. Hij is er voor mij en Hij gaf ook anderen om mij te helpen.

Ben ik hersteld? Ik ben nog steeds op weg naar herstel. Het is een proces en dat stopt niet, maar ik mag het in mijn eigen tempo doen, met vallen en opstaan. Ik mag weten dat mijn Hemelse Vader er altijd is en dat Hij met mij meegaat, en dat er anderen zijn die mij op de weg vergezellen. Ik mag ook de ander in zijn eigen proces bijstaan.

Zou ik weer voor CR kiezen? Honderd procent zeker weten! Juist door het groepsgebeuren ben ik gaan zien wie ik ben: een geliefd kind van God.

Deelnemer CR

Hersteld van zwaarmoedigheid en twijfels aan eigen persoon

Ik heb aan Celebrate Recovery meegedaan, omdat ik met mezelf in de knoop zat. Ik vond het leven zwaar en zag eigenlijk geen perspectief voor de toekomst. Ik had een burn-out gehad, was bij een psycholoog en andere hulpverlening geweest, maar nog steeds twijfelde ik veel aan mezelf. Ik twijfelde aan mijn rol als vader (ik had net een dochter gekregen) en of ik wel het juiste werk deed en zo nee, wat ik dan toch in godsnaam zou moeten doen. Zo kon het niet langer.

In heb een broer die samen met zijn vrouw het CR-programma elders heeft doorlopen. Zij vertelden dat ze er erg veel aan hadden gehad om hun relatie en persoonlijke problemen op te lossen. En, wat ik nog veel belangrijker vond, ik zag en voelde ook bij hen dat zij nieuwe energie hadden gekregen en het leven weer volop aan het leven waren. Dat wilde ik ook!

Zo besloot ik mij aan te melden voor het programma in een gemeente bij mij in de buurt.

Het waren boeiende, leerzame en vooral warme bijeenkomsten. Warm in de zin van menselijk. Het raakte me iedere keer weer dat zoveel mensen in het CR-programma vrijwillig zoveel tijd en energie staken in het helpen van anderen, waaronder ik. Dat raakte me des te meer, omdat ik ook als coach en trainer werkzaam was geweest in het bedrijfsleven, maar dan tegen een financiële vergoeding. Zij deden het dus 'om niet' zoals dat in het Nederlands zo mooi genoemd wordt.

Vanaf toen ben ik gaan leren anders tegen mezelf en tegen zaken aan te kijken. Ik ben ook veel gaan lezen in de Bijbel en aanverwante boeken. De bijeenkomsten in de mannengroep heb ik als bijzonder waardevol ervaren. Met gelijken praten over zaken in je leven die er echt toe doen. Dat met elkaar delen, er met elkaar van leren, dat is prachtig. Ik kwam iedere keer met meer energie terug van de bijeenkomsten dan ik er naartoe gegaan was. Dat zorgde ervoor dat ik alle bijeenkomsten probeerde te volgen.

Achteraf kan ik zeggen dat het volgen van CR een belangrijk keerpunt in mijn leven is geweest. Een keerpunt waarop ik God, Jezus en de wijsheid uit de Bijbel een plek in mijn hart en in mijn leven heb gegeven. Ik ben Zijn liefde en genade voor mij gaan ervaren en dat is voor mij van blijvende waarde.. Tijdens en na deze periode heb ik geleidelijk weer nieuw perspectief gekregen. Dat ging niet altijd zo snel als ik het wenste, maar het gebeurde wel. Het is nu 3 jaren na de eerste CR-bijeenkomst. Ik heb al die jaren langzaam gewerkt aan mijn herstel en aan het volgen van mijn hart. Daarbij heb ik nog andere begeleiding gekregen en cursussen gevolgd om mijn zelfinzicht en zelfacceptatie te vergroten. Nu kan ik oprecht zeggen dat ik van het leven kan genieten, dat ik houd van mijn vrouw, van mijn kinderen, mijn familie, mijn vrienden, mijn werk en mijn hobby's. En om dat zo te kunnen voelen is voor mij een grote rijkdom.

Ik kan dan ook niet anders (en ik zou het ook niet willen) dan CR aan te raden als je het idee hebt dat je met jezelf aan de slag moet, omdat je merkt dat je niet het leven leidt dat je zou willen leiden.

Geniet ervan!

Deelnemer CR

Hersteld van boosheid en herstellende van een laag zelfbeeld

Hallo, ik ben Pieter, ik ben een christen. Ik ben hersteld van boze buien en machteloze boosheid en ik ben herstellende van mijn lage zelfbeeld.

Ik ben getrouwd met Anna. We hebben 6 kinderen, de oudste is 45 jaar en de jongste 22. We hebben 5 kleinkinderen, de oudste is 18 jaar en de jongste 3 maanden.

Ik kom uit een gezin van 6 kinderen, waarvan ik de vierde zoon ben. Ik herinner mij niet zoveel positieve dingen uit mijn jeugd. Misschien waren er wel positieve dingen, maar zijn die verdrongen door de negatieve dingen. Tussen mijn 12e en 15e jaar (ongeveer) ben ik door 2 personen misbruikt.

Ik ben op mijn 19e getrouwd. Wat er in mijn jeugd is gebeurd heeft grote invloed gehad op de rest van mijn leven, en heeft dat nog steeds. Ik heb veel jaren met boosheid en machteloosheid gekend.

In 1995 kreeg mijn vrouw een zwaar hartinfarct en raakte zij 1/3 van haar hartfunctie kwijt. Wij waren al enige tijd op zoek naar een gemeente die bij ons paste en kwamen uiteindelijk terecht in een evangelische gemeente.

Toen wij lid wilden worden kregen we de gebruikelijke fundamentenstudie van een oudste. Tijdens een van die bijeenkomsten heb ik op een gegeven moment verteld van mijn boosheid en machteloze woede.

Soms kon het gebeuren, dat als ik in de tuin was en er iets onbenulligs gebeurde, er zomaar een grote aardbeienpot vol grond of een plastic stoel door de lucht vloog. Dat ik niets gebroken heb (behalve de aardbeienpot en de stoel) verbaast mij nog steeds. Deze dingen gebeurden gelukkig wel steeds als ik alleen was. Ook was ik in die tijd snel boos.

Na enkele weken hield de oudste een preek over boosheid en vertelde hij hoe een baby in de wieg al heel boos kan zijn. Ook vertelde hij dat iemand weleens zo boos kan zijn dat je iets door de lucht ziet vliegen, waarna het stuk slaat tegen de muur.

Deze preek was mij op het lijf geschreven en ik heb dan ook een bandje gekocht van deze preek. Meermaals als ik van huis reed naar mijn werk en 's avonds terug, draaide ik die preek. 2 keer 45 minuten. Hierdoor kon ik mijn boosheid en woede de baas.

Enige tijd later vertelde ik de oudste dat ik, door middel van het luisteren naar de preek in de auto, mijn boosheid en machteloosheid de baas was, en dat ik de preek inmiddels wel zeker 100 keer gehoord had! Hierna vroeg de oudste waar die woede vandaan kwam. Op dat moment hoorde ook mijn vrouw, voor het eerst na 27 jaar huwelijk, wat er met mij gebeurd was in mijn jeugd en hebben we gebeden voor vergeving voor hen die mij dit aangedaan hebben. Ook ikzelf heb hen vergeven. Hierna heb ik de preek nooit meer hoeven beluisteren!

Daarna zijn wij, en in het bijzonder ikzelf, steeds dichter naar God toegegroeid. Zelfs mijn karakter is voor een groot deel veranderd.

In 2002 is mijn vrouw overleden aan de gevolgen van haar hartinfarct. Ik heb God daar nooit een verwijt over gemaakt, maar begrijpen doe ik het niet.

Met de gedachte "dit is het einde van mijn leven" en de vaste overtuiging dat er nooit een vrouw meer in mijn leven zou zijn na 35 jaar huwelijk, leefde ik verder. Maar God doet wonderen.

Kort daarna ben ik door omstandigheden in een andere evangelische gemeente terechtgekomen. In 2005 leerde ik Anna kennen en een goed jaar later zijn we getrouwd. God heeft mij weer een vreugdevol leven gegeven. Eerst had ik het niet erg gevonden als God mij weggenomen had van deze aarde, maar nu bid ik dat God ons nog vele jaren geeft.

Een paar jaar geleden kwamen wij in aanraking met Celebrate Recovery doordat er op een zaterdag uitleg was over het programma in onze gemeente. Toen we naar huis gingen en we de oprit opreden, zei ik tegen Anna: "Als dit programma bij ons in de gemeente komt wil ik daar graag aan meewerken." Want het programma werkt op een manier zoals ik ook van mijn probleem ben afgekomen. Anna dacht er precies hetzelfde over.

Twee jaar geleden zijn we gestart met "Op weg naar herstel". Dat is een verkorte, inleidende versie van CR. We draaiden twee keer een pilot. In dat jaar werd er besloten om verder te gaan met het echte programma Celebrate Recovery en werd ons verlangen om mensen te helpen, bevestigd. Wij mochten Celebrate Recovery opstarten en leiden.

Door dit jaar van Celebrate Recovery mee te maken, mocht ik ontdekken dat mijn probleem, waarover ik hiervoor heb verteld, wel opgelost is en dat mijn boosheid en dergelijke wel weg zijn en mijn karakter wel veranderd is, maar dat ik al 50 jaar met een heel groot probleem zit als gevolg van mijn eerste probleem. Dat probleem is mijn lage zelfbeeld, twijfels over mijn eigenwaarde.

Als gevolg hiervan zag ik er nogal tegenop om een groep te leiden. Kan ik het wel? Doe ik het wel goed?

Heel lang heb ik met deze onzekerheden geworsteld, maar door het programma en door de gesprekken in de groep ben ik er sterker uitgekomen. Ook als iemand na een avond zei: "Pieter, het was een goede avond", liet God mij zien dat ik er mag zijn.

Een weekend van onze gemeente met het thema "Je mag er zijn" en het Pinksterweekend (van St. Opwekking) met hetzelfde thema, hebben mij laten zien dat ook ík een parel in Gods hand ben.

Tot slot: ik ben er nog niet, maar ik ben op de goede weg. Ook dit jaar ben ik nog deelnemer bij Celebrate Recovery, omdat ik weet dat God ons de overwinning geeft.

Ik wil ook alle deelnemers uit onze groep bedanken voor het meeleven met elkaar. En ik ben ervan overtuigd dat we met Gods hulp en met elkaar komen waar God ons wil hebben. AMEN

Hersteld van minderwaardigheidsgevoelens en onzekerheid

Ik ben een christen die herstellende is van minderwaardigheidsgevoelens, onzekerheid en vooral van niet weten wie ik was. Voordat ik deelnam aan CR was ik aan het overleven, in plaats van dat ik leefde. Het moeilijke daarvan was dat ik wel functioneerde in het dagelijks leven en het op die manier ook nog heel lang volhield, maar zelf niet door had wat er met mij aan de hand was. Ik deed een opleiding, had vrienden, geloofde in God, ging naar de gemeente. Ja, ik voelde me weleens ongelukkig en onzeker. Mijn leven had weinig diepgang. Soms kwam de vraag naar boven: waar is het leven in overvloed zoals de Here Jezus beloofde?

Ik leefde erg aan de oppervlakte. Emoties voelde ik niet veel. Ook vond ik het heel eng om nieuwe dingen te beginnen, bijvoorbeeld een nieuwe baan en autorijden. Het liefst ging ik onbekende situaties en personen uit de weg. Dingen of personen die me konden confronteren met mijn onzekerheid en met wie ik (niet) was. Zo leefde ik tot ongeveer 3 jaar geleden.

Toen ik 15 jaar was, bracht God me in een gemeente waar ik een keuze voor Hem maakte. Een aantal jaar later liet ik me dopen en wilde ik Hem volgen. Maar toch was het persoonlijke contact met Hem er vaak niet. Ik verlangde er wel naar om met Hem te wandelen zoals Mozes ook deed, maar het was er niet. Weer kwam die vraag: waar is het rijke leven met Jezus? Tegelijkertijd durfde ik er niet teveel naar te zoeken, omdat ik dan naar mijzelf moest gaan kijken en dat was confronterend.

Naar andere mensen toe hield ik mij vooral gesloten. Ik liet weinig van mijn emoties zien, zei niet veel over mezelf, ook niet mijn mening over dingen, omdat ik vaak niet wist wat ik ergens van vond. Ik was ook hard naar mezelf en naar anderen toe. Het kon altijd beter, het was nooit goed genoeg. Door zoveel mogelijk en zo goed mogelijk te werken, probeerde ik mezelf te bewijzen.

Uiteindelijk liep ik ontzettend vast in deze manier van overleven. Mensen in mijn omgeving gingen mijn gedrag benoemen, ze gingen vragen naar wat er in me omging. Ik vond dat achteraf gezien heel bedreigend en sloot mezelf nog meer op. Op een gegeven moment liepen bepaalde contacten niet meer, vriendschappen werden verbroken. Dat was het punt waarop ik niet meer verder kon. Ik was overspannen, ontzettend moe en emotioneel op. Dat moment gebruikte God om me naar Hem toe te trekken. Hij liet me zien dat ik me aan Hem over mocht geven en dat deed ik. Ik bad: 'Here God, nu mag U het doen, alstublieft, want ik kan het niet.'

Dat gebed heeft God gehoord en verhoord. Hij is het gaan doen. Niet dat ik dat meteen merkte. Ik voelde me nog even ellendig en vroeg me af of Hij me nog wel wilde na al mijn zonden en fouten.

Me overgeven aan God en Hem te vragen het te gaan doen in mijn leven was een grote stap. Het was erkennen dat ik hulp van Hem en van mensen om me heen nodig had. Die hulp kreeg ik. De belangrijkste momenten waren de momenten waarop ik alleen met God was en Zijn Woord las. Hoewel ik die momenten soms eng vond, want wat zou Hij gaan zeggen, sprak Hij door de Bijbel en gebed. Naarmate de maanden voorbij gingen kon ik steeds beter horen wat God tegen me wilde zeggen en dat Hij mij wilde herstellen en bevrijden.

Daarnaast heeft therapie me geholpen om het verleden te verwerken en uit het dal te komen waar ik in zat. God hield me een spiegel voor en liet me zien dat ik al in mijn kindertijd mijn manier van overleven had ontwikkeld. Toen was die manier van overleven bruikbaar in de situatie waarin ik me bevond, nu stond het me in de weg. Daar gingen we aan werken. Nadat ik een tijdje in therapie had gezeten, wist ik in ieder geval hoe het niet moest. Maar ik wilde weten hoe het leven dan wél kan zijn. Mijn verlangen naar het leven in al zijn volheid, zoals de Here Jezus dat beschrijft in Johannes 15, groeide. En de Here God leidde me verder.

In die tijd werd er verteld over Celebrate Recovery in de gemeente. Ik heb ervoor gebeden en toen het voor een tweede keer op m'n pad kwam en ik er weer voor bad, had ik het idee dat God me daar wilde hebben.

Mijn geloof in en het contact met God was op dat moment nog steeds niet zoals ik het verlangde, maar er was weer een basis in geloof en ik durfde weer naar God toe te gaan. Ik hoopte dat tijdens CR mijn leven met God sterker en dieper zou worden.

In de eerste stap van CR werd er gevraagd te erkennen dat je het zelf niet kan en je leven onbestuurbaar is geworden. Dat vond ik niet zo moeilijk, na de ervaringen die ik had gehad.

De tweede stap vond ik moeilijker: erkennen dat ik belangrijk ben voor God. Ik, die het zo verprutst had, nog steeds belangrijk voor Hem?! Ik, die niet eens wist wie ik was? Maar door de les heen leerde ik dat het niet gaat om wat ik doe of heb gedaan, maar dat Hij de kracht en genade heeft om mij te herstellen. Langzaam kon ik dat geloven en de stap zetten om te geloven dat ik belangrijk ben voor Hem.

De genade stond centraal door heel CR heen. Vooral de avond dat we daar les over kregen vond ik bijzonder. Ik kende het woord genade al heel lang, maar door CR heen heeft dat woord echt betekenis gekregen in mijn leven. We leerden dat genade oneindig is, een keuze van God naar mensen toe. Dat gaf me weer hoop voor verder herstel!

CR was dus na therapie een volgend middel dat God gebruikte om mij genezing te geven en me verder te laten groeien. Hij wil mij maken zoals Hij mij bedoeld heeft.

Het was goed om tijdens CR elke avond dat we bij elkaar kwamen, te praten over hoe het ging en wat God aan het doen was in onze levens. Het was voor mij een les om te delen wat er in me omging. Onder andere hier mocht ik leren dat het veilig was om meer van mezelf te delen en dat mensen wilden luisteren en er iets aan hadden. Ook was het bemoedigend om de verhalen van andere deelnemers te horen.

De stap om God de ruimte te geven om mij te bevrijden van verkeerde denk- en gedragspatronen vond ik een hele bijzondere. Hij bevrijdt mij steeds meer van de verkeerde patronen van me terugtrekken en overleven en geeft daarvoor Zijn manier van denken, Zijn Waarheid en Zijn wil in de plaats.

De Here God heeft veel hersteld in mijn leven. Laatst gaf een groep mensen me nog feedback. Ze gaven de feedback dat ze mij als een open, betrouwbaar, enthousiast en eerlijk persoon zagen en vonden dat ik goed in de groep lag. Een aantal jaren geleden zouden ze dat niet gezegd hebben, maar nu wel. Ik ben inderdaad opener geworden, meer van mezelf gaan delen en ik kan van mezelf houden, omdat de basis van mijn leven nu in God is. Ook kan ik luisteren naar anderen, leer om hen te nemen zoals ze zijn en hen lief te hebben.

Ik ben nu meestal gelukkig, mag zijn wie ik ben en hoef niet meer iemand anders te zijn. God is mijn Vader, en hoe Hij Vader wil zijn, mag ik iedere dag weer ontdekken. God heeft gaven en talenten gegeven en ik mag steeds meer ontdekken hoe Hij die wil gebruiken. Anderen vertellen mij dat ik straal, mooi ben, dat ze wat hebben aan wat ik tegen hen gezegd heb.

Ik durf nu ook veel meer: nieuwe dingen ondernemen, alleen op pad gaan, autorijden en fouten maken.

Tijdens mijn hele leven zal God verder herstel en groei geven; ik ben er nog niet. Wel kan ik nu zeggen dat mijn leven met God echt veranderd is. Mijn leven is nu in Zijn hand, ik versta steeds beter Zijn stem en mag Hem beter leren kennen. Hij vindt mij belangrijk, heeft mij gemaakt om met Hem te leven en heeft een doel voor mijn leven in Zijn Koninkrijk, tot eer van Hem.

CR is een goede stap in verder herstel geweest. Het heeft mij geleerd om de bijbelse principes voor herstel voor mezelf toe te passen. Overgave, belijden, vragen om herstel, samenwerken, het nieuwe ontvangen en doorgeven. Gelukkig hoefde ik het niet alleen te doen, maar zag ik tijdens CR dat er veel meer mensen zijn die God en Zijn herstel voor hun leven nodig hebben. Soms was het hard werken en doorzetten om iedere maandagavond er naartoe te gaan, m'n huiswerk te maken en ermee bezig te blijven. Maar het was het meer dan waard.

Blijf niet langer alleen met je problemen worstelen, hoe moeilijk of hoe eng je het misschien ook vindt om die met anderen te delen. Er is herstel mogelijk en dat mag je samen met God en samen met anderen gaan zoeken. God is groot en vol genade. Hij wil je maken zoals Hij je van oorsprong bedoeld heeft. Daarmee mogen we God groot maken!

"Hij trok mij uit de kuil van het graf,

uit de modder, uit het slijk.

Hij zette mij neer op een rots,

een vaste grond voor mijn voeten."

Psalm 40:3

Hersteld van de gevolgen van pesten

Op het moment dat ik dit schrijf ben ik 27 jaar. De afgelopen 6 jaar ben ik NIET gepest; al die jaren daarvoor dus wel. Op de lagere school werd ik gepest omdat ik een domineeskind was, een bril had, dik was en niet met alles mee kon doen, omdat ik astma had. Ik werd buitengesloten en er werd niets aan gedaan.


De eerste keer dat ik merkte dat ik gepest werd (ik was 7) ben ik naar mijn ouders gegaan en die zijn naar de meester gegaan. Die reageerde nogal laconiek. Hij zei dat het allemaal best meeviel en dat er niets aan de hand was. Ik heb daarna nooit weer gezegd dat ik gepest werd. Ik werd toch niet serieus genomen.

Hoe ouder ik werd, des te gemener de pesters werden. Eerst was het gewoon treiteren met woorden, maar langzamerhand werd er ook fysiek geweld gebruikt. Het ging zelfs zo ver dat ze mijn keel dicht knepen.


Op de MAVO werden continu mijn spullen vernield. Ik had daar de pech dat er ook een leerkracht was die mij treiterde. Ik moest elke les naar voren komen om overhoord te worden. Maar deze lerares zei bij voorbaat al dat het toch wel weer een onvoldoende zou worden, omdat ik niet leerde.

Iets wat helemaal niet waar was. Ik had alleen heel veel last van faalangst en Engels lag me gewoon niet. Soms moest ik gewoon bijna huilen als ik weer voorin de klas stond.


Op het MBO ging het getreiter verder, want ja.... de pesters waren meegegaan naar de vervolgopleiding. Ik moest werkstukken voor ze maken, want anders zouden ze mijn moeder iets aandoen of mij vermoorden.


Er werd gepest met woorden. Niemand zou ooit van mij kunnen houden omdat ik lelijk was, enzovoort. Ik ben erachter gekomen dat woorden soms veel meer pijn doen dan fysiek geweld. Tot het moment dat ik naar de PABO ging, werd ik gepest. En dan zul je misschien denken, waar is God dan in het hele plaatje? Nou.... die was er niet.


Hoewel mijn vader veel vertelde over de Bijbel en ik trouw naar de kerk en club ging, had ik niets met God.

Ik vond het zo gemeen en onrechtvaardig dat hij het allemaal liet gebeuren. De eerste paar keer heb ik nog gevraagd/gesmeekt of God me wilde helpen, maar er gebeurde niets. Ik was echt ontzettend boos op God.


In die tijd ging ik naar de jeugdclub. Ik was degene die het goede voorbeeld moest geven, want mijn vader was de dominee. Op een gegeven moment was het zover dat iedereen me vroeg wanneer ik me zou laten dopen, want tsja, ik was de dochter van de dominee.

Ik was het gezeur zo zat dat ik me maar heb laten dopen. Dat deed ik ook in de hoop dat ik daarna meer aandacht van mijn vader zou krijgen. Dat gebeurde niet en ondertussen ging het leven verder. Ik werd gepest en voelde me een nul. Ik had ouders die het druk hadden met de kerk, een God waar ik niets aan had, een school waar ik niet naar toe durfde, niemand met wie ik kon praten.

Ik was bang voor alles en iedereen die achter me stond, want ze zouden me zomaar kunnen vermoorden. Dat was namelijk waarmee gedreigd werd als ik aan iemand liet merken dat ik gepest werd. Het was zo erg dat ik op een dag besloten heb om er maar een eind aan te maken. Ik was toen 17 of 18 jaar oud.


Elke dag moest ik 15 km naar school fietsen en had ik dus kans genoeg om overreden te worden, dacht ik. Een aantal keren ben ik inderdaad bijna aangereden, maar de bestuurders konden altijd nog net uitwijken. Daarna probeerde ik het met medicijnen, maar ook dat werkte niet.


God had dus zo'n hekel aan me dat ik zelfs niet eens dood mocht gaan! Het enige positieve aan het rot voelen was dat ik super hard voor school ging werken en dus geweldige cijfers had.

Maar op de PABO ging het goed mis. Je kreeg daar sociale omgangskunde. Ik was doodsbang voor iedereen die dicht in mijn buurt kwam, bang dat ze gingen slaan of nog erger.

Als je dat op de PABO hebt, is het erg vervelend. Ze hebben zelfs op het punt gestaan om me van school te verwijderen omdat ik niet met mensen om kon gaan. Maar als er dan weer zo'n functioneringsgesprek was geweest, kon ik mezelf wel verplichten om een tijdje sociaal te doen.

Maar dat gaf zo'n spanning dat ik mezelf begon te snijden. In het laatste jaar hebben ze me naar een psycholoog gestuurd. Voor het eerst moest ik praten met iemand die ik niet kende.


Na de PABO heb ik een nog een jaar een 'kop-opleiding' (speciaal onderwijs) gedaan en stage gelopen in het midden van Nederland. Dat was echt moeilijk voor mij. De mensen daar zijn zo anders dan ik gewend was; opener, ze raken je altijd aan. Na een jaar was mijn stage afgelopen en moest ik terug naar huis, maar dat wilde ik niet. Waarom niet? Er was iets wat me aantrok in de mensen daar, maar ook in de kerk waar ik heen ging. Ik besloot om open sollicitaties te schrijven en maakte met mezelf de afspraak dat als God wilde dat ik hier bleef, Hij ook zou zorgen dat ik in het speciaal onderwijs terecht kwam.


Maar ik wist ook dat banen in het speciaal onderwijs dun gezaaid zijn. Dus de kans op werk was echt klein. Een paar weken voor het einde van het schooljaar belde er iemand of ik alsjeblieft kon komen invallen op een school voor speciaal basisonderwijs. En als het zou klikken, mocht ik blijven. Na een paar weken kreeg ik te horen dat ik mocht blijven.


Vanaf dat moment ben ik na gaan denken over God en over alle 'waaroms' van mij naar Hem toe. Ik heb me 2 jaar terug ook bewust weer opnieuw laten dopen en nu meende ik het met heel mijn hart. Op mijn werk hadden we intussen agressiehantering gekregen. Hoe pak je een kind op een pijnloze manier vast als het door het lint gaat? Maar dat moet je dan op collega's oefenen. Ik dacht altijd dat ik over dat pestgedoe heen was, maar niets was minder waar. Ik heb iemand geslagen toen die me vastpakte, heb gehuild, geschreeuwd dat ze het niet mochten doen.


Toen is het met mij heel snel bergafwaarts gegaan. Ik kon mijn werk niet meer doen want alle pijn, verdriet en angst was weer naar boven gekomen. Kinderen mochten niet meer achter me komen, collega's moesten echt hoorbaar aan komen lopen, want anders schrok ik me wild.

Mijn werk in de kerk was niet meer te doen, ik kon niet naar de kleine groep, ik was bang als ik naar de winkel moest.

Mijn stem werkte niet meer en uiteindelijk ben ik naar de dokter gegaan. De conclusie was dat ik depressief was.


Dat was voor mij echt het sein dat ik iets aan mezelf moest gaan doen. Maar wat?

Uiteindelijk deed iemand me het idee van Celebrate Recovery aan de hand. Dus ik stuurde een mailtje, eigenlijk in de hoop dat ik niet meer mee kon doen omdat de groep vol was of zo. Want ik vond het wel eng om in een groep iets over mezelf te vertellen. Maar er kwam een mailtje dat ik mee mocht doen.


Het begin was vrij simpel, dat kon ik rationeel heel goed behappen. Maar toen kwam al snel het gevoel aan bod: wat denk je en waarom? Wat is de rol van God in je denken, waar ben je boos over? Wat ik heel erg vond, was dat we uiteindelijk maar met zijn tweeën in een groepje overbleven en ik dus dubbel zo hard moest werken. Ik vond Celebrate Recovery echt zwaar. En om te vergeten dat het zo zwaar was, sneed ik mezelf nog steeds.


Totdat we met de kerk op kamp gingen. De gespreksgroep die ik daar had was zo open en eerlijk naar elkaar toe dat ik ook gewoon persoonlijke dingen kon vertellen. Zo kwam de vraag aan de orde waar we het meest mee bezig waren...... Op dat moment had ik heel veel last van het snijden. We hebben ervoor gebeden en de volgende ochtend had ik voor het eerst niet de neiging om mezelf te snijden. Ik was God zo dankbaar! Ik wilde het wel aan iedereen vertellen!


Toen kwam het moment dat we weer naar Celebrate Recovery moesten en wat was ik zenuwachtig.

We hadden elkaar zo lang niet gezien! En het werd steeds moeilijker om te gaan, want de vragen werden steeds persoonlijker.

Ik ben een poos echt elke keer ziek geweest als ik naar CR moest: overgeven, koorts, trillen. Als ik er uiteindelijk toch was, was het om ongeveer 9 uur 's avonds weer over. Je kon echt de klok erop gelijk zetten. Toen ik op een keer zo ziek was dat ik flauwviel, ben ik na gaan denken. Ik kwam erachter dat ik vergat om aan God te vragen of Hij me wilde helpen elke keer als ik naar CR ging. Vanaf dat moment was het over. De spanning was er nog steeds, maar ik werd niet ziek.


Ik heb ontdekt dat God er vroeger ook al was en dat Hij echt voor me gezorgd heeft. Al die keren dat ik bijna gesmoord werd, kwam er wel weer iemand langs waardoor het niet gebeurde. Al die keren dat ik geslagen werd, kwam er iemand langs waardoor het niet erger werd. En al die keren dat ik zelfmoord wilde plegen, konden de mensen in de auto het stuur steeds omgooien of was mijn timing slecht.


De laatste weken begin ik ook te merken dat ik het niet meer heel erg vind als mensen me aanraken.

Maar ook dat ik mensen gemakkelijker durf te vertrouwen, dat ik niet meer bang ben dat ze me iets aan willen doen. Ik ben er nog niet; soms heb ik echt nog de neiging om mezelf te snijden (en heel soms gaat het ook mis). Maar ik kan mezelf beter beheersen en weet dat ik het van God moet verwachten.


Het klinkt nu alsof ik overal alleen achter ben gekomen, maar er zijn zoveel mensen voor nodig geweest voordat ik inzag dat ik gewoon God moest leren vertrouwen, moest gaan bidden, en moest aanvaarden dat Hij echt van me houdt. Al die tijd dat ik niet bad, hebben zij voor mij gebeden. Hoewel ik dat eerst als een zwakte, een falen van mijn kant zag, besef ik nu wel dat ze me gedragen hebben door gebed. Dat je mag vragen of mensen voor je willen bidden als het je zelf niet meer lukt.


Ik heb heel vaak de neiging gehad te stoppen met CR omdat bepaalde onderwerpen oude gevoelens van pijn weer opriepen (die ik het liefst wilde vergeten). En toch..... ik heb ooit een tekst gelezen dat God je geen situaties geeft die te zwaar voor je zijn. Daar heb ik me aan vast proberen te houden en dat gaat ook bij vlagen goed en minder goed.


Celebrate Recovery heeft ervoor gezorgd dat ik stap voor stap ben gaan werken aan mijn problemen.

Ook heb ik daardoor een veel duidelijker zicht gekregen op het feit dat ik het niet zelf moet proberen, maar dagelijks moet vertrouwen op God. Ik ben niet in een keer van alle problemen af, maar ik kan en durf weer te genieten van de kinderen in mijn klas. Ik durf echt te geloven dat ik er mag zijn. Ik vertrouw Hem nu echt en ik weet zeker dat ook het snijden op den duur over zal zijn. Weet je, Celebrate Recovery doe je niet even, zomaar. Het vraagt veel energie, maar wat ik terug heb gekregen is echt alle inspanning waard geweest.


Aan God zijn alle eer.

Hersteld van faalangst, afwijzing en worstelen met alcohol en porno

Een dik jaar geleden zag mijn leven er heel anders uit dan nu. Toen zat mijn hoofd nog vol met lawaai, onrust, rotzooi, drank en verwarring. Jarenlang was er die schaamte die ik verzweeg; het werd een geheim. Er kwam een deur voor mijn hart en satan had de sleutel. Ik was gebonden. Gebonden aan schaamte, onzekerheid, afwijzing. Ik werd geknecht door het kijken naar porno en overmatig drankgebruik. Maar op een zondagmorgen in augustus vroeg ik God om hulp en gaf Hij mij kracht om mijn geheim te vertellen.


Ik ben in 1970 geboren. Mijn ouders lieten mij dopen. De bijbel was voor hen een duidelijk richtsnoer. Mijn jeugd was goed, mijn ouders waren gek op mij. Ik was de eerste van 4 kinderen. Ik trok veel op met mijn vader en zo ontwikkelde zich mijn gevoel voor techniek. Vele zaterdagen hielp ik mijn vader in huis, in de tuin en in de garage. Timmeren, repareren, lassen, olie verversen, aanleggen van gas, water en elektriciteit, klussen. Geen klus die we niet samen aan konden.


Ik was verlegen. Ik werd niet gepest, maar ik weet nog wel momenten te herinneren dat ik werd uitgelachen. Het had geen duidelijke oorzaak, maar langzaam groeide schaamte en verlegenheid. Ik kon goed opschieten met een groep jongens. We maakten samen veel lol, maar met meiden kletsen deed ik niet.


Mijn tijd op de mavo was onbezorgd. Thuis was het ook goed. Een echte prater was ik niet, zeker niet als het over seksualiteit ging. De satan heeft toen al een bolwerk in mijn denken gemaakt. Seksualiteit ging gepaard met schaamte. Dat is intiem, daar praat je niet over. Het was geen gespreksonderwerp aan tafel.


Toen ik 13 of 14 jaar was werd ik voor het eerst geconfronteerd met een seksboekje. Spanning, een instinctgevoel werd er losgemaakt, maar er rinkelde ook een bel. Als christelijk opgevoede jongen wist ik dat dit niet mocht! Verboden! Toen al is er dat onmogelijke in mijn verstand gekomen. Wel de gevoelens als man hebben, maar tegelijkertijd het bord 'Verboden toegang' zien. Ik waagde het niet om erover te praten.


Als 16-jarige ging ik naar de MTS - hoe kon het ook anders.. Techniek was echt mijn van God gekregen talent. Op de MTS zaten 300 jongens en 5 meiden. Vakken als werktuigbouwkunde, gereedschapstechniek, en besturingstechniek waren dagelijkse kost. Over gevoelens, sociale vaardigheden of emoties werd niks geleerd. Toch werd ik mij langzamerhand wel bewust van het vrouwelijke. Het trok mij zeker aan! Zo heeft God ons geschapen. Maar zonder Gods Geest en zijn Woord wordt het een rommel. Liefde, lust, begeerte, het ligt zo dicht bij elkaar. Vanaf die tijd bekeek ik af en toe een Panorama, Aktueel en Playboy. De wereld van de seks was in mijn leven gekomen.


Dat was ik, 18 jaar en nog midden in mijn pubertijd. Lol maken met mijn vrienden, een doener, geen prater, verlegen en me niet bewust van emoties. Ik kon nauwelijks omgaan met meiden en seksualiteit werd opgesloten in een kamer in mijn hart.

En zo ineens kwam er een vrouw in mijn leven. Het was kerst 1988 en plotseling had ik verkering. Wow, ik had een vriendin! Maar was ik mezelf? Kende ik mezelf wel?


Elke week ging ik met mijn ouders mee naar de kerk. Dat is nooit een strijd geweest. Ook de catechisatie en jongensvereniging stond vast op mijn agenda. Voor de vereniging moest je voorstudie maken, wat bijbellezen en de catechismuszondagen uit je hoofd leren. Ik deed examen in de kerkenraadkamer en samen met 25 anderen stond ik een week later voor in de kerk mijn geloof te belijden. Het catechismusboek verdween daarna van de plank om ruimte te maken voor de nieuwste Cd's.


Ik heb nooit getwijfeld aan God. God is almachtig! Ik maakte samenvattingen van de preek, ik bad. Ik wist hoe het geloof in elkaar zat. Jezus was voor mijn zonden gestorven, daar geloofde ik in. Dat wist ik en ik ging ook aan het avondmaal.

Het avondmaal. Ja, als er iets was in mijn leven dat mij bewust maakte van God was dat wel het avondmaal. Sinds mijn belijdenis was er altijd dat zinnetje in het formulier dat keihard aan kwam.

'Wij vermanen daarom allen die in schandelijke zonden leven zich van het avondmaal te onthouden en wij verkondigen hun dat zij geen deel aan het rijk van Christus hebben.'

Wij noemen de volgende zondaars..' en dan stond daar altijd: 'Allen die getrouwd of ongetrouwd hun lichaam niet rein bewaren.'

Dat was ik, ik kon niet aan het avondmaal en toch zat ik er. Huichelaar dat je bent!

Maar een zin verder stond er geschreven: 'God neemt ons in genade aan en keurt ons waardig om aan deze hemelse spijs en drank deel te hebben. Elke keer was dat heftig.


In 1993 trouwden wij. We hebben 2 dochters die intussen 14 en 11 jaar oud zijn. Mijn vrouw is een hele andere persoonlijkheid, het tegenovergestelde van mij. Open, hartelijk, aantrekkelijk, aanwezig. Duidelijk én emotioneel. Mijn vrouw! Ik was trots op haar. Ik zette mij in. Als praktische jongen, rustig, niet van slag te krijgen, stabiel. Ik volgde haar. Ze vormde mij. Ik zette mij in voor haar, voor mijn gezin, voor werk en kerk. Maar wat had zij nodig? Was het goed wat ik deed?


Geestelijk stond ik stil en mijn belangstelling ging uit naar mijn werk, hobby, sport en gezin. Ik leefde met mijzelf op de troon en satan zorgde er wel voor dat de Bijbel dicht bleef. Praten over mijn gevoel, nee, dat was iets onbekends. Ik kon dat niet pakken, dat boek stond niet in mijn boekenkast.


We hebben vaak op de bank gezeten en dan wilde mijn vrouw praten. En veel mannen zullen het herkennen. Blokkade, de deur gaat dicht. Ik voelde van alles, kreeg het zweet onder mijn oksels en op mijn voorhoofd, maar alles wat er uit kwam was 'ja' en 'nee'.

Ik voelde me machteloos. Praktisch en technisch kon ik zoveel, de meiden waren gek op mij, ik was succesvol in mijn werk, maar emotioneel en geestelijk gezien was ik een loser. Diep in mij wilde ik zo graag zo veel vertellen: de eenvoudige dingen, de mooie dingen, hoeveel ik van haar hield. Maar hoe? Alles wat ik goed kon, was niet het juiste voor haar.


Een gesprek over seksualiteit was er dus ook niet, laat staan dat ik iets kon delen over mijn schaamte. Als het gesprek die kant op ging kromden mijn tenen en hield ik mij afwezig. Ik kon er niet over praten. Ik durfde niet. Daarbij kwam dat mijn vrouw een afkeer had van porno; ze walgde ervan. Hoe kon ik dan ooit vertellen dat het mij bezighield?


In 1995 kreeg ik een baan als vertegenwoordiger. Zo opa, zo vader, zo zoon. Een auto van de zaak, telefoon, onkostenvergoeding, het zat er allemaal bij. We kochten onze eerste PC, met internet. En zo kwam de wereld van pornografie in mijn kantoortje thuis. Het was een fantasiewereld. Zo 'verboden toegang' als maar mogelijk is. Het was voor mij als man totaal oncontroleerbaar. Ik wilde het absoluut niet, maar het is net een knop die omgezet wordt. Ik dacht het in mijn dagelijkse leven wel te kunnen verbloemen.


Hoe ik mijn best ook deed, het lukte niet echt. Ik kwam steeds vaster te zitten. Ik zette er goede dingen tegenover. Ik wilde aan God laten zien dat ik ook goede dingen deed. Ik deed mijn best voor mijn gezin, en streefde er iedere maand naar het beter te doen op mijn werk. Ik wilde de beste zijn op de sportclub, werken aan mijn conditie, meer wedstrijden winnen. Ik zette mij praktisch in voor de kerk als hulpkoster, diaken, liturgiecommissielid.. De vriendschappen die ik had, waren oppervlakkig.


Ik wilde meer bijbellezen. Vaak heeft mijn vrouw dat van mij gevraagd. Ik moest de leiding hierin nemen; zij verwachtte dit van mij. En alsof dat nog niet voldoende was, las ik het tijdschrift National Geographic, met alle verhalen over milieuverontreiniging, het uitsterven van dieren, hongersnoden en oorlogen en het opraken van de olievoorraden. Het leven viel me zwaar.


Vijf jaar geleden bracht satan de 'palenka' op mijn pad. Dat is een eigen gestookte sterke drank uit Roemenië. Na 1 à 2 borrels was het leven makkelijker. Het werd een lichte roes die een gevoel gaf alles onder controle te hebben. En al snel had de drank mij in zijn greep, al dacht ik zelf van niet.

En zo leefde ik, gebonden, vast in het leven dat met een rotgang doorging. Wie was ik?


De Bijbel was voor mij een dik boek. Ik wist niet waar ik moest beginnen en na elk begin in een boek begon ik na twee of drie hoofdstukken weer aan een volgend boek. Ik snapte er niks van. Zeker die brieven van Paulus niet, over de oude en nieuwe mens en het 'in Jezus zijn'.


Mijn vrouw voelde dat er iets niet was tussen ons. Mijn hart was van steen. Er zat een zware zwarte dichte deur voor mijn hart. Af en toe glipte er een emotie tussen de kieren door, liepen mijn ogen vol. Bij een romantische film, muziek, of die momenten dat ik een intense liefde voelde voor mijn dochters of vrouw. Ik wilde me wel uitdrukken, maar ik wist niet hoe.


Mijn leven zat vast; ik had een redder nodig.


Vijf jaar geleden begon God mij naar zich toe te trekken. Ik werd gevraagd om mee te helpen als hulpkoster bij de organisatie van een conferentie. Het was een weekend met bijzondere gebeurtenissen. Toen was er ook dat moment dat de voorganger vroeg om naar voren te komen voor gebed. Mensen die een deur voor hun hart voelden werden uitgenodigd. Dat was ik! Maar ik durfde niet.


Drie jaar geleden kreeg ik een Cd van Matthijn Buwalda, 'Storm voor de Stilte' genaamd. Die heb ik grijs gedraaid in de auto. Keihard soms. Wat heb ik vaak meegezongen, meegeschreeuw, meegebeden en ook meegehuild.


Mijn vrouw had ook zo haar leven. Ze hield van me, zei ze. Maar de laatste periode vertelde ze steeds meer voelde dat we als broer en zus in een huis leefden, in plaats van als man en vrouw. En in plaats van dat het me wakker schudde, kroop ik nog meer in mijn schulp.

'Je bent waardeloos, je kunt niet voldoen aan de wensen van je vrouw'. Ik werd afgewezen.


Ik trok mij terug naar binnen, terwijl zij zich juist naar buiten toe openstelde. Ook zij wou zo graag anders, maar hoe? Zoals ik mij meer en meer toesloot, zo zette zij zich meer en meer open. Ook zij deed keihard haar best om meer van mij te krijgen, meer uit mij te krijgen. Totdat er die ene man op haar pad kwam en het kwaad geschiedde. De vlam was aangestoken. De echte liefde voor mij was al lang weg.


Toen was er die nacht in augustus vorig jaar. Ik raakte ook de laatste zekerheid kwijt. Die ene zekerheid in mijn leven die ik nog dacht te hebben, de liefde van mijn vrouw. Ze had een andere man lief gekregen. Mijn wereld stortte in. 's Nachts, na een zeer verwarrende dag, hebben we samen voor het laatst gebeden: 'Heer, helpt U ons, leg uw hand op onze schouders'.

Toen ineens was het daar. De kamer van mijn geheim werd opengedaan. Opeens besefte ik wat ik haar moest vertellen. 'Lia, ik ben niet eerlijk geweest naar jou toe. Ik ben verslaafd aan porno en seks via internet.' Het floepte er zo ineens uit.

Zij schrok hevig en was erg boos. En ze ging weg om niet meer terug te komen. Ik heb tot op heden nauwelijks met haar kunnen praten. Na een lange tijd van onderhandelingen zijn wij sinds kort officieel gescheiden en woont zij nu samen met een andere man. En toch hou ik van haar.


Er gebeurde nog iets anders die nacht, iets groters in de geestelijke wereld. Ik beleed mijn zonde en God genas mij toen. Op dat ene moment bevrijdde God mij van mijn verslavingen. Alle rotzooi werd uit mijn hart genomen, ik werd schoon gespoeld, met een waterstraal zoals uit een brandslang. Zo'n dikke, harde straal van puur schoon water. Ik kreeg Jezus in mijn hart. Liefde, warmte, bevrijding. Weg was de schaamte. De deur voor mijn hart werd met donder en geweld weggebroken.


Diezelfde nacht werd de Bijbel een open boek voor mij en een nacht later kon ik niet anders dan mijn knieën buigen voor God en mijn hart uitstorten bij Hem. Alle emoties kwamen eruit.


Half september vorig jaar stapte ik op de woensdagavond binnen bij een Celebrate Recovery-avond. Mijn hart bonkte, maar langzaam kwam ik tot rust. Ik begon met de deelnemersboekjes, maar voordat ik de antwoorden van les 1 en 2 kon formuleren waren we al 3 maanden verder. Mijn denken was een puinhoop. Dat moest vernieuwd worden.


Het onderwijs, de deelgroepen en de 8 stappen van H.E.R.S.T.E.L.D. doorliep ik. Ik kom ook tot het besef dat mijn verslaving niet het kernprobleem was. Faalangst en afwijzing waren de echte bolwerken. Die mocht ik toen aanpakken door mijn identiteit in Jezus te zoeken! In die autoriteit ben ik gaan staan. Ik merk nu dat ik geestelijk groei. Ik leer Jezus nu meer en meer kennen. Ik besef dat Hij voor mij is gestorven. Voor mij persoonlijk! En dan kun je niet anders, wil je niet anders dan leven voor Hem.

Het jaar van Celebrate Recovery was onvergetelijk.... Ik mag ook meer en meer ontdekken wat Gods plan is voor mijn leven. Ik krijg ervaring met de leiding van de Heilige Geest in mijn leven en ben volop aan het ontdekken.

Ik besef ook het geschenk van 2 dochters, mijn dochters, onze dochters. Ook dat kan ik nog nauwelijks bevatten. Wat ben ik trots op ze, wat hou ik van ze! En daarom hou ik ook nog steeds van hun moeder. Want dat is de waarheid. Liefde geven is een keuze, tegen beter weten in. Vergeving vragen zijn stappen. Vergeving schenken voelt als 'niet eerlijk', maar het maakt me vrij. En dat is gaaf! We zijn geboren om vrij te zijn!


Ik ben hersteld. Mijn verslaving is geheel verbleekt. Ik ben hersteld en nu mag ik dienen vanuit ervaring.


Hoe het zit tussen mij en mijn ex-vrouw? God kent mijn hart en dat hart staat open voor haar. Ik hou nog steeds van haar. Hoe het verder moet en hoe het zal gaan? Ik leef bij de dag, en vertrouw ook hierin op God.


Bart

Hersteld van een negatief zelfbeeld

...maar zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn. Want wie tot God komt moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem zoeken. (Hebreeën 11:6)


Ik ben een christen die herstellende is van schuld- en schaamtegevoelens en een negatief zelfbeeld.


Eigenlijk worstelde ik mijn leven lang al met schuld- en schaamtegevoelens. Ik ben als kind opgevoed met het beeld van God als strenge rechter, die alles van mij zag en wist. Hoewel ik erg mijn best deed, was ik me al vroeg bewust van het feit dat ik fouten maakte. Ik voelde me vaak slecht.

Mijn overlevingsstrategie werd onder andere bevestiging zoeken bij mensen. Als ik die bevestiging niet kreeg, werd ik onzeker, angstig en ging ik uiteindelijk mensen uit de weg.


Op mijn 25e ben ik in psychotherapie gegaan. Veel gevoelens kwamen naar boven en ik kreeg inzicht in hoe ik had gefunctioneerd in het gezin waarin ik opgegroeid was. Toch haalde dat mijn negatieve zelfbeeld niet weg.


Na een aantal stukgelopen relaties ontmoette ik in de zomer van 1995 een man. We gingen samenwonen en ik raakte zwanger. Al snel kwam de relatie in een crisis terecht en ik heb hem toen verlaten. In 1996 is mijn zoon geboren. Zijn geboorte maakte dat ik zeker wist dat God bestaat. Daarna ben ik, na een Opwekkingsweekend meegemaakt te hebben, op zoek gegaan naar een kerk waarin ik me thuis voelde. Dat is deze kerk geworden. Hier heb ik ook 'ja' gezegd op de uitnodiging Jezus toe te laten in mijn leven. In 1998 heb ik mij laten dopen.


Zomer 2007 zag ik de kaalslag in mijn leven. In 2000 was ik getrouwd met de vader van mijn zoon, maar het huwelijk liep stuk. Ondanks het feit dat ik 10 jaar christen was en probeerde te leven zoals God het bedoeld had, bleef ik worstelen met minderwaardigheidsgevoelens, schaamte- en schuldgevoelens en was ik in de loop der jaren steeds meer alcohol gaan gebruiken. Verder vond ik dat de boosheid en het verdriet over de scheiding maar over moesten zijn. Maar ik werd er toch iedere keer weer mee geconfronteerd. Ik was moegestreden.


Ik klampte me in die zomer vast aan de tekst die in Jesaja 54:10 staat: Bergen zullen wijken, heuvels wankelen, maar onwrikbaar is Mijn liefde voor jou, onwankelbaar mijn belofte van vrede en vriendschap. De Heer heeft gesproken. Hij die met jou is begaan.


En dat was waar ik naar verlangde: vrede in mijn hart en Jezus als vriend leren kennen. Ik besloot deel te gaan nemen aan Celebrate Recovery. En dat is de eerste stap geworden op de weg van herstel. Ik moest erkennen dat ik niet in staat was om mijn pijn, psychische wonden en problemen onder controle te krijgen.


Door mijn problemen en gevoelens te delen met anderen en geen afwijzing of veroordeling te ervaren, durfde ik eerlijker naar mijzelf te kijken. Ook hoorde ik verhalen van anderen die ervan getuigden hoe God herstel in hun leven had gebracht. De rode draad in ieders verhaal was steeds dat zij hun problemen en hun gevoelens bij Jezus, bij het kruis hadden gebracht.


Ik moest erkennen dat alleen God in staat is herstel te geven. Zo heb ik onder andere aan de hand met hulp van mijn coach mijn pijn, maar ook mijn boosheid en wrok en machteloosheid bij Jezus gebracht. En gedurende het 'CelebrateRecovery-jaar' ben ik steeds meer van Zijn liefde gaan ervaren. Hij veroordeelde mij niet. Ik heb mijn zonden uit het verleden, waar ik mij onder andere schuldig over voelde en waar ik me voor schaamde, beleden. Naar aanleiding van een lied (The voice of Truth, van Casting Crowns) dat mij diep raakte, ontdekte ik dat de gedachten die ik over mijzelf had niet klopten met wat de Bijbel zegt. Ik leerde Zijn Waarheid daar tegenover te stellen en gaandeweg werden mijn schuld- en schaamtegevoelens minder. Zijn liefde voor mij maakte dat ik anderen wilde vergeven, maar ook mezelf. Voorzichtig durfde ik weer vooruit te kijken in plaats van bezig te zijn met het verleden.


Het diepe besef in mijn hart dat Jezus van mij houdt en dat ik er mag zijn, heeft mij minder afhankelijk gemaakt van de bevestiging van mensen. Hij heeft het verlangen in mijn hart gelegd om steeds weer met alles bij hem te komen. Mijn angst om nieuwe mensen te ontmoeten is minder geworden. Het is niet Zijn bedoeling dat ik me terugtrek, maar ik mag gaan ervaren dat leven in verbondenheid met Hem en anderen vreugde geeft in plaats van angst.


Sinds kort heb ik een nieuwe baan. Die stap had ik een jaar geleden niet durven zetten. Maar nu wel in de wetenschap dat Hij voor mij is!

Ook zou ik graag een bijdrage willen leveren aan het programma van Celebrate Recovery. Ik ben dankbaar dat God dat verlangen in mijn hart gelegd heeft en de angst om nieuwe stappen te zetten kleiner heeft gemaakt.


God is trouw. God komt Zijn beloften na. Ik wil graag afsluiten met een belofte van God:

Want Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten. Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Here is mij een helper, ik zal niet vrezen: wat zou een mens mij doen? (Hebreeën 13:5)

Hersteld van wrok, haat en onzekerheid vanwege echtscheiding

Ik ben Nelly, 55 jaar, gescheiden moeder van 4 kinderen en oma van 4 kleinkinderen.

Ik ben een christen die hersteld is van wrok, haat en onzekerheid over het feit dat ik mijn huwelijk moest laten ontbinden. Daarnaast heb ik met Gods hulp een seksuele relatie kunnen verbreken.


Ik ben in een groot gezin opgegroeid. Ik was 1 van de 12. Mijn vader was arbeider en we hadden het niet breed thuis. Maar hij was altijd bezig voor ons en we hadden altijd te eten, kleding en een goed dak boven ons hoofd. Dankzij mijn moeder liep het huishouden geweldig. Zij was er altijd voor ons. Kortom, ik had een veilig thuis met godvrezende ouders. Zij leefden met God. Dat kreeg ik mee van hen en ik wilde zelf ook graag zo leven. Zij beseften echt dat ze hun kinderen van God gekregen

hadden. Mijn ouders hielden veel van elkaar en van ons.


Op 16-jarige leeftijd ging ik op kamers, omdat ik in de verzorging ging werken. Daar leerde ik Jan kennen. In die tijd was ik erg onzeker. Ik had nog net geen minderwaardigheidscomplex, maar ik had absoluut niet veel eigenwaarde.

Ik keek erg tegen mijn zussen op. Die konden beter leren dan ik en hadden in mijn ogen vrienden en mannen die meer aanzien genoten dan Jan en ik. Dat gevoel en idee had ik.


Toen we na 4,5 jaar verkering trouwden dacht ik dat de dingen waar we nog niet zo goed in waren, bijvoorbeeld samen alles met God doen, ons volledig aan Hem toevertrouwen, ons samen ontwikkelen, wel zouden komen als we eenmaal samen waren.Als we geen verantwoording meer aan onze ouders af hoeven te leggen en zelf keuzes kunnen maken, dan zal het wel goed komen, was mijn naïeve gedachte.

Nou, dat lukte maar ten dele. We hebben goede jaren gehad, kregen 2 prachtige dochters en Jan had altijd werk.


Jan was alleen niet zo sociaal voelend. Als er vergaderingen waren van bijvoorbeeld kerk of school, ging ik daarheen. Hij had de hele dag gewerkt en hoefde niet zo nodig ook nog 's avonds ergens heen. Daarentegen vond ik het heerlijk om naast de zorg voor hem en de kinderen en het huishouden me nog te verdiepen in andere dingen. Ik bleef me ontwikkelen en stond wat die dingen betreft midden in het leven en het kerkelijke leven. Vele jaren leidde ik de kinderevangelisatie en kinderclub en zat ik op een vrouwenvereniging.


Toen werd Jan ernstig ziek. God was heel dicht bij ons, en heeft hem genezing geschonken. Toch kwam mijn man niet ongeschonden uit de operaties. Hij hield er lichamelijke beperkingen aan over, maar ook psychische problemen. Kortom, hij had heel veel moeite om als vader (we kregen na zijn ziekte nog 2 kinderen) en als echtgenoot te functioneren. Voor hem gold eigenlijk alleen maar 'hoe overleef ik en hoe leef ik'.


Na veel jaren met veel strijd, moeite, verdriet en pijn besloot ik om met de jongste kinderen - de oudste kinderen waren al heel jong op zichzelf gaan wonen - te verhuizen en zo Jan de gelegenheid te geven na te denken over ons huwelijk en hoe het verder moest, en om mij daarna weer terug te vragen. Dit is niet gelukt en we zijn na 3 jaar officieel gescheiden. De kinderen hadden kort daarna geen contact meer met hun vader.


Hoe was mijn verhouding met God in die tijd? Hij was er, altijd en dichtbij. Door kleine dingen, door mensen om me heen, door familie en vrienden merkte ik dat Hij er was.


Maar ook de satan was er. Hij gaf me vooral in gedachten dat ik toch wel heel goed mijn best gedaan had. Dat ik nu wel erg eenzaam was. Dat er ook mensen waren die heel goed voor me waren, en dat ik best voor mezelf op mocht komen. Mijn eigendunk was niet zo goed en ik was best onzeker.


In deze tijd kwam er een man in mijn leven waar ik een seksuele verhouding mee kreeg. Satan bracht me op de gedachte dat het logisch was dat ik ernaar verlangde om mijn pijn en moeite met een ander te delen. En in zwakke momenten gaf ik daaraan toe. Satan fluisterde mij altijd in dat het best menselijk is om gehoor te geven aan lichamelijke verlangens.

Hierbij geef ik niet anderen de schuld, maar de schuld lag bij mijzelf. Ik gaf gehoor aan satan. En het net sloot zich steeds meer om me heen.


Ik hoefde niet eens veel te liegen. Als ik maar niet alles vertelde, dan wisten anderen er ook niets van. Ik merkte dat ik vaak halve waarheden vertelde, dus de leugen. Ik schaamde me vooral erg voor wat ik fout deed en had niet de moed en kracht het te veranderen.

Ik stopte de relatie, maar bleef er in mijn hoofd wel mee doorgaan. Ik kon er geen radicale punt achter zetten. Elke keer als ik het voor God beleed, vergaf Hij mij. Maar ik kon mezelf niet vergeven en zo hield satan mij steeds in zijn macht.


Ik besefte dat ik radicaal moest kiezen voor God. Die keuze maakte ik en ik heb me vervolgens laten dopen om met Jezus Christus op te staan uit de dood en een nieuw leven met Hem te hebben.


Toen kwam onze predikant met de prekenserie over Celebrate Recovery. O, wat herkende ik mezelf in veel dingen. Ik verlangde na iedere dienst alweer naar de volgende dienst.


Hoogmoed bekennen. Ja dat deed ik, machteloos om mijn pijn en problemen zelf onder controle te krijgen. Ik ben God niet, en de satan werkt me zo tegen. Het leven door God te laten sturen, dat wilde ik.


Erkennen van Gods bestaan.
Dat heb ik altijd gedaan, maar ik begon mezelf ook als belangrijk te zien door Zijn ogen.


Radicaal kiezen voor God.
Ja ik wilde mij helemaal aan Hem geven, Hem mijn leven te laten leven.


Schuldbelijdenis van fouten.
Ik kende mijn fouten en had ze aan mezelf wel beleden, ik had ze God ook beleden. Maar na deze preek wist ik dat ik die zonden nu echt helemaal weg moest doen.

Ik ben na de dienst naar de nazorg gegaan. Ik heb daar mijn zonden beleden en ook echt benoemd. We hebben satan weggestuurd. Satan had en heeft geen recht op mij. Daarbij werd gelezen Jakobus 4:7: Onderwerp u dus aan God, en verzet u tegen de duivel, dan zal die van u wegvluchten.

Ik kreeg opeens door dat ik niet alleen mijzelf, maar ook een ander gezin in de macht van satan gebracht had. Mijn daden hadden veel meer gevolgen.

Ik ben naar huis gegaan en heb mijn kinderen ook beleden wat er fout was in mijn leven. Een geweldige opluchting en vrede kwamen in mijn hart. Ook mijn kinderen veroordeelden me niet en we konden elkaar recht in de ogen kijken.

Er waren vaak dingen die ik niet durfde zeggen tegen de kinderen. Wie was ik dat hen durfde vermanen en bestraffen. Ik had toch zelf boter op mijn hoofd. Ik heb daardoor veel kansen gemist.

In de afgelopen jaren kwamen er steeds weer dingen bij me in gedachten waar ik mee aan de slag gegaan ben. Ik merkte dat God deze dingen bij mij in herinnering bracht. Dat gebeurde door gesprekken, dingen zien, foto's, verhalen enz.

Schuld belijden van fouten betekent niet altijd alleen dat je iets verkeerd gedaan hebt, maar ook dat gevolgen van bepaalde daden in mijn leven anderen moeiten en pijn hebben opgeleverd.

Zo sprak mijn oudste dochter mij aan op dingen waar ik totaal geen weet van had, maar die haar heel veel moeite gegeven hadden.


Toelaten van Gods wil.
Wat is God mij genadig geweest. Hij heeft mij de ogen geopend en mijn hart bewerkt. Hij heeft mijn denken en doen veranderd.


Evalueren van relaties.
Ik vergeef mensen die mij pijn hebben gedaan en maak dingen weer goed bij mensen die ik iets heb aangedaan, behalve als dat hen opnieuw zou schaden.

Dit is moeilijk, onvoorwaardelijk te vergeven. Dat lukte pas toen God mij echt deed inzien dat dat kan als ik ZIJN vergeving aan wil nemen.

Dit ging ook niet in één keer. Telkens was er weer iets of iemand die God in mijn gedachten binnenbracht en waar ik vergeving aan kon schenken of kon en wilde vragen.

Ook liet God me zien dat ik sommige dingen bij Hem moest laten, omdat ik anders anderen zou bezeren of kwetsen.


Zo heb ik op een avond na Celebrate Recovery waar we over vergeving vragen spraken mijn schoonmoeder een brief gestuurd. In die week was ze 90 jaar geworden. God liet me door verschillende mensen heen zien dat ik hier iets mee moest doen, dat dit nog opgeruimd moest worden. Ik heb geen antwoord terug gekregen. Ik zit er niet meer over in. Dat mag ik bij God laten.


Door Celebrate Recovery heb ik geleerd de moeiten en pijn met anderen te delen. Elkaar te bemoedigen en anderen te steunen. Het open te breken. Want satan wil dat we het in het duister laten, zodat hij grip heeft op ons.


Het laatste jaar is er veel in ons gezin gebeurd. Mijn oudste dochter is al een poos ziek, maar in haar ziekteperiode heeft ze God teruggevonden. En wonder boven wonder is haar man ook op zoek gegaan. Ze zijn samen op zoektocht om God beter te leren kennen en hebben Hem gevonden. Ze zijn kortgeleden tot bewust geloof gekomen en zoeken Gods weg voor hun verdere leven. De andere drie kinderen hebben een levende relatie met God.


Een ander voorbeeld van wat er in ons gezin gebeurde, is wat er gebeurde toen mijn zoon ging trouwen. Hij heeft een gesprek met zijn vader gehad, na jaren van stilte. Hij heeft zijn vader vergeven en hem ook uitgenodigd voor de kerkdienst. Jullie begrijpen dat er toen heel wat afgepraat werd binnen het gezin. Gelukkig konden we elkaar de emoties laten zien en met elkaar meevoelen. De kinderen hebben nu af en toe een gesprekje met hun vader of een groet voor hem.


Nog mooier was wat uit de vorige gebeurtenis voortkwam. Ik heb mijn ex-man ook zelf vergeving geschonken, in een brief. En ik heb een briefje terug gehad.

Ja, ik heb hem zelfs aangesproken in het dorp. Dat ging zomaar, zonder wrok of verkeerde gevoelens. Dit had ik in het verleden weleens vaker geprobeerd, maar er zat dan altijd een 'ja maar....' bij.


Leven vanuit Gods kracht. Ik ervaar het elke dag. Het heeft mij zo'n rustig gevoel gegeven. Ik heb een relatie met God. Hij is er altijd. En het mag open en eerlijk. Ik hoef deze relatie niet weg te stoppen, niet stiekem.


Dienen vanuit ervaring.
Ik ben herstellende, nog niet volledig hersteld .Maar wel hersteld tot bruikbaarheid.


Ik worstel af en toe nog wel met schuldgevoel, omdat ik mijn huwelijk niet in stand kon houden. Omdat ik daardoor de belofte die ik voor God deed niet kon houden. De gevolgen zijn zichtbaar, ook in het gezin. De kinderen zijn opgevoed door één ouder, terwijl er wel twee ouders zijn.

Maar God is hun Vader. Gelukkig hebben ze Zijn uitgestoken hand gepakt.


Wat heb ik veel energie en tijd verkeerd gebruikt, o.a. door de verkeerde relatie die ik jarenlang had. Geweldig dat God mij steeds vastgehouden heeft. Ik had het niet verdiend. Het is pure genade die Hij mij schenkt. Meer heb ik niet nodig. De tekst die me zo aanspreekt en die mijn vader ons altijd voorhield is: "Je hebt niet meer nodig dan Mijn genade " (2 Korintiërs 12:9)

Nu mag ik weten dat God mij vergeven heeft. Hij wilde mijn redder zijn. Mijn redding heb ik aan Hem te danken.


Celebrate Recovery... Acht bijbelse principes en twaalf stappen. Ze zijn door God gebruikt om mijn leven op orde te brengen.

Ik ervaar dat ik steeds heen en weer stap. God vraagt niet van ons dat we perfect zijn, maar dat we bereid zijn.


Degenen die me een beetje kennen weten dat Psalm 31:8 als het ware voor mij geschreven is: Ik wil juichen en mij verheugen over uw goedertierenheid, daar Gij acht hebt geslagen op mijn ellende, hebt geweten van de benauwdheden van mijn ziel.


Ik heb radicaal voor God gekozen. Tijdens dit leven zal ik steeds stappen blijven zetten, voor en achteruit, maar ik blijf bij Jezus in de buurt. Hoe het afloopt weet ik dus al. En voor het leven hier op aarde? Ik laat me graag door Hem verrassen.


Nelly

Hersteld van geslotenheid en blokkade

Hallo, hier sta ik dan en mag ik getuigen van Gods werk in mijn leven. Uit mezelf zou ik dit getuigenis niet kunnen geven, het is echt Gods werk. Het is nu ongeveer 2,5 jaar geleden dat ik ben toegetreden tot de gemeente waar ik nu in zit. Die keuze was ook niet vanzelfsprekend. Ik was namelijk bang voor al de mensen die ik op zondag in de zaal zag zitten. Angst voor afwijzing hield mij van de zaken vandaan die dichtbij mijn hart liggen. Jezus aanvaarden, Gods liefde aanvaarden, dat is een zaak van het hart.


Van de buitenkant bekeken was en is mijn leven voor mij al die tijd niet verkeerd geweest. Ik ben opgegroeid als jongste in een christelijk gezin met een liefdevolle moeder en vader met een succesvolle eigen onderneming. Ik heb alweer vele jaren een leuke baan op een middelgroot accountantskantoor dat ook mijn opleiding betaalde. Ik ben getrouwd met een fantastische vrouw en kon een huis kopen oftewel: het leven lachte me toe. Althans, zo leek het aan de buitenkant....




Maar, u voelde het waarschijnlijk al aankomen, er is ook nog zoiets als een binnenkant. Zolang als ik mij kan herinneren, van jongs af aan dus, heb ik mijn gevoelens en emoties verstopt. Voor zover God mij heeft laten zien en voor zover ik mij kan herinneren, zijn hier geen zeer schokkende gebeurtenissen aan vooraf gegaan. Het leek de beste manier om het leven te leven, zonder dat anderen mij konden beschadigen.
De geslotenheid was ook bij mijn ouders en school bekend en dit werd op een gegeven moment als onderdeel van mijn persoonlijkheid bestempeld. Toen nam niemand meer het initiatief om door die geslotenheid heen te breken.



Toch kon ik bij vrienden wel delen van mijzelf laten zien, maar nooit alles. Ik hield altijd wel een deel voor iemand verborgen. Dan bleef er dus altijd een deel verborgen dat niet afgekeurd of beoordeeld kon worden.



Ik was buitenshuis bijzonder avontuurlijk en ondernam veel dingen. Natuurlijk haalde ik ook een heleboel kattenkwaad uit, maar thuis vertelde ik hier maar weinig over. Dat leek mij beter. Zo begon ik te leven met zeer diverse levensstijlen.




In mijn pubertijd kwam de seksualiteit vanzelfsprekend naar voren en daarmee ook zelfbevrediging. Satan gebruikte dit direct en wist een sterk bolwerk in mijn gedachten te vestigen. "Dit is héél slecht", dacht ik. En daaraan koppelde ik de conclusie: “Dus ik ben slecht en bij God hoef ik nu niet meer aan te komen". Dit waren de gedachten die Satan lang heeft gebruikt om mij bij het reddende werk van Jezus vandaan te houden. Later kwam hier ook pornografie bij.



In de jaren daarna heeft de levende God mijn hart geraakt en heb ik mijn leven aan Jezus overgegeven. Ik woonde inmiddels hier in de stad en kreeg zomaar af en toe een ‘geestelijk infuus’ wanneer ik bij mijn ouders op bezoek ging. Die waren inmiddels ook bekeerd en toegetreden tot een levende gemeente van Christus. Zij moedigden ons aan hetzelfde te doen. Mijn huidige vrouw (destijds nog vriendin) Paulien en ik besloten uiteindelijk om verantwoordelijkheid te nemen voor ons christelijk leven en ons aan te sluiten bij een plaatselijke gemeente.



In die tijd hadden Paulien en ik ook besloten om te gaan trouwen. Paulien was op de hoogte van het feit dat ik weleens porno zag. Ik ben God er nog altijd dankbaar voor dat zij dit eerst minder bezwaarlijk vond (of deed alsof). Hierdoor hoefde ik er ook geen geheim voor haar van te maken. Ik vond het zelf wel balen, maar er wat aan doen bleek moeilijk.

Er waren wel goede voornemens, maar daar bleef het bij. Later gaf Paulien toch aan hier niet mee te kunnen leven. Toen ontdekte ik dat het een verslaving was geworden; ik kon er niet mee stoppen....



In onze jeugdkring kwam mijn emotionele geslotenheid steeds meer naar voren. Ik kwam op het punt dat ik merkte dat ik wel meer wilde geven, maar het gewoonweg niet kon. Ik had een blokkade tussen mijn gedachten (verstand) en mijn gevoel. In mijn hoofd kende ik alles en wist ik precies hoe een christen zich hoorde te gedragen. Maar mijn gevoel was een oncontroleerbare massa waar ik niet mee overweg kon.
Ik voelde mijzelf nep, een façade, en dat was ik ook. In elk gezelschap had ik wel een andere verschijning. Er waren vele momenten dat ik wel wilde huilen, maar het toch niet kon. Ik voelde mij waardeloos en onbruikbaar voor God en een mislukking naar mijn aanstaande vrouw toe. En ik wilde zo graag betekenisvol en bruikbaar zijn in Gods Koninkrijk. Ik wilde anders zijn.




Toen ben ik binnengestapt bij Celebrate Recovery. De eerste weken leek het programma wel speciaal voor mij geschreven! Al vrij snel was ik het niet meer die tegen Satan streed en verloor, maar had Jezus het voor mij gedaan en overwonnen en ik mag delen in zijn overwinning! Het was eigenlijk een nieuwe bekering.


Maar het was vooraf al duidelijk dat de verslaving niet de wortel was van mijn probleem, maar eerder de vrucht ervan.


In de deelgroep durfde ik het al snel aan om mijzelf volledig te laten zien. Immers, ik had ook niets meer te verbergen. Ik werd er gewaardeerd en voelde mij thuis. Op deze manier bouwde God mij op om zo ook buiten de groep echt mezelf te kunnen zijn. Vanuit eerdere vormen van hulp had ik eens geprobeerd de band met mijn vader te versterken. Met behulp van het programma van CR en mijn coach ben ik hier verder aan gaan werken. Ik heb mijn vader inmiddels vergeven voor de liefde die ik heb gemist en nu proberen we het een beetje in te halen.
 


Maar God werkt natuurlijk ook op andere wijzen. Door mijn oude kringgenoten werd ik meegevraagd voor een weekend met als thema ‘God de Vader’. In dit weekend heeft God mij doordrongen van zijn liefde voor mij en mijn barrière tussen mijn verstand en mijn gevoel volledig laten verdwijnen. Hij heeft mij weer één heel persoon gemaakt!

Heeft God mij veranderd? JA! Ben ik iemand anders geworden: NEE! Ik ben nu echt mezelf: Gods geliefde kind. Amen.




R.

Hersteld van schadelijke fantasieën

In januari ben ik mee gaan doen met Celebrate Recovery. Ik verwachtte vooral kennis te maken met het programma en eens te kijken of ik ergens in kon meehelpen. Ik verwachtte totaal niet dat God ook bij mij iets zou willen herstellen.

In de loop van de tijd werd de inhoud van het programma voor mij echter steeds confronterender. De levensverhalen van de andere deelnemers maakten veel in mij los, omdat ik er zoveel van mezelf in herkende. Het waren als het ware spiegels, die steeds meer van de probleemgebieden in mijn leven aan het licht brachten.

Het Celebrate Recovery-programma bestaat uit 12 stappen. Hoe verder we kwamen met deze stappen, hoe meer ik me realiseerde dat God voor mij al een hele tijd moeilijk te bereiken was, en ik eigenlijk geen stap kon zetten. Toen we tijdens een Celebrate Recovery-bijeenkomst aan God mochten geven waar wij mee worstelden of ons schuldig over voelden, moest ik denken aan de fantasiewereld waar ik al vele jaren mee worstelde.

In die voor mij emotionele bijeenkomst heb ik aan God gevraagd of Hij mij wilde helpen omdat ik aan het vastlopen was. En dat heeft God serieus genomen.

Ik had het gevoel dat ik zaken met God moest doen. Met een flinke lijst met punten en de Celebrate Recovery-boekjes onder mijn arm heb ik 3 dagen uitgetrokken om samen met God mijn leven eens goed door te lichten. Per punt werkte ik het Celebrate Recovery-programma stap voor stap door. Terwijl ik zo het lijstje met God door worstelde, openbaarde Hij mij dat de fantasiewereld waar ik al vele jaren mee worstelde een probleem was die zeer schadelijk voor mij was. Het stond tussen Hem en mij in, en schaadde ook al mijn andere relaties.

God vroeg me hiermee te stoppen, wat ik niet zo makkelijk vond. Ik realiseerde me dat de consequentie zou zijn, dat ik bepaalde dingen nooit meer zou kunnen doen. Ik wist echter ook dat als ik niet gehoorzaamde, dit gedurende de rest van mijn leven tussen Hem en mij in zou blijven staan.

Ik begreep dat ik op een kruispunt was gekomen: "Wil ik God gedeeltelijk, of geheel, in mijn leven toelaten?" Ik heb daar gekozen om God te gaan gehoorzamen op alle terreinen van mijn leven, dus ook over mijn fantasieën.

En toen gebeurde er iets. Ik werd voor het eerst sinds lange tijd weer hoopvol, omdat ik wist dat ik dit niet zelf kon veranderen. Dat is stap 1 van Celebrate Recovery. Maar ik wist dat God het wel kon. Dat is stap 2 van het programma. Ik wilde Hem nu echt volledig gaan volgen en vertrouwen. Dat is stap 3. Toen ik met behulp van stap 4, het zelfonderzoek, inzicht kreeg in de mate waarin mijn leven was aangetast door deze zonde, begon stap 5 - het vertellen en belijden van de problemen - ook een stuk makkelijker te worden. Ik wilde immers zo snel mogelijk af van deze rottigheid, hetgeen stap 6 & 7 is, ongeacht de consequenties.

Waar sta ik nu? Sinds mijn keuze om God te gaan gehoorzamen en volgen, lukt het me heel goed om niet meer te fantaseren. Wel merk ik dat ik nog steeds veel moeite heb om te leven in het hier en nu. Mijn gedachten dwalen nog steeds snel af en het kost me af en toe nog veel moeite om dit te stoppen en bij God te brengen. Ik heb wel ontzettend veel vertrouwen in de toekomst. Ik denk dat de belangrijkste blokkades nu weg zijn. Ik kan weer praten met God! Ik merk dat Hij me kracht en inzicht geeft. Ik heb besloten, om te gaan doen wat God zegt, en te gaan staan, daar waar Hij mij wil hebben. Ongeacht de consequenties. We hebben echt een geweldige God!

Hersteld van onvermogen om te vertrouwen op God

Ik ben geboren als tweede zoon in een christelijk gezin met 5 kinderen. Ik heb 2 broers en 2 zussen. Zondags gingen we naar de kerk of de zondagsschool. Na het eten werd er altijd een stukje uit de Bijbel gelezen. Ik ben dankbaar dat mijn ouders mij dit hebben meegegeven.

Mijn opvoeding was desondanks enigszins afstandelijk en gericht op eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid. Er was weinig ruimte voor emoties of gevoelens. Dat vond ik toen heel normaal. Pas een paar jaar geleden kwam ik erachter dat gevoelens een onderdeel zijn van het menselijk leven. Dit geeft een extra dimensie aan je leven, al is het soms ook wel eens lastig.

Op mijn 18e jaar heb ik heel bewust belijdenis van mijn geloof gedaan. Als tekst kreeg ik 1 Petrus 1:13 mee: 'Doe daarom een gordel om uw middel, wees verstandig en nuchter'. Dit heb ik altijd in de praktijk gebracht. Ik beredeneerde alles wat ik deed. Alles moest nuttig zijn of een functie hebben. Ik controleerde mijn eigen leven. Tijdens Celebrate Recovery kwam ik erachter dat vers 13 nog een tweede deel heeft, namelijk: 'Vestig al uw hoop op de genade, die uw deel wordt, wanneer Jezus Christus zich zal openbaren'. Ik hoefde het niet zelf te doen, maar deed dat wel.

In 2002 zijn mijn lieve vrouw, onze dochter en ik naar Amersfoort verhuisd om voor het Leger des Heils te gaan werken als 'gezinshuisouder'. We kregen een huis van het Leger en 4 pleegkinderen om voor te zorgen. Dit was een mooie maar ook een zware tijd. In de zomer van 2007 besloten we om aan het einde van dat jaar met het gezinshuis te gaan stoppen en een sabbatsjaar te nemen om uit te rusten. Daarna zouden we wel zien wat God op ons pad zou brengen. Een paar weken later werd er in de kerk afgekondigd dat het programma Celebrate Recovery zou gaan starten. Mijn vrouw besloot al snel dat ze dit programma wilde volgen. Voor mij zou het ook goed zijn, zei ze. Ik dacht toen: Hoezo? Ik ben niet verslaafd aan alcohol of drugs. Ik heb geen problemen. Toch besloot ik om er ook naartoe te gaan. Misschien waren er wel wat dingen die tussen mij en God in stonden. Ik heb God als het ware uitgedaagd om te laten zien wat er nog zat. Die uitdaging heeft God aangenomen.

Tijdens een van de bijeenkomsten werd ik onder andere geconfronteerd met mijn vertrouwen op God. In hoeverre vertrouwde ik God? Ik kwam erachter dat ik God vertrouwde als het ging om vergeving van zonden en dat Hij het is die mijn leven leidt. Voor de rest hield ik liever zelf alles onder controle. God mocht niet verder gaan dan de ruimte die ik Hem gaf. Ik wist wel wat goed was en wat niet. Als alles maar op mijn manier gebeurde, dan ging het goed. Daardoor vond ik het bijvoorbeeld erg moeilijk om hulp te vragen. Die ander doet het op zijn manier, en die is anders dan mijn manier. Op dat moment ben ik de controle kwijt.

Op het gebied van financiën gaf ik God helemaal geen ruimte. Ik ging er vanuit dat ik dit allemaal zelf moest regelen. Als ik er de controle over had, dan zou alles wel goed komen. Ik vertrouwde God niet op dit gebied. Dit had ook gevolgen voor mijn relatie met mijn vrouw. Als we onenigheid hadden, ging het altijd over geld. Ik vond dan dat zij geld uitgaf aan zaken die in mijn ogen niet nodig of functioneel waren. Zaken die IK niet belangrijk vond, maar voor mijn vrouw wel belangrijk waren. Ik wilde alles onder controle houden. In een relatie kan dat echter niet, want je bent met z'n tweeën. Dit heeft mij heel veel gepieker en ook zorgen opgeleverd.

Tijdens Celebrate Recovery werd mij zeer duidelijk dat ik dus heel trots was en God niet vertrouwde. Op een avond heb ik dit beleden aan God en het gebied van financiën toevertrouwd aan Zijn leiding. Regelmatig moet ik deze keuze opnieuw maken, want de verleiding is erg groot om de touwtjes weer zelf in handen te nemen. Dit zorgt dan gelijk voor veel onrust in mijn hoofd.

In Matteüs 6:25-34 staat: 'Daarom zeg Ik jullie, maak je niet bezorgd over wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet over de kleding voor je lichaam. Is het leven niet meer dan het eten, en je lichaam niet meer dan de kleding? Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet veel meer dan de vogels? Wie van jullie kan met al zijn zorgen een el [dag] toevoegen aan zijn leven? ...... Jullie hemelse vader weet wel dat je dat allemaal nodig hebt. Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je dat alles erbij. Maak je dus niet bezorgd over de dag van morgen......'

Ik heb gemerkt dat God heel goed weet wat goed voor mij is. Het geeft mij ook veel rust en vrede. We zitten nu midden in een verbouwing en gaan bijna verhuizen. Veel dingen lopen anders dan verwacht, maar toch ben ik niet ongerust of bezorgd.

Thuis heb ik een beeldje in de kast staan van een vaderfiguur met aan zijn hand een kind. Die vaderfiguur is God en ik ben het kind. Ik wil aan zijn hand wandelen, de rest van mijn leven.

Hersteld van misbruik en drugsgebruik

Mijn verleden kenmerkt zich door een aaneenschakeling van narigheid. Ik ben geboren uit een verkrachting. Mijn moeder moest al meteen na mijn geboorte niets van mij hebben; ze had graag een jongetje willen hebben. Tijdens mijn vroegste jeugd heb ik mij daarom als een jongetje gedragen. Ik had stekeltjeshaar, zat op judo en voetbalde en vocht er op los. Dit alles deed ik om mijn moeder te behagen.

Vanaf mijn derde jaar kreeg ik een stiefvader. Mijn eerste herinnering aan hem is dat hij mijn moeder bewusteloos sloeg.

Op mijn twaalfde heeft hij mij het huis uigezet en kwam ik onder de kinderrechter terecht. Ik ging van tehuis naar tehuis. Op mijn veertiende ben ik door 'beste vrienden' van mijn ouders verkracht.

Dat was het moment waarop ik begon te blowen.

Toen ik zeventien jaar was en op mijzelf ging wonen, ging ik van softdrugs over op harddrugs. Ik feestte en 'beestte' er op los. Ik was letterlijk en figuurlijk van God los.

Als kind had ik wel een godsbesef. Al heel jong had ik mijn hart aan de Here Jezus toevertrouwd. Ik had over Hem horen vertellen op de christelijke school waar ik naartoe ging. Maar door de omstandigheden was ik het zicht op Hem totaal kwijtgeraakt.

Ik kwam steeds verder in de onderwereld terecht. Ik ging om met Hells Angels en stond op het punt om kilo's cocaïne te gaan dealen. Maar God greep in. Op een gegeven moment werd ik psychotisch. Ik moest opgenomen worden in een psychiatrisch ziekenhuis.

Op een gegeven moment ben ik in een kerk terechtgekomen en heb daar mijn hart aan de Heer gegeven. Toen ik het zondaarsgebed gebeden had, was ik van het ene op het andere moment niet psychotisch meer. Jezus ging mijn leven ordenen. Vanaf toen heb ik ook nooit meer harddrugs gebruikt.

Ik had ondanks alle narigheid in mijn jeugd toch een goede opleiding weten af te ronden en ging werken als secretaresse. Maar juist toen ik mijn leven steeds beter op orde begon te krijgen, kreeg ik een ongelovige vriend. Ik viel terug in het blowen en ging weer stappen. Na 3 jaar ging mijn relatie uit. Volkomen verslagen stortte ik mijn hart uit bij God. Er kwam weer orde in mijn leven doordat ik Jezus opnieuw de regie over mijn leven in handen gaf. Na een periode van betrekkelijke rust kwam het sterke verlangen naar een vriend terug. Ik ging weer stappen en de hele situatie herhaalde zich van voren af aan. Ik ging niet meer naar de kerk, blowde en leefde er op los. Nadien heeft dit patroon zich nog een keer herhaald. Totdat ik tot het besef kwam dat niet ik, maar God een partner voor mij moest zoeken.

Inmiddels was ik door mijn psychische klachten voor 100% afgekeurd. Ik ging een tijd van herstel in. Tijdens een tijd van gebed waar mensen gebeden hebben voor bevrijding, heeft God mij na 18 jaar van het blowen bevrijd. In 2004 leerde ik mijn huidige man kennen in een kerk. Beter dan in de kroeg zullen we maar zeggen. Op 07-07-07 zijn wij getrouwd.

Ik was door alles heen flink beschadigd en dat resulteerde in depressieve perioden. Dan lag ik dagen in bed en kwam er niets uit mijn handen. Ook had ik last van woedeaanvallen. In deze periode ging ik meedraaien met Celebrate Recovery. Ik leerde daar mijn verdriet te uiten in plaats van in woedeaanvallen uit te barsten. Ook ontdekte ik dat God blij met mij is en dat Hij mij heeft gewild. Door het jaar heen heb ik veel dingen kunnen verwerken en oude pijnen opgeruimd. Na dit CR-jaar lig ik niet meer van ellende op mijn bed.

Ook heeft God voorzien in een baan. Na 10 jaar uit het arbeidsproces te zijn geweest, werk ik nu anderhalve dag per week als secretaresse. Ik had nooit verwacht zo ver te kunnen komen. Door de vrijheid die ik nu ervaar is er hoop voor de toekomst geboren. Deze hoop wil ik delen met de mensen om mij heen. Bij God is niets onmogelijk!

Destijds was ik door de psychiater opgegeven. Hij gaf mij zelfs het advies te blijven blowen en het maar als medicijn te zien. Maar in ons laatste gesprek zei hij dat in God gaan geloven de beste keus is die ik ooit gemaakt heb! Hij zei ook dat ik vooral God vast moet blijven houden. Deze psychiater heeft zelfs op een congres van psychiaters mijn leven als voorbeeld gebruikt om te laten zien wat geloof met mensen kan doen. Zo gaat God verder. God verspilt geen wond. Openbaring 12:11 zegt: "En zij hebben hem (de satan) overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis". Mijn leven is een bewijs dat God bij machte is om mensen te veranderen. Ik raad iedereen die worstelt, op welk gebied dan ook, aan om een jaar te investeren in Celebrate Recovery.

Bij God is niets onmogelijk!

Hersteld van minderwaardigheidsgevoelens en afwijkend gedrag om geliefd te worden

Ik ben Rick, ik ben een christen die worstelt met de gevolgen van emotionele verwaarlozing, wat leidde tot wantrouwen en het doorlopend pleasen van mensen.

Ik kom uit een trots arbeidersgezin. In ons gezin werd vaak en heftig gediscussieerd aan de eettafel. Allerlei onderwerpen kwamen aan bod, bijvoorbeeld politiek. Ik heb zowel goede als slechte herinneringen aan deze discussies. De goede herinneringen bestaan uit het feit dat we met z'n allen om de eettafel zaten, met soep en brood. Het gaf me een gevoel van 'gezin-zijn'; wij horen bij elkaar.

De slechte herinneringen bestaan uit het feit dat je regelmatig met woorden kon worden afgemaakt, en in een hoek gezet kon worden. In mijn beleving is dit regelmatig bij mij gebeurd. Dit zorgde ervoor dat ik me afgewezen voelde, dat mijn mening er niet toe deed. Later zag ik in dat het best een onveilig gevoel heeft gegeven, en dat ik uit zelfbehoud of meepraatte, of boos werd of mijn mond hield. Er werd veel gediscussieerd, maar er werd niet gesproken over gevoelens.

Op de televisie in de huiskamer stond een foto. Een foto van een leuke jongen met krullen in een cowboy outfit. Dat was ik..... althans, dat dacht ik tot ver in mijn tienertijd.

Ik vond het erg leuk dat er een foto van mij, en niet van mijn zus en broers stond. Het maakte dat ik me speciaal voelde; ze moesten toch wel superveel van mij houden. Maar was dat wel zo? Langzaam maar zeker kwam ik erachter dat ik niet de persoon op die foto was. Maar wie dan wel? Als ik rechtstreeks aan mijn ouders vroeg wie die jongen op de foto was, kreeg ik geen antwoord. Na een gesprek met mijn zus werd duidelijk dat de jongen op de foto mijn broer Henri was. Hij overleed op 4-jarige leeftijd na een ongeluk met een veegauto.

Ik was boos en verdrietig; ik had een broer waar ik niets van wist. Mijn ouders weigerden er met mij over te praten, wat ik heel moeilijk vond. Ze hadden destijds het advies gekregen om maar snel weer kinderen te krijgen. Dat zou ervoor zorgen dat hun rouwperiode sneller voorbij zou zijn... en toen werd ik dus geboren. Ik was hun rouwverwerking.

Een jaar na mij werd er nog een zoon geboren. Mijn jonge broertje leek erg op mijn overleden broer. Hierdoor kwam hij erg in de belangstelling te staan; mijn ouders hadden hun verloren zoon weer terug. Langzaam verdween ik naar de achtergrond. In deze periode ging ik steeds meer geloven dat ik er niet mocht zijn, dat ik er niet toe deed. Het zorgde ervoor dat ik enorm mijn best ging doen om de liefde en erkenning van mijn ouders te verdienen.

In mijn tienertijd was het moeilijk om te bemerken dat mijn jongere broertje alles kon doen wat hij wilde zonder daarvoor berispt of gestraft te worden. In deze periode leerde ik vrienden kennen die christen waren en heb ik de keuze voor Jezus gemaakt. Ik werd hierdoor nog meer een buitenbeentje in ons gezin. Ik bleef worstelen met mijn minderwaardigheidsgedachten. Zelfs in de kerk was ik bezig liefde te verdienen.. ook die van God.

Om toch de liefde en erkenning te krijgen waar ik zo naar snakte, ging ik zelfs zover dat ik hetzelfde vak als mijn vader koos. Ik werd brood- en banketbakker. Ik was me niet bewust van de werkelijke reden van mijn keuze. Ik vond het best een mooi beroep, maar ik merkte al snel dat dit vak mij niet echt lag. Het werkte ook niet; ik kreeg er namelijk geen liefde en waardering voor terug.

In deze tijd liep ik mezelf steeds meer voorbij en begon ik me eenzaam te voelen. Ik trok mezelf steeds meer terug en gedachten van zelfmoord dienden zich aan. De gedachte "laat ik het nog 1x proberen" zorgde ervoor dat ik deze gedachten niet ten uitvoer bracht. Het was eigenlijk meer een schreeuw om aandacht.

Ik was op zoek naar vaderfiguren, mensen die me lief zouden hebben om wie ik was. Ik rende als een dolle hond door het leven en probeerde het iedereen naar de zin te maken. Daarvoor deed ik de gekste dingen, waaronder stelen. Met die diefstallen deed ik best goede dingen. Wat ik gestolen had gaf ik namelijk weer weg. Ik voelde me een soort Robin Hood en kocht daarmee vriendschappen.

Ik ontdekte ook dat alcohol me hielp om mijn eenzaamheid te verdringen en om losser te worden in mijn contacten. Ik kreeg vrienden en was populair. Maar de negatieve effecten zorgden ervoor dat ik uiteindelijk beschaamd alles opbiechtte aan vrienden en om hulp vroeg om er vanaf te komen. Met hun hulp ging ik aan de sapjes, en kon op een later moment weer af en toe genieten van een biertje.

Nadat ik erachter gekomen was dat het bakkersvak toch niet echt aan mij besteed was, ging ik in de zorg werken. Het was alsof ik hiervoor gemaakt was. Ik had het reuze naar mijn zin, want 'ze hadden me echt nodig, ik was waardevol.' Maar eigenlijk leefde ik nog steeds vanuit de leugen dat ik er niet echt toe deed.

Ik was goed in mijn werk, ook al zeg ik het zelf, en ik was populair bij collega's. Ik stond namelijk altijd voor ze klaar en zette me ervoor in om het hen naar de zin te maken. Ik was mezelf kwijt, wist niet meer wat ik wel of niet leuk vond. Tenslotte liep ik helemaal vast. Zo kon het niet verder.

In deze periode kwam ik oude vrienden tegen die me uitnodigden om mee te gaan naar de Rafaelgemeente. Toen ik daar binnenkwam voelde het alsof ik thuiskwam.

Er waren mensen die interesse hadden in mij! Ik kan me nog een reactie herinneren van iemand die zei: "Dus jij bent Rick, ik heb al zoveel over je gehoord.... Welkom." Het gaf mij het gevoel dat ik er mocht zijn met al mijn fouten en gebreken, een verademing... En het begin van een proces op weg naar herstel.

In de eenzaamheid door de jaren heen waren pornografie en zelfbevrediging een uitlaatklep geworden in mijn onsuccesvolle zoektocht naar liefde. Het was een neerwaartse spiraal en ik kon niet meer normaal naar vrouwen kijken. Ik had hierbij echt hulp nodig. Op een zondag heb ik al mijn moed verzameld en het aan iemand in de gemeente verteld. Ik dacht: "Nu gaat het gebeuren, ze zien me als een viezerd en sturen me weg." Maar in plaats daarvan kreeg ik liefde en begrip terug. Ik was erg bang om afgewezen te worden, maar het was juist een enorm genezend moment. Samen hebben we gebeden. Na het bidden wist ik en voelde ik dat ik bevrijd was.

Als ik vandaag de dag niet lekker in mijn vel zit, of spanningen ervaar, weet ik dat het bezoeken van foute websites op de loer ligt. Ik zorg er dan voor dat ik niet alleen ben en zoek vrienden op om erover te praten. Wat mij een periode lang erg goed geholpen heeft, en waar ik me veilig bij voelde, is een speciaal programma dat ik op mijn computer had geïnstalleerd. Dit programma mailde 1x per week alle dubieuze sites die ik bezocht had naar een vriend.

Tijdens het herstelproces begon ik langzaam te begrijpen en te geloven wie ik werkelijk was: een persoon van waarde.

Door mijn leugenachtige denkwijze over mezelf hielden relaties met vriendinnen nooit lang stand. Ik liet ze nooit te dichtbij komen. Totdat ik Tineke tegenkwam. Ik kon niet geloven dat zij van mij hield en dat ik zulke diepe gevoelens voor haar kon hebben. Het duurde overigens nog wel een hele tijd voordat ik klaar was om haar liefde te beantwoorden.

Een tekst uit de Bijbel die in deze tijd erg belangrijk voor me was, is: Zie, ik ga iets nieuws verrichten.....Heb je het nog niet gemerkt? (Jesaja 43:19)

Ik kon niet geloven dat God tegen mij persoonlijk sprak. Hij kwam dichtbij, zonder dat ik me afgewezen voelde.

De relatie met mijn ouders was in de loop der jaren niet zo veel veranderd. Toch had God wel iets in mijn hart bewerkt. Ik kon mijn ouders liefhebben zonder er iets voor terug te verwachten. Het was niet meer zo nodig dat ik hun aandacht en liefde verdiende.

Vijf jaar geleden moest mijn vader een hartoperatie ondergaan. Mijn ouders waren inmiddels 80-ers. Na de operatie ging het helemaal mis. Mijn vader overleefde de reanimatie, maar hij was verlamd vanaf zijn middel, kon niet meer praten, en was erg verward. Hij was daarna lange tijd niet aanspreekbaar.

Ik heb het uitgeschreeuwd naar God: waarom heeft mijn vader me nooit verteld dat hij van me houdt...?! Ik wil niet dat hij doodgaat voordat we met elkaar hebben gesproken. Het werd stil, en toen hoorde ik de stem van God. Er was geen veroordeling, maar een vraag in liefde gesteld: "Rick, heb jij weleens tegen je vader gezegd dat je van 'm houdt?"

Ik heb met deze vraag van God geworsteld, totdat ik besloot om het gewoon te gaan doen.

Na een aantal weken waarin mijn vader langzaam wat helderder werd, kwam ik zijn kamer binnen. Hij keek me recht aan. Het leek wel alsof hij me verwachtte. Ik ging recht voor hem zitten en zei: "Ik ben er trots op dat jij mijn vader bent, dat je goed voor me gezorgd hebt en dat ik goed terecht gekomen ben. Dankjewel daarvoor, en ik wil zeggen dat ik van je hou." Mijn vader keek me aan en zei: "Ik ben altijd je vader geweest, en natuurlijk hou ik ook van jou." De tranen liepen over zijn wangen en voor het eerst in mijn leven kreeg ik van hem een aai over mijn bol.

Na dit bijzondere moment heb ik een droom gehad waarin ik zag dat ik terugkeerde op de plek in het gezin, de plek waar ik thuis hoorde. Dit gebeurde ook in werkelijkheid; ik werd als broer geaccepteerd.

Mijn beide ouders overleden binnen 2 jaar tijd. Ik werd wees en dat voelde opnieuw erg eenzaam... Maar in die tijd gebeurde er iets moois. Ik was op een conferentie en God nodigde me uit om naar de samenkomstzaal te gaan; er was helemaal niemand en de muziek stond zachtjes aan. God nodigde me uit om te gaan liggen met mijn ogen dicht. Ik deed dat en stelde me voor dat ik in een weiland lag. Ik keek naar boven, zag de wolken voorbij trekken in allerlei vormen en hoorde een stem naast me: "Hé, dat lijkt wel een olifant." Het was Vader God die naast me lag. Op een gegeven moment zei God: "Het wordt tijd dat je je ouders loslaat, Ik weet dat je ze mist, maar ze zijn nu bij Mij." Vervolgens zei Hij: "Mag ik je Vader zijn? Ik hou zoveel van je." En hij begon te vertellen wie ik echt ben....dat ik volledig geliefd, volledig vergeven en volledig aanvaard ben, dat ik Rick ben, dat is wie ik ben en wie ik mag zijn. Ik zag mezelf als een kind lopen met naast me de Vader die mijn hand vasthield, samen op weg.

Het leven vanuit die waarheid maakt dat ik kan genieten van mijn omgeving, van anderen en van mezelf. Heb ik nooit meer problemen?

Nee, maar ik heb geleerd er anders mee om te gaan.

In het hele proces heeft Celebrate Recovery heeft een belangrijke rol gespeeld. Ik heb hier geleerd dat ik het niet alleen hoef te doen en open mag zijn over de fouten die maak. In de drie jaar dat ik bij CR ben, heb ik mogen leren om in verbondenheid met God en de ander te leven. Toegeven dat ik God nodig heb is voor mij een worsteling geweest. Maar ik ervaar steeds weer dat dit ruimte geeft. Ik mag zijn wie ik ben. Ik heb mede door CR ontdekt dat Gods liefde voor mij groter is dan mijn fouten.

Hersteld van schuldgevoelens, zelfveroordeling, seksverslaving en identiteitsproblemen

Graag wil ik iets delen over mijn herstelproces bij Celebrate Recovery. Ik ben een christen die verlost is van schuld, schaamte, zelfveroordeling, seksverslaving en identiteitsproblemen. Ook had ik heel veel verdriet in mij en droeg ik een diep geheim met me mee. Ik worstel nog steeds met het vinden van mijn plekje in het leven. Maar ik ben inmiddels wél deels hersteld van angst voor mensen, afwijzing en de gevolgen van afwijzing.

Op het moment dat ik deelnam aan CR had ik geen goed antwoord op het leven en ook geen doel meer om voor te leven. Mijn moeder was ruim 2 jaar daarvoor overleden. Ik zat met alle nasleep van de begrafenis. Ook had ik privéschulden en was ik in de schuldsanering beland. Alles wat ik tot nu toe in mijn leven had ondernomen leek mislukt. Ik maakte ook zelden iets af.

Ik ben in Amsterdam geboren uit een Indische moeder en een Pakistaanse vader. Mijn Arabische naam gaf me veel problemen. Ik had het gevoel dat ik altijd verantwoording moest afleggen over mijn afkomst. Ik kon nooit aansluiting vinden bij de cultuur van mijn ouders en had het gevoel dat ik nergens bij hoorde.

Ik groeide samen met mijn broer op in een gebroken gezin. Doordat mijn moeder een psychiatrische achtergrond had, kreeg ik te maken met allerlei hulpverlening en leefde ik in twee werelden. Thuis was ik al vroeg bezig met het huishouden en had ik veel zorgen om mijn moeder. Buitenshuis leefde ik me uit. Op school werd ik veel geslagen en kreeg ik vaak straf. Mijn schoolperiode werd een ramp en vanaf mijn 15de ging ik niet meer naar school.

Mijn vader heb ik eigenlijk nooit echt gekend, maar later in mijn leven wel een keer ontmoet. Hij vertelde me dat het eigenlijk niet de bedoeling was dat ik geboren zou worden. Ik was dus een foutje!!! Deze opmerking heeft mij zo diep geraakt, dat ik dat ook ging geloven. Dus alles wat ik in mijn leven deed was eigenlijk niet van betekenis. Ik was namelijk een foutje.. niet de bedoeling. Het ongewenst zijn werd mijn identiteit. Hierdoor werd mijn levenshouding bepaald. Ik kon anderen niet liefhebben en ook mezelf niet.

Om mijzelf toch een beetje goed te voelen, deed ik erg mijn best. Ik had al vroeg vriendjes en zocht later geborgenheid bij mannen om mij geliefd te voelen. Hierdoor raakte ik verstrikt in het uitgaansleven en raakte ik verslaafd aan seks, zelfbevrediging en porno. Ook nadat ik christen werd, heb ik deze levensstijl niet echt opgegeven. Ik had dus eigenlijk een verborgen leven naast mijn christenleven.

In al mijn relaties kwam ook veel geestelijk, emotioneel en lichamelijk geweld, alsmede intimidatie voor. En dat nam ik maar voor lief. 'Ik had het zeker verdiend', dacht ik.

Op mijn 23e werd ik moeder. Mijn lichaam was al getekend door alle mishandelingen die ik had ondergaan. Maar ik geloofde nog steeds dat ik zelf de oorzaak van dit alles was.

Toch was er iets veranderd, want ik had nu wel een doel om voor te leven: een kind verzorgen. Uiteindelijk heb ik 3 kinderen gekregen. Ik moest wel altijd door barrières heen om ervoor te kiezen mijn zwangerschappen te behouden. Ik wilde niet dat mijn kinderen later ook te horen zouden krijgen dat ze een foutje waren. De relatie met de vader van mijn kinderen was niet goed. Toch probeerde ik alles bij elkaar te houden voor de kinderen, voor de buitenwereld en voor de lieve vrede.

Ik gaf aan het begin van mijn verhaal al aan dat ik een zwaar geheim met me meedroeg. Tijdens onze relatie heb ik helaas 2 keer abortus laten plegen. Dat was een diep geheim dat ik met niemand durfde en wilde delen, maar het drukte zwaar op me.... Ik werd er ziek van. Ik raakte helemaal verward en wist ook dat ik dit nooit meer kon terugdraaien. Ik had besloten het maar te aanvaarden als iets waar ik mee moest leren leven. Ik had me voorgenomen dat ik het verdriet hierover beslist nooit met iemand anders zou delen.

Bij CR heb ik geleerd mijn nood te delen met mensen, mijn groepsgenoten. Eerst leerde ik het verdriet over bijvoorbeeld het gemis aan vaderlijke bescherming in mijn leven te delen. Vervolgens kon ik ook het gemis van mijn moeder, met wie ik samen zoveel heb gedaan, delen . Zo kwam ik op het punt om de verantwoordelijkheid te nemen voor de verkeerde daden in mijn leven.

Uiteindelijk deelde ik mijn innerlijke pijn over de abortussen met de groep. Ik schaamde me erg hiervoor, verborg mijn gezicht in mijn schoot en was een gebroken vrouw. Maar in plaats van een flinke uitbrander of een verbaal pak slaag ontving ik een grote golf van liefde en werd helemaal omarmd door deze vrouwen. Dat heeft mij zo ontzettend goed gedaan! Mijn herstel van schuld, schaamte en zelfveroordeling begon op gang te komen.

Ik kan mijzelf en de vader van mijn kinderen vergeven en mijn pijn over onze relatie en de verkeerde keuzes verwerken. Ik had een verkeerd beeld van God en ervaar nu dat ik een Vader in de hemel heb. Hij verwelkomde mij op de dag dat ik geboren werd en houdt net zoveel van mij als van Zijn zoon Jezus. Ik heb een nieuwe identiteit in Christus gevonden, met behulp van CR.

Tijdens een lange dag van gebed voor bevrijding en genezing heb ik uiteindelijk het herstel echt volledig ontvangen. Ik mag weten dat mijn andere kindjes bij God in de hemel zijn en dat ik ze dan weer zal zien.

Mijn tranen zijn veilig bij Hem. Ik ben nu van deze grote schuld verlost en vrijgekocht door het bloed van Jezus. Ik ben vrijgekomen uit mijn gevangenis van dood en schuld, en van de seksuele onreinheid die mijn leven beheerste. Mijn rouw en verdriet veranderden in lof en dankzegging en ik ontving grote blijdschap over mijn leven.

Dit maakt dat ik vreugde in mijn leven mag hebben om wie ik ben voor God mijn Vader. Als het even niet gaat, kan ik met vrijmoedigheid naar Hem toe gaan voor hulp in dit leven.

Door het CR-programma ben ik aardig op weg om mijn plekje in dit leven in te nemen. Ik leer nog elke dag mijn gevoelens over moeilijke zaken te delen met de liefhebbende zusters van CR. Het geheim zit bij mij in het bewust verbonden blijven met Jezus en omgang met mededeelgenoten in Christus. Het samen belijden en bidden voor elkaar brengt genezing.

Ik heb Echte Liefde ontdekt en durf dankzij de lessen en mensen van CR mijn leven weer op te pakken en verder te groeien. Ik leer nu Zijn waarheid te geloven en toe te passen in plaats van de leugen waarin ik zo lang geloofd heb. Als je in mijn verhaal iets herkent wil ik je aanmoedigen om je ook op te geven voor deelname aan CR. Je hoeft niet in je problemen te blijven zitten. Het was voor mij de meest waardevolle tijd van mijn leven tot nu toe!! Sta op, vraag hulp en ga richting Jezus en ontvang van Hem genezing en grote blijdschap over jouw leven.

Zij schouwen naar Hem en stralen van vreugde, en hun aangezicht zal niet schaamrood worden. - Psalm 34:6 (NBG)

Hersteld van continue onzekerheid, achterdocht en woedeaanvallen

Hallo, mijn naam is Carel. Ik ben 56 jaar oud.

Eind 2007 kwam ik in een moeilijke periode terecht. Ik had het gevoel dat bepaalde mensen me in een situatie hadden gemanoeuvreerd waarin ik gevoelsmatig niets meer goed kon doen. Dat knaagde aan me en toen mijn dochter daar een keer, slechts terloops, een vraag over stelde, brak mijn trots en zelfvertrouwen. Al mijn onzekerheden moesten er uit.

Een zuster uit de gemeente luisterde geduldig en raadde me toen aan eens een keer met iemand van het pastoraat te gaan praten. Eerder dat jaar waren Heleen (mijn vrouw) en ik naar een huwelijksverrijkingsweekend geweest. Daar had een vrouw, Henny genaamd, ons verteld dat zij speciaal voor ons had gebeden en dat zij zich een beetje als onze coach beschouwde. Ik besloot dat als ik Henny tegen zou komen, ik er dan met haar over zou praten. Toeval (of toch niet?): de volgende dag liep ik bijna letterlijk tegen haar aan.

Ze vroeg me hoe het met me ging. In plaats van te antwoorden "Goed", wat ik eigenlijk altijd als reactie gaf, vertelde ik dat het niet goed met me ging en dat ik graag met haar wilde praten. Ze was daar graag toe bereid en we maakten een afspraak. We hebben toen een heel goed en diepgaand gesprek gehad over mijn situatie.

Mijn probleem was nog steeds dat ik niet goed om kon gaan met de situaties waar ik in de loop der jaren mee te maken had gekregen. Ik was continu op zoek naar erkenning en werd heel snel onzeker als die erkenning niet snel genoeg gegeven werd.

Daar bovenop had ik last van onverklaarbare agressieaanvallen. Die hadden vaak geen aanwijsbare oorzaak en als die er wél was, dan was mijn boosheid ver buiten proporties. Daarbij kwam dat ik door het gemis aan erkenning heel erg achterdochtig en wantrouwend was geworden. We hebben samen voor mij gebeden. Dat deed me goed. Henny raadde me sterk aan om het Celebrate Recovery-programma te gaan volgen.

Ik moest daar even over nadenken, want het betekende dat ik een jaar lang alle woensdagavonden bezet zou zijn. En het past niet bij mij om het maar half te doen. Ik zag het als een verplichting om dan ook echt alle woensdagen aanwezig te zijn. In overleg met Heleen heb ik besloten het toch te doen en de huiskring, die ook altijd op woensdagavond bij elkaar komt, voor die periode af te zeggen.

Op de eerste avond van CR werden er goede afspraken gemaakt, die de vertrouwelijkheid van hetgeen gedeeld werd moesten waarborgen. In eerste instantie leek me dat wat overdreven, maar al snel werd me duidelijk dat je je alleen maar veilig kunt voelen als je juist dat stukje onzekerheid hebt kunnen wegnemen.

Ook binnen onze groep kon je daardoor juist die veiligheid goed voelen. In Peter en Johan hadden we ook twee geweldige groepscoaches. Natuurlijk kwam ook mijn probleem volop aan de orde. We leerden vooral dat we niet moesten proberen onze problemen zelf op te lossen, maar juist God de ruimte te geven om Zijn werk in ons te doen.

Dat was heel erg moeilijk voor mij. Ik kreeg een video met de titel "U bent geliefd", met daarop drie preken van Henri Nouwen. Ik heb die preken een aantal keren bekeken.

Telkens moest ik huilen, omdat het zo herkenbaar was wat hij zei. "Je bent een kind van God" en daarmee ben je BELANGRIJK en GELIEFD. Al het andere is bijna bijzaak. Begin juni ging Heleen naar het buitenland en dat was een zware week voor mij. Zo'n beetje alles wat mis kon gaan, ging ook mis.

De zon scheen minder vrolijk, het eten smaakte niet zoals het zou moeten, op het werk lukte het maar niet en ga zo maar door. Kortom.... ik miste Heleen heel erg.

Die dinsdagavond was ik bezig met het huiswerk voor de volgende CR-bijeenkomst: een zoektocht naar het ontstaan van je probleem. Na 45 minuten ben ik opgehouden. Ja, ik had het begin van mijn probleem gevonden. Maar dat onder ogen zien was dermate frustrerend en het deed me zoveel pijn, dat ik wilde stoppen met CR.

Wat ik getypt had stuurde ik door naar mijn groepscoach met de mededeling dat ik niet verder zou gaan. Na een innerlijke worsteling ben toch wel gegaan, omdat ik gewoonweg niet wilde afhaken.

Achteraf heb ik toen ervaren dat dat Gods Geest was die in mij werkte.

Woensdag vertelde Peter me, bijna glunderend, dat ik precies dáár was gekomen waar ik moest zijn. Dat deed me gigantisch goed. Hij zei me dat oude wonden eerst opnieuw geopend moesten worden voordat ze echt konden genezen. Opnieuw kwam het advies het mét God te doen in plaats van het zelf op te willen lossen.

De week daarna zouden Heleen en ik direct na haar terugkomst uit Amerika op vakantie gaan. Ik was al twintig jaar gewend om een strandvakantie te hebben, waarin weinig tot geen activiteiten werden ontplooid. Heleen wilde dit jaar een heel andere vakantie en ik zou dat verzorgen. Hoe wist ik niet. Donderdagnacht lag ik lekker met God te praten. Dat wil zeggen, ik legde uit dat alles aan het misgaan was en dat ik Zijn hulp en ondersteuning nodig had.

Ergens in dat gebed heb ik toen om hulp gevraagd. Ik zei: "Heer, U weet dat ik geen verstand heb van het organiseren van een vakantie, maar wilt u mij helpen om Heleen een heerlijke vakantie te bezorgen? Als U daar dan toch mee bezig bent, Heer, kunt U mij er dan ook een beetje van laten genieten?"

En zoals in de Bijbel staat: als je iets in de naam van Jezus vraagt en je gelooft dat je het krijgt, gebeurt dat ook. We hebben een weergaloze vakantie gehad. We zijn bijna iedere dag door Karintië heen getrokken en iedere dag genoten we van de omgeving en van elkaar.

Op een dag liepen we in de bergen en opeens viel het kwartje. Deze schoonheid en deze natuur heeft God ook voor mij gemaakt. Niet omdat ik er ook maar iets voor had gedaan, maar gewoon omdat ik zijn kind was. Op dat moment werd me heel erg duidelijk hoe het voelde dat Hij naast me liep. Ik ben een kind van God, en de rest is bijzaak. Alle gebrek aan erkenning van mijn familie was niet belangrijk. Gód erkent mij, mijn bestaan. Ik mag er zijn. Ik bén waardevol, ik bén geliefd. Vanaf dat moment ben ik op een andere manier gaan bidden. Ik dank voor alle zegeningen die me gegeven worden. Als ik nu iets vraag , doe ik dat in de verwachting dat ik zal ontvangen.

We hoorden een week of zes na afloop van onze vakantie dat het vakantiegevoel bij de gemiddelde Nederlander na ongeveer 5 dagen al helemaal weg is. Ik had het na zes weken nog steeds! Ook nu nog krijg ik het warm als ik er aan denk.

In oktober ben ik naar Malawi geweest met 25 gemeenteleden in samenwerking met World Servants. Waar ik van anderen gehoord had dat zij naast het doel van het bouwen van een schoolgebouw ook een of ander hoger doel hadden, moest ik passen. Ik dacht gewoon: "Heer, hier ben ik. Ik heb een paar goede handen, een gezond verstand, maakt U er maar gebruik van." In het vliegtuig bekroop me de gedachte dat als ik geen plannen had, God die misschien wél had. Misschien moest ik wel iets leren. Ik besloot me gewoon open te stellen en de dingen op me af te laten komen.

We hadden als leidraad deze reis de brief van Jacobus en daarin staat "beoordeel mensen niet op hun uiterlijk en hun rijkdom". Met andere woorden: laat je vooroordelen varen. Ik was hier dus echt om te leren. Op Schiphol stonden we aan het begin van de reis met 26 mensen. Van 24 mensen heb ik mijn mening moeten bijstellen. De 25ste is mijn schoonzoon, die ken ik wel een klein beetje.

Andersom kreeg ik volop waar ik niet meer naar op zoek was: ERKENNING.

Ook zag ik dat we met onze westerse manier van 'kerk zijn' niet altijd goed bezig zijn. Ik heb in Malawi mensen gezien die bijna niets hebben. Het gevoel dat juist die mensen uitstralen in een dienst deed mij de koude rillingen over de rug lopen. Als wij naar de dienst gaan nemen we letterlijk of figuurlijk onze zaak, onze hypotheek, onze auto en alle andere materiële zaken mee. Zij niet. Zij hebben wel het geloof in Jezus dat ze meenemen. Malawi was voor mij een openbaring en een keerpunt op bepaalde punten.

Ik bid nu graag hardop en ik heb geen schroom meer om dat te doen. Ik ben dankbaar voor alles wat ik mag ontvangen van God. En daardoor ben ik in staat de dingen die ik voor de Heer mag doen met heel veel enthousiasme te doen. Kortom, ik ben als een heel rijk man teruggekomen uit Afrika.

Ben ik er nu? Nee. Is dit jaar zonder problemen verlopen? Nee. Ben ik nog wel eens zonder reden boos? Heel soms, maar ik kan nu direct in gebed gaan en God vragen me te helpen. Als ik toch een keer boos ben, kan ik het nu beter reguleren. En het suddert niet meer zo lang na. Maar vooral ben ik heel dankbaar voor alle zegeningen die ik elke dag mag ontvangen.

CR is voor mij geen revalidatie geweest. Ik heb het ook niet ervaren als een cursus. CR is voor mij de mogelijkheid geweest om mijn problemen, die ik vanaf mijn jeugd had meegezeuld, aan te pakken. Het was een zware rugzak, die soms bijna niet te tillen was. Mijn leven was al jarenlang een vicieuze cirkel. Nu kan ik ervaren hoe het leven is zonder die zware rugzak. De rugzak is er nog wel maar God draagt hem voor me. Als je in een situatie bent waarin je je niet happy kunt voelen, maar waarvan je ook niet weet hoe je eruit zou moeten komen, raad ik je van harte aan het CR-traject in te gaan. Het zal niet altijd makkelijk zijn. God belooft je ook geen rustige reis, maar wel een behouden thuiskomst. CR is het hulpmiddel geweest dat God gebruikt heeft om mijn leven te vernieuwen.

Voor mij geldt het volgende. Het is een enorme investering geweest. Ik heb namelijk mezélf moeten inzetten. Meer had ik niet. Het kost veel tijd. Voor de rest vallen de kosten wel mee: € 100,00 voor wat materialen en een paar gezamenlijke maaltijden.

De opbrengst is iets waar je de rest van je leven profijt van zult hebben. Het leidt naar een nieuwe manier van leven, naar een nieuwe manier om naar jouw probleem te kijken. Het probleem beheerst jouw leven niet meer, maar Jezus Christus. En Jezus Christus beheerst jouw probleem!

Carel

Hersteld van angsten en problemen met alcohol

Mijn naam is Kenny. Ik ben een christen die is hersteld van angsten en problemen met alcohol.

Niet lang na mijn achtste verjaardag werd mijn moeder ziek. Ze werd lange tijd in het ziekenhuis opgenomen. De ziekte begon met borstkanker, maar breidde zich uit naar botkanker, waaraan ze uiteindelijk overleed. Ik herinner me dat ik geen tijd had om afscheid van haar te nemen. Tot de dag van vandaag kan ik me het geluid van haar stem niet herinneren.

Mijn vader hertrouwde. Hoewel mijn nieuwe familie haar best deed om een harmonieus gezin te vormen, hadden mijn stiefzuster en ik vaak ruzie. We dachten er niet aan wat voor een druk dat legde op het huwelijk van onze ouders. Zoals het wel vaker met kinderen gaat, dachten we alleen aan onszelf.

We gingen mee naar de kerk van mijn stiefmoeder. Dat was voor mij en mijn vader voor het eerst. Ik leerde over de Bijbel en ik proefde ook voor het eerst wijn tijdens het Avondmaal. In die tijd nam ik de kerk niet serieus en had ik zeker geen relatie met God.

Al vanaf het begin van mijn middelbare schooltijd dronk ik elke dag alcohol. Nadat ik mijn diploma behaald had, trouwde ik met mijn schoolliefde. Maar ik bleef doorgaan met dagelijks te drinken. Vier jaar later scheidden we.

Niet lang daarna overleed mijn vader aan kanker. Ik kon de dingen die ik in mijn rebelse jaren had misdaan niet meer in orde maken. Voordat mijn vader overleed had ik nog wel tegen hem gezegd dat ik van hem hield. Kort daarna ontmoette ik een jonge vrouw aan het strand. Na vijf maanden verkering trouwden we. Toen Tanya en ik getrouwd waren, ging ik bij de luchtmacht werken en werd ik overgeplaatst naar Spanje.

Toen we in Spanje waren, kreeg Tanya een miskraam. Ze moest worden geopereerd. Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik er niet voor haar was om haar te steunen. Ik kon in die tijd niet goed omgaan met problemen. Ik hield me stil en negeerde problemen in de hoop dat ze vanzelf over zouden gaan.

Twee jaar later gingen wij weer terug naar eigen land en werd onze zoon geboren. We veranderden van locatie, vrienden en situatie, maar ik veranderde niet. Ik leefde alsof God niet bestond. Ik leefde mijn leven alsof ik alles in de hand had. Maar opeens veranderde dat en werden mij dingen overduidelijk. Op een morgen werd ik wakker op de keukenvloer van ons appartement. Ik kwam tot de ontdekking dat ik alleen was; Tanya had me verlaten.

Toen de mist in mijn hoofd was opgetrokken herinnerde ik me dat ik de avond ervoor weer had gedronken en haar had geslagen. Op dat moment, toen ik in mijn eentje op de vloer in de keuken zat, realiseerde ik me zachtjes aan dat ik een drankprobleem had. Ik was niet in staat om mijn drang om te drinken onder controle te krijgen.

Gelukkig kwam Tanya bij mij terug. We verhuisden verschillende keren, maar toch, niets hielp. Hoe vaak we ook verhuisden of probeerden om opnieuw te beginnen, ik viel steeds terug in mijn oude patronen en gewoonten. Zoals in 2 Petrus 2:22 staat: Hun is overkomen wat een oud spreekwoord zegt: Een hond die teruggekeerd is naar zijn uitbraaksel, of een gewassen zeug naar de modderpoel. Dat was ik. Ik viel terug in mijn oude gewoonten. Ik had nog niet het besef dat ik de hulp van God nodig had. Mijn problemen achtervolgden mij, waar ik ook heen ging.

Na weer een verhuizing leek het alsof er eindelijk een keer kwam in onze situatie. Enkele buren nodigden ons uit om mee te gaan naar de kerk. De voorganger van die kerk legde mij de Bijbel uit en door hem kwam ik tot geloof. Ik nam Jezus Christus aan als mijn Heer en Redder. Eindelijk hoorde ik bij God. Ik ben overgegaan van een vijand van God naar een kind van God. Ik begon te leren dat ik als kind van God niet de omstandigheden moest veranderen, maar dat ik mij in vertrouwen kan overgeven aan de leiding van Jezus Christus om zo op een goede manier op situaties te reageren.

Tanya werd benaderd om met Celebrate Recovery te beginnen in onze kerk. In het programma leer je dat God geen moeilijkheid in je leven onbenut laat. Vanwege de moeilijkheden die mijn vrouw had meegemaakt, was zij goed voorbereid om deze taak op zich te nemen.

Toen werden we opnieuw wakker geschud. Twee dagen voordat we met het programma zouden beginnen verloor ik mijn baan en dus mijn carrièremogelijkheden. Ik kon niet begrijpen waarom God ons door zo'n moeilijke situatie liet gaan. Zowel Tanya als de mannen in mijn groep waren zeer met me begaan. Ze hielpen mij in te zien dat ik de hele situatie nog niet volledig in de handen van Jezus Christus had gelegd, zodat Hij ervoor zorg zou dragen.

In deze periode dat ik mijn baan kwijt was, kwam ik op één lijn met God. Het werd me duidelijk dat zware perioden een weg kunnen zijn van vrede. Ik moest inzien dat God gehoorzaamheid van ieder van ons vraagt. Ik weet dat alleen Jezus die verandering van houding in ons mogelijk maakt. In situaties waarin ik machteloos stond, en op de momenten dat ik me beroerd voelde, veranderde Hij mijn perspectief.

Ik ben nu in staat om iets terug te geven door te dienen. Ik ben nu in staat mij uit te strekken naar anderen, om te laten zien dat ze niet alleen zijn, dat er ook voor hen hoop is. Ik ben niet langer een vijand van God. Nee, ik zoek anderen op en ik kan nu vertrouwen op Gods kracht. Ik had nooit gedacht dat ik God zou kunnen dienen zoals ik vandaag doe. Maar God wist het al lang voordat ik Hem kende.